Volgens mij vraagt deze tijd – naast moed en wijsheid – vooral om compassie:

Compassie met de zorgverleners aan de frontlinie.

Compassie met mensen die ziek zijn.

Compassie met eenzame, bange, verdrietige of zelfs rouwende mensen.

Compassie met kleine ondernemers die hun inkomen zien verdampen.

Compassie met grote gezinnen in kleine huizen.

Compassie met iedereen die ik hier vergeet.

En last but not least…. Compassie met jezelf

Zowel oude wijsheid als modern onderzoek stellen dat compassie iets is dat je kunt oefenen.

En gek genoeg begint dat bij zelfcompassie. Want hoe meer daarvan je aan jezelf kunt geven, hoe meer je vervolgens aan anderen te geven hebt. Als je eerst je eigen kopje vult, dan gaat-ie daarna overstromen…

Maar hoe doe je dat: zelfcompassie beoefenen?

Volgens Kristin Neff valt zelfcompassie uiteen in drie elementen:

1.     Vriendelijk zijn voor jezelf: behandel je zelf als een goede vriend(in). Oefen positieve zelfspraak. Verzorg je lichaam met aandacht. Vergeef jezelf voor fouten en leer ervan. Neem tijd om te ontspannen en reflecteren. Schrijf iets constructiefs in een dagboek of lucht je hart.

2.     Gedeelde menselijkheid: besef dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten, dat wordt nu duidelijker dan ooit. Dit hoort ook bij mens zijn op deze planeet. Sterker nog: het is van alle tijden. Wij mensen hebben bovendien veel meer gemeenschappelijk dan dat we van elkaar verschillen. We willen allemaal gezond, veilig, gelukkig, geliefd en van betekenis zijn. We willen allemaal onze dierbaren beschermen. We vinden Corona allemaal spannend. Dus doe iets aardigs voor een ander, daar wordt je zelf ook blij van. Laat je inspireren door de talloze positieve initiatieven die nu overal op ploppen.

3.     Mindfulness: Oefen jezelf in een milde, open aandacht; ben aanwezig voor jezelf en /of je dierbaren, blijf zoveel mogelijk met je aandacht in het hier en nu, vergeef jezelf als dat weer even niet lukt en begin opnieuw, geniet van kleine dingen, tel je zegeningen en het moeilijkste van alles: erken je emoties: benoem ze of laat ze bewust toe in je lichaam, zodat ze kunnen komen en ook weer gaan. Herhaal eventueel de woorden: ‘Ook dit gaat voorbij’.

Als ik het zelf even zwaar heb, dan doorloop ik vaak deze drie stappen en na afloop voel ik me altijd wat lichter.

Mocht dit gedachtegoed je aanspreken, dan heb je wellicht ook plezier van onze gratis cursus Positieve psychologie.

En deel ajb deze blog of je eigen gedachten hieronder!

Stel je eens voor dat je ergens mee worstelt en op zoek bent naar een coach. Waarschijnlijk hoop je dat je toekomst er anders uit gaat zien dan je heden, want waarom zou je anders naar een coach op zoek gaan? Je zoekt wat op internet en je ziet dat je kunt kiezen uit twee coaches bij jou in de buurt: coach A en coach B.

Coach A belooft je dat je dat je na een aantal sessies veel meer inzicht zult hebben in jezelf en / of de oorzaak van je problemen. Hij/zij werkt onder andere met gevalideerde vragenlijsten en een inzicht gevende methode van gespreksvoering. Helaas kan coach A niet garanderen dat je probleem zal verdwijnen en / of dat je gewenste toekomst dichterbij zal komen.

Coach B belooft je dat je na de eerste sessie waarschijnlijk meteen al dingen anders zult aanpakken en dat je na een aantal sessies duidelijk op weg bent naar je gewenste toekomst. Helaas kan coach B niet garanderen dat je meer inzicht zult krijgen in jezelf en/of de oorzaak van je problemen.

En nu komt-ie: met welke coach ga je in zee?

Zelf heb ik – na ervaringen met beide typen hulpverleners n.a.v. een burn-out in 2008 – een duidelijke voorkeur ontwikkeld voor het type B.

En natuurlijk kan dat voor jou anders zijn.

Leidt inzicht tot actie?

Toch wil ik je hierover even laten nadenken. Een aanname die ik veel tegen kom is dat inzicht leidt tot actie. Oftewel: als de coachee maar voldoende inzicht heeft in zichzelf en/of de oorzaak van problemen, dan zal hij/zij wel in actie komen om dingen te veranderen. Hiervoor is bij mijn weten geen enkel bewijs te vinden. Sterker nog: het is een bekend fenomeen dat sommige cliënten van therapeut naar therapeut hoppen in een eindeloze zoektocht, zonder daadwerkelijk dingen te veranderen. Een vergelijkbaar fenomeen is ‘Parallysis Analysis’, dat zoveel betekent als: ‘verlamming’ door te veel piekeren over de oorzaak van je problemen. De centrale vraag hierbij is vaak: ‘wat is er mis met mij?’ Je kent vast wel iemand in je omgeving die daar aan lijdt.

Of leidt actie tot inzicht?

Persoonlijk ben ik er van overtuigd geraakt dat de omgekeerde aanname minstens zo waar is en in elk geval veel pragmatische waarde heeft: actie leidt tot inzicht! Stel dat een coachee genaamd Anna nogal sub-assertief is en dus iedereen wil pleasen en veel te vaak ‘ja’ zegt. Dikke kans dat ze ook een beetje moe is geworden van al dat pleasen. Als Anna na een eerste coachgesprek met coach B besluit om af en toe eens ‘nee’ te gaan zeggen, dan is zij in elk geval in actie gekomen. Dat is op zich natuurlijk al prachtig, maar er gebeurt nog meer. Anna is nu aan het leren van wat wel en niet werkt in het proces van assertiever worden. Ze merkt dat ze best in staat is om ‘nee’ te zeggen. En dat sommige mensen zeggen: ‘geeft niks, dan zoek ik even verder’. En ja, er zullen ook mensen teleurgesteld reageren en zeggen ‘zo ken ik je niet, Anna… Dat valt me tegen van je!’ En ook dát is leerzaam.

Wennen aan Anna 2.0

Kennelijk moeten andere mensen ook wennen aan Anna 2.0. En als ze hierin blijven hangen, dan zijn ze misschien wel erg op zichzelf gericht en hebben ze weinig interesse in Anna’s welzijn. Dit is voor Anna natuurlijk niet prettig om te ontdekken, maar wel degelijk leerzaam. En als Anna volhoudt – onder aanmoediging van de coach – dan zou ze na een tijdje zomaar kunnen ontdekken dat Anna 2.0 prima in staat is om bij zichzelf te checken of ze ‘ja’ of ‘nee’ wil zeggen en bovendien voet bij stuk te houden als dat nodig is. Ook zal ze merken dat het erbij hoort dat ze zich soms een beetje schuldig voelt, bijna alsof haar gevoelsleven óók nog een beetje moet wennen. Zie je hoeveel inzicht Anna – als onverwachte bonus – opdoet door eerst in actie te komen?

Wie is coach B?

En nu de hamvraag: hoe lukt het coach B om zijn of haar coachee zo snel in beweging te krijgen? Welnu, dat kan op verschillende manieren. In elk geval kan coach B zowel een provocatieve als een oplossingsgerichte coach zijn. Beide typen coaching staan erom bekend dat de coachee heel snel in actie komt en dat er nauwelijks tot geen tijd wordt besteed aan ‘graven in het verleden’ of ‘zoeken naar verklaringen’. En bij beide typen coaching is er een voorkeur voor de aanname: Actie leidt tot inzicht. Een Oplossingsgerichte coach zal die aanname in de praktijk brengen door eerst samen een aantrekkelijke stip aan de horizon te creëren. Wellicht zegt Anna daarover het volgende: ‘Ja, ik zou heel blij zijn als ik wat meer energie zou hebben, meer tijd voor mezelf en meer regie over mijn leven… en ik denk dat ik daarvoor moet leren om mijn grenzen beter te bewaken’. Vervolgens zou de Oplossingsgerichte coach op zoek gaan naar momenten dat dat Anna al een heel klein beetje lukt en stap voor stap dit succes gaan uitbouwen op een manier die bij Anna past.

En nu provocatief…

Een Provocatieve coach heeft exact hetzelfde doel, maar pakt het wat onorthodoxer aan. Die zou Anna misschien uitdagen om in het hier en nu al haar grenzen te gaan bewaken. Misschien door er expres een klein beetje over heen te gaan, maar altijd met een liefdevol plagende basishouding en een ondeugende twinkeling in de ogen. Dat zou zo kunnen klinken: ‘Anna voor je verder gaat… Ik merk opeens dat ik wat dorst heb… en eigenlijk ben ik ook heel moe opeens… zou jij even wat water voor mij willen halen in de keuken?’ Als Anna dit doet, dan zal de coach misschien nog een stapje verder gaan, net zo lang tot Anna zegt: ‘Ja, ho eens even! Nu is het genoeg!’ Zo hebben provocatieve coaches in de praktijk al verzoeken gedaan tot: opruimen van bureau’s, verplaatsen van dozen, vertellen van een goede mop, etc. Het mooie hiervan is dat de coachee op speelse wijze in het hier-en-nu wordt verleid tot een informeel rollenspel. Voor hij of zij het doorheeft is ‘de oefening’ voorbij en is het succes al behaald.

“Dit gesprek mag wel op Youtube, toch?” 

Onlangs coachte ik een man die graag wat assertiever wilde worden en met wie ik eerder ook al provocatief had gewerkt. Laten we hem Thomas noemen. Toevallig was het zo dat ik meteen na hem nog een coachee had, met wie ik de afspraak had dat ik de sessie mocht opnemen op video. Daarom stonden de camera en lampen al klaar, vol gericht op zijn stoel. Toen Thomas binnen kwam en verbaasd naar de camera keek, antwoordde ik doodleuk: ‘Oh, ja, ik wilde ons gesprek  even op nemen… Voor op Youtube… Marketing enzo… Dat vind je wel goed, toch?’ Tot mijn verbazing vond hij het nog  goed ook, terwijl het natuurlijk niet in de haak was wat ik deed. Daarom ging ik nog een stapje verder: ‘Ok, zei ik, maar dan moet je wel een heel gewillige coachee spelen… Anders is het natuurlijk geen goede reclame voor mij…’ Het duurde even, maar uiteindelijk kwam hij – gelukkig – in verzet en zei: ‘Ja eh, sorry, hoor, maar eh… het gaat hier toch om mij?’ Pas toen ik met een knipoog zei dat ik dat wel een beetje egoïstisch van hem vond viel er een kwartje bij hem. Achteraf zei hij dat hij deze ‘real-life oefening’ erg leerzaam vond. En natuurlijk heb ik geen opnames op Youtube gezet.

Absurde verklaringen

Zowel bij Oplossingsgericht als bij provocatief coachen stimuleer je enorm het creatieve denkvermogen van de coachee. Bij Oplossingsgericht coachen doe je dat onder andere door de coachee in een ontspannen en optimistische stemming te brengen, te onderzoeken wat al werkt en hier creatief op voort te bouwen. De provocatieve coach doet het ook hier nogal onorthodox, namelijk door allerlei verklaringen en oplossingen voor het probleem te geven, maar… alléén absurde! Dit werkt het beste als de coachee ook vraagt om een verklaring of oplossing. Hij krijgt dus wat-ie vraagt, alleen net een beetje anders. Gek genoeg heeft dit vaak een soort brainstorm-effect op de coachee: die komt zelf op nieuwe, creatieve oplossingen.

Bij coachees die assertiever willen worden, zoals Anna of Thomas, zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan speels-absurde-verklaringen-met-knipoog, zoals:

  • ‘Het is vast je spirituele karma om gewoon heel erg dienend door het leven te gaan… Dat is toch prachtig!’
  • ‘Waarschijnlijk ben jij al heel pleasend en onderdanig geboren… Heb je ooit gehoord dat je als baby al zelf je luiers probeerde te wassen? En liever de fles had dan borstvoeding om je moeder te ontzien?’
  • ‘In een vorig leven was jij vast een hele gemene grootgrondbezitter die zijn onderdanen afbeulde… en in dit leven moet je daarvoor boeten…  pech voor jou, maar wel heel rechtvaardig!’

Absurde oplossingen

Doordat de verklaringen zo absurd zijn, komt je coachee vaak snel tot het inzicht dat-ie zo niet verder gaat komen. En bijna als vanzelf dient dan de vraag naar een oplossing zich aan. Ook die kan hij krijgen, maar uiteraard wel met een knipoog:

  • Zeg gewoon standaard: het spijt me, maar dat doe ik nooit op donderdag. Zo hoef je alleen maar te onthouden welke dag van de week het is… Dat kan zelfs zo iemand als jij!’
  • ‘Eet de hele dag cup-a-soup en roep steeds als iemand je kamer binnenkomt: ‘Nú even niet!’
  • ‘Maak een T-shirt met de tekst: ‘Zie ik er soms uit als een pleasende, onderdanige sukkel?’

Op de één of andere wonderlijk wijze triggert dit vaak een gezonde reactie bij de coachee: ‘Wat een onzin! Dan kan ik nog beter gewoon rustig en duidelijk ‘nee’ zeggen… Of aangeven dat ik er even over na wil denken!

Hierop kun jij als coach weer reageren met: ‘Ja, zeg, als het zo makkelijk was… Dan had je het al gedaan… Dus eh… dat kun jij toch niet!’. Hier ga je mee door totdat de tijd op is of de coachee zegt: ‘Genoeg van die onzin! Ik zal je bewijzen dat ik prima voor mezelf kan opkomen!’

Waarop jij als coach kunt zeggen: ‘Nou.. ik moet het nog zien, maar vooruit… Op hoop van zegen dan maar!’

Meer weten over Provocatief coachen? Kijk eens hier.

Meer weten over Oplossingsgericht coachen? Kijk eens hier.

Wil je reageren op deze blog? Laat hieronder een comment achter!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please share!

 

In 2009 vroeg ik aan William Miller, één van de grondleggers van motiverende gespreksvoering, of je bij bij deze methode ook humor mocht inzetten. Ik had namelijk zelf provocatief coachen geleerd voordat ik in aanraking kwam met motiverende gespreksvoering en ik vermoedde dat bij beide methoden – hoewel heel verschillend – soortgelijke processen speelden. Zijn antwoord was een tegenvraag: ‘Komt er verandertaal op gang als je dat doet? Zo ja, dan is het prima.’ Omdat dat in mijn ervaring inderdaad vaak gebeurt wil ik dat eens onderzoeken om zo een steentje bij te dragen aan het nog beter onderbouwen van de kracht van provocatief coachen.

Voor mensen die motiverende gespreksvoering nog niet kennen, eerst een korte toelichting. Motiverende gespreksvoering is een bewezen effectieve gespreksmethode, afkomstig uit de verslavingszorg. Als je motiverende gespreksvoering (MGV) toepast, dan ben je je terdege bewust van een aantal dingen.

1. Ambivalentie: je weet dat mensen vaak ambivalentie ervaren ten aanzien van de verandering; zij hebben tegelijkertijd redenen om wel én om niet te veranderen. Denk maar aan iemand met een verslaving; het brengt hem wat, vooral op de korte termijn en het kost hem heel veel, maar ach, dat merk je pas op de lange termijn.

2. De reparatiereflex werkt averechts: je weet dat als je mensen probeert te overtuigen van het belang van verandering, (dit noemen we ‘de reparatiereflex’) dat zij bijna automatisch jou gaan overtuigen van het tegendeel. De taal die je dan hoort heet ‘behoudtaal’ en maakt de kans op verandering juist kleiner, want de coachee overtuigt op dat moment zichzelf van het belang om niet te veranderen: ’Maar ik heb alcohol nodig om me te ontspannen!’

3. Verandertaal: je wilt dus andere taal ontlokken, namelijk verandertaal; dit betreft alles wat de coachee zegt dat pleit vóór verandering of tegen de huidige gang van zaken: ‘Ik maak me wel zorgen over mijn alcohol-gebruik, want…’ Op de een of andere manier overtuigt de coachee nu zichzelf van het belang van verandering.

4. Basishouding: om verandertaal te kunnen ontlokken heb je een bijzondere basishouding nodig. Je streeft er dan ook altijd naar om zo goed mogelijk oordeelsvrij, compassievol en geïnteresseerd te zijn en waar mogelijk de samenwerking te zoeken. Daarnaast dien je de juiste vragen te stellen, de coachee te bevestigen en heel actief te luisteren – op zoek naar verandertaal.

Tot zover deze ultra-korte samenvatting. Als MGV nog nieuw voor je is, dan kun je hier een gratis Ebook downloaden en meer lezen.

Ambivalentie werkt als een wip-wap!

Laten we het begrip ‘ambivalentie’ eens nader onderzoeken. Een treffend beeld voor ambivalentie ken je al sinds je de Donald Duck las: een persoon met een engeltje en een duiveltje boven beide schouders. Als we even bij het voorbeeld blijven van iemand met een alcoholprobleem, dan kun je je voorstellen dat het engeltje dingen zegt als: ‘Stop nu toch met die alcohol, het maakt je nog kapot! Je verwoest je gezondheid, je relaties, je dromen, kortom: je leven!’

Het duiveltje zegt juist dingen als: ‘Lang leve de lol! Zonder alcohol is het leven maar saai. Je moet toch ook kunnen ontspannen en genieten van het leven!’

Het bijzondere is nu, dat ambivalentie werkt als een wip-wap. Als jij als hulpverlener/coach in de reparatiereflex schiet en dus engeltjes-achtige dingen gaat zeggen, dan kun je er vergif op innemen dat de coachee het duiveltje gaat verwoorden. Dan krijg je dus behoudtaal en overtuigt de coachee zichzelf van de noodzaak om niet te veranderen, weet je nog?

Goed nieuws voor provocatieve coaches

Het goede nieuws voor provocatieve coaches is nu dat dit óók de andere kant op werkt! Je kunt als coach – liefdevol plagend en met een twinkeling in je ogen – het duiveltje gaan verwoorden. Wat er dan gebeurt is heel wonderlijk: omdat dit vaak dingen zijn die de coachee zelf ook denkt, voelt hij zich op een bijzondere manier begrepen. Tegelijk is het ook een beetje verwarrend, omdat een hulpverlener of coach normaal gesproken niet dit soort dingen zegt. Uit de hypnotherapie weten we dat verwarring gunstig is; het is een beetje alsof je de grond omploegt, zodat er weer nieuwe zaadjes in kunnen. Maar het mooiste is: de kans is heel groot dat de coachee nu verandertaal gaat spreken; hij gaat dus zelf vóór verandering pleiten (‘Ik wil stoppen/minderen met alcohol, omdat…’) en tegen het huidige, ongezonde gedrag (‘Het maakt mijn leven stuk’).

Een provocatief gesprekje dat ik ooit voerde ging ongeveer als volgt:

Coachee: Mensen zeggen dat ik te veel alcohol drink…

Coach: Ja, weet je, mensen zeggen zoveel…

Coachee: Nou, misschien hebben ze wel een punt…

Coach: Ik weet niet welke azijnpissers dat zeggen, maar ik weet wel dat een beetje alcohol op zijn tijd de feestvreugde verhoogt, niet waar?

Coachee: Ja, okee, een beetje alcohol op zijn tijd… Maar ik drink elke dag!

Coach: Nou en? Dan heb jij gewoon elke dag plezier, toch?

Coachee: Ja, wacht even, zit je me nu in de maling te nemen?

Coach: Hoe zo? Wil je soms beweren dat jij dit niet zelf ook denkt?

Coachee: Ja wel, maar op deze manier word ik niet oud.

Coach: Ja, niet oud… je weet sowieso niet hoe oud je wordt als mens… Straks stop je met drinken en dan kom je onder een tram!

Coachee: Wat een onzin! Volgens mij kom ik eerder onder een tram als ik blijf drinken… Nee, ik wil het echt anders gaan doen vanaf nu.

Coach: Hoe dan? Alleen op feestjes drinken? Dat lukt je toch niet!

Coachee: Nou, misschien wel helemaal stoppen. In elk geval voor een tijdje.

Coach: Ja ja, een tijdje… voor twee dagen zeker… drinken na elke werkdag en dan tijdens het weekend even rustig aan doen…

Coachee: Haha, heel grappig… Nee, twee dagen zet geen zoden aan de dijk. Ik denk minstens aan 6 maanden.

Coach: Een half jaar, toe maar!

Tot zover het gesprekje… Heb je de verandertaal opgemerkt?

Verschillende soorten verandertaal

Nu bestaan er wel zeven verschillende soorten verandertaal, maar als ik het even heel simpel houd kom ik op deze drie:

1. Willen: alles wat de coachee zegt te willen ‘in de gezonde richting’

2. Kunnen: alles wat de coachee zegt, dat getuigt van zelfvertrouwen

3. Er klaar voor zijn: alles wat de coachee zegt, dat getuigt van ‘readiness’ (gereedheid).

Als je MGV inzet probeer je die talen te ontlokken, o.a. door bepaalde vragen te stellen en reflectief te luisteren.

Als je provocatief werkt doe je dit door de coachee – vanuit goed contact, liefdevol plagend en met een twinkeling in je ogen – te ‘overtuigen’ van het omgekeerde van deze drie zaken.

 

Provocatief coachend zeg je dingen als:

1. Waarom zou je dat in vredesnaam willen? Ik kan zo tien redenen bedenken waarom dat een slecht idee is. Heb je er bijvoorbeeld aan gedacht hoe chagrijnig jij dan wordt voor je huisgenoten? Etc. etc.

En met frisse tegenzin laat je je overtuigen door de verandertaal van de coachee. Vervolgens zeg je dingen zoals:

2. Okéé, je wilt het… vooruit… maar even heel eerlijk: je gelooft toch zeker niet echt dat je dat voor elkaar kunt krijgen?

En opnieuw laat je je met gezonde tegenzin overtuigen door de coachee. En tenslotte zeg je dingen als:

3. Oké, oké, je wilt het en je zegt dat je het kunt… Maar eh… toch niet nu, zeker? Loop nu niet te hard van stapel! Het lijkt me echt verstandig als je jezelf eerst grondig voorbereidt hierop zodat je straks – over een jaar of drie – goed beslagen ten ijs komt!

En dan rond je af met een vriendelijk: ‘Nou… het zal mij benieuwen…’

Tot zover deze verkenning van een raakvlak tussen PC en MGV. In de toekomst volgen nog blogs die het raakvlak verkennen met oplossingsgericht coachen en met ACT.

Nieuwsgierig geworden?

Voel je de kracht van de verbindende humor en speelse uitdaging die hierin zit? Smaakt het naar meer? Neem dan eens een kijkje bij de vijfdaagse training Provocatief coachen die twee keer per jaar start!

In deze unieke training krijg je een grondige basis in het Provocatieve coachen aangereikt op een manier die heel dicht blijft bij ‘evidence-based coaching practice’. We zullen namelijk verbanden leggen met Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen en Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Voor zover ik weet zijn wij de enige in Nederland, misschien wel ter wereld, die dit aanbieden. Iets voor jou? Weet dat je welkom bent, precies zoals je bent!

Ooit coachte ik een zeer intelligente en verzorgd uitziende, homoseksuele man. Laten we hem ‘Jack’ noemen. Jack vertelde dat hij graag een vriend wilde, maar eigenlijk niet bereid was om daar moeite voor te doen – met als resultaat dat hij nu al jaren alleen was. Aanvankelijk vond hij dat prima, maar nu hij ouder werd, begon hij hier toch wel moeite mee te krijgen. Hij had gezien dat ik als provocatief coach actief was en had me hier speciaal op uitgekozen: ‘Ik wil graag een stevige aanpak, want dat softe gedoe werkt toch niet bij mij’. Ik vond het wel een mooie uitdaging, dus ik stelde voor om op korte termijn af te spreken in het Coachhuis.

Als je mij kent, dan weet je hoe belangrijk ik het vind om evidence-based te coachen. Er wordt namelijk nog veel te vaak ineffectief gecoacht: achterhaalde psychologische ideeën, eenzijdige kennisoverdracht, ineffectieve vragen stellen, oordelen, ongevraagd adviseren, de reparatiereflex…

Soms zie ik mensen zelfs dingen doen waarvan ik weet dat ze averechts werken en dat is jammer, want het gaat wel over mensenlevens en de wetenschap heeft inmiddels méér dan genoeg bewijs in handen om ons te informeren over ‘wat werkt’ in coaching.

Begin dit jaar verscheen bijvoorbeeld het mooi vormgegeven en inhoudelijk sterke boek Evidence-based coachen. Geschreven door de psychologen Pieternel Dijkstra en Eefje Rondeel

Hierin worden beknopt vier methoden beschreven, waarvan wij er in drie training geven: Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen, Acceptance and Commitment Therapy (ACT).

In het voorwoord van dit boek staat echter:

‘Andere methoden, zoals provocatief coachen, komen niet aan bod in dit boek. Dat wil niet zeggen dat deze in de praktijk niet zouden werken, maar wel dat er nog niet voldoende empirisch bewijs bestaat voor de effectiviteit ervan’.

Ik ben het uiteraard volledig eens met beide auteurs en toch ben ik óók een enorme fan van Provocatief coachen… Hoe leg ik dat uit? Ik heb daar drie goede redenen voor:

Provocatief coachen was mijn eerste grote liefde…

Laat ik heel eerlijk beginnen: Provocatief coachen is mijn eerste grote liefde op coachgebied… Ik leerde haar kennen vóór de andere genoemde methoden. En je weet wat ze zeggen: je eerste liefde vergeet je nooit meer.

Ten tweede geloof ik niet dat er een methode bestaat die altijd en overal de beste keuze is. Ik geloof sterk in ‘the right tool for the job’. In het verleden heb ik vaak mee gemaakt dat ik niet verder kwam met één van de genoemde methoden en dat het een provocatieve interventie was die de boel weer losmaakte.

Ten derde ben ik ervan overtuigd dat óók als je al effectief coacht, je enorm je mindset en toolbox kunt verrijken met een gezonde dosis provocatieve psychologie. Al is het maar om ook zelf als coach veerkrachtiger te worden en minder bang om fouten te maken.

Andersom geloof ik dat provocatieve coaches nog effectiever worden als ze de werkzame elementen van de genoemde evidence-based methoden leren kennen en inzetten.  De verschillen zijn namelijk niet zo groot als ze soms lijken.

Provocare, latijn voor: ‘naar voren roepen’

Alle genoemde methoden hebben namelijk wortels in de humanistische psychologie en met name in het werk van Carl Rogers. Ook al lijkt het niet altijd zo: óók een provocatieve coach werkt – als het goed is – vanuit onvoorwaardelijke acceptatie van de coachee als persoon. Een andere mooie overeenkomst vinden we in het woord provocare dat latijn is voor ‘naar voren roepen’, oftewel: ontlokken. Bij alle genoemde methoden gaan we ervan uit dat alles wat de coachee nodig heeft om te veranderen al in hem of haar aanwezig is: motivatie, wijsheid, kracht, creativiteit, de mogelijkheid om dingen te leren. Dit alles geldt zeker ook voor provocatieve coaching, alleen vindt het ontlokken op andere wijze plaats: niet zo zeer door vragen te stellen, maar door de coachee liefdevol te plagen en humorvol uit te dagen.

Ik neem je graag mee naar mijn eerste gesprek met Jack om je te laten zien hoe bijna als vanzelf de werkzame elementen van de genoemde evidence-based methoden in het gesprek naar voren kwamen.

(NB: Moeilijk in geschreven tekst over te brengen, maar wel essentieel is dat je als provocatief coach altijd werkt vanuit de magische mix van warm contact, humor en uitdaging.  Als het goed is, kan de coachee dit voelen en vaak ook zien aan de twinkeling in je ogen.)

Zo te horen ben jij het best bewaarde geheim van de gay-scene…

Bij motiverende gespreksvoering streef je ernaar om verandertaal te ontlokken, zodat de coachee zichzelf overtuigt van de noodzaak tot verandering. Verandertaal betreft dus alle uitingen van de coachee die pleiten vóór verandering of tegen de huidige gang van zaken.

Nadat ik met Jack had kennis gemaakt en er een prettig en ontspannen contact was ontstaan legde ik nog eens kort uit wat je van provocatieve coaching mag verwachten. ‘Dat is precies wat ik zoek’, antwoordde hij. Snel checkte ik bij mezelf of ik onvoorwaardelijke acceptatie voor deze man kon opbrengen. Dat lukte prima, dus nu kon ik aan de slag!

Mijn eerste provocatieve interventie klonk als volgt:

‘Zo te horen ben jij gewoon het best bewaarde geheim van de gay-scene. Ze moeten jou echt komen zoeken. En jij verstopt je niet in een darkroom, maar gewoon in je designappartement. Dat is nog eens playing hard to get.’ Daarop zei hij: ‘Ja, ja, stop maar. Ik weet het: ik moet eropuit als ik iemand wil vinden. Op deze manier wordt ik eenzaam oud en dat lijkt me geen fijn perspectief…’

Zie je de verandertaal ontstaan?

Vervolgens hemelde ik de ‘voordelen’ op van het kluizenaarsbestaan en werd hij op zijn beurt steeds stelliger in zijn uitspraken dat hij nu toch écht in actie moest komen.

Misschien kunnen we een soort Expedition Jack organiseren!

Als oplossingsgericht coach streef je ernaar dat de coachee zelf een aantrekkelijk en haalbaar doel verwoordt en vervolgens hardop nadenkt over oplossingen, mogelijkheden, positieve uitzonderingen, dingen die al werken, hoopgevende signalen, kleine stappen, etc. Een prachtige methode, maar wat doe je als de coachee steeds een oplossing van jou wil horen? Een provocatieve manier om hiermee om te gaan is dat je de coachee geeft waar hij om vraagt, maar dan net even anders: je biedt dan wel oplossingen aan, maar alléén absurde…

Dit heeft vaak het effect van een brainstorm en zorgt er voor dat de coachee zelf met realistische oplossingen komt.

Zo opperde ik in het gesprek met Jack:

‘Misschien kunnen we een soort ‘Expedition Jack’ organiseren, waarbij we jou verstoppen op een onbewoond tropisch eiland, en dat knappe BN’ers dan allerlei moeilijke opdrachten moeten doen om uiteindelijk jou als prijs te kunnen winnen. Dat zou nog weleens een kijkcijferkanon kunnen worden ook! Wat zeg je van dit fantastische idee?’

Hierop antwoordde hij: ‘Wat een onzin. Dan kan ik nog beter gewoon een leuke contactadvertentie plaatsen.’

Ik: ‘Ja, maar wat als er niemand op reageert?’

Hij: ‘Ja, dat is dus mijn angst… Misschien moet ik iets gaan doen waarbij ik op een ontspannen manier nieuwe mannen leer kennen…’

Ik: ‘Dat klinkt leuk, maar heb je dat wel in je?

Hij; ‘Rotzak! Natuurlijk heb ik dat in me! In mijn werk doe ik niet anders!’

Zie je de oplossingen en het toenemende zelfvertrouwen? Zo verkenden we verschillende mogelijke oplossingen. En toch ontbrak er nog iets…

‘Waarschijnlijk moet ik aanvaarden dat liefde niet bestaat zonder pijn…’

Je kent vast wel de beroemde Serenity Prayer: “Geef mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat ik kan veranderen, en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.”

Zowel bij ACT als bij provocatief coachen stimuleer je dat mensen veranderen wat ze niet kunnen accepteren en accepteren wat ze niet kunnen veranderen. Welke keuze ze daarbij maken is uiteraard aan hen; jij bent hier slechts de gids.

Als provocatief coach kun je dit doen door op uitdagende wijze te stellen dat een probleem volstrekt onoplosbaar is en vervolgens de coachee met een twinkeling in je ogen aankijken. Het is heel wonderlijk wat er dan gebeurt. De ene coachee legt zich erbij neer en zegt: ‘Tsja, misschien moet ik inderdaad accepteren dat dit bij mijn leven hoort… En de andere coachee veert op en reageert met vechtlust: ‘dat zullen we nog wel eens zien!’ En soms gebeurt er iets nog mooiers: de coachee ‘vindt de wijsheid om het verschil te zien’:

Ik: ‘Ja, Jack, als het zo makkelijk was, dan had je dat natuurlijk al lang gedaan! Nee hoor, ik vrees dat jij gewoon eenzaam en alleen oud zult worden. Ik denk dat je dat gewoon zult moeten accepteren… (twinkel, twinkel)’

Jack (hoofdschuddend): ‘Nee… Nee, dat kan ik niet accepteren. Ik denk dat het probleem dieper ligt… Waarschijnlijk kan ik gewoon heel slecht omgaan met afwijzing… Ik moet er niet aan denken dat ik naar een leuke man uitreik en dat hij mij afwijst… Maar ja, kennelijk hoort dat er bij… Waarschijnlijk moet ik aanvaarden dat liefde niet bestaat zonder pijn…’

Zie je de wijsheid ontstaan? En het mooie is: die komt hier van de coachee en niet van de coach!

Hopelijk heb ik je met deze blog geïnspireerd om wat vaker de magische mix van warm contact, humor en uitdaging in te zetten!

Mocht je willen investeren in je verdere ontwikkeling als coach, overweeg dan eens deel te nemen aan onze vijfdaagse training Provocatief coachen! Daarin leer je provocatief coachen vanaf de basis, maar ook zullen wij diverse linken leggen met de genoemde evidence-based coachmethoden. Voor zo ver ik weet is dit uniek in Nederland en Vlaanderen (misschien zelfs in de wereld… ;o)

Vond je deze blog leuk en/of nuttig? Please like or share!

Oh ja, je wilt natuurlijk weten hoe het met Jack afliep… Toen we de coaching afrondden had hij verschillende dates gehad. Zijn grote liefde had hij nog niet ontmoet, maar wel had hij zijn grootste angst (die voor afwijzing) inmiddels voldoende overwonnen om verder te gaan op het ingeslagen pad…

Vannacht – ik lag toch wakker – las ik het nieuwe boek van Rutger Bregman uit: ‘De meeste mensen deugen’. Laat ik beginnen met de loftrompet te blazen voor het vijfde boek van deze jonge historicus (hij is 31). Het is lang geleden dat ik weer eens zo gegrepen was door een non-fictie boek. Omdat Bregman je meeneemt bij zijn eigen ontdekkingstocht leest het als een avonturenroman. Bovendien weet hij moeiteloos inzichten te verbinden uit de psychologie, biologie, antropologie, archeologie en economie. En het mooiste is: daar komt een mensbeeld uit naar voren dat wat mij betreft realistisch is en tegelijk zeer hoopgevend. En een beetje hoop kunnen we best gebruiken!

Natuurlijk is er ook kritiek op zijn boek

Dat is ook te verwachten als iemand de moed heeft om een aanname ter discussie te stellen die onder zo’n beetje alles ligt wat we doen. Die aanname kun je samenvatten als: ‘de meeste mensen deugen niet’. En daarom moeten we blijkbaar alles voorkauwen, bureaucratiseren en controleren. Helaas leidt dit er ook toe dat de creativiteit, de intrinsieke motivatie en de levenslust soms ver te zoeken zijn. Bregman citeert een OESO onderzoek dat stelt dat Nederlandse leerlingen het minst gemotiveerd zijn van alle onderzochte landen. Best zorgelijk en waarschijnlijk ook herkenbaar voor veel docenten. Over de kritiek: ik heb er drie tot mij genomen en weet je wat me opviel? Alle drie de auteurs hadden duidelijk zijn boek niet gelezen, hooguit de proloog. Tsja, dat is wel een beetje makkelijk.

En wat is dan die ontdekkingstocht van Bregman?

Je hebt vast weleens gehoord van bekende psychologische onderzoeken, zoals het Stanford Prison experiment, de elektrische schokken van Stanley Milgram en het Bystander effect n.a.v. de moord op Catherine Genovese. Welnu, al die onderzoeken zijn door kritische wetenschappers opnieuw onder de loep genomen en Bregman neemt je mee naar wat daar werkelijk gebeurde. Het Prison Experiment blijkt meer weg te hebben van een geënsceneerd toneelstuk. Bij de schokken-machine geloofde meer dan de helft van de proefpersonen niet dat de schokken echt waren. Catherine Genovese kreeg wel degelijk moedige hulp van een buurvrouw, zij het te laat. En onderzoek van de Deense sociaal psychologe Lindegaard n.a.v. beveiligingscamera’s in grote wereldsteden laat zien dat in 90% van de gevallen mensen elkaar juist wel helpen! Misschien zag dat er ongeveer zo uit:

The lord of the flies, maar dan in het echt…

Helemaal smullen wordt het als Bregman beschrijft hoe hij een echte ‘Lord of the Flies’ op het spoor komt. In dit beroemde, fictieve boek spoelen een aantal jongens aan op een onbewoond eiland… En veranderen uiteindelijk in wilde dieren… aldus de korte versie. Bregman vraagt zicht echter af of zo iets misschien ooit in het echt gebeurd is en neemt je mee op zijn zoektocht. Uiteindelijk ontmoet hij in Brisbane de heren op leeftijd Mano Totau en Peter Warner. Mano Totau was één van de zes jongens die in 1965 met een gestolen vissersboot aanspoelden op het eiland ‘Ata in de Stille Oceaan en Peter Warner was de man die hen 14 maanden later aantrof in goede gezondheid en samenlevend in volmaakte harmonie. Het verhaal leest als een sprookje en Bregman zegt hierover: het werkelijke verhaal zou te zoet zijn voor Hollywood.

Klopt ons mensbeeld nog wel?

Het zijn onder andere dit soort onderzoeken en verhalen die ons mensbeeld hebben gevormd. Oh ja en het nieuws natuurlijk, dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld en dat alles behalve representatief is voor het dagelijkse leven van de mensheid als geheel. En dan heb ik het nog niet eens over het ‘Filter-bubbel-effect’ waarbij we door de algoritme’s van sociale media voortdurend worden bevestigd in ons eigen gelijk. Zo vind jij het vast óók moeilijk om te geloven dat de wereld nog nooit zo veilig is geweest als nu. Toch laten cijfers zien dat dit het geval is. Uit Bregman’s boek komt dan ook een heel ander mensbeeld naar voren dan waar velen van ons in geloven, namelijk dat van een door en door sociaal en intrinsiek gemotiveerd dier dat waarschijnlijk het resultaat is van de ‘Survival of the friendliest’.

Voor de helderheid: dit is niet een verzinsel van Bregman. Zowel de psychologie, de biologie als de archeologie ontwikkelden de laatste decennia steeds meer consensus in de richting van dit hoopgevende mensbeeld en weten dit ook nog te onderbouwen. Bregman schuwt trouwens ook de moeilijke onderwerpen niet, zoals oorlog, corruptie, racisme en terrorisme. En ook daar blijkt de realiteit vaak anders dan je zou verwachten. Zo blijkt de gemiddelde soldaat het erg moeilijk te vinden om een tegenstander neer te schieten. Kortom: het lijkt erop dat ons mensbeeld aan een update toe is: waarschijnlijk deugen de meeste mensen. Helaas haalt dat zelden de media, want goed nieuws verkoopt niet. En ja, soms doen mensen ook dingen die niet deugen en die krijgen helaas heel veel podium. Best gevaarlijk, trouwens, want het brengt mensen die daar vatbaar voor zijn nogal eens op slechte ideeën.

Vraag niet of het waar is, maar vraag wat het gevolg is van je aanname

Hoe overtuigend het boek van Bregman ook is, uiteindelijk is heel moeilijk te bewijzen of de mens nu deugt of niet. Voor beide stellingen zul je bewijs vinden en het is dus ook heel lastig om iemand die er anders over denkt dan jij, van het tegendeel te overtuigen. Er bestaat echter ook zo iets als het Placebo-effect en – het omgekeerde hiervan – het Nocebo effect. De dingen worden vaak waar, juist omdat we ze geloven. Verwant hieraan is de Self-fulfilling prophecy: als iedereen gelooft dat een bank zal omvallen en daarom zijn geld opneemt… Ook deze effecten onderbouwt Bregman met fascinerende verhalen. Dus wat staat ons te doen als we willen dat mensen deugen? Het antwoord is simpel en heeft desondanks nogal grote implicaties als we het echt serieus zouden nemen. Het antwoord luidt: mensen behandelen alsof ze deugen.

Wat gebeurt er als je mensen behandelt alsof ze deugen?

Ach, dit heeft alleen maar implicaties voor hoe je de maatschappij, hoe je bedrijven en hoe je scholen effectief en menswaardig inricht…

Maar weet je, ik ben geen politicus noch organisatie- of onderwijsadviseur. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ blijft een mooi gezegde. Ik weet echter wel iets over coachende gespreksvoering. En ook daar speelt ons mensbeeld een belangrijke rol. Ook hier is het de vraag hoe we naar de intenties én de competenties van de coachee kijken. In literatuur en trainingen over Motiverende gespreksvoering wordt vaak Goethe geciteerd:

Als je iemand behandelt zoals hij is, zal hij blijven zoals hij is, maar als je hem behandelt alsof hij is wat hij zou moeten en kunnen zijn, zal hij worden wat hij zal moeten en kunnen zijn’.

En in Oplossingsgerichte gespreksvoering wordt vaak geadviseerd om de perceptie (de eigen waarheid) van de ander te respecteren en om bij negatief gedrag een gesprek te beginnen met: ‘Je hebt vast goede redenen om…’ Het is dan ook mooi om te zien dat onder deze methoden duidelijk de aanname te vinden is die de titel is van Bregman’s boek: De meest mensen deugen. Om dit abstracte gegeven iets concreter te maken heb ik drie adviezen voor elke coachende professional. Ze zijn niet nieuw, maar krijgen in het kader van Bregman’s boek wel een geheel nieuwe lading. Ze zijn ook niet per se waar, maar ik durf te stellen dat ze wel een groot verschil maken voor hoe mensen zich bejegend voelen en hoe zij zich vervolgens gaan gedragen. En pas als echt het tegendeel blijkt is het raadzaam om je aanname te herzien. Maar in elk geval weet je dan zeker dat jij dit gedrag niet zelf hebt opgeroepen…

Hier komen ze:

1. Ga ervan uit dat die ander de waarheid spreekt, al is het zijn of haar eigen waarheid.

2. Ga ervan uit dat de ander positieve intenties heeft

3. Ga ervan uit dat de ander competent is

Conclusie

Wat is nu mijn conclusie over het boek van Bregman? Is het een must read? Nou, als je dagelijks met mensen werkt (kinderen of volwassenen) en dus ook – bewust of onbewust – je beslissingen baseert op de intenties die je die mensen toedicht, dan zeg ik: wees ondeugend, leg onmiddelijk je werk neer en loop nu naar de boekwinkel of bestel hem hier.

PS: Vond je deze blog lezenswaardig? Wil je ook hoop en optimisme verspreiden? Deel dan ajb deze blog in je netwerk of plaats een comment!

Onlangs was ik 5 dagen in Dublin voor het wereld ACT-congres, samen met collega Jaantje Thiadens. Alle grote ACT-namen waren aanwezig en tjonge, wat hebben wij een boel inspiratie opgedaan! Hieronder deel ik één van de hoogtepunten met je. Als je liever wilt kijken & luisteren, klik dan op het YouTube filmpje hieronder.

Janina was 3 toen bij haar in de buurt de Chernobyl-ramp plaatsvond

Ik werd enorm geraakt door het verhaal en de workshop van Janina Scarlet. Zij was drie jaar oud toen bij haar in de buurt de kernramp van Tsjernobyl plaatsvond. Haar familie wist dat dit gebeurd was, maar besefte onvoldoende dat het drinkwater en lokale voedsel besmet was met radioactief materiaal. Dit had enorme impact op haar. Haar immuun-systeem kelderde en zij werd extreem gevoelig voor wisselingen in het weer. Zij kreeg heftige migraine aanvallen en zelfs beroertes. Een griepje betekende een week alleen in het ziekenhuis. Uiteindelijk bracht zij een groot deel van haar jeugd in ziekenhuizen door.

Geef jij soms licht in het donker?

Alsof dat niet genoeg was, kregen zij en haar familie te maken met extreme vooroordelen, waardoor het gezin genoodzaakt was te vluchten naar de VS. Het pesten hield echter niet op. Op de middelbare school werd zij door kinderen behandeld alsof ze besmettelijk was en vroegen kinderen haar of ze soms ‘licht gaf in het donker’. Ze voelde zich een freak en wilde op veel dagen het liefste maar dood zijn.

Toen ontdekte zij de X-men…

Op zeker moment raakte zij in de ban van superhelden. Vooral de serie X-men sprak haar aan, omdat de helden van deze serie mutanten zijn, die – net als zij – door radio-activiteit zijn aangetast. Vooral de superheldin ‘Storm’ fascineerde haar. Waarom? Omdat zij het weer kan controleren – precies wat Janina altijd andersom meemaakte, want het weer controleerde juist haar… Zij haalde enorm veel steun uit deze fantasie-wereld. Later studeerde zij af als psychologe en raakte zij bovenmatig geïnteresseerd in de kracht van fantasie, identificatie en voorbeeldfiguren in het therapeutische proces. Na heel veel onderzoek en praktijk-ervaringen ontwikkelde zij een bijzondere variant van ACT, genaamd Superhero Therapy. Hiermee hielp ze al met veel succes jongeren én volwassenen met depressie, angststoornissen en PTSD. Ze schreef verschillende publicaties en stond al op vele podia als spreker. In haar boek ‘Superhero Therapy’ (een soort zelfhulpboek voor jongeren in de vorm van een superhelden comic) maakt ze de ACT-vaardigheden heel toegankelijk en aantrekkelijk. Mindfulness noemt ze ‘Training the Hero’s mind’, defusie is ‘breaking the spell’ en bereidheid noemt ze: ‘The ultimate weapon – the sword of Willingness’.

‘Met jou ga ik dus echt niet praten!’

Een prachtige illustratie hoe deze therapie werkt is de volgende casus: een Keniaanse therapeut volgde bij haar een training. Het sprak hem aan, maar hij vroeg zich tevens af of hij wel op deze manier kon werken, want hij kende helemaal geen superhelden. Janina stelde hem gerust: ‘je hoeft alleen maar nieuwsgierig te zijn naar de superhelden van de jongere waarmee je werkt. Kort daarna sprak hij een beschadigd meisje van 15 met een heel verleden van pleeggezinnen dat na twee seconden al zei: ‘Met jou ga ik dus echt niet praten!’ Hij liet zich niet uit het veld slaan en zei: ‘Ok, geef me één kans… Als ik het je echt niet bevalt, zal ik je niet meer lastig vallen’. Het meisje ging schoorvoetend akkoord en de eerste vraag die hij stelde was: ‘Ik wil je graag wat beter leren kennen… Is er misschien een serie die je graag kijkt met daarin een of andere superheld? Het meisje – lichtelijk verbaasd over deze vraag – antwoordde: ‘Ja, ik vind Ant-man wel cool, hoezo?’ De therapeut: Ok, Ant-man… ik ken hem niet, vertel eens wat meer over hem? Het meisje: ‘Ant-man kan krimpen tot de grootte van een mier…’ De therapeut:  ‘en waarom vind je dat mooi?’ Het meisje: ‘Er zijn heel veel situaties waarin ik dat soms ook wel zou willen’. Een lang verhaal kort: het werd een mooi gesprek dat uitmondde in een nuttig therapeutisch traject.

Wat ik zo mooi vind aan Superhero Therapy

Wat ik zo mooi vind is dat deze benadering de kracht van de fantasie optimaal benut. Het praten over superhelden biedt eigenlijk een metafoor die gemakkelijk op maat te maken is en die de harde dagelijkse realiteit hanteerbaar maakt. Ondertussen wordt de jongere subtiel in de rol van superheld geplaatst. Het kan zo maar gebeuren dat een jongere als ‘slachtoffer’ aan de coaching / therapie begint en er als superheld weer uit komt. Het verbindt voor mijn gevoel ook de kracht van de wondervraag uit het Oplossingsgerichte werken met de rijke toolbox-for-life, genaamd ACT.

Superheld-vragen die je kunt stellen

Ik ben zeker geen expert op dit vlak, maar met wat ik weet van ACT en coaching i.h.a. kan ik me voorstellen dat je dit soort open vragen kunt stellen aan een jongere die daar voor open staat:

  • Naar welke serie / films kijk je graag?
  • Wie vind jij een coole superheld?
  • Op welke superheld zou je wat meer willen lijken? Waarom?
  • Wat zou [superheld x] doen in de situatie waarin jij nu zit?
  • Wat haal je hieruit voor jezelf?
  • Wat zou jij kunnen doen?
  • Wat is eigenlijk jouw ‘origin-story’?
  • Wat heb je hiervan geleerd?
  • Welke super-powers moest jij ontwikkelen om deze lastige situatie / periode goed door te komen?
  • Welke super-powers zou je (nog verder) willen ontwikkelen?
  • Als coach / therapeut is het mijn taak om jongeren zoals jij wat extra super-powers mee te geven… Wil je weten welke ik zoal in de aanbieding heb?
  • Elke superheld heeft ook een zwakte, zoals ‘Kryptonite’ bij superman. Dat maakt hem niet minder als superheld, maar het is wel belangrijk dat hij deze zwakte kent. Hoe zit dat bij jou?
  • Hoe kun je hier zo mee omgaan dat je er minder / geen last van hebt?
  • Elke superheld heeft ook een soort missie. Wat denk je dat jouw missie is?
  • Wat is er voor nodig om je missie te volbrengen?
  • Wat kan een eerste, kleine stap zijn?
  • Van welke superheld zou ik iets kunnen leren denk jij?
  • Welke superpower zou mij tot een betere therapeut / coach maken?
  • Hoe kan ik voor jou een goede mentor zijn en je helpen om je missie te volbrengen?

Ik ben heel benieuwd wat je van deze blog en vooral van Janina en haar Superhero Therapy vindt. Laat het me vooral weten in een comment hieronder!

Werk je al (deels) op deze manier? Deel vooral je ideeën en ervaringen!

Wil je hier meer over weten? In het najaar verzorg ik een driedaagse Verdiepingstraining ACT en ik ben voornemens om daarin ook aandacht te besteden aan Superhero Therapy!

 

We zien onze collega’s soms meer dan onze dierbaren. Bovendien nemen we ons werk op de een of andere manier ook vaak mee naar huis. Reden genoeg om te zorgen dat je op je werk een beetje gelukkig bent, toch? En dan hebben we het nog niet eens gehad over het feit dat gelukkige werknemers beter presteren en minder vaak ziek zijn. In deze blog lees je mijn ups en downs rondom werkgeluk en leer je hoe je jouw eigen werkgeluk drastisch kunt verhogen!

Ik geef mijn werkgeluk een 9, maar dat is zeker niet altijd zo geweest

Van 2001 tot en met 2016 heb ik in het reclasseringsveld gewerkt. Globaal gezien kijk ik daar met veel plezier op terug; ik heb er veel momenten van voldoening ervaren en ontzettend veel geleerd. Er waren zelfs momenten dat ik dacht: ‘’Tsjonge, dat ik hier voor wordt betaald… ik zou dit ook gratis doen!’ Zoals toen we in een tof team met een aantal jongvolwassen ex-gedetineerden gingen kanoën, klimmen en trommels bouwen… Ondertussen leerden we hen belangrijke levenslessen over samenwerking, zelfbeheersing en communicatie.

Rond 2007 kwam ik echter in een flinke dip terecht. Ik werkte toen bij een project dat – onder toeziend oog van het Ministerie van Veiligheid en Justitie – de opdracht had om een nieuwe training te ontwikkelen: Cognitieve vaardigheden voor ex-gedetineerden met een licht verstandelijke beperking. De training moest 36 bijeenkomsten omvatten en zo veel mogelijk evidence-based zijn. Ga er maar aan staan! We werkten in een nieuw team met de nodige spanningen, onder hoge tijdsdruk en met onduidelijke kaders. Terwijl we de training ontwierpen voerden we hem ook uit. Dus soms werkten we op vrijdag aan de bijeenkomst die maandag in een gevangenis zou worden gegeven. Zelf had ik een senior-functie, veel relevante kennis en ervaring en ik voelde me – zo bleek achteraf – veel te verantwoordelijk. Ik ervoer heel veel druk en weinig autonomie.

Alsof mijn bordje niet vol genoeg was kwam er thuis ook een tegenslag. Mijn tweede kind, een zoon dit keer, werd geboren met enkele medische complicaties. Tijdens zijn eerste maand lag hij twee keer in het ziekenhuis. En ja, het onvermijdelijke gebeurde: ik kwam in een (lichte) burn-out terecht. Ik was doodmoe, voelde me down en zag het allemaal nogal somber in.

In deze tijd was het werkplezier ver te zoeken, dat snap je

En toch was het juist werkplezier dat me ook weer hielp uit dit dal te klimmen. Blijf nog even, dan leg ik het je uit. Ik was natuurlijk flink geschrokken en wilde niet alleen uit dit dal klimmen, maar liefst ook voorkomen dat dit nog eens zou gebeuren. Dus ik voerde wat gesprekken hier en daar. Ik maakte lange wandelingen in mijn uppie. En ik schreef hele dagboeken vol. En oh ja, ik volgde ook nog een mindfulness cursus.

Het werkte: stap voor stap ging ik weer zien en vooral voelen waarvan ik tot leven kwam. Er ontstond een nieuwe richting. Nog half in de burn-out besloten mijn vrouw en ik terug te verhuizen naar Rotterdam, onze beider geboorteplaats. En – het klinkt onlogisch, ik weet het – binnen een maand schreef ik me ook nog even in bij de Kamer van Koophandel. Naast mijn baan, die ik ondertussen weer had opgepakt, wilde ik ook graag een eigen bedrijfje starten. Het is geen standaard recept bij een burn-out: ga verhuizen en start een bedrijf naast je baan! En toch werkte het: ik kreeg weer levenslust en knapte langzaam maar zeker steeds verder op.

Ik volgde een opleiding tot mindfulness-trainer en begon in het plaatselijke buurthuis een ‘Mindfulness-oefengroep’. Ik kreeg zelfs zo de smaak te pakken dat ik mijn leidinggevende vroeg of ik iets mocht doen wat eigenlijk helemaal niet bij mijn functie hoorde: een Mindfulness-training geven in de gevangenis. Ik kreeg niet alleen toestemming (als je dit leest: nogmaals dank voor je vertrouwen, BvdE!), maar we vonden zelfs een gevangenis die ons – bij gebrek aan een zomerprogramma – toestond om een pilot Mindfulness-training te geven. En daar in die gevangenis vond ik mijn werkgeluk weer!

Het klaver 4 model

Klaver 4 model – overgenomen met toestemming

Laten we nu eens een theorie over werkgeluk erbij pakken, bijvoorbeeld het Klaver 4 Model dat  Lieke Bezemer beschrijft in haar boek ‘Werkgeluk werkt!’ Mijn verhaal sluit één-op-één aan op dit model: Ik deed iets waar ik voor 100 % in geloofde bij mensen die dit heel goed konden gebruiken [Betekenis], buiten de gebaande paden [vrijheid], waarbij ik mijn talenten mocht inzetten [Talenten] samen met twee like-minded collega’s [Relaties].

En nu even 8 jaar fast forward: ik werk nu als zelfstandig trainer en coach en doe het werk dat ik het liefste doe [Vrijheid], met mijn favoriete collega-ZZP’ers [Relaties], ik geloof dat we de wereld een klein stukje mooier maken [Betekenis] door onze kennis, ervaring en skills in te zetten [Talenten]… Nu snap je waar die huidige ‘9’ vandaan komt!

En nu over naar jou…

Ik wil je graag helpen om je werkgeluk – indien je dat wenst – te verhogen!

Volg simpelweg onderstaande vier stappen:

Stap 1: Scoor jezelf eens op deze vier facetten van werkgeluk:

Betekenis:          0 |————————————————————————–| 10

Vrijheid:             0 |————————————————————————–| 10

Talenten:            0 |————————————————————————–| 10

Relaties:             0 |————————————————————————–| 10

Stap 2: Kies er nu eens één uit die je wilt verhogen en stel jezelf de vraag: Wat gaat er desondanks al goed op dit gebied? Wat maakt dat je het geen 0 geeft? (Dat hoop ik tenminste)

Stap 3: Misschien hoeft het geen 10 te worden… Met welk cijfer zou je tevreden zijn? Hoe ziet de situatie er dan uit? Wat is er dan anders?

Stap 4: Hoe ziet op de schaal één stap hoger dan nu eruit? Wat zal je volgende, kleine stap in de goede richting zijn? En wat zullen de eerste signalen zijn waaraan je merkt dat er vooruitgang is?

Heb je de vragen echt beantwoord? Gefeliciteerd! Jij neemt je werkgeluk serieus en dat juich ik enorm toe, want geluk is besmettelijk! Als je later tijd hebt, doe het dan nog een keer met één van de andere 3 facetten.

Spreekt deze manier van werken aan vooruitgang je aan? Ik heb simpelweg vier oplossingsgerichte vragen gesteld. Oplossingsgericht coachen is een methode waarvan onderzoek laat zien dat het de kans op burn-out vermindert! En uit eigen ervaring en die van vele coachende professionals weet ik ook dat het je werkplezier enorm doet toenemen. Daarom gaat mijn tweede boek over deze methode!

De vier werkgeluk-vergroters:

Om je nog een stapje verder te helpen heb ik – per klaverblad – een persoonlijke tip voor je. Hier komen ze:

  1. Betekenis: sta eens stil bij de vraag hoe jij het leven van andere mensen (of dieren) verbetert. Haal eens enkele van die mensen voor de geest of stel je ze levendig voor. Denk eens terug aan momenten van dankbaarheid bij die ander, de momenten waar je het voor doet. Hoe kun je meer van dit soort momenten creëren?
  1. Vrijheid: we zien vrijheid vaak als iets om te krijgen, maar het is eerder iets dat je kunt verwerven. Als je bijvoorbeeld laat zien dat je meer durft en aankunt, verwerf je daarmee vaak ook meer vrijheid. Vrijheid gaat ook over je stem laten horen en het podium durven pakken. Ben je bijvoorbeeld enthousiast over één van onze methoden? Trommel wat collega’s bij elkaar en vertel ze wat je hebt geleerd – daar worden zowel jijzelf als je collega’s beter van!
  1. Talenten: maak eens onderscheid tussen de talenten/sterke kanten die je energie kosten en de talenten/sterke kanten die je energie geven. Onderzoek of je je kunt ontwikkelen in de richting van de tweede groep, die zullen je waarschijnlijk gelukkiger maken dan de eerste groep. De eerste groep heb je waarschijnlijk ooit noodgedwongen moeten aanleren en dat is prima, maar genoeg is genoeg. Zoals Joseph Campbell zei: follow your bliss!
  1. Relaties: soms hopen we – onbewust – in relaties (thuis of op het werk) iets te krijgen. Denk hierbij aan erkenning, empathie, aandacht, energie. Maar relaties zijn veel meer een plek om te geven, want daarvan worden we uiteindelijk het gelukkigst. Als je daarop focust zul je verrast zijn over wat je – als een onverwachte bonus – terugkrijgt!

Wil je duurzaam investeren in je eigen werkgeluk? Overweeg dan eens onze Jaartraining PECAN: Positief, Effectief Coachen anno Nu! In 11 dagen, verspreid over een jaar, leer je drie bewezen, effectieve methoden uit de Positieve Psychologie: Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen en Coachen met ACT en Mindfulness. Telkens weer zien wij onze deelnemers tijdens dit jaar enorm groeien, zowel in zelfvertrouwen als in (werk)geluk. Ook jij ben van harte welkom!

Vond je deze blog nuttig? Please share!

Vind je er iets van? Laat een reactie achter, ik ga graag het gesprek aan!

Onlangs volgde ik een tweedaagse workshop bij Sue Young.

Zij reist de hele wereld over om docenten te leren hoe zij op een oplossingsgerichte manier een klimaat kunnen scheppen waarin pesten niet langer een probleem is. In een vorig leven was zij docente in de havenstad Hull, een ruige stad met veel problemen en de laagste inkomens van de UK.

Nog vóór zij van de Oplossingsgerichte aanpak hoorde, bedacht ze: ‘Wacht even: als we willen dat pesten stopt, dan moeten we misschien eerst bedenken wat we in de plaats willen van pesten…’ Zij zag namelijk te vaak gebeuren dat er een pest-probleem werd gesignaleerd, dat iedereen in rep en roer was, dat er groots werd uitgepakt om het pesten z.s.m. te laten stoppen, met als resultaat… dat het pesten toenam.

Wat je aandacht geeft groeit

Zo had ze nog een aantal overtuigende en tegelijk schrijnende voorbeelden:

Tienerzwangerschappen stoppen met grootschalige voorlichting? Ze namen toe.

Criminaliteitspreventie door schoolkinderen een kijkje te laten nemen in de gevangenis? De jeugddetentie nam toe.

Schorsingen en spijbelen? Wacht laten we eerst grondig de oorzaak onderzoeken, zodat… Beiden namen toe.

Had ik al gezegd dat wat je aandacht geeft, groeit?

Ok, maar hoe moet het dan?

Wel, het goede nieuws is dat aandacht ook de goede dingen laat groeien, alleen moeten we heel helder hebben wat ‘de goede dingen’ precies zijn. Wat wil je in de plaats van het pesten?

Haar ervaring is dat docenten – als ze daar in een ontspannen sfeer de tijd voor nemen – het snel eens worden over het antwoord op deze vraag: een vriendelijke atmosfeer, waarin leerlingen elkaar steunen, accepteren en in hun waarde laten, zodat iedereen zich veilig voelt en zichzelf durft te zijn.

Vervolgens kun je met elkaar brainstormen over vragen als:

  • Wanneer zien we nu al kleine signalen van deze gewenste situatie?
  • Hoe kunnen we die versterken?
  • Wat heeft eerder al goed gewerkt?
  • Hoe kan elke betrokkene (docent, leerling, ouder, staf) hieraan een steentje bijdragen?
  • Waarbij kunnen we hulp vragen aan ouders en leerlingen?
  • Wat zullen de eerste signalen zijn waaraan we straks zullen merken dat het de goede kant uitgaat?
  • Hoe kunnen we die vooruitgang vieren?

Sue Young is ook de ontwikkelaar van de Support-group aanpak. Hierbij organiseert zij rondom een kind dat wordt gepest een support-groep bestaande uit: enkele vriendjes, enkele omstanders en ja wel: enkele voormalige pesters. Alleen worden die laatsten nooit als zodanig benaderd. Er wordt ze simpelweg verteld dat het kind in kwestie momenteel niet zo gelukkig is en vervolgens vraagt Sue of ze haar willen helpen om het kind zich weer gelukkig te laten voelen. Het antwoord is vrijwel altijd ‘ja’…

Hoe dit komt? Ik vermoed doordat er niemand beschuldigd wordt van ‘pesten’ en doordat – in plaats daarvan – het kind dat voorheen pestgedrag vertoonde wordt gevraagd om iets heel moois te doen, namelijk een ongelukkig iemand weer gelukkig maken. De eerste die met een idee komt (‘Ik kan Anny bij de poort opwachten en haar een goeie dag wensen!’) wordt door Sue trouwens steevast met erkenning en complimenten ontvangen. Hierna volgen snel meer ideeën: ‘Ik kan bij haar gaan zitten tijdens de lunch!’, ‘Ik kan haar uitkiezen bij gym!’

Ik kreeg letterlijk tranen in mijn ogen bij al haar verhalen.

Wat je aandacht geeft groeit.

Als je nu denkt: ‘dit klinkt te mooi om waar te zijn’, weet dan dat Sue die reactie heel vaak heeft gekregen. In een wereld waarin lineaire causaliteit de norm is, kunnen we maar moeilijk bevatten dat de realiteit vaak een circulair systeem is waarbij alles invloed heeft op alles. Zelfs Sue kon haar succes in het begin nauwelijks geloven. Totdat een opdrachtgever haar vroeg: ‘show me your numbers’. Ze begon te meten en ontdekte: bij de eerste 50 supportgroepen die ze deed nam bij 80 % stopte het pesten vrijwel meteen volgens de ouders, school en de leerling zelf. Bij 14 % waren er tussen 1 en 5 sessies nodig voordat verbetering optrad en bij 6 % was er sprake van een lichte verbetering, maar ook van terugval. Vermoedelijk voldoet dit onderzoek niet aan de hoogste wetenschappelijke standaard, maar het mag m.i. op zijn minst veelbelovend worden genoemd.

Het meest overtuigend voor haar zelf waren de kinderen die zij sprak en de ouders van wie het kind na de interventie weer blij en zonder buikpijn naar school ging.

Pas na het overlijden van grondlegster Insoo Kim Berg ontdekte Sue Young dat Insoo haar aanpak altijd openlijk had gesteund, iets wat zichtbaar veel voor haar betekende.

Sue’s levenswerk illustreert maar weer eens mooi het oplossingsgerichte adagium dat de oplossing vaak niets te maken heeft met het probleem.

Wil je meer weten over haar aanpak? Voor 12,50 koop je haar boek. En hier zie je haar op Youtube.

Wil je meer weten over Oplossingsgericht Coachen? Klik dan hier.

Vond je deze blog nuttig? Please share!

Vind je er iets van? Laat een reactie achter, ik ga graag het gesprek aan!

Laatst coachte ik een vrouw die graag dagelijks thuis mindfulness wilde beoefenen. De keren dat ze het deed hadden haar echt goed gedaan. En toch kon ze zich er heel vaak niet toe zetten. Meestal wonnen Netflix of het comfort van haar bed het van haar meditatiekussen. Bovendien had ze een héél druk leven.

Al pratende werd snel duidelijk wat haar dwars zat. Je zou het perfectionisme kunnen noemen. Ze zei dingen als: ‘ik moet minimaal 25 minuten zitten, anders zet het geen zoden aan de dijk’.

‘In welk wetboek staat dat geschreven?’, zo vroeg ik haar.

Dat kon ze me niet vertellen, dus blijkbaar was het haar eigen ‘wetboek’.

En nu ‘zat’ ze zo zelden dat het zeker geen zoden aan de dijk zette!

‘Vergeet even je wetboek, zei ik, welk aantal minuten kun je met gemak dagelijks vrijmaken om te mediteren?’

‘Vijf minuten zou wel moeten lukken, zo zei ze, maar heeft dat zin dan?’

Ik weer: ‘Meer zin dan één keer per week vijfentwintig minuten, zoals je nu doet.’

Het gesprek ging nog even door en aan het eind committeerde ze zich aan vijf minuten per dag. En een week later kreeg ik een trots appje waarin stond dat ze elke dag had gemediteerd met een gemiddelde van een kwartier.

Wat zij in haar hoofd deed, doen volgens mij heel veel mensen: we maken de verandering te groot of te perfect. Dingen moeten in één keer lukken anders hoeft het niet. Het is alles of niks.

En de realiteit is dan meestal: niks…

Dit is echt jammer, want het is eigenlijk heel simpel: als je een nieuwe gewoonte wilt ontwikkelen, begin dan gewoon belachelijk klein, zó klein dat je denkt dat het zinloos is. Het gaat namelijk om het feit dat je begint.

Want dat levert sowieso iets moois op:

  • Misschien bevalt het en ga je nog even door
  • Misschien krijg je een andere, positievere reactie van je omgeving
  • Misschien groeit je zelfvertrouwen
  • Misschien leer je iets nuttigs
  • Misschien is dit het begin van een nieuwe, heilzame gewoonte

Je kunt dit oplossingsgerichte principe op zó veel gebieden toepassen:

Wil je ‘s ochtends koud afdouchen? Begin met alleen je handen of draai de kraan een tikje frisser.

Wil je beginnen met hardlopen? Trek ’s ochtends al je sportschoenen aan en jog gewoon een stukje als je toch de hond uitlaat / boodschappen gaat doen / naar je auto loopt. Ziet er nog hip uit ook!

Wil je je schulden afbetalen? Begin met de allerkleinste schuld.

Wil je gezonder eten? Begin met één maaltijd per week.

Wil je je relatie met een dierbare verbeteren? Begin met kleine attenties, zoals een aardig appje / briefje / kaartje.

Wil je naar de sportschool, maar lukt dat niet? Doe thuis 5 squats, 5 push-ups en 5 sit-ups en geef je zelf 5 schouderklopjes!

Wil je de sfeer in een team verbeteren? Begin elk overleg met 5′ kleine succesjes delen vanuit de vraag: wat zijn ook al weer de kleine, alledaagse dingen waar we het voor doen?

En voor je het weet is dit het resultaat:

https://www.youtube.com/watch?v=5JCm5FY-dEY&t=11s

Rita baily, de voormalige HR-directeur van South West Airlines zei het mooi:

Start wherever you are and start small!

Ben jij een coachende professional en wil je leren hoe je mensen kleine stappen kunt laten zetten richting grote doelen? Volg een driedaagse basistraining Oplossingsgericht Coachen. De basis al gedaan? Doe dan onze driedaagse verdiepingstraining!

Huh? Trainen als een tijger(in)?

Moet ik dan elke morgen voor de spiegel tegen mezelf zeggen: ‘Hello Tiger, I love you!’…?

Nee, dat is wel héél erg jaren tachtig… Wees gerust, ik bedoel iets heel anders!

Stel je eens een paar jonge welpjes voor die – met hun vader of moeder veilig en oplettend in de buurt – aan het stoeien zijn met elkaar. Ze buitelen over elkaar, zitten elkaar achterna en laten elkaar schrikken. Af en toe worden zij door hun vader of moeder gecorrigeerd als ze het al te bont maken. Wat zijn zij eigenlijk aan het doen? Het antwoord ligt voor de hand: zij zijn aan het leren om een tijger of tijgerin te worden. Spelenderwijs leren ze alles wat daarbij hoort: jagen, grenzen aangeven, aanvallen en verdedigen, vallen en opstaan.

Misschien zie je niet dagelijks stoeiende welpjes, maar denk dan eens aan puppy’s, kittens of om het even welk jong zoogdier. Ik vind dit altijd heerlijk om naar te kijken en ik geloof dat zo’n schouwspel veel zegt over hoe mensen snel, effectief en plezierig kunnen leren. Vergeet niet dat wij – biologisch gezien – ook zoogdieren zijn en dat een deel van ons brein nog steeds sterk op dat van zoogdieren lijkt. Het mooie van spelenderwijs leren is niet alleen dat het plezierig en uitdagend is, maar ook dat er vaak onmiddellijke feedback plaatsvindt: je ontdekt meteen of iets wel of niet voor je werkt.

Als we nu de tijger(in)-met-spelende-welpjes vertalen naar een groep mensen in een trainingsruimte, dan zie ik de volgende overeenkomsten: er is een trainer die zorgt voor een veilig leerklimaat, waarin mensen kennis en ideeën kunnen uitwisselen en met elkaar kunnen sparren. Af en toe zet de trainer iemand weer ‘op het juiste spoor’. Er is veel interactie met peergroep-genoten waarbij deelnemers al experimenterend ontdekken wat wel en niet voor ze werkt. Natuurlijk laat je als trainer je deelnemers niet aan hun lot over, maar je wilt ze ook niet te veel op de huid zitten. Mijns inziens is het de kunst om hier voor elke groep de juiste balans in te vinden en in elk geval beschikbaar te zijn.

Natuurlijk zijn wij niet alleen maar een zoogdier. Zo hebben wij naast een reptielen- en zoogdierenbrein ook een mensen-brein, oftewel een neo-cortex. Hiermee kunnen we verfijnd communiceren, abstracte dingen begrijpen, logisch nadenken, creatieve oplossingen bedenken, evalueren, vooruitkijken, plannen, feedback geven en ontvangen, betekenis geven aan dingen. Hoewel je deze dingen in principe allemaal in je eentje zou kunnen doen, zijn ze zo veel leuker en effectiever met een groep mensen die min of meer hetzelfde willen leren als jij. Ons brein is een enorm sociaal orgaan, dat pas echt ‘wakker’ wordt in verbinding en interactie met anderen. Denk maar eens terug aan je eigen ervaringen met het volgen van trainingen. Waarschijnlijk vind jij het ook prettig om te kunnen sparren met de trainer en je mede-deelnemers? Ook het sociaal constructivisme onderschrijft het belang van sociaal leren. Er is een mooie Loesje- uitspraak die deze leer-filosofie in één pakkende zin uitlegt:

‘Kennis maak je met elkáár’.

Hopelijk heb ik je voldoende overtuigd om in je trainingen – indien nodig – nog meer interactie te stimuleren. Hier volgen een aantal tips die je daarbij kunnen helpen:

1. Vertel niets wat je ook kunt ontlokken aan de groep.

2. Stel regelmatig vragen aan de groep. Vraag naar relevante kennis, ervaringen, successen en mislukkingen. En ja, bij die laatste helpt het als je zelf eerst gaat.

3. Als een deelnemer een vraag stelt: geef niet altijd meteen antwoord maar stel soms een tegenvraag of benadruk dat het een interessante vraag is en leg hem vervolgens in de groep.

4. Laat mensen regelmatig ‘buzzen’: in een tweetal kort uitwisselen wat voor hen tot nu toe nuttig was, wat ze hebben geleerd of ingezien, wat ze gaan toepassen, etc. Het mooie van deze simpele werkvorm is dat je hem net zo goed kunt inzetten bij een groep van 15 als bij 150 mensen. Tijdens die 5 minuten leren je deelnemers actief en jij hebt een momentje rust!

5. Laat mensen zelf conclusies trekken na een leerervaring, verhaal, of project. Vraag simpelweg plenair: ‘Wat hebben jullie hier van geleerd?’

6. Laat mensen in subgroepen brainstormen over een bepaalde vraag en laat per groep één iemand spion zijn en bij de andere groepen ‘spioneren’, laat iemand anders schrijven en laat weer twee anderen presenteren. Zie je alle interactie voor je?

7. Laat mensen het geleerde creatief verwerken: maak een gedicht, rap, lied, tekening, verhaal, metafoor, zoek een symbool, filmpje, bedenk de toepassing. Vervolgens laat je ze kort aan elkaar hun vondsten presenteren.

Kortom: ons brein is een bijzonder sociaal orgaan dat houdt van spelen, sparren, uitwisselen en creëren. De kunt is om als trainer een veilige setting te scheppen waarin dit kan plaatsvinden, net als een tijger(in) doet bij haar welpjes.

Brain-friendly trainer Kimberly Hare zegt het zo: ‘Don’t be a sage on the stage, but a guide on the side!’

Wil jij het trainersvak in één keer goed leren? Doe dan nu mee aan onze Basis Train-de-trainer!

Heb je al ervaring als trainer, maar behoefte aan nieuwe inspiratie? Volg dan hier gratis de cursus Breinvriendelijk Trainen!

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!