Evidence-based gespreksmethode

Motiverende Gespreksvoering is een ‘evidence based’ gespreksmethode voor doelgerichte gedragsverandering. Deze methode is in 1983 voor het eerst beschreven door William Miller als effectieve aanpak bij alcoholverslaafden. Op dit moment wordt Motiverende Gespreksvoering toegepast in meer dan 20 verschillende werkvelden, waaronder: lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, jeugdzorg, onderwijs, reclassering, gevangeniswezen, arbeids-re-integratie, ontwikkelingswerk.

Bijzondere basishouding

Motiverende Gespreksvoering heeft haar wortels in de humanistische psychologie en het werk van Carl Rogers. Dit zie je terug in de basishouding van onvoorwaardelijke acceptatie, het werkelijk willen begrijpen van de cliënt en het aansluiten op diens referentiekader in relatie tot het risicovolle of ongezonde gedrag. De methode sluit ook goed aan bij inzichten uit de positieve psychologie zoals de motivatietheorie van Ryan en Deci en het gedachtegoed rondom positieve gezondheid zoals verwoord door Machteld Huber.

Twee uitgangspunten

Het eerste uitgangspunt is dat er altijd een bepaalde motivatie bij mensen aanwezig is om iets te veranderen aan de probleemsituatie – ook al lijkt die soms diep weggestopt. Zo is er – deep down – altijd een natuurlijke neiging om gezond te willen zijn, bewegingsvrijheid te ervaren, een goede ouder of partner te zijn, iets te betekenen, mee te tellen, bij te dragen en te groeien als mens.

Dat die motivatie niet altijd zichtbaar is heeft te maken met het tweede uitgangspunt: mensen hebben vaak ambivalente gevoelens ten aanzien van de gewenst verandering. Zij willen tegelijkertijd wel én niet veranderen. Kennelijk heeft het ongezonde of risicovolle gedrag ook een functie. Vaak is het belonend op de korte termijn terwijl pas op lange termijn de werkelijke risico’s zichtbaar en voelbaar worden.

Bron: MINTned: https://www.mintned.net/wat-is-motiverende-gespreksvoering/

Ok, ik geef toe dat het een beetje gemeen is om er een of-of keuze van te maken.

Want ja, ik geloof best dat intuïtief en effectief heel goed samen kunnen gaan.

Maar ik wil je graag even aan het denken zetten.

Met regelmaat hoor ik mensen zeggen: ‘ik coach eigenlijk meer intuïtief…’

Als jij dit ook weleens zegt, wat bedoel je dan eigenlijk?

Bedoel je dat je heel sensitief bent?
Bedoel je dat je door ervaring goed bent geworden in patroonherkenning?
Bedoel je dat je een beetje helderziend bent?

Dit kan allemaal waar zijn, maar het kan ook iets anders betekenen.

Bijvoorbeeld:
– Ik heb geen zin om me te verdiepen in evidence-based coachmethoden
– Want ik weet niet of ik dat wel kan
– Zo lang ik zeg dat ik intuïtief coach kan niemand daar wat van vinden
– En zo blijf ik lekker onaantastbaar

Heel intuïtief de verkeerde dingen doen

Helaas weet ik ook uit ervaring dat veel mensen intuïtief precies de verkeerde dingen doen. En eerlijk gezegd heb ik al die dingen óók ooit gedaan, omdat ik toen niet beter wist.

Denk aan:
1. Je coachee proberen te overtuigen als je hem wilt motiveren. Met vaak weerstand of ‘ja-zeggen-nee-doen’ tot gevolg.
2. Gaan ‘graven in het verleden’ als je je coachee in het hier en nu wilt bekrachtigen. Met het risico dat het geloof-in-eigen kunnen eerder afneemt dan toe.
3. Tegen je coachee zeggen dat zij positiever moet denken als je wilt dat ze minder door haar negatieve gedachten wordt belemmerd. Met als gevolg dat je iemand een extra faalervaring geeft. Want ons brein is helemaal niet gemaakt om ‘positief te denken’.

Deze dingen zijn niet slechts ineffectief, ze werken vaak zelfs contra-productief. Je helpt je coachee dus verder van huis.

Als jij dit herkent, wees dan gerust: ik zeg dit niet om je te plagen of je te veroordelen. Ik wil je eigenlijk alleen maar bemoedigen.

Evidence-based leren coachen is niet zo moeilijk als het klinkt

Ik geloof namelijk dat iedereen met een HBO of WO opleiding en een beetje empathisch vermogen evidence-based kan leren coachen.

In de drie bovengenoemde voorbeelden zijn er eenvoudige doch krachtige alternatieven te vinden in onze evidence=based methoden:

Ad 1: Motiverende gespreksvoering een uitstekend alternatief voor ‘overtuigen’, namelijk verandertaal ontlokken en versterken.
Ad 2: hier heeft Oplossingsgericht coachen een heel mooie visie op. Ontwikkel liever een co-creatierelatie, ontlok een stip aan de horizon en kijk samen door een roze microscoop.
Ad 3: als je graag het Positieve denken propageert, verdiep je dan eens in Coachen met ACT. In plaats van de inhoud van je denken te veranderen, kun je namelijk veel beter je relatie ermee veranderen.

Deze methoden zijn niet zomaar tot stand gekomen. Het is in alle drie de gevallen een combinatie geweest van grootschalig wetenschappelijk onderzoek, ontelbare uren praktijkervaring en voortdurende uitwisseling van hele communities van beoefenaars, gedurende minimaal dertig jaar.

Een nieuwe wereld die voor je opengaat

Ik beloof je dat er een nieuwe wereld voor je open gaat als je je in één of meer van deze methoden gaat verdiepen. Je gaat nuttige kennis en nieuwe inzichten opdoen over effectieve gespreksvoering, over verandering in het algemeen en over de werking van de menselijke geest.

Inzichten waarmee je met minder energie méér zult bereiken met méér plezier. Inzichten die zowel je professionele als je persoonlijke ontwikkeling een boost geven.
En als je dáár vervolgens je intuïtie aan gaat toevoegen… Ja, dan kun je werkelijk van grote betekenis zijn voor mensen die het zwaar hebben en op de een of andere manier lijden aan het leven…
Vergelijk het met improviseren in de muziek: pas als je lang genoeg je toonladders, je klassiekers en je solfège hebt geoefend kun je werkelijk gaan improviseren.

Nieuwsgierig geworden?

Overweeg dan eens onze Jaartraining Coachen 3.0 of een driedaagse training Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen of Coachen met ACT

Heb jij een andere visie dan ik? Ik sta altijd open voor verruiming van mijn blik, dus laat het me weten in een comment!

Vond je deze blog nuttig of leuk? Please share!

Om goed te kunnen uitleggen wat MGV inhoudt, heb ik eerst een persoonlijke vraag aan je: heb je ooit geprobeerd een lastige gewoonte te veranderen? Iets in de sfeer van goede voornemens op 1 januari? Zo ja, dan weet je dat veranderen niet gemakkelijk is. Als je mensen wilt helpen om gedrag te veranderen helpt het enorm als je niet te licht denkt over verandering. Hieronder leg ik uit wat gedragsverandering zo lastig maakt en hoe motiverende gespreksvoering daarmee omgaat.

Ambivalentie

Veel mensen zitten als het ware gevangen in een gewoontepatroon, zelfs als de nadelen of risico’s al lang en duidelijk merkbaar zijn. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een verslaving, een ongezonde leefwijze of ineffectief gedrag op school of werk. Wat veranderen extra lastig maakt, is dat wij vaak dubbele gevoelens hebben over de verandering die het leven van ons vraagt. We hebben als het ware een engeltje en een duiveltje op onze schouders:  aan de ene kant willen we wel veranderen en aan de andere kant niet; we staan er ambivalent tegenover. ‘Ambivalentie’ is een sleutelbegrip binnen motiverende gespreksvoering. Je zult het nog vaak tegenkomen in dit boek. MGV richt zich nu op versterking van de kant die wél wil veranderen.

 

Maar MGV doet meer dan dat, zoals blijkt uit onderstaande definitie:

MGV is een op samenwerking gerichte, doelgerichte gespreksstijl met bijzondere aandacht voor verandertaal. MGV is ontworpen om de persoonlijke motivatie en het commitment voor een bepaald doel te versterken door het ontlokken en verkennen van iemands eigen redenen om te veranderen in een sfeer van acceptatie en compassie. (Miller & Rollnick, 2012.)

Laten we deze definitie eens bekijken.

Motiverende gespreksvoering is een doelgerichte gespreksstijl

Foto Motiverende gespreksvoering heeft resultaatAllereerst is MGV een doelgerichte gespreksstijl. Dit betekent dat er toegewerkt wordt naar een duidelijk doel, waar idealiter beide partijen zich aan willen verbinden. Het is dus iets anders dan ‘neutraal counselen’ waarbij elke uitkomst in principe oké is. Bij MGV is er altijd sprake van een voorkeursrichting, bijvoorbeeld naar een gezonde leefstijl, naar participatie op de arbeidsmarkt, naar effectief studiegedrag, naar veiligheid in het verkeer of naar ‘een leven op het rechte pad’. Tegelijkertijd erkent MGV het recht van iedereen om beslissingen te nemen over het eigen leven, ook als die anders zijn dan de hulpverlener hoopt. Dit recht op zelfbeschikking in combinatie met een duidelijke voorkeursrichting zorgt uiteraard voor een spanningsveld. MGV leert professionals hoe zij zich in dit spanningsveld effectief kunnen bewegen en de kans op verandering kunnen optimaliseren.

Gericht op samenwerking

MGV is gericht op samenwerking. Dit is niet vanzelfsprekend, want veel coachees zijn gestuurd door een derde partij, zoals werkgever, gemeente, schoolleiding, UWV, rechter of Raad voor de Kinderbescherming. Of zelfs door ouders, partners of kinderen. Het kan een flinke uitdaging zijn om in een dergelijke situatie toch de samenwerking op te zoeken. Door de ander te zien als ‘expert over het eigen leven’ ontstaat er een dialoog tussen twee experts: jij op jouw vakgebied en de coachee als ‘zelf-expert’.

Persoonlijke motivatie

Kennelijk gaat het om iemands persoonlijke motivatie en commitment en niet zozeer om wat de coach belangrijk vindt. Misschien denk je nu: maar wat als er nergens een persoonlijke motivatie te bespeuren is? Gelukkig is dit zelden het geval. Ken jij iemand die helemaal níéts wil bereiken of veranderen? Waarschijnlijk niet. De moderne mens is zelden tevreden. Het kan wel zo zijn dat je coachee iets anders wil dan jij – bijvoorbeeld als je binnen een gedwongen kader coacht. MGV leert je omgaan met dit spanningsveld.

Verandertaal is de heilige graal

VerandertaalMet verandertaal wordt bedoeld: alles wat de coachee zegt, dat vóór verandering pleit of tegen de huidige gang van zaken. In dit boek zul je ontdekken dat het ineffectief is om motivatie als professional op te leggen aan een ander. Soms lijkt dit op de korte termijn wel effect te hebben, maar later blijkt dat het niet leidt tot duurzame motivatie. We kunnen dus niet anders dan beginnen bij de coachee. En je zult merken: hoe beter jij naar de coachee luistert, hoe meer de coachee open zal staan voor wat jij te vertellen hebt.

Acceptatie en compassie

Om de veiligheid te waarborgen zorgen we voor een sfeer van acceptatie en compassie. Alleen binnen een dergelijke sfeer zal de coachee bereid zijn om zich kwetsbaar op te stellen en alles te bespreken wat nodig is. NB: met compassie wordt hier niet bedoeld dat je eerst een tweede Dalai Lama of Moeder Theresa moet worden, maar wel dat je bereid bent om aanwezig te zijn bij de worsteling van de coachee en dat je diens belang boven je eigen belangen of wensen stelt.

Motiverende gespreksvoering is een gidsende stijl

Een gidsende stijl MGV wordt vaak een gidsende communicatiestijl genoemd. Dit betekent dat het een middenweg bewandelt tussen een sturende stijl (adviseren, aansturen, leidinggeven) en een volgende stijl (luisteren, aansluiten, ruimte geven). Gidsen is een soort ‘derde weg’ waarin volgen en leiden elkaar voortdurend afwisselen. Denk bij het woord ‘gids’ niet aan een stadsgids die je de oren van je hoofd praat, maar eerder aan een bescheiden berggids die zegt: ‘Ik ken dit gebied, maar jij bepaalt waar je naartoe wilt.’ Er wordt ook weleens gezegd: MGV is zacht op de relatie (warm, empathisch) en hard op de inhoud (met focus op belangrijke zaken). Kortom: de houding is vriendelijk, maar het gesprek gaat wel over de dingen die er werkelijk toe doen.

Wanneer zet je Motiverende gespreksvoering in?

MGV komt het best tot haar recht als je regelmatig een-op-een gesprekken voert met mensen die kampen met ineffectief gewoontegedrag, dat ze telkens weer herhalen. Met ‘ineffectief gedrag’ bedoel ik dat het weliswaar een functie heeft, maar dat het zich – met name op de lange termijn – tegen iemand keert. Denk hierbij aan gebruik van drugs of alcohol, ongezonde eetgewoontes, roken, te weinig bewegen, onproductieve of risicovolle werkgewoontes, uitstelgedrag, verwaarlozing, seksueel risicogedrag, gevaarlijk gedrag in het verkeer, huiselijk geweld, crimineel gedrag, subassertief gedrag, etc. Het is ideaal als je een aantal wat langere gesprekken kunt voeren met een coachee. Maar ook als je weinig tijd hebt of slechts één gesprek kunt voeren, kan MGV een groot verschil maken. Natuurlijk kun je MGV ook inzetten in een groepssetting, maar vaak leren professionals deze methode eerst in een-op-een gesprekken.

Hoe is Motiverende gespreksvoering ontstaan?

Sergio en William R. Miller

Sergio en William Miller op een congres.

William Miller was nog maar net afgestudeerd als psycholoog toen hij aan het werk ging op een behandelafdeling voor mensen met alcoholverslaving. Omdat hij enkel theoretische kennis had over verslaving, was hij nieuwsgierig hoe het was om alcoholverslaafd te zijn. Hij bedacht: aan wie kan ik dat beter vragen dan aan de verslaafden zelf? In de gesprekken die hij voerde stelde hij zich open en nieuwsgierig op. Zo leerde hij niet alleen veel over verslaving, maar ontdekte hij ook iets veel belangrijkers: deze mensen dachten veel beter na en waren zich veel bewuster van hun dilemma dan hun behandelaars dachten. Toen hij later hun dossiers bekeek, zag hij een schrijnend contrast tussen zijn eigen positieve beeld van deze mensen en de negatieve etiketten die hun behandelaars aan hen hadden toegekend. En precies die open, nieuwsgierige en oprecht geïnteresseerde houding waarmee hij de gesprekken had gevoerd, legde de basis voor wat later wereldberoemd zou worden als de methode MGV (Miller en Rollnick, 2013).

William Miller ontdekte dus dat je alleen met een bepaald soort communicatiestijl alle gevoelens en overwegingen van een coachee boven tafel krijgt. Zeker bij problemen die omgeven zijn met oordelen is het niet eenvoudig een ruimte te creëren waarin de coachee zich veilig genoeg voelt om alle voors en tegens van verandering met je te bespreken.

Geworteld in de humanistische psychologie

Miller was – zoals vele beroemde therapeuten – een leerling van Carl Rogers, een van de grondleggers van de Humanistische psychologie. Later ontmoette hij de gezondheidspsycholoog Stephen Rollnick, die in een medische context gelijksoortige ontdekkingen had gedaan als William Miller in de verslavingszorg. Ook daar gaan immers veel gesprekken noodgedwongen over gedragsverandering, vaak ingegeven door ziekte of ongeval. Samen hebben zij vanaf de jaren tachtig MGV verder ontwikkeld, diverse boeken geschreven, wetenschappelijk onderzoek gedaan, wereldwijd duizenden professionals opgeleid en het MINT-netwerk  opgezet waar ik lid van ben. MINT staat voor: Motivational Interviewing Network of Trainers. Inmiddels bestaat er een wereldwijde gemeenschap van behandelaars, onderzoekers en trainers die zich met deze methode bezighouden en kennis uitwisselen. Juist door de voortdurende wisselwerking tussen onderzoek en praktijk wordt MGV steeds verder verfijnd.

Hoe werkt Motiverende gespreksvoering?

Aangezien een coachee in een veranderproces doorgaans ambivalent is ten aanzien van de verandering is er dus als het ware een deel van de coachee dat wel wil veranderen en een deel dat niet wil veranderen. Een coach die motiverende gespreksvoering toepast laat dát deel van de coachee, dat wil en kan veranderen aan het woord. Doordat de coachee zichzelf vóór verandering hoort pleiten en hier waarschijnlijk ook iets bij voelt, motiveert hij als het ware zichzelf. Deze aanpak staat in schril contrast met wat veel mensen van nature doen: doordat zij gaan ‘repareren’ roepen zij onbewust ‘weerstand’ op in de vorm van behoudtaal,  verzet of wrijving in de werkrelatie. Een voorbeeld kan dit verhelderen:

Stel, iemand is ontslagen vanwege een drankprobleem, zit nog steeds thuis en drinkt veel. We noemen hem Jan. Hieronder vind je twee korte dialogen: één met hulpverlener A die een neiging heeft tot confronteren en overtuigen en één met hulpverlener B die motiverende gespreksvoering toepast.

1e dialoog, hulpverlener A

A:        Tsja we kunnen wel op zoek gaan naar ander werk, maar zo lang u blijft drinken heeft dat natuurlijk weinig zin.

Jan:     Ja, dat snap ik, maar dat thuis zitten doet me geen goed, ik word daar hartstikke depressief van.

A:        Daar kan ik me iets bij voorstellen, maar wie gaat u zo aannemen?

Jan:     Dat weet ik niet, maar als ik eenmaal ander werk heb zal ik heus wel minder gaan drinken.

A:        Ja, nu draait u de boel om! Nee, de drank moet eerst, heeft u al eens gedacht aan een afkickkliniek?

Jan:     Een afkickkliniek? Zo erg is het nou ook weer niet! Die paar glazen…

A:        Kom nou toch…

Jan:     Ja maar, je denkt toch niet dat ik tussen de junks ga zitten!

A:        Nou, dat valt best mee, verslaving kan iedereen overkomen, dus daar zitten echt niet alleen junks.

Jan:     Nee, ik zie dat niet zo zitten.

2e dialoog, hulpverlener B

B:        Welk verband ziet u tussen werk en drank? (Open vraag)

Jan:     Ja, dat gaat niet zo goed samen, dat is me nu wel duidelijk.

B:        Vertel eens… (Open vraag)

Jan:     Ja, ach, het begon met een borreltje na het werk en ik ben nooit zo snel dronken, dus het werd steeds meer. En ik stond er niet zo bij stil dat de alcohol zo lang in je bloed blijft, dus soms was ik tijdens de volgende dienst nog onder invloed… En ja, op een gegeven moment ging het toch opvallen.

B:        Het is dus onschuldig begonnen en zo uit de hand gelopen dat uw collega’s het merkten (Reflectie)

Jan:     Ja, klopt. En zeker in mijn beroep is het natuurlijk not done om te drinken: ik kan het als piloot nu wel vergeten, maar het probleem is dat ik nu zó depressief ben, dat ik alleen maar meer ben gaan drinken. Ik zit echt in een negatieve spiraal…

B:        En wat zou u daar mee willen? (Open vraag)

Jan:     Ik wil wel gaan minderen, maar ik weet niet zo goed hoe.

B:        Daar zijn verschillende mogelijkheden voor. Als je wilt kunnen we er samen een aantal bekijken.

Jan:     Dat is goed.

Welke verschillen vielen je op?

Dat jan piloot blijkt te zijn, is natuurlijk bedoeld om u op het verkeerde been en daarmee aan het denken te zetten. En voor u niet meer durft te vliegen: de dialogen zijn volkomen denkbeeldig en slechts bedoeld ter illustratie. Waarschijnlijk valt u het volgende op. Jan is duidelijk ambivalent: er zijn redenen om te blijven drinken en redenen om te stoppen. In het gesprekje met hulpverlener A komen de redenen voor verandering vooral van de hulpverlener en gaat Jan op de andere kant van de ambivalentie ‘zitten’. Dit uit zich in weerstand. In het 2e gesprek komt de verandertaal meer van Jan Zelf. Ook is de sfeer in beide gesprekken totaal anders: het eerste wordt meer gekenmerkt door strijd en het tweede meer door samenwerking. Tenslotte kunt u zien dat A heel hard aan het werk is en dat B een neutralere positie in neemt en wat meer ‘achteroverleunt’. In het tweede gesprekje ontstaat er vervolgens een opening om te praten over mogelijkheden die Jan mogelijk optimistisch zullen stemmen. Hier kan dan blijvende, autonome motivatie uit ontstaan.

Verandertaal ontlokken

Stel je eens voor dat je in gesprek bent met een coachee die kampt met forse vermoeidheidsklachten. Tijdens een eerder gesprek werd zijn standaardgedragspatroon al helder: hij heeft een sterke neiging tot pleasen, wil iedereen helpen en zegt dus overal ja op. Stel nu dat hij tijdens dit gesprek opeens zegt: ‘Zo kan ik niet door gaan… Ik moet leren om beter voor mezelf te zorgen… en als dat betekent dat ik mensen zal moeten teleurstellen… so be it.’

Wat gaat er nu om in jou als coach? Waarschijnlijk juich je vanbinnen, nietwaar? Dat komt doordat je coachee nu verandertaal spreekt: hij pleit zélf voor verandering en heeft zelfs al nagedacht over wat daarvoor nodig is.

Verandertaal =  alle uitingen van de coachee die pleiten vóór verandering en tégen de huidige gang van zaken.

Enkele voorbeelden van verandertaal

  • Iemand met overgewicht die zegt: ‘Ik moet me er altijd toe zetten om te gaan sporten, maar na afloop voel ik me heerlijk.’
  • Een werkzoekende die zegt: ‘Als het me lukt om betaald werk te vinden, ben ik in ieder geval weer onder de mensen.’
  • Een leerling die dreigt te blijven zitten en zegt: ‘Dan zit ik straks niet meer bij mijn vrienden in de klas. Dat lijkt me echt verrot.’
  • Een coachee met uitstelgedrag die zegt: ‘Ik kom niet aan belangrijke dingen toe omdat ik me steeds laat afleiden door social media. Dit moet stoppen.’
  • Iemand die graag zzp’er wil worden, maar dit spannend vindt en zegt: ‘Ik kan allicht eens naar een voorlichting van de Kamer van Koophandel gaan. Daar word ik nooit slechter van.’

Misschien denk je nu wel: ik heb nooit zulke droom-coachees. Dat snap ik. Daarom lees je ook dit blog…

Mensen zijn vaak gemotiveerder dan je denkt

Ik laat je zien dat er in potentie veel meer veranderbereidheid in jouw coachees zit dan je denkt. De motivatie zit vaak een beetje verstopt. Daarmee bedoel ik dat de zorgen over het huidige gedrag en het verlangen naar een ander, beter leven dikwijls sluimeren in de diepte van het bewustzijn. De kunst is dit als coach stapje voor stapje naar de oppervlakte te halen. De eerste signalen van een groeiende motivatie komen naar buiten als voorzichtige verandertaal. Maar waar rook is, is vuur. Als je dit soort prille veranderwensen hoort, stel je dan extra nieuwsgierig op. Je gaat nu LSD’en: luisteren, samenvatten en doorvragen, zodat de verandertaal sterker wordt en de coachee – tot haar eigen verbazing – merkt dat ze vóór verandering aan het pleiten is. En ter plekke overtuigt ze zichzelf. Overigens gebruiken we bij MGV een geavanceerde versie van LSD: ORBS. Dit staat voor Open vragen, Reflectief luisteren, Bevestigen en Samenvatten. In dit gratis Ebook lees je hier meer over.

Om de lading van het woord ‘verandertaal’ nog wat completer te maken: Miller en Rollnick noemden dit soort uitingen ook wel zelfmotiverende uitspraken. Dit geeft mooi aan wat het effect ervan is: de coachee motiveert zichzelf. In het Engels heet het change talk. Dit heeft een wat meer alledaagse lading: veranderpraat. Ook dit is een belangrijke aanwijzing: verandertaal klinkt soms terloops, bijna tussen de regels door. De kunst is dan ook om prille verandertaal te herkennen als die zich voordoet. Daarom is het belangrijk te weten dat er verschillende soorten verandertaal zijn.

Soorten verandertaal

Met hulp van de psycholinguïst Paul Amrheim hebben Miller en Rollnick deze beide soorten verandertaal verder uitgesplitst en benoemd. Zo kwamen zij op het acroniem DARN CAT. Het woord DARN staat voor Desire, Ability, Reasons, Need; het woord CAT voor Commitment, Activation en Taking steps. Na enig gepuzzel, samen met collega Maarten Onderdelinden, hebben we die woorden vertaald als WeRKeN en CASH.

Het WeRKeN staat hier voor Willen, Redenen, Kunnen, Noodzaak;  CASH voor Commitment, Actietaal, Stappen zetten en Hoop houden. We hebben er dus een letter aan toegevoegd, niet alleen omdat het acroniem dan leuker is (eerst werken, dan cash verdienen), maar ook omdat het vasthouden van hoop onmisbaar is tijdens het veranderproces. Miller en Rollnick zeggen hierover: ‘Je kunt voor mensen echt een hoopverlener zijn.’ We zullen later zien dat ook als je coachee al stappen zet richting verandering, jij van onschatbare waarde kunt zijn door hoop te blijven verschaffen bij tegenslag.

Hieronder zie je in een voorbeeld deze soorten verandertaal uitgewerkt.

In dit voorbeeld gaan we uit van iemand met overgewicht die van de huisarts het dringende advies heeft gekregen om af te vallen.

WeRKeN

Willen: ‘Ik wil er goed uitzien en gezond oud worden.’

Redenen: ‘Omdat ik dan lekkerder in mijn vel zit’ en ‘Omdat ik mijn kleinkinderen wil zien opgroeien.’

Kunnen: ‘Ik heb eerder een dieet volgehouden, dus ik weet dat ik dit kan.’

Noodzaak: ‘Volgens de huisarts moet er snel iets veranderen. Dat was echt een wake-upcall.’

CASH

Commitment: ‘Ik spreek met mezelf af dat ik in zes maanden vijftien kilo kwijt ga raken.’

Actietaal: ‘Ik ga morgen een afspraak maken met een personal trainer op de sportschool bij ons in het winkelcentrum.’

Stappen zetten: ‘Ik heb al een beetje uitgezocht welke diëten er zijn. Nu moet ik nog kiezen welk dieet het word t.’

Hoop houden: ‘Gelukkig heb ik een fijne vriendin die met me meedoet en die ik kan bellen als ik er even doorheen zit.’

Wat zegt onderzoek over Motiverende gespreksvoering?

Onderzoek naar Motiverende gespreksvoeringInternationaal is er veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van MGV, met name op het terrein van middelengebruik en gezondheidszorg. Later kwamen daar nog andere werkvelden bij, zoals geestelijke gezondheidszorg, hiv-preventie, diëtetiek, jeugdzorg, reclassering, gevangeniswezen, onderwijs en ontwikkelingswerk. In de meeste onderzoeken werd een significant, positief effect aangetoond[1] . MGV heeft een significant beter resultaat dan het geven van advies of treatment as usual. Dit effect geldt zowel bij fysieke als bij mentale problemen. De positieve effecten zijn onder meer gevonden bij het vergroten van de motivatie voor (gezondheid bevorderende) gedragsverandering en voor therapietrouw.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de toepassing van MGV als opzichzelfstaande coachmethode. Toch mag je aannemen: als een methode bij zulke verschillende contexten, groepen en problemen effectief motiveert tot duurzame gedragsverandering, dan zal dat waarschijnlijk ook bij coaching zo zijn. Met name wanneer het gaat om problematisch of ineffectief gewoontegedrag.

Een van de onderzoeken is het vermelden hier waard. In 2007 liet Butterworth 276 werknemers van een ziekenhuis deelnemen aan gezondheidscoaching. Het drie maanden durende coachtraject was gebaseerd op MGV. In de experimentele groep verbeterden de fysieke én de mentale gezondheid significant vergeleken met de controlegroep. Butterworth zei het volgende: ‘Op dit moment is op MGV gebaseerd coachen in de gezondheidszorg de enige techniek die volledig beschreven is en waarvan consequent is aangetoond dat het oorzakelijk en onafhankelijk geassocieerd is met positieve gedragsuitkomsten.’

Mengen met andere methoden mag

In de (geestelijke) gezondheidszorg wordt MGV ingezet als volwaardige, op zichzelf staande methode en soms ook als voortraject voor een andere behandeling. Ook wordt MGV steeds vaker geïntegreerd in een behandelmethode, zoals cognitieve gedragstherapie. Het lijkt me redelijk om aan te nemen dat deze benadering ook bij coaching kan werken: als methode op zich, als voortraject of geïntegreerd in een andere methode. In mijn eigen coachpraktijk is MGV een onmisbaar onderdeel geworden. Met welke methode ik ook werk, ik maak steeds dankbaar gebruik van zowel de basishouding als de gespreksvaardigheden van MGV. En soms – als daar aanleiding toe is – staat MGV volledig op de voorgrond.

Ook MGV-grondleggers Miller en Rollnick signaleren een uitwaaiering van MGV van de gezondheidszorg naar domeinen als coaching, onderwijs en organisaties. Zij ondersteunen deze ontwikkeling, met name waar het gaat om coaches die een gidsende stijl (willen) hanteren.

Verder lezen over Motiverende gespreksvoering?

Je hebt zojuist Hoofdstuk 1 van ons gratis Ebook over Motiverende gespreksvoering gelezen. In hoofdstuk 2 en 3 vind je nog veel meer nuttige info.

Hier kun je het gratis Ebook meteen downloaden.

En hier vind je mijn toegankelijk boek over Motiverende gespreksvoering.

Wil je je echt in deze methode gaan bekwamen?

Kijk dan hier wanneer de eerstvolgende Basistraining start.

Vond je deze blog nuttig? Please like or share!

 

 

 

Bij een incompany training wilt u natuurlijk resultaten zien op de werkvloer.

Concreet, nieuw gedrag dat beter werkt dan het oude gedrag.

Niet omdat wij dat vinden, maar omdat onderzoek dat laat zien.

Daarom geven wij bij al onze incompany trainingen deze vijf garanties die het leerrendement aantoonbaar vergroten:

Garantie 1: De inhoud van onze trainingen is up-to-date en evidence-based

De methoden waarin wij training geven zijn allen bewezen effectief bevonden volgens de criteria van modern wetenschappelijk onderzoek. Uiteraard houden wij nieuwe ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Door ons lidmaatschap van de betreffende beroepsverenigingen zitten wij ‘dicht op het vuur’.

Garantie 2: Onze trainingen zijn gebaseerd op moderne didactische inzichten

Onze trainers hebben zich grondig verdiept in onder andere de trainingsmethode van Karin de Galan (de glijbaan en de trap) alsook in breindidactiek. Daarom maken wij trainingen interactief, ervaringsgericht, speels en gevarieerd. Bovendien hebben onze trainers allen minimaal 5 jaar ervaring als trainer in uitdagende settings, zoals het reclasseringsveld.

Garantie 3: Wij geloven in de 70 : 20 : 10 benadering

Een trainingsdag is slechts een middel tot een hoger doel en omvat zo’n 10%. Het grootste deel van het leren vindt plaats op de werkvloer: 20% door te sparren met collega’s en 70 % door het werk zelf en de reflectie hierop. Daarom is iedere training of cursus bij ons onderdeel van een leertraject met voorbereidings- en verwerkingsopdrachten buiten de cursusdagen. Bij trainingsopdrachten in organisaties betekent dit dat het noodzakelijk is dat de deelnemers op hun werkplek de gelegenheid krijgen om te oefenen. Samen met de opdrachtgever ontwerpen we – indien gewenst – manieren om het geleerde in de organisatie te borgen. Hierbij kunt u denken aan: super- of intervisie, coaching-on-the-job, opleiden van interne trainers, scoringsmethoden.

Garantie 4: We practice what we preach

Helaas zijn er veel trainers die na het lezen van enkele boeken over een bepaalde methode denken dat zij de stof voldoende beheersen. Vervolgens gaan zij voor de groep enthousiast vertellen over wat zij gelezen hebben. U mag van ons verwachten dat wij niet alleen vertellen over bepaalde methoden, maar dat we die ook voorleven. Dat kunnen we doen omdat we die methoden ook echt doorleefd hebben en hebben leren toepassen in de weerbarstige praktijk van bijvoorbeeld het reclasseringsveld, het gevangeniswezen en het onderwijs.

Garantie 5: Het resultaat van de training wordt zichtbaar in de praktijk

Wij werken het liefst samen met deelnemers en organisaties die echt willen investeren in zichzelf en hun medewerkers. Het gaat ons om het resultaat en niet om de training. U mag daarom aannemen dat na actieve deelname aan onze training de deelnemers de gestelde doelen bereikt hebben en dat dit zichtbaar wordt door toepassing in de praktijk.

 

Tijdens mijn studie had ik een bijbaantje waarbij ik kopieën van handgetekende posters van de Utrechtse Dom mocht verkopen.

Van deur tot deur.

Mijn opdrachtgever zei: ‘elke Utrechter wil de Dom aan de muur!’

Eerlijk gezegd vond ik de posters foeilelijk en zou ik ze zelf nooit aan de muur willen. Ik vond het verschrikkelijk om te doen, want ik stond niet achter mijn product, verkocht bar weinig en als ik iets verkocht, dan had ik de indruk dat dat was uit puur medelijden met ‘die arme student’.

Ik had het gevoel dat ik mezelf verloochende en na drie dagen stopte ik ermee. Toch heb ik geen spijt van deze ervaring omdat ik een belangrijke les leerde: wat ik ook zou doen na mijn studie, ik zou in elk geval nooit, maar dan ook nooit meer iets gaan verkopen waar ik niet achter stond.

Wat ik zo mooi vind aan MGV trainer zijn

Waarschijnlijk is dit één van de redenen dat ik zo enorm kan genieten van het geven van training in Motiverende gespreksvoering: ik mag dan immers iets ‘verkopen’ waar ik voor de volle 100% achter sta. Het klinkt misschien wat pretentieus, maar ik heb echt het gevoel dat ik daarmee de wereld een beetje mooier maak (en ik weet dat ik niet de enige ben).

Of het nu docenten zijn, (para)medici, sociaal werkers of andere coachende professionals die deze methode leren: alleen al het feit dat ze zich bewust worden van hun reparatiereflex  maakt een groot verschil.

Veel mensen geven terug dat ze beter zijn gaan luisteren en hun leerlingen / cliënten / coachees nu veel meer voor vol aanzien. Maar dat niet alleen: ze weten vanaf dat moment dat ze niet ‘zomaar wat doen’, maar dat ze ook de gesprekskant van hun vak nu serieus nemen en daarin een evidence-based aanpak hanteren. Daarnaast is het een tak van sport waarin je voldoende creativiteit kwijt kunt. Zo werkt de één bijvoorbeeld graag met Powerpoint, een tweede tekent vooral op de Flipover en een derde maakt de methode heel voelbaar. (Zelf maak ik graag een combi van alle drie… :o)

Wie is er geschikt voor?

Het aardige is dat je – door les te geven in MGV – er zelf ook steeds bekwamer in wordt. Er schuilt volgens mij veel waarheid in het gezegde ‘If you want to learn something, go teach it’. Je hoeft de methode dus zeker niet perfect te beheersen. Ik weet uit ervaring dat sommigen de lat veel te hoog leggen voor zichzelf. Natuurlijk is het wel een voorwaarde dat je minimaal een driedaagse basistraining hebt ontvangen en enige ervaring hebt met het toepassen in de praktijk. Verder helpt het het volgende enorm:

– Als je de MGV-spirit omarmt of als die van nature bij je past
– Als je enthousiast bent over de methode (maar niet zó enthousiast dat je wellicht te veel gaat ‘preken’)
– Als je affiniteit en / of ervaring hebt met groepswerk
– Als je in jouw eigen praktijk al wat vlieguren hebt kunnen maken
– Als je het verlangen hebt om je deze methode echt eigen te maken en er (een deel van) je werkende bestaan aan wilt wijden

Bekende valkuilen in dit werk

‘Trainer Motiverende gespreksvoering’ is vooralsnog geen beschermde titel. Daardoor zie je soms dat iemand er les in geeft nadat hij slechts een boek heeft gelezen. Helaas is dit nogal tricky, want de methode in theorie begrijpen is nog iets heel anders dan de methode in de praktijk kunnen toepassen. En nog een niveau hoger is dat je de methode ter plekke kunt voorleven. Het kan immers zo maar gebeuren dat je leerling of deelnemer nog niet heel gemotiveerd is om de methode te leren. Soms moet je dus eerst de methode ter plekke toepassen om je deelnemers in de leerstand te krijgen. Maar als dat je lukt, dan win je wel meteen het vertrouwen van de groep als geheel!

Wat soms ook mis gaat is dat de methode wordt aangeleerd op een manier die niet verenigbaar is met de methode zelf. Sommige trainers laten geen voorbeeldgedrag zien. Ze vertellen hun deelnemers hoe ze kunnen aansluiten bij hun cliënten, maar stellen in hun trainingen de PowerPointslides bóven de praktijk van hun deelnemers. Ze leren deelnemers hoe ze kunnen omgaan met weerstand, maar reageren zelf niet effectief op de weerstand van hun deelnemers.

Er zijn ook mensen die de methode wel beheersen, maar die niet goed kunnen overbrengen. Trainer zijn is immers óók een vak. Zo had ik ooit een salsadans leraar die misschien zelf niet de beste danser was, maar die het fantastisch goed kon overbrengen. Later kreeg ik een leraar die een geweldige danser was, maar een beroerde leraar. MGV wordt vaak vergeleken met een dans… Laten we het erop houden dat je redelijk moet kunnen dansen én het moet kunnen overbrengen.

Organisaties die onbekwame MGV-trainers inzetten, kunnen trouwens grote schade oplopen. Bij iedere niet-effectieve trainingsdag verdampen er duizenden euro’s zonder enig resultaat. Cliënten of klanten zijn daar uiteindelijk de dupe van, want Motiverende Gespreksvoering is alleen aantoonbaar effectief wanneer het op de juiste manier wordt toegepast. En ook voor de medewerkers is het frustrerend om trainingen te moeten volgen die geen merkbaar resultaat opleveren.

Tips om je te ontwikkelen tot MGV-trainer

Allereerst: waarschijnlijk weet je zelf wel waar je nog werk te doen hebt. Misschien ben je al een ervaren trainer, maar beheers je de methode nog onvoldoende. Ga dan vlieguren maken, al is het met zogenaamde proef cliënten uit je eigen netwerk.

Of je hebt de methode juist al goed in de vingers, maar je hebt nog nauwelijks of geen ervaring met groepswerk. Geef dan eens een workshop aan wat collega’s of mensen uit je netwerk om te kijken hoe dat je bevalt.

Het helpt ook enorm als je je verdiept in de theorie. Het standaardwerk van Miller en Rollnick getiteld ‘Motiverende gespreksvoering – Mensen helpen veranderen’ is uiteraard een aanrader. Ga er wel even voor zitten, want het bevat ruim 500 pagina’s. Natuurlijk kun je ook mijn eigen boek lezen. Voordeel daarvan is dat je het veel sneller uit hebt en dat het al geschreven is met een ‘trainersblik’.

Een hele mooie stap is dat je lid wordt van MINT Inc. Helaas worden er jaarlijks een beperkt aantal Nederlanders toegelaten (om naar rato elk land evenveel kansen te bieden) en ligt de lat best hoog.

En natuurlijk kun je ook onze Train-de-Trainer Motiverende gespreksvoering volgen. Het is een vierdaagse die ik ieder najaar verzorg, binnenkort voor de vierde keer. Ik heb de training in samenwerking ontwikkeld met didactisch expert Arie Speksnijder van Bridge2learn. Deelnemers zijn doorgaans: Hogeschool docenten, zelfstandig trainers én mensen die de ambitie hebben om ooit MINT-lid te worden. Het aardige is dat dat al bij drie van onze deelnemers uiteindelijk is gelukt. Toeval?

Tijdens deze unieke vierdaagse krijg je in totaal vier verschillende trainers te zien – alle vier lid van MINT – waarbij ik zelf de constante factor ben.

Je zult in deze vierdaagse niet alleen je MGV-skills verdiepen, maar ook leren:
– hoe je een workshop of training didactisch verantwoord opbouwt
– hoe je een veilig leerklimaat opbouwt
– hoe je effectief omgaat met weerstand
– Hoe je ‘Practice what you preach’ in praktijk brengt
– hoe je leerzame demo’s kunt (en durft) geven
– wat het belangrijke verschil is tussen Real-play en Role-play
– welke werkvormen leuk en effectief zijn

NB: Als bonus krijg je na afloop gratis toegang tot de online training Breinvriendelijk trainen t.w.v. 497 euro en inclusief besloten Fb groep, zodat je je zelfstandig verder kunt ontwikkelen.

Mocht je vragen hebben of willen onderzoeken of deze Train-de-trainer past bij jouw ambities, neem dan vooral even contact op.

We kunnen dan in alle rust onderzoeken of er een match is (en ik beloof je dat ik geen geheime motivatie-technieken zal toepassen… :o)

 

In 2001 begon ik als trainer van ex-gedetineerden bij de Reclassering van het Leger des Heils. Vanuit een groot idealisme ging ik het gesprek aan met vele ex-gedetineerde jongeren en volwassenen met als doel hen te bewegen richting ‘een leven op het rechte pad’. Aanvankelijk vielen de resultaten tegen, maar toen ontdekte ik motiverende gespreksvoering en dat bleek een complete game-changer te zijn.

Van overtuigen naar ontlokken

Voorheen pleitte ik met veel energie voor een delict-vrij leven met argumenten als: ‘niemand wordt gelukkig van een leven vol justitie-contacten’. De standaard reactie hierop was: ‘Jij hebt makkelijk praten’ en: ‘de politie moet altijd mij hebben!’ Toen ik motiverende gespreksvoering ging inzetten begon ik beter te luisteren en andere vragen te stellen. ‘Hoe heb je je detentietijd ervaren?’ en ‘Stel dat het je lukt om op een eerlijke manier aan geld te komen, wat zou dat je opleveren?’ Opeens kwam er een ander gesprek op gang: ‘detentie was een hel… dat nooit weer!’ ‘En ja, tuurlijk kom ik liever eerlijk aan mijn geld. Dan heb ik een rustig leven zoals iedereen. Maar ja, hoe doe ik dat?’ Dat opende vervolgens de weg naar een eerlijk gesprek over mogelijkheden en stappen in de gewenste richting.

Onlangs publiceerde ik een boek over Motiverende gespreksvoering, een evidence-based methode ontwikkeld in de verslavingszorg. En hieronder geef ik je één belangrijke ‘don’t’ en vier praktische ‘do’s voor als jij effectiever wilt leren motiveren.

1.     Stop met repareren

Het gebeurt nog veel te vaak, vooral bij professionals die het coachen ‘erbij doen’: de reparatiereflex. Dit werkt als volgt: zodra er een coachee (medewerker, leerling of cliënt) voor je staat, waar in jouw ogen iets ‘mis’ mee is, dan willen we hem of haar ‘repareren’, liefst zo snel mogelijk. Net zo als een automonteur met een kapotte auto. En dus gaan we overtuigen, adviseren en oplossen. Aan je goede intentie ligt het niet, maar helaas werkt dit averechts op de motivatie. Een mens is nu eenmaal geen kapotte auto.

Als we de rollen even omdraaien, dan snap je meteen waarom dit niet werkt. Stel je zit met een lastige gewoonte. Iets ongezonds of zo. Of iets dat je veel geld kost. Drinken, roken, overwerken of gokken…

(Ik zeg: stel…  Jij hebt natuurlijk geen lastige gewoontes… )

En stel het is iets waar je maar niet van af komt. Het is niet gisteren ontstaan, dus je hebt er al veel over nagedacht en met mensen over gesproken. Je kent alle pro’s en con’s. Je weet nog niet eens of je er wel mee wilt stoppen. En of je dat überhaupt wel zou kunnen. Best wel een eng idee. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt er wel last van en je maakt je zorgen.

En op de een of andere manier beland je bij een hulpverlener die jou gaat proberen te helpen. Die kijkt wat geschrokken en zegt dat je vandaag nog moet stoppen, anders gaat het van kwaad tot erger. Hij of zij weet ook al hoe. En begint meteen allerlei ongevraagde adviezen en oplossingen aan te dragen. Dingen die helemaal niet bij jou passen. Je kunt vanavond nog naar een gespreksgroep. Eigenlijk is het ook wel wat onverantwoordelijk. Hoe heb je het toch zo ver kunnen laten komen? Deden je ouders het soms ook?

Tot zover deze ‘hulpverlener’. Wat voel en denk jij in zo’n situatie? En: wat zeg je? Waarschijnlijk iets dat begint met: ‘Ja, maar…’

Maar waarom werkt dit niet? De adviezen zijn toch goed bedoeld? Ongetwijfeld, maar voel je je als coachee ook gehoord, gezien en begrepen? Krijg je tijd om deze nieuwe info even op je in te laten werken? Wordt je autonomie gerespecteerd en ondersteund? Wordt er effectief met je samengewerkt?

Naast ons gezonde verstand laat ook onderzoek duidelijk zien dat ‘repareren’ niet werkt. Maar hoe moet het dan wel? De korte versie lees je hieronder.

2. Stel open vragen over verandering

Onderzoek samen de doelen, waarden en beweegredenen van je medewerker of coachee. Vraag wat hij of zij al weet over de risico’s van het gedrag of de gewoonte in kwestie. Vraag over welke veranderingen hij of zij al heeft nagedacht. Wat je wilt is dat de coachee zelf voor verandering gaat pleiten. En niet ‘sociaal wenselijk’ maar omdat-ie het meent. De taal die dan op gang komt heet ‘verandertaal’. En ja, het kan zijn dat dat niet de verandering is die jij in gedachten had. Maar misschien is deze verandering wel beter. Of op zijn minst acceptabel. En als je ook maar iets hoort dat vóór verandering pleit, dan ga je Luisteren met een hoofdletter.

3. Luister met een hoofdletter

Wie mensen wil motiveren heeft zijn oren harder nodig dan zijn mond. Laat dus merken dat je werkelijk luistert. Wees met je aandacht volledig bij de ander. En geef regelmatig reflecties (korte mini-samenvattingen) in reactie op wat de coachee zegt. Hiermee toon je ofwel begrip: ‘op tijd komen is dus lastig voor je omdat je slecht slaapt’. Ofwel prikkel je de coachee: ‘je collega’s mogen van jou wachten tot jij verschijnt’.

4. Benadruk de autonomie

Autonomie is een basisbehoefte van de mens, kijk maar naar peuters van twee. Benadruk dus expliciet de keuzevrijheid van de coachee, óók als dit bepaalde consequenties heeft. En toon begrip voor wat deze consequenties zouden betekenen. Als je heel graag een advies wilt geven, vraag dan eerst even toestemming: mag ik je een advies geven? En indien mogelijk: bied meerdere opties aan en laat de ander vrij om te kiezen.

5. Stel het belang van de ander voorop

De meeste mensen voelen haarfijn aan dat ze gemanipuleerd worden. Als je dus iemand coacht terwijl je ook hun leidinggevende bent, parkeer dan – indien mogelijk – je eigen belangen, al is het maar tijdelijk. Als dit niet kan:  wees dan volkomen helder over je eigen belangen en vertel de coachee wat je van hem / haar verwacht. Vertel ook waarom dit belangrijk is en vraag de coachee vervolgens hoe dit doel het beste bereikt zou kunnen worden.

Kortom, zoals Stephen Covey al zei: probeer eerst de ander te begrijpen voordat je zelf begrepen wilt worden!

Vond je deze blog leerzaam? Please like, comment or share!

 

Ben je of ken je iemand met een verslavende gewoonte?

Die kans is groot, want we leven in een wereld vol verslavende zaken: je smartphone, Facebook, Netflix, gamen, gokken, porno, suiker, nieuwssites en (online) shoppen…

Sommige van deze zaken lijken misschien onschuldig, maar wat als iemand ze (veel) vaker of langer doet dan hij wil? Als ze iemand ervan weerhouden om het leven te leiden waar hij of zij van droomt? De persoon te zijn die hij diep in zijn hart wil zijn?

Dit komt vaker voor dan je wellicht denkt. Ik heb al verschillende mensen gecoacht die een belangrijk deel van hun kostbare tijd verliezen door langs allerlei nieuwssites te surfen. Ongemerkt gaan zo soms uren voorbij, die ook anders besteed hadden kunnen worden. Ook veel vrienden van me vertrouwen mij toe dat ze bepaalde gewoontes hebben die ze afkeuren of die hun volle ontplooiing in de weg staan. En eerlijk is eerlijk: ik ben zelf ook niet geheel vrij van eerdergenoemde verleidingen. Gelukkig lukt het me wel om het leven te leiden dat ik wil leiden, maar er is altijd ruimte voor verbetering. Dat geldt voor mij en waarschijnlijk ook voor jou.

Daarom leek dit me een goed moment om een aantal effectieve manieren op een rij te zetten die mensen helpen om in het dagelijkse leven gezonde keuzes te maken.

NB: voor het gemak spreek ik je direct aan, maar deze blog kan natuurlijk ook gaan over iemand die je kent.

NB2: Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het averechts werkt als je iemand ongevraagd advies geeft bij verslavings-achtige gewoontes. De methode Motiverende gespreksvoering leert professionals wat wel werkt. Tip: vraag toestemming voordat je advies geeft.

NB3: deze blog is niet bedoeld om professionele verslavingszorg te vervangen! Als jij of iemand die je kent met een ernstige verslaving kampt, zoek dan professionele hulp. Deze link is een goed begin: https://www.zorgkaartnederland.nl/verslavingszorg

Hier komen de tips:

1. Verhoog je dopamine-level met sport of muziek!

Veel alledaagse verslavingen zijn eigenlijk dopamine-verslavingen: het stofje dat vrijkomt in ons brein bij iets nieuws of iets interessants. Of het nu je telefoon is, spannend nieuws of een aantrekkelijke foto van iets of iemand: het stofje komt vrij in ons brein en we voelen ons al snel anders dan een moment daarvoor. Gelukkig zijn er ook gezondere manieren om je dopamine-level te verhogen, zoals muziek luisteren of bewegen. Voel je dus een craving (= dwingend verlangen) opkomen? Zet je favoriete muziek op en/of maak een wandeling!

2. Houd een Habit-tracker bij

Sinds enige tijd houd ik in mijn bullet-journal een aantal gewoontes bij met behulp van een ‘Habit-tracker’. Mijn versie werkt als volgt: ik heb een rij met gewoontes die ik wil verminderen en een rij met gewoontes die ik vaker wil doen. Elke dag begint met 5 punten, een halfvol glas als het ware. Voor elke slechte gewoonte waaraan ik toegeef gaat er een punt af en voor elke goede gewoonte die ik die dag uitvoer komt er een punt bij. Aan het eind van de dag besteed ik 1 minuut aan een terugblik op de dag. Zo krijgt elke dag een cijfer tussen 0 en 10. Op de een of andere manier helpt die ‘minuut van de waarheid’ me om ook overdag bewustere keuzes te maken.

3. Maak gebruik van ’embodied cognition’.

Hiermee wordt bedoeld dat je lichaam effect heeft op je voelen en denken. Als je bijvoorbeeld dreigt toe te geven aan een gewoonte waar je van af wilt, doe dan het volgende. Ga rustig zitten met je armen over elkaar en zeg hiermee fysiek ‘nee!’. Je zult merken dat je na enige tijd tot bezinning komt en vrij bent om je aan hogere doelen te wijden. Onderzoek laat zien dat mensen bij deze houding beter kunnen volharden. (Bron: Ik2 – Margriet Sitskoorn)

4. Houd HALT!

In verslavingskringen is HALT een bekend acroniem voor: Hungry, Angry, Lonely, Tired. Als ons lichaam iets nodig heeft laat het ons dat weten via signalen in ons brein. Als je een verslavende gewoonte hebt, dan bestaat de kans dat je triggers door elkaar haalt. De tip is dan ook om – als je een craving voelt opkomen – bij jezelf een korte HALT-check te doen. Heb je honger? Eet iets voedzaams! Ben je boos? Sport, schrijf of praat! Ben je eenzaam? Bel iemand! Ben je moe? Slaap of neem rust! (Bron: http://coherenceassociates.com/10-tips-for-managing-cravings-and-triggers-of-any-kind/)

5. Ken en vermijd je triggers!

Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Als jij weet dat bepaalde triggers leiden tot je verslavende gewoonte, vermijd dan die triggers. Het kan een omgeving zijn, een winkel, een persoon of een website. En als je eerlijk ben, dan wéét je dat van het een vaak het ander komt. Als de trigger eenmaal je brein heeft geactiveerd is de weg terug vaak lastig, omdat je in het bekende, maar ongezonde denkspoor bent beland. De trigger vermijden is gemakkelijker dan het middel!

6. Gebruik ‘Implementation-intention’

Dit houdt in dat je anticipeert op situaties waarin het mis zou kunnen gaan. Je schrijft bijvoorbeeld op: Als X gebeurt dan doe ik Y. X is dan de situatie, bijvoorbeeld ’iemand trakteert gebak, terwijl ik wil afvallen’ en Y is jouw reactie, bijvoorbeeld ‘dan bedank ik vriendelijk en geef een korte uitleg’. Onderzoek laat zien dat deze aanpak mensen helpt hun doelen te bereiken.

Bron: Peter M. Gollwitzer
http://www.psych.nyu.edu/gollwitzer/Implementation%20Intentions.pdf

7. Trigger je nieuwsgierigheid

De mens is van nature een nieuwsgierig wezen. Deze nieuwsgierigheid kun je in je voordeel aanwenden door in jezelf te zeggen: ‘Ik vraag me af wat er gebeurt als ik vandaag eens niet toegeef…’ En verwonder je over wat er daarna gebeurt…

8. Urge-surfing

Een stap verder is het zogenaamde Urge-surfing dat wordt toegepast in de 8-weekse MBRP, de Mindfulness-based Relapse Prevention. Dit is een mindfulness-training speciaal ontwikkeld voor mensen die met een verslaving kampen. Urge-surfing houdt in dat je – zodra je een craving voelt opkomen in je lichaam – je met mindvolle aandacht hierbij blijft. Met een onderzoekende blik kijk je een paar minuten naar je binnenwereld – zonder te handelen. Je zult dan merken dat de craving net een golf is: ze komt op, wordt sterker en neemt dan weer af.

9. Name it to tame it!

Benoem je gewoonte en begroet die als ze zich voor doet. Van de Boeddha is bekend dat hij – vlak voor zijn verlichting – bezocht werd door zeer verleidelijke wezens. De reactie van de Boeddha was als volgt: hij bleef rustig zitten en zei: ‘Ik zie je, Mara’. En vervolgens lieten de verleidsters hem met rust. (Mara is de boeddhistische equivalent van de duivel). Zo kun jij ook je verslaving benoemen zodra er een ongezonde verleiding op de loer ligt. Zeg gewoon: Ik zie je ‘GSM-, Gok-, Snoep-, of seks-verslaving!’ Dit lijkt misschien vergezocht, maar ook de evidenc-based methode ACT raad vergelijkbare strategieën aan.

10. Ontmantel de craving met Living Inquiries!

Als je goed kijkt zul je merken dat een gevoel van craving bestaat uit niet meer dan woorden, plaatjes en energieën. Omdat deze met elkaar een kluwen vormen in je binnenwereld kun ze behoorlijk wat macht over j hebben. Maar wat als je deze kluwen ontmantelt? Je kunt de woorden terugbrengen tot woorden, de plaatjes tot plaatjes en de energieën tot energieën. Je zult merken dat op deze manier de kracht van je craving sterk vermindert!

(Als je je verder wilt ontwikkelen op dit vlak kom dan op zaterdag 23 juni in Utrecht naar de eendaagse try-out ‘Living Inquiries voor coaches’ die ik organiseer i.s.m. Hanneke Geraeds. De inschrijving opent binnenkort, stuur me een mailtje als je vrijblijvend op de deelnamelijst wilt)

11. Volg de gedachte tot haar einde

Soms gaat de craving niet zo gemakkelijk weg en blijven er maar gedachten komen die je aanzetten tot de gewoonte in kwestie. Wat dan kan helpen is ‘het hele filmpje afspelen’. Dit houd in dat je de gedachte volgt naar uitvoering, het schuldgevoel na afloop, de kater die je soms kunt hebben en de langere termijn gevolgen als je deze negatieve gewoonte blijft uitvoeren. Met een beetje geluk heb je tegen die tijd al geen zin meer… (Bron: http://coherenceassociates.com/10-tips-for-managing-cravings-and-triggers-of-any-kind/)

Hopelijk heb je iets gehad aan deze blog, voor jezelf of voor iemand waar je om geeft. Zo ja, please share!

Heb je zelf ook mooie tips ter aanvulling? Deel ze ajb hieronder!

Omdat ik zowel training geef in motiverende gespreksvoering, als in oplossingsgericht coachen krijg ik vaak de vraag wat nu precies de verschillen zijn tussen beide methoden. Beoefenaars van de ene ‘school’ weten vaak weinig van de andere. Ook kom ik veel vooroordelen tegen die de andere school geen recht doen. Laatst vroeg ik een Amerikaanse ‘goeroe’ op het gebied van Motiverende gespreksvoering tijdens een workshop wat hij vond van de Oplossingsgerichte benadering. Helaas bleek uit zijn antwoord dat hij de andere methode niet volledig op waarde wist te schatten. En ook andersom heb ik dat weleens meegemaakt.

Hoogste tijd dus voor een blog over deze twee fantastische methodes. Eerst zal ik stilstaan bij enkele overeenkomsten die ik denk te zien, vervolgens bij enkele verschillen en tenslotte zal ik hardop dromen over de wenselijkheid van integratie tussen beide methoden.

Voor het geval je je afvraagt of ik zelf een voorkeur heb: het is voor mij net als bij mijn twee kinderen. Ze zijn deels hetzelfde en deels verschillend. Ieder heeft zijn eigen charmes. Maar vraag me niet om te kiezen voor één van beide!

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer).

Overeenkomsten tussen MI en SF

Beide methoden zijn ruim 30 jaar oud en dus inmiddels echt volwassen. Dat blijkt ook uit onderzoek: voor beide methoden bestaat het nodige bewijs dat ze effectief zijn bij het praten met mensen over verandering. En bij beide is vervolgonderzoek wenselijk en dat gebeurt ook.

Beide methoden zijn springlevend en ontwikkelen zich voortdurend verder op basis van onderzoek, praktijkervaringen, kennis-deling op het werk, in literatuur en op congressen. Bij beide methoden zie je vaak dat beoefenaars er een beetje verliefd op worden, onder andere omdat er zo’n mooi mensbeeld onder ligt. Dat mensbeeld komt grotendeels overeen met dat van de humanistische en tegenwoordig positieve psychologie: ieder mens beschikt over kracht en wijsheid en is – onder de juiste omstandigheden – geneigd om zichzelf te ontwikkelen in de richting van een gezond, liefdevol en betekenisvol leven.

Beide methoden zijn in een specifieke, Amerikaanse context ontstaan (hierover meer bij de verschillen) en hebben zich sindsdien als een olievlek over de wereld én over diverse contexten verspreid. Beide zijn sterk in opkomst in het onderwijs – waar steeds meer op een coachende manier wordt lesgegeven.

Beide methoden staan erom bekend dat ze ‘prettig zijn in het gebruik’. Dat wil zeggen dat het toepassen ervan de coach of hulpverlener veel voldoening geeft. Ook de cliënten die het ‘ondergaan’ zijn vaak aangenaam verrast in de zin dat zij als mens voor vol worden aangezien en in zichzelf hernieuwde levenslust, energie, inspiratie, kracht, creativiteit en wijsheid vinden. Tsja, wie wil dat niet?

Beide methoden zijn toekomstgericht en kennen een heldere focus: waar werken we naar toe? Wat is de gewenste verandering? Er wordt in principe niet ‘gegraven in het verleden’ vanuit de vraag: waar is het misgegaan? Het verleden wordt vooral gezien als een rijke bron van leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven van je cliënt. De vraag is niet: wat ontbreekt er? Er wordt gekeken naar: wat is er al? Hierdoor duren de trajecten relatief kort, doorgaans variërend van 1 tot 8 gesprekken, zelden langer. Beide hebben zelfs hun waarde bewezen in hele korte gesprekjes (5 – 10 minuten).

Door de actieve luisterhouding, de waarderende, niet-oordelende blik, het serieus nemen van de ander, het zoeken van samenwerking en het ondersteunen van de autonomie ontstaat er een bijzondere, warme sfeer in gesprekken. Ook kiezen beide methodes voor een houding van niet-weten in plaats van die van een expert. Hierdoor zie je vaak dat eventuele ‘weerstand’ van de cliënt al snel afneemt en omslaat in een bereidheid tot samenwerking en zelfonderzoek.

Beide methoden zijn ‘simple but not easy’. Dit komt onder andere doordat veel mensen oude en ineffectieve reflexen bij zichzelf moeten gaan herkennen en stap voor stap vervangen door andere, effectievere reflexen. Ja, tijdens een driedaagse training kun je prima de basis aanleren en daarna zullen je gesprekken waarschijnlijk een andere kwaliteit en dynamiek krijgen. Uitgeleerd zul je echter niet snel zijn. Ik houd me met beide methoden langer dan 10 jaar bezig en leer nog dagelijks bij.

Tenslotte kenmerken beide ‘conversatiestijlen’ zich door de nadruk op het ontlokken van specifieke taal. En dat is meteen een mooie brug naar de verschillen.

Verschillen tussen MI en SF

In het geval van MI ben je als beoefenaar op zoek naar ‘change-talk’ oftewel verandertaal. Hiermee wordt bedoeld: alles wat de cliënt zegt dat vóór verandering pleit of tegen de huidige status quo. Een belangrijk deel van de verandertaal gaat over ‘het waarom’ van verandering. In het geval van SF ben je op zoek naar ‘solution-talk’ oftewel oplossingstaal. Dit zijn uitingen van de cliënt die gaan over: mogelijkheden, oplossingen, successen uit het verleden, kleine stapjes in de goede richting. Een belangrijk deel van de oplossingstaal gaat over ‘het hoe’ van verandering.

Zoals gezegd zijn beide methoden ontstaan in een heel verschillende context. Dit is interessant omdat dat volgens mij iets zegt over ‘het ideale toepassingsgebied’. Ik geloof namelijk in ‘de juiste tool voor de juiste klus’. Een hamer is bedoeld om een spijker in hout te slaan. Kun je ook een schroef in hout slaan? Natuurlijk kan dat, maar met een schroevendraaier gaat het een stuk makkelijker en effectiever.

SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. Je kunt je vast voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot het beschuldigen van elkander: ‘Waarom wij zo veel problemen hebben? Dat komt doordat papa drinkt, omdat mama zeurt, omdat de kinderen lastig zijn, omdat papa te weinig geld verdient…’ Niet erg effectief dus. De grondleggers van SF, Insoo Kim Berg en Steve de Shazer, ontdekten dat een gezin het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over positieve doelen, wat er al werkt, creatieve oplossingen en kleine stapjes in de goede richting. Als je mij nu vraagt waar SF het best op haar plaats is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties.

MI is ontstaan in de behandeling van alcoholverslaafden en ontwikkeld door Bill Miller en Steve Rollnick. Omdat dat effectief bleek, verspreidde het zich naar andere vormen van verslaving, zoals soft- en harddrugs, gokverslaving, etc. Vandaar was het een kleine stap naar het bevorderen van een gezonde leefstijl en naar zaken als behandeltrouw (medicijn-inname, meewerken aan een therapie, etc.). En inmiddels wordt MGV met succes ingezet op zo’n beetje alle gebieden waar motivatie en gedragsverandering een rol speelt, met name wanneer dat gedrag ongezond, risicovol, ineffectief, onproductief of ronduit gevaarlijk is.

Als je me dus vraagt waar MI op haar best is, dan denk ik aan: ‘gewoontegedrag waar men ambivalent over is’. Want of het nu gaat over het gebruiken van drugs, ongezond eten of het niet opzetten van je helm op een bouwplaats: al deze gedragingen leveren op korte termijn een zeker plezier of gemak op, terwijl je er op de lange termijn een prijs voor betaalt. Zie daar het grote dilemma van de mens: kies ik voor ‘snel geluk’ of voor ‘duurzaam geluk’. MI is als geen andere methode toegerust om mensen te helpen een bewuste keuze te maken in dit ‘duivelse dilemma’.

Een interessant verschil tenslotte is hoe beide modellen omgaan met ‘confrontatie’. Je kunt je vast voorstellen dat bij verslaving (en ander gewoontegedrag) er iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Dit is in feite een vorm van zelfconfrontatie en werkt al volgt. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen doelen en waarden wordt hij zich bewust van het pijnlijke contrast tussen ‘wat ik zou willen doen’ en ‘wat ik feitelijk doe’. Hierdoor ontstaat vaak een diep verlangen naar verandering. Als vervolgens het vertrouwen toeneemt en de gewenste verandering steeds meer als haalbaar wordt gezien, dan zie je dat mensen langzaam maar zeker stappen gaan zetten richting verandering.

Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak en vaak meer kwaad doet dan goed. Een SF-beoefenaar werkt allereerst aan een co-creatie relatie, gaat vervolgens op zoek naar een ‘stip aan de horizon’ en kijkt vervolgens met ‘een roze microscoop’ heel gedetailleerd naar alle hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst: wat werkt er al en wat zou er kunnen werken. De oplossingen komen daarbij niet van de coachende professional, maar van de cliënt zelf. Tegenwoordig wordt oplossingsgerichte gespreksvoering (met als aanvoerder Coert Visser) ook wel ‘progressiegericht’ genoemd en inderdaad dekt dat beter de lading.

Als ik nu het verschil tussen MI en SF tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst: willen of kunnen? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kunt, voordat je het durft te willen. Mijn overtuiging is dat beide aspecten noodzakelijk zijn en dat je nooit te lang in één van beide gebieden moet blijven hangen. Ook kun je per cliënt bekijken waar het meest behoefte aan is: aan motivatie of aan vertrouwen in eigen kunnen (zelf-effectiviteit). In het eerste geval zou ik zeggen: werk aan willen; in het tweede geval: werk aan kunnen.

Wat kunnen beide methoden van elkaar leren?

Ik ken geen methode waarbij de gespreksvaardigheden zo tot op micro-niveau zijn uitgewerkt én onderzocht als MI. Met name de vaardigheid van het ‘reflectief luisteren’ is bijzonder waardevol en voor veel mensen bepaald niet gemakkelijk om te leren. De ontvanger van deze manier van luisteren voelt zich vaak op diep niveau begrepen. In dit blog lees je meer over deze actieve, empathische en aandachtige manier van luisteren. Oplossingsgericht werkenden stellen vaak prachtige, out-of-the-box vragen die de cliënt in contact brengen met diens eigen kracht, creativiteit en wijsheid. Echter in het zoeken naar de ultieme vraag zou zo iemand wel eens door kunnen schieten en vergeten om echt met aandacht en empathie te luisteren.

Andersom zijn MI-beoefenaars er een kei in om het verlangen naar verandering aan te wakkeren. Als dit echter niet gepaard gaat met toegenomen vertrouwen dan is wat je aan het doen bent in feite ‘wreed’, zo zeggen ook grondleggers Miller en Rollnick zelf. Nu besteed ook MI wel aandacht aan het vergroten van vertrouwen in eigen kunnen, maar hierin zijn SF-beoefenaars werkelijk virtuoos, onder andere omdat zij zo heel gedetailleerd doorvragen naar alle kleine, hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst en hierbij niet snel zullen opgeven. Hier lees je meer over oplossingsgericht werken en denken.

Kortom: neem eens een kijkje in de keuken van de ander, zodat je nog beter wordt in datgene waar het uiteindelijk om gaat: effectieve gesprekken voeren over verandering met mensen die lijden. In mijn eigen trainingen en coachgesprekken merk ik dat beide methoden steeds meer door elkaar gaan lopen. Soms ook krijg ik opdrachten zoals in het onderwijs of de arbeidsre-integratie waarbij ik een goed doordachte combinatie van beide methoden aanbied. Ook spreek ik steeds vaker andere trainers die eenzelfde keuze maken.

Toekomst-muziek: motiverende oplossingsgerichte gespreksvoering!

Eerlijk gezegd hoop ik dat de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, in gezinnen, op scholen, in organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – misschien wel op mondiaal niveau.

Hoe kunnen we dat doen?

Door te onderzoeken wat onze diepste doelen en waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden, oplossingen en kleine stappen in de goede richting. En laten we daarbij niet vergeten stil te staan bij wat er al is en wat er al werkt, want er is niets motiverender dan het besef van ‘reeds bereikte progressie’.

Laten we wijzen naar mogelijkheden en oplossingen in plaats van naar elkaar…

Je bent van harte welkom om hierover van gedachten te wisselen, in een comment hieronder of face to face tijdens een van onze trainingen.

Vind je dit blog waardevol? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Laatst was ik een weekje in Zuid-Spanje en liep ik langs een 2e hands winkel met als naam ‘Nuevo para tí’, wat zoveel wil zeggen als : ‘Nieuw voor U’. Dat vind ik nou een mooi voorbeeld van een herkadering.

Voor coachende professionals kunnen herkaderingen ook een fantastische manier bieden om hun coachees een ander, nieuw perspectief aan te bieden. Coachees blinken er immers vaak in uit om zichzelf vast te zetten in een negatieve, niet-helpende interpretatie van de feiten.

Denk maar aan uitspraken als: “Ik zit helemaal klem”. “Ik wordt geofferd”. “Ik heb de boot gemist”

Omdat wij zelf niet vastzitten in het probleem en dergelijke situaties vaak al eerder hebben gezien of meegemaakt zijn we als geen ander in staat om een nieuw licht op de zaak te laten schijnen en herkaderingen zijn een mooie manier om dat te doen.

Een herkadering is eigenlijk niets meer dan ‘een nieuwe betekenis geven aan de feiten’.

Stap één is dan ook het achterhalen van die feiten door te vragen wat de coachee bedoelt als hij zegt ‘Ik zit helemaal klem’. Dan blijkt misschien dat hij een moeilijke keuze moet maken uit twee opties die hem beide onaantrekkelijk voorkomen, zoals: ‘Gaan scheiden of het uitmaken met mijn minnares’. Dit zou je dan kunnen herkaderen tot ‘een dilemma tussen hoofd en hart’, waarbij het natuurlijk raadzaam is om aan de coachee over te laten welke keuze staat voor ‘hoofd’ en welke voor ‘hart’.

Natuurlijk kun je een herkadering nooit ‘opleggen’ in de zin van ‘je moet het gewoon zo zien’. Maar wat in principe altijd kan is de herkadering vriendelijk aanbieden: hoe zou het zijn als je er zo naar kijkt? En wat zou je vervolgens anders kunnen gaan doen dat je nu nog niet doet? Mijn ervaring is ook dat je niet te snel moet willen gaan en soms eerst empathie moet bieden voor de beleving van de coachee.

Als coach kun je overigens veel voldoening scheppen uit het vinden van ‘de juiste herkadering op het juiste moment’. Dit is één van die gebieden waar je je creativiteit in kunt uitleven, mits het natuurlijk de cliënt ten goede komt anders kun je beter columns gaan schrijven.

Om je te inspireren heb ik een paar herkaderingen op een rijtje gezet die vaak van pas komen tijdens coach-gesprekken:

1. Een tegenslag of mislukking wordt een leerervaring.

De Dalai Lama heeft ooit gezegd: ‘If you loose, don’t loose the lesson’. Dit lijkt logisch maar heel veel mensen, zeker als ze wat meer een fixed mindest hebben, geven snel op na een tegenslag of mislukking en concluderen dat het er voor hen niet in zit.

2. Een verplichte huiswerkopdracht wordt ‘een interessant experiment’

Bij het oplossingsgericht coachen worden in feite nooit opdrachten gegeven, want wie heeft er sinds de middelbare school nou zin in ‘een opdracht’. Het doen van een experiment heeft een hele andere lading. Experimenten mogen immers mislukken of anders uitpakken dan verwacht en net als bij een scheikundige met reageerbuizen: je leert altijd iets!

3. Angst voor het onbekende wordt ‘het begin van een spannend avontuur’

Erken eerst: het lijkt me een lastig dilemma voor je, want je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt en natuurlijk is dat eng… Aan de andere kant zie je ook in dat je zo ook niet verder kunt. Hoe zou het zijn als je er naar kijkt als een spannend avontuur dat jou roept?

4. ‘Ik weet niet of ik het wel kan’ wordt ‘een kans om te groeien’

Er is een prachtig citaat dat toegeschreven wordt aan Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’ Is dat niet net zo waar als bij voorbaat denken dat je iets niet kan? Eigenlijk zegt zo iemand: ‘ik ben bang dat ik faal als ik het probeer…’ Precies om die reden moedigt de oplossingsgerichte aanpak vaak aan om te beginnen met hele kleine stapjes en experimenten, maar om in ieder geval te beginnen en niet te blijven hangen in faalangst.

5. Lijden wordt: ‘groeien in compassie’

Een van de mooiste boeddhistische uitdrukkingen vind ik: ‘No mud no lotus’. Hiermee wordt bedoeld dat als je geen lijden (modder) hebt meegemaakt, je ook geen compassie (lotusbloem) kunt ontwikkelen voor andere mensen die lijden. Overigens begint compassie vaak met zelf-compassie, mindfulness of zorgen voor jezelf als je het moeilijk hebt. Het alternatief is namelijk ‘vechten of vluchten’ en helaas is dat op lange termijn vaak geen houdbare strategie.

6. Lastig gedrag van een 3e wordt ‘een leraar op je pad’

Was het maar zo dat andere mensen zich altijd gedragen als liefdevolle supporters van ons en onze goede bedoelingen… Helaas zijn er altijd partners, collega’s buren en kinderen die ‘roet in het eten gooien’. Maar in plaats van hen te zien als hindernissen kun je er ook naar kijken als ‘leraren’. Ik geef toe: niet iedereen zal hier zo maar voor open staan. Maar als je zo iemand treft kan het enorm transformerend werken om bijvoorbeeld ‘The Work van Byron Katie’ te doen. Een van haar stellingen is: ‘Judge your neighbour and turn it around!’

7. Ongewenste emoties worden ’Helpende boodschappers’.

Veel mensen weten zich geen raad met de zogenaamde ‘negatieve’ emoties, terwijl die toch echt bij het leven horen en zelfs een belangrijke functie kunnen hebben! Zo betekent faalangst vaak dat je iets héél graag wilt… Angst is (iig oorspronkelijk) een signaal om alert te zijn voor mogelijk gevaar. Boosheid betekent vaak dat een belangrijke behoefte niet wordt vervuld of dat er een grens wordt overschreden. Verdriet betekent dat het tijd is om te rouwen en een bepaald verlies te verwerken.

8. Een problematische situatie als ‘de roep van de heldenreis’

Dit lijkt wat vergezocht, maar voor sommige coachees (jongeren, fantasy-fans) werkt het erg goed om een beroep te doen op de fantasie: ‘Stel je was een held zoals Frodo of Superman’en dit probleem was voor jou de oproep van een avontuurlijke reis… Wat zou je dan nu als eerste gaan doen? Wie zou je mentor kunnen zijn of worden? En waarin zou jij nu je moed kunnen tonen?

9. ‘Een verkeerde beslissing’ wordt ‘je beste optie op dat moment’

Mensen kunnen zichzelf jarenlang op de kop geven voor ‘een verkeerde beslissing’. Doodzonde want de realiteit is dat iemand die beslissing destijds heeft genomen en dat hij simpelweg niet kan weten hoe zijn leven was gelopen als je iets anders had besloten. We fantaseren vaak dat dan alles beter zou zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Misschien heeft die beslissing wel ons leven gered… Het is veel helpender om die ene beslissing te zien als: ‘je beste optie van dat moment’

10. ‘Ik lijd dus er is iets mis met me’ wordt: ‘Ik lijd dus ik ben normaal!’

Dit is misschien wel de ultieme herkadering! ACT en mindfulness beschouwen pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten als ‘normale menselijke ervaringen die horen bij een rijk en betekenisvol leven’. Iemand die dergelijke gedachten of gevoelens heeft en die veroordeelt of zich er tegen verzet heeft er eigenlijk een extra probleem erbij: de emoties plus de overtuiging dat er iets mis is met je. De pijn die dan ontstaat noemen we in ACT ook wel ‘vuile pijn’ en die is een stuk lastiger te verdragen dan de aanvankelijke ‘schone pijn’.

Persoonlijk ben ik heel blij met dit inzicht, want laten we eerlijk zijn: wie kent er géén pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten? Zodra we die gedachten en gevoelens normaliseren zetten we de coachee (of onszelf) terug in de eigen kracht. Hier lees je trouwens een blog over het omgaan met lastige emoties.

Tot zover de 10 handige herkaderingen!

Welke herkadering gebruik jij vaak voor jezelf of voor je coachees? Please comment!

Vond je deze blog nuttig? Please like or share!

Wat is de mooiste, meest helpende vraag die jij ooit hebt ontvangen?

En: wat was daarop jouw antwoord?

Er is geen krachtiger gereedschap voor een coachende professional dan een goede vraag gevolgd door een aandachtige stilte…

Omdat ik zo gefascineerd ben door de kracht van vragen ben ik ze gaan verzamelen. Hieronder vind je 10 supervragen die gegarandeerd het gesprek een productieve wending geven, mits je ze op het juiste moment stelt. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze open zijn en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid neerleggen waar-ie hoort: bij de coachee. Het mooie daarvan is dat ook de kracht, wijsheid en eventuele oplossingen komen te liggen waar ze horen: wederom bij de coachee.

De vragen zijn natuurlijk afkomstig uit de drie methodes waarin wij training geven: Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht Coachen en ACT.

Omdat vragen niet op zich zelf staan geef ik per vraag een klein stukje context waarin die vraag het meest passend is. Hier komen ze:

1. Een vraag die metéén aan het begin van het gesprek de coachee aan het denken zet is de volgende:Hoe kunnen we zorgen dat dit voor jou een nuttig gesprek wordt?”

2. Als iemand klaagt over anderen of de verantwoordelijkheid afschuift en je de invloed van je coachee bespreekbaar wilt maken:Dat lijkt me lastig… En hoe vormt dit een probleem voor jou?”

3. Als de coachee zich gedwongen voelt om deel te nemen aan jouw begeleiding:
Het is vast heel naar om verplicht te worden tot een gesprek. Wat is de reden dat je toch bent gekomen?”

4. Als iemand last heeft van vooroordelen:Hoe kun je bereiken dat mensen je anders gaan zien?”

5. Als iemand last heeft van een ongezonde of zelfs destructieve gewoonte:Stel je zou niks veranderen en je gaat / leeft op dezelfde manier verder… Wat gebeurt er dan met je?

6. Als je iemand’s persoonlijke waarden wilt verhelderen:Stel je staat bij Petrus aan de hemelpoort en hij vraagt wat voor iemand je bent geweest. Wat wil je dan kunnen zeggen?

7. Als je iemand wilt uitdagen, maar niet te veel en niet te weinig:Met welke volgende stap zou jij jezelf kunnen uitdagen?”

8. Als iemand door (faal)angst niet uit de verf komt:Als jij de goedkeuring van de hele wereld had en het kon niet mislukken… wat zou je dan gaan doen?”

9. Als je iemand vaker ziet en niet weet hoe je moet beginnen:Welke vraag zou je vandaag willen beantwoorden?”

10. Als je aan het eind van het gesprek commitment wilt ontlokken:Wat wil je met jezelf afspreken hierover?”

Welke vraag vond jij het meest nuttig? Of: welke krachtgerichte vragen stel jij zelf graag? Laat het me weten in een comment hieronder!