De drie gouden ingrediënten van een oplossingsgericht gesprek

Over oplossingsgericht coachen wordt vaak gezegd: ‘It’s simple but not easy’.

Ook zelf heb ik het gevoel dat hoe meer ik erover leer, hoe minder ik weet. Maar misschien is dat wel precies de bedoeling?

Toch denk ik wel een paar dingen te weten.

Wat vind je van deze: ieder oplossingsgericht bevat tenminste drie ingrediënten (en als één van deze drie ontbreekt zou het je eerste prioriteit moeten zijn). Hier komen ze:

  1. Een co-creatie-relatie
  2. Een stip aan de horizon
  3. Een roze microscoop

Ik neem ze alle drie even met je door.

De co-creatie Relatie

Motiverende gespreksvoering - samenwerken richting veranderingMet een co-creatie-relatie bedoel ik: een werkrelatie waarbij de coach het welzijn van de coachee voorop stelt, uitgaat van gelijkwaardigheid, vertrouwen heeft in de krachtbronnen van de coachee en de intentie heeft om te onderzoeken hoe coachee diens doelen kan bereiken op een manier die bij hem past. De coachee op zijn beurt is bereid om actief bij te dragen aan het leer- en creatieproces, om open en eerlijk te zijn,  en om te onderzoeken wat wel en niet werkt bij het bereiken van de eigen doelen. En het mooiste komt nog: tussen die twee kan zich iets ontwikkelen wat uiterst productief is: een creatieve uitwisseling tussen twee welwillende experts. De coach is expert over het proces en de coachee is expert over het eigen leven. En samen vormen zij een TEAM in de betekenis van ‘Together Each Achieves More’.

De stip aan de horizon

Stip aan de horizonMet een stip aan de horizon bedoel ik: een voor de coachee aantrekkelijk doel, positief geformuleerd, liefst in gedragstermen. Idealiter beschrijft coachee dit doel zodanig dat de coach het voor zich kan zien. Hier zijn verschillende typen vragen voor, waaronder de wondervraag en enkele varianten hierop. Het idee is dat de coachee uitgenodigd wordt het probleem-denken even achter zich te laten, de fantasie te gebruiken en hardop te dromen over een andere, fijnere toekomst. De valkuil hier is dat de coach daar onmiddellijk een ander, realistischer perspectief tegenover stelt. Het is daarom goed om te beseffen dat we hier op zoek zijn naar een globale richting en niet per se naar een eindbestemming. Het is alsof twee reizigers overeenstemmen om samen richting het zuiden te gaan en dat beiden open staan voor verschillende mooie bestemmingen die zich onderweg zullen aandienen.

De roze microscoop

De roze microscoopDe roze microscoop is een metafoor die is bedacht door Cora Hagen voor het principe dat de oplossingsgerichte coach met een nieuwsgierige, waarderende blik heel minutieus op zoek gaat naar lichtpuntjes en krachtbronnen in het leven van de coachee. Bij krachtbronnen kun je denken aan sterke kanten van de coachee, hulpbronnen in diens netwerk en verder alles wat bijdraagt aan vooruitgang: inzet, bereidheid tot leren, creativiteit, lef, experimenteer-lust, etc. De lichtpuntjes kunnen bestaan uit diverse ervaringen uit verleden en toekomst: eerdere successen, uitzonderingen op het probleem, dingen die werken, getoonde veerkracht, stapjes in de goede richting, kleine signalen van vooruitgang, etc.

Nu vraag je je misschien af: ‘Allemaal leuk en aardig, maar hoe komt ik dan aan die drie ingrediënten?’

Het antwoord hierop lees je in de komende drie blogs!

Vond je dit blog nuttig? Please share!

Heb je er iets over te zeggen? Please comment!

 

De do’s en don’ts van motiverende gespreksvoering

In 2001 begon ik als trainer van ex-gedetineerden bij de Reclassering van het Leger des Heils. Vanuit een groot idealisme ging ik het gesprek aan met vele ex-gedetineerde jongeren en volwassenen met als doel hen te bewegen richting ‘een leven op het rechte pad’. Aanvankelijk vielen de resultaten tegen, maar toen ontdekte ik motiverende gespreksvoering en dat bleek een complete game-changer te zijn.

Van overtuigen naar ontlokken

Voorheen pleitte ik met veel energie voor een delict-vrij leven met argumenten als: ‘niemand wordt gelukkig van een leven vol justitie-contacten’. De standaard reactie hierop was: ‘Jij hebt makkelijk praten’ en: ‘de politie moet altijd mij hebben!’ Toen ik motiverende gespreksvoering ging inzetten begon ik beter te luisteren en andere vragen te stellen. ‘Hoe heb je je detentietijd ervaren?’ en ‘Stel dat het je lukt om op een eerlijke manier aan geld te komen, wat zou dat je opleveren?’ Opeens kwam er een ander gesprek op gang: ‘detentie was een hel… dat nooit weer!’ ‘En ja, tuurlijk kom ik liever eerlijk aan mijn geld. Dan heb ik een rustig leven zoals iedereen. Maar ja, hoe doe ik dat?’ Dat opende vervolgens de weg naar een eerlijk gesprek over mogelijkheden en stappen in de gewenste richting.

Onlangs publiceerde ik een boek over Motiverende gespreksvoering, een evidence-based methode ontwikkeld in de verslavingszorg. En hieronder geef ik je één belangrijke ‘don’t’ en vier praktische ‘do’s voor als jij effectiever wilt leren motiveren.

1.     Stop met repareren

Het gebeurt nog veel te vaak, vooral bij professionals die het coachen ‘erbij doen’: de reparatiereflex. Dit werkt als volgt: zodra er een coachee (medewerker, leerling of cliënt) voor je staat, waar in jouw ogen iets ‘mis’ mee is, dan willen we hem of haar ‘repareren’, liefst zo snel mogelijk. Net zo als een automonteur met een kapotte auto. En dus gaan we overtuigen, adviseren en oplossen. Aan je goede intentie ligt het niet, maar helaas werkt dit averechts op de motivatie. Een mens is nu eenmaal geen kapotte auto.

Als we de rollen even omdraaien, dan snap je meteen waarom dit niet werkt. Stel je zit met een lastige gewoonte. Iets ongezonds of zo. Of iets dat je veel geld kost. Drinken, roken, overwerken of gokken…

(Ik zeg: stel…  Jij hebt natuurlijk geen lastige gewoontes… )

En stel het is iets waar je maar niet van af komt. Het is niet gisteren ontstaan, dus je hebt er al veel over nagedacht en met mensen over gesproken. Je kent alle pro’s en con’s. Je weet nog niet eens of je er wel mee wilt stoppen. En of je dat überhaupt wel zou kunnen. Best wel een eng idee. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt er wel last van en je maakt je zorgen.

En op de een of andere manier beland je bij een hulpverlener die jou gaat proberen te helpen. Die kijkt wat geschrokken en zegt dat je vandaag nog moet stoppen, anders gaat het van kwaad tot erger. Hij of zij weet ook al hoe. En begint meteen allerlei ongevraagde adviezen en oplossingen aan te dragen. Dingen die helemaal niet bij jou passen. Je kunt vanavond nog naar een gespreksgroep. Eigenlijk is het ook wel wat onverantwoordelijk. Hoe heb je het toch zo ver kunnen laten komen? Deden je ouders het soms ook?

Tot zover deze ‘hulpverlener’. Wat voel en denk jij in zo’n situatie? En: wat zeg je? Waarschijnlijk iets dat begint met: ‘Ja, maar…’

Maar waarom werkt dit niet? De adviezen zijn toch goed bedoeld? Ongetwijfeld, maar voel je je als coachee ook gehoord, gezien en begrepen? Krijg je tijd om deze nieuwe info even op je in te laten werken? Wordt je autonomie gerespecteerd en ondersteund? Wordt er effectief met je samengewerkt?

Naast ons gezonde verstand laat ook onderzoek duidelijk zien dat ‘repareren’ niet werkt. Maar hoe moet het dan wel? De korte versie lees je hieronder.

2. Stel open vragen over verandering

Onderzoek samen de doelen, waarden en beweegredenen van je medewerker of coachee. Vraag wat hij of zij al weet over de risico’s van het gedrag of de gewoonte in kwestie. Vraag over welke veranderingen hij of zij al heeft nagedacht. Wat je wilt is dat de coachee zelf voor verandering gaat pleiten. En niet ‘sociaal wenselijk’ maar omdat-ie het meent. De taal die dan op gang komt heet ‘verandertaal’. En ja, het kan zijn dat dat niet de verandering is die jij in gedachten had. Maar misschien is deze verandering wel beter. Of op zijn minst acceptabel. En als je ook maar iets hoort dat vóór verandering pleit, dan ga je Luisteren met een hoofdletter.

3. Luister met een hoofdletter

Wie mensen wil motiveren heeft zijn oren harder nodig dan zijn mond. Laat dus merken dat je werkelijk luistert. Wees met je aandacht volledig bij de ander. En geef regelmatig reflecties (korte mini-samenvattingen) in reactie op wat de coachee zegt. Hiermee toon je ofwel begrip: ‘op tijd komen is dus lastig voor je omdat je slecht slaapt’. Ofwel prikkel je de coachee: ‘je collega’s mogen van jou wachten tot jij verschijnt’.

4. Benadruk de autonomie

Autonomie is een basisbehoefte van de mens, kijk maar naar peuters van twee. Benadruk dus expliciet de keuzevrijheid van de coachee, óók als dit bepaalde consequenties heeft. En toon begrip voor wat deze consequenties zouden betekenen. Als je heel graag een advies wilt geven, vraag dan eerst even toestemming: mag ik je een advies geven? En indien mogelijk: bied meerdere opties aan en laat de ander vrij om te kiezen.

5. Stel het belang van de ander voorop

De meeste mensen voelen haarfijn aan dat ze gemanipuleerd worden. Als je dus iemand coacht terwijl je ook hun leidinggevende bent, parkeer dan – indien mogelijk – je eigen belangen, al is het maar tijdelijk. Als dit niet kan:  wees dan volkomen helder over je eigen belangen en vertel de coachee wat je van hem / haar verwacht. Vertel ook waarom dit belangrijk is en vraag de coachee vervolgens hoe dit doel het beste bereikt zou kunnen worden.

Kortom, zoals Stephen Covey al zei: probeer eerst de ander te begrijpen voordat je zelf begrepen wilt worden!

Vond je deze blog leerzaam? Please like, comment or share!

 

11 tips om af te rekenen met verslavende gewoontes

Ben je of ken je iemand met een verslavende gewoonte?

Die kans is groot, want we leven in een wereld vol verslavende zaken: je smartphone, Facebook, Netflix, gamen, gokken, porno, suiker, nieuwssites en (online) shoppen…

Sommige van deze zaken lijken misschien onschuldig, maar wat als iemand ze (veel) vaker of langer doet dan hij wil? Als ze iemand ervan weerhouden om het leven te leiden waar hij of zij van droomt? De persoon te zijn die hij diep in zijn hart wil zijn?

Dit komt vaker voor dan je wellicht denkt. Ik heb al verschillende mensen gecoacht die een belangrijk deel van hun kostbare tijd verliezen door langs allerlei nieuwssites te surfen. Ongemerkt gaan zo soms uren voorbij, die ook anders besteed hadden kunnen worden. Ook veel vrienden van me vertrouwen mij toe dat ze bepaalde gewoontes hebben die ze afkeuren of die hun volle ontplooiing in de weg staan. En eerlijk is eerlijk: ik ben zelf ook niet geheel vrij van eerdergenoemde verleidingen. Gelukkig lukt het me wel om het leven te leiden dat ik wil leiden, maar er is altijd ruimte voor verbetering. Dat geldt voor mij en waarschijnlijk ook voor jou.

Daarom leek dit me een goed moment om een aantal effectieve manieren op een rij te zetten die mensen helpen om in het dagelijkse leven gezonde keuzes te maken.

NB: voor het gemak spreek ik je direct aan, maar deze blog kan natuurlijk ook gaan over iemand die je kent.

NB2: Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het averechts werkt als je iemand ongevraagd advies geeft bij verslavings-achtige gewoontes. De methode Motiverende gespreksvoering leert professionals wat wel werkt. Tip: vraag toestemming voordat je advies geeft.

NB3: deze blog is niet bedoeld om professionele verslavingszorg te vervangen! Als jij of iemand die je kent met een ernstige verslaving kampt, zoek dan professionele hulp. Deze link is een goed begin: https://www.zorgkaartnederland.nl/verslavingszorg

Hier komen de tips:

1. Verhoog je dopamine-level met sport of muziek!

Veel alledaagse verslavingen zijn eigenlijk dopamine-verslavingen: het stofje dat vrijkomt in ons brein bij iets nieuws of iets interessants. Of het nu je telefoon is, spannend nieuws of een aantrekkelijke foto van iets of iemand: het stofje komt vrij in ons brein en we voelen ons al snel anders dan een moment daarvoor. Gelukkig zijn er ook gezondere manieren om je dopamine-level te verhogen, zoals muziek luisteren of bewegen. Voel je dus een craving (= dwingend verlangen) opkomen? Zet je favoriete muziek op en/of maak een wandeling!

2. Houd een Habit-tracker bij

Sinds enige tijd houd ik in mijn bullet-journal een aantal gewoontes bij met behulp van een ‘Habit-tracker’. Mijn versie werkt als volgt: ik heb een rij met gewoontes die ik wil verminderen en een rij met gewoontes die ik vaker wil doen. Elke dag begint met 5 punten, een halfvol glas als het ware. Voor elke slechte gewoonte waaraan ik toegeef gaat er een punt af en voor elke goede gewoonte die ik die dag uitvoer komt er een punt bij. Aan het eind van de dag besteed ik 1 minuut aan een terugblik op de dag. Zo krijgt elke dag een cijfer tussen 0 en 10. Op de een of andere manier helpt die ‘minuut van de waarheid’ me om ook overdag bewustere keuzes te maken.

3. Maak gebruik van ’embodied cognition’.

Hiermee wordt bedoeld dat je lichaam effect heeft op je voelen en denken. Als je bijvoorbeeld dreigt toe te geven aan een gewoonte waar je van af wilt, doe dan het volgende. Ga rustig zitten met je armen over elkaar en zeg hiermee fysiek ‘nee!’. Je zult merken dat je na enige tijd tot bezinning komt en vrij bent om je aan hogere doelen te wijden. Onderzoek laat zien dat mensen bij deze houding beter kunnen volharden. (Bron: Ik2 – Margriet Sitskoorn)

4. Houd HALT!

In verslavingskringen is HALT een bekend acroniem voor: Hungry, Angry, Lonely, Tired. Als ons lichaam iets nodig heeft laat het ons dat weten via signalen in ons brein. Als je een verslavende gewoonte hebt, dan bestaat de kans dat je triggers door elkaar haalt. De tip is dan ook om – als je een craving voelt opkomen – bij jezelf een korte HALT-check te doen. Heb je honger? Eet iets voedzaams! Ben je boos? Sport, schrijf of praat! Ben je eenzaam? Bel iemand! Ben je moe? Slaap of neem rust! (Bron: http://coherenceassociates.com/10-tips-for-managing-cravings-and-triggers-of-any-kind/)

5. Ken en vermijd je triggers!

Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Als jij weet dat bepaalde triggers leiden tot je verslavende gewoonte, vermijd dan die triggers. Het kan een omgeving zijn, een winkel, een persoon of een website. En als je eerlijk ben, dan wéét je dat van het een vaak het ander komt. Als de trigger eenmaal je brein heeft geactiveerd is de weg terug vaak lastig, omdat je in het bekende, maar ongezonde denkspoor bent beland. De trigger vermijden is gemakkelijker dan het middel!

6. Gebruik ‘Implementation-intention’

Dit houdt in dat je anticipeert op situaties waarin het mis zou kunnen gaan. Je schrijft bijvoorbeeld op: Als X gebeurt dan doe ik Y. X is dan de situatie, bijvoorbeeld ’iemand trakteert gebak, terwijl ik wil afvallen’ en Y is jouw reactie, bijvoorbeeld ‘dan bedank ik vriendelijk en geef een korte uitleg’. Onderzoek laat zien dat deze aanpak mensen helpt hun doelen te bereiken.

Bron: Peter M. Gollwitzer
http://www.psych.nyu.edu/gollwitzer/Implementation%20Intentions.pdf

7. Trigger je nieuwsgierigheid

De mens is van nature een nieuwsgierig wezen. Deze nieuwsgierigheid kun je in je voordeel aanwenden door in jezelf te zeggen: ‘Ik vraag me af wat er gebeurt als ik vandaag eens niet toegeef…’ En verwonder je over wat er daarna gebeurt…

8. Urge-surfing

Een stap verder is het zogenaamde Urge-surfing dat wordt toegepast in de 8-weekse MBRP, de Mindfulness-based Relapse Prevention. Dit is een mindfulness-training speciaal ontwikkeld voor mensen die met een verslaving kampen. Urge-surfing houdt in dat je – zodra je een craving voelt opkomen in je lichaam – je met mindvolle aandacht hierbij blijft. Met een onderzoekende blik kijk je een paar minuten naar je binnenwereld – zonder te handelen. Je zult dan merken dat de craving net een golf is: ze komt op, wordt sterker en neemt dan weer af.

9. Name it to tame it!

Benoem je gewoonte en begroet die als ze zich voor doet. Van de Boeddha is bekend dat hij – vlak voor zijn verlichting – bezocht werd door zeer verleidelijke wezens. De reactie van de Boeddha was als volgt: hij bleef rustig zitten en zei: ‘Ik zie je, Mara’. En vervolgens lieten de verleidsters hem met rust. (Mara is de boeddhistische equivalent van de duivel). Zo kun jij ook je verslaving benoemen zodra er een ongezonde verleiding op de loer ligt. Zeg gewoon: Ik zie je ‘GSM-, Gok-, Snoep-, of seks-verslaving!’ Dit lijkt misschien vergezocht, maar ook de evidenc-based methode ACT raad vergelijkbare strategieën aan.

10. Ontmantel de craving met Living Inquiries!

Als je goed kijkt zul je merken dat een gevoel van craving bestaat uit niet meer dan woorden, plaatjes en energieën. Omdat deze met elkaar een kluwen vormen in je binnenwereld kun ze behoorlijk wat macht over j hebben. Maar wat als je deze kluwen ontmantelt? Je kunt de woorden terugbrengen tot woorden, de plaatjes tot plaatjes en de energieën tot energieën. Je zult merken dat op deze manier de kracht van je craving sterk vermindert!

(Als je je verder wilt ontwikkelen op dit vlak kom dan op zaterdag 23 juni in Utrecht naar de eendaagse try-out ‘Living Inquiries voor coaches’ die ik organiseer i.s.m. Hanneke Geraeds. De inschrijving opent binnenkort, stuur me een mailtje als je vrijblijvend op de deelnamelijst wilt)

11. Volg de gedachte tot haar einde

Soms gaat de craving niet zo gemakkelijk weg en blijven er maar gedachten komen die je aanzetten tot de gewoonte in kwestie. Wat dan kan helpen is ‘het hele filmpje afspelen’. Dit houd in dat je de gedachte volgt naar uitvoering, het schuldgevoel na afloop, de kater die je soms kunt hebben en de langere termijn gevolgen als je deze negatieve gewoonte blijft uitvoeren. Met een beetje geluk heb je tegen die tijd al geen zin meer… (Bron: http://coherenceassociates.com/10-tips-for-managing-cravings-and-triggers-of-any-kind/)

Hopelijk heb je iets gehad aan deze blog, voor jezelf of voor iemand waar je om geeft. Zo ja, please share!

Heb je zelf ook mooie tips ter aanvulling? Deel ze ajb hieronder!

Motiverende gespreksvoering versus Oplossingsgericht coachen!

Omdat ik zowel training geef in motiverende gespreksvoering, als in oplossingsgericht coachen krijg ik vaak de vraag wat nu precies de verschillen zijn tussen beide methoden. Beoefenaars van de ene ‘school’ weten vaak weinig van de andere. Ook kom ik veel vooroordelen tegen die de andere school geen recht doen. Laatst vroeg ik een Amerikaanse ‘goeroe’ op het gebied van Motiverende gespreksvoering tijdens een workshop wat hij vond van de Oplossingsgerichte benadering. Helaas bleek uit zijn antwoord dat hij de andere methode niet volledig op waarde wist te schatten. En ook andersom heb ik dat weleens meegemaakt.

Hoogste tijd dus voor een blog over deze twee fantastische methodes. Eerst zal ik stilstaan bij enkele overeenkomsten die ik denk te zien, vervolgens bij enkele verschillen en tenslotte zal ik hardop dromen over de wenselijkheid van integratie tussen beide methoden.

Voor het geval je je afvraagt of ik zelf een voorkeur heb: het is voor mij net als bij mijn twee kinderen. Ze zijn deels hetzelfde en deels verschillend. Ieder heeft zijn eigen charmes. Maar vraag me niet om te kiezen voor één van beide!

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer).

Overeenkomsten tussen MI en SF

Beide methoden zijn ruim 30 jaar oud en dus inmiddels echt volwassen. Dat blijkt ook uit onderzoek: voor beide methoden bestaat het nodige bewijs dat ze effectief zijn bij het praten met mensen over verandering. En bij beide is vervolgonderzoek wenselijk en dat gebeurt ook.

Beide methoden zijn springlevend en ontwikkelen zich voortdurend verder op basis van onderzoek, praktijkervaringen, kennis-deling op het werk, in literatuur en op congressen. Bij beide methoden zie je vaak dat beoefenaars er een beetje verliefd op worden, onder andere omdat er zo’n mooi mensbeeld onder ligt. Dat mensbeeld komt grotendeels overeen met dat van de humanistische en tegenwoordig positieve psychologie: ieder mens beschikt over kracht en wijsheid en is – onder de juiste omstandigheden – geneigd om zichzelf te ontwikkelen in de richting van een gezond, liefdevol en betekenisvol leven.

Beide methoden zijn in een specifieke, Amerikaanse context ontstaan (hierover meer bij de verschillen) en hebben zich sindsdien als een olievlek over de wereld én over diverse contexten verspreid. Beide zijn sterk in opkomst in het onderwijs – waar steeds meer op een coachende manier wordt lesgegeven.

Beide methoden staan erom bekend dat ze ‘prettig zijn in het gebruik’. Dat wil zeggen dat het toepassen ervan de coach of hulpverlener veel voldoening geeft. Ook de cliënten die het ‘ondergaan’ zijn vaak aangenaam verrast in de zin dat zij als mens voor vol worden aangezien en in zichzelf hernieuwde levenslust, energie, inspiratie, kracht, creativiteit en wijsheid vinden. Tsja, wie wil dat niet?

Beide methoden zijn toekomstgericht en kennen een heldere focus: waar werken we naar toe? Wat is de gewenste verandering? Er wordt in principe niet ‘gegraven in het verleden’ vanuit de vraag: waar is het misgegaan? Het verleden wordt vooral gezien als een rijke bron van leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven van je cliënt. De vraag is niet: wat ontbreekt er? Er wordt gekeken naar: wat is er al? Hierdoor duren de trajecten relatief kort, doorgaans variërend van 1 tot 8 gesprekken, zelden langer. Beide hebben zelfs hun waarde bewezen in hele korte gesprekjes (5 – 10 minuten).

Door de actieve luisterhouding, de waarderende, niet-oordelende blik, het serieus nemen van de ander, het zoeken van samenwerking en het ondersteunen van de autonomie ontstaat er een bijzondere, warme sfeer in gesprekken. Ook kiezen beide methodes voor een houding van niet-weten in plaats van die van een expert. Hierdoor zie je vaak dat eventuele ‘weerstand’ van de cliënt al snel afneemt en omslaat in een bereidheid tot samenwerking en zelfonderzoek.

Beide methoden zijn ‘simple but not easy’. Dit komt onder andere doordat veel mensen oude en ineffectieve reflexen bij zichzelf moeten gaan herkennen en stap voor stap vervangen door andere, effectievere reflexen. Ja, tijdens een driedaagse training kun je prima de basis aanleren en daarna zullen je gesprekken waarschijnlijk een andere kwaliteit en dynamiek krijgen. Uitgeleerd zul je echter niet snel zijn. Ik houd me met beide methoden langer dan 10 jaar bezig en leer nog dagelijks bij.

Tenslotte kenmerken beide ‘conversatiestijlen’ zich door de nadruk op het ontlokken van specifieke taal. En dat is meteen een mooie brug naar de verschillen.

Verschillen tussen MI en SF

In het geval van MI ben je als beoefenaar op zoek naar ‘change-talk’ oftewel verandertaal. Hiermee wordt bedoeld: alles wat de cliënt zegt dat vóór verandering pleit of tegen de huidige status quo. Een belangrijk deel van de verandertaal gaat over ‘het waarom’ van verandering. In het geval van SF ben je op zoek naar ‘solution-talk’ oftewel oplossingstaal. Dit zijn uitingen van de cliënt die gaan over: mogelijkheden, oplossingen, successen uit het verleden, kleine stapjes in de goede richting. Een belangrijk deel van de oplossingstaal gaat over ‘het hoe’ van verandering.

Zoals gezegd zijn beide methoden ontstaan in een heel verschillende context. Dit is interessant omdat dat volgens mij iets zegt over ‘het ideale toepassingsgebied’. Ik geloof namelijk in ‘de juiste tool voor de juiste klus’. Een hamer is bedoeld om een spijker in hout te slaan. Kun je ook een schroef in hout slaan? Natuurlijk kan dat, maar met een schroevendraaier gaat het een stuk makkelijker en effectiever.

SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. Je kunt je vast voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot het beschuldigen van elkander: ‘Waarom wij zo veel problemen hebben? Dat komt doordat papa drinkt, omdat mama zeurt, omdat de kinderen lastig zijn, omdat papa te weinig geld verdient…’ Niet erg effectief dus. De grondleggers van SF, Insoo Kim Berg en Steve de Shazer, ontdekten dat een gezin het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over positieve doelen, wat er al werkt, creatieve oplossingen en kleine stapjes in de goede richting. Als je mij nu vraagt waar SF het best op haar plaats is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties.

MI is ontstaan in de behandeling van alcoholverslaafden en ontwikkeld door Bill Miller en Steve Rollnick. Omdat dat effectief bleek, verspreidde het zich naar andere vormen van verslaving, zoals soft- en harddrugs, gokverslaving, etc. Vandaar was het een kleine stap naar het bevorderen van een gezonde leefstijl en naar zaken als behandeltrouw (medicijn-inname, meewerken aan een therapie, etc.). En inmiddels wordt MGV met succes ingezet op zo’n beetje alle gebieden waar motivatie en gedragsverandering een rol speelt, met name wanneer dat gedrag ongezond, risicovol, ineffectief, onproductief of ronduit gevaarlijk is.

Als je me dus vraagt waar MI op haar best is, dan denk ik aan: ‘gewoontegedrag waar men ambivalent over is’. Want of het nu gaat over het gebruiken van drugs, ongezond eten of het niet opzetten van je helm op een bouwplaats: al deze gedragingen leveren op korte termijn een zeker plezier of gemak op, terwijl je er op de lange termijn een prijs voor betaalt. Zie daar het grote dilemma van de mens: kies ik voor ‘snel geluk’ of voor ‘duurzaam geluk’. MI is als geen andere methode toegerust om mensen te helpen een bewuste keuze te maken in dit ‘duivelse dilemma’.

Een interessant verschil tenslotte is hoe beide modellen omgaan met ‘confrontatie’. Je kunt je vast voorstellen dat bij verslaving (en ander gewoontegedrag) er iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Dit is in feite een vorm van zelfconfrontatie en werkt al volgt. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen doelen en waarden wordt hij zich bewust van het pijnlijke contrast tussen ‘wat ik zou willen doen’ en ‘wat ik feitelijk doe’. Hierdoor ontstaat vaak een diep verlangen naar verandering. Als vervolgens het vertrouwen toeneemt en de gewenste verandering steeds meer als haalbaar wordt gezien, dan zie je dat mensen langzaam maar zeker stappen gaan zetten richting verandering.

Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak en vaak meer kwaad doet dan goed. Een SF-beoefenaar werkt allereerst aan een co-creatie relatie, gaat vervolgens op zoek naar een ‘stip aan de horizon’ en kijkt vervolgens met ‘een roze microscoop’ heel gedetailleerd naar alle hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst: wat werkt er al en wat zou er kunnen werken. De oplossingen komen daarbij niet van de coachende professional, maar van de cliënt zelf. Tegenwoordig wordt oplossingsgerichte gespreksvoering (met als aanvoerder Coert Visser) ook wel ‘progressiegericht’ genoemd en inderdaad dekt dat beter de lading.

Als ik nu het verschil tussen MI en SF tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst: willen of kunnen? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kunt, voordat je het durft te willen. Mijn overtuiging is dat beide aspecten noodzakelijk zijn en dat je nooit te lang in één van beide gebieden moet blijven hangen. Ook kun je per cliënt bekijken waar het meest behoefte aan is: aan motivatie of aan vertrouwen in eigen kunnen (zelf-effectiviteit). In het eerste geval zou ik zeggen: werk aan willen; in het tweede geval: werk aan kunnen.

Wat kunnen beide methoden van elkaar leren?

Ik ken geen methode waarbij de gespreksvaardigheden zo tot op micro-niveau zijn uitgewerkt én onderzocht als MI. Met name de vaardigheid van het ‘reflectief luisteren’ is bijzonder waardevol en voor veel mensen bepaald niet gemakkelijk om te leren. De ontvanger van deze manier van luisteren voelt zich vaak op diep niveau begrepen. In dit blog lees je meer over deze actieve, empathische en aandachtige manier van luisteren. Oplossingsgericht werkenden stellen vaak prachtige, out-of-the-box vragen die de cliënt in contact brengen met diens eigen kracht, creativiteit en wijsheid. Echter in het zoeken naar de ultieme vraag zou zo iemand wel eens door kunnen schieten en vergeten om echt met aandacht en empathie te luisteren.

Andersom zijn MI-beoefenaars er een kei in om het verlangen naar verandering aan te wakkeren. Als dit echter niet gepaard gaat met toegenomen vertrouwen dan is wat je aan het doen bent in feite ‘wreed’, zo zeggen ook grondleggers Miller en Rollnick zelf. Nu besteed ook MI wel aandacht aan het vergroten van vertrouwen in eigen kunnen, maar hierin zijn SF-beoefenaars werkelijk virtuoos, onder andere omdat zij zo heel gedetailleerd doorvragen naar alle kleine, hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst en hierbij niet snel zullen opgeven. Hier lees je meer over oplossingsgericht werken en denken.

Kortom: neem eens een kijkje in de keuken van de ander, zodat je nog beter wordt in datgene waar het uiteindelijk om gaat: effectieve gesprekken voeren over verandering met mensen die lijden. In mijn eigen trainingen en coachgesprekken merk ik dat beide methoden steeds meer door elkaar gaan lopen. Soms ook krijg ik opdrachten zoals in het onderwijs of de arbeidsre-integratie waarbij ik een goed doordachte combinatie van beide methoden aanbied. Ook spreek ik steeds vaker andere trainers die eenzelfde keuze maken.

Toekomst-muziek: motiverende oplossingsgerichte gespreksvoering!

Eerlijk gezegd hoop ik dat de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, in gezinnen, op scholen, in organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – misschien wel op mondiaal niveau.

Hoe kunnen we dat doen?

Door te onderzoeken wat onze diepste doelen en waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden, oplossingen en kleine stappen in de goede richting. En laten we daarbij niet vergeten stil te staan bij wat er al is en wat er al werkt, want er is niets motiverender dan het besef van ‘reeds bereikte progressie’.

Laten we wijzen naar mogelijkheden en oplossingen in plaats van naar elkaar…

Je bent van harte welkom om hierover van gedachten te wisselen, in een comment hieronder of face to face tijdens een van onze trainingen.

Vind je dit blog waardevol? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

11 x Mindfulness-inspiratie

Ik ben gek op oude zen-verhalen, koans en andere korte, maar inspirerende verhalen. Ze herinneren mij eraan om mindfulness te beoefenen en om lichtvoetig in het leven te staan.

En omdat ik een boek aan het schrijven ben kom ik even niet toe aan bloggen.

Maar deze had ik nog ‘op de plank’ liggen.

Het zijn echt hapklare brokjes wijsheid en ik deel ze graag met je.

Als ze jou laten glimlachten, dan is mijn doel bereikt!

Hier komen ze:

De westerling in het stilteklooster

Een westerling nam zijn intrek in een stilteklooster. Hij mocht slechts 2 woorden per jaar spreken. Na 6 maanden had hij zijn eerste gesprek met de abt en hij zei: ‘meer eten!’. Een jaar later had hij zijn tweede gesprek en hij zei: ‘meer dekens!’ Nog een jaar later kon hij zich niet meer bedwingen en zei: ‘Ik vertrek!’

Hierop antwoordde de abt: ‘en dat is maar goed ook, want sinds je hier bent heb je niets anders gedaan dan mopperen en klagen!’.

De onbevreesde voicemail

Voicemail: ‘ik ben mijn leven aan het veranderen. Laat een boodschap achter na de piep. Als ik niet binnen 2 dagen terugbel, dan ben jij helaas één van de veranderingen’

De levende Zen-meester

Een leerling vroeg aan een oude zenmeester: ’wat gebeurt er na de dood?’ De zen-meester antwoordde: ‘geen idee!’.  De leerling reageerde verontwaardigd: ‘maar u bent toch een zen-meester!’. Hierop antwoordde de meester: ‘ja, dat klopt, maar ik ben geen dode zenmeester!’.

Heden, verleden en toekomst

Het verleden maakt me depri…

De toekomst maakt me bang…

Maar daartussenin gaat het eigenlijk best goed!

De 3 monniken aan de rivier

3 Monniken zaten te mediteren aan een rivier. Opeens zei er één: ‘oh, ik ben vergeten de was te drogen’, en prompt liep hij over het water naar de overkant, waar het klooster lag. Nadat hij was teruggekeerd stond plots de tweede monnik op, zei dat hij de oven nog uit moest zetten en ook hijnam niet de brug verderop maar liep over de rivier naar de overkant. Toen zij beiden waren teruggekeerd, kon de derde niet achter blijven. Hij haalde diep adem, maakte zich zo licht als hij kon en stapte op het water en… En natuurlijk ging hij pardoes koppie onder. Verbeten klom hij op de kant om het nogmaals te proberen. En weer ging hij koppie onder. Toen hij voor de derde keer in het water lag zei de eerste monnik tegen de tweede: ‘zullen we hem dan nu maar vertellen waar de stenen precies liggen’…

De klepperende vlag

In een oud klooster in Japan waren vier zenmonniken aan het mediteren. Opeens zei de jongste: ‘de vlag kleppert!’.  Een oudere monnik zei: ‘nee, de wind kleppert de vlag’. Een derde nog ervarener monnik zei: ‘jullie hebben het mis: het is jullie geest die denkt dat de vlag kleppert’. Tenslotte zei de oudste monnik, licht geïrriteerd: ’jullie mónden klepperen!’.

Hemel en hel

Op een dag vroeg een jonge samurai aan een wijze oude zenmeester wat het verschil was tussen hemel en hel. De zenmeester keek de samurai uitdagend aan en zei: ‘waarom zou ik mijn tijd verdoen aan zo’n lelijke boerenpummel als jij?’

Woest trok de samurai zijn zwaard en zei: ‘Hoe durf je mij te beledigen! Ik vermoord je!

Rustig antwoordde de zenmeester: ‘dit is de hel’….

Opeens snapte de samurai wat de meester bedoelde. Hij kwam tot inkeer en zei: ‘Mijn excuses en dank u voor deze mooie les, oh, wijze oude meester…’

Hierop zei de zenmeester met een glimlach: ‘en dit is de hemel’…

De schrijver en de kogelvis

Een bekende schrijver van reisverhalen werd samen met zijn vrouw te eten gevraagd in het huis van een welgesteld Japans gezin. Vol trots vertelde de Japanse gastheer dat hij zijn kok had gevraagd iets heel bijzonders klaar te maken: kogelvis! Omdat deze vis een dodelijk gif bevat moet hij worden bereid door een speciaal opgeleide kok, die in staat is het gif volledig te verwijderen. Het was duidelijk dat het een grote eer was om zo’n bijzonder gerecht voorgezet te krijgen.

Toen het zover was, begon de schrijver vol verwachting aan de vis en met volle aandacht proefde hij elk hapje. De smaak was inderdaad onvergelijkbaar met alles wat hij ooit eerder had gegeten. Na afloop vroeg zijn gastheer hoe hij het had gevonden. De schrijver sprak in extase over de voortreffelijke smaak. Hij hoefde niet te overdrijven want hij had werkelijk gesmuld. Toen pas onthulde de gastheer dat hij een eenvoudige, maar goed bereidde kabeljauwfilet had gegeten en dat zijn vrouw de kogelvis was geserveerd. Toch was de schrijver niet beledigd, integendeel, hij had een waardevolle les geleerd: dat als je iets gewoons je volle aandacht geeft, het op magische wijze verandert in iets buitengewoons…

De jonge monnik en de twee opdrachten

In het oude Tibet meldde een jonge monnik zich voor het eerst bij zijn leraar. Hij was heel leergierig en zat vol vragen, maar de enige instructie die hij kreeg was: ’sta morgen vroeg op en klim naar de grot die je boven aan deze berg zult aantreffen. Daar blijf je van dageraad tot schemering zónder na te denken. Het maakt niet uit hoe je het doet, als je het denken maar volledig uitbant. Na zonsondergang kom je mij vertellen hoe het ging.’

De volgende ochtend vond de jongeman de grot en probeerde alles wat hij wist: stilzitten, zijn adem volgen, springen, dansen, schreeuwen zelfs, maar niets leek te werken: hij had nog nooit zoveel gedachten gehad. Teleurgesteld en nerveus meldde hij zich weer bij zijn leraar en vertelde wat er gebeurd was… Deze barstte echter in lachen uit en zei dat hij de opdracht uitstekend had uitgevoerd en klaar was voor de volgende opdracht. De volgende dag moest hij opnieuw de grot bezoeken, er de hele dag blijven zitten en dit keer niets anders doen dan denken. ‘Denk de hele dag aan alles wat je wilt, maar laat geen gaten vallen tussen je denken’, had de meester nog gezegd.

De tweede dag klom de jongeman opgelucht en vol zelfvertrouwen naar de grot en nam zijn plaats in. In het begin verliep het prima: de ene gedachte volgde de andere op zonder onderbreking, maar na een tijdje begonnen er gaten te vallen. Oh nee! Hij dacht aan thuis, aan verleden en toekomst, telde zijn verlangens, probeerde te filosoferen, maar na een tijdje droogden ook deze onderwerpen op en was er lange tijd stilte in zijn hoofd. Toen de schemering inzette schoot hem plots weer de opdracht te binnen. Hoe moest hij dit uitleggen? Met hangende schouders en trillende benen meldde hij zich weer bij zijn leraar en deed verslag. Tot zijn verbazing schoot zijn leraar opnieuw in de lach. ‘Proficiat! Schitterend! Nu weet je hoe je het beste kunt oefenen’, was zijn enige antwoord.

Een levensles van een oude Cherokee-indiaan

Een oude Cherokee-indiaan geeft zijn kleinzoon les over het leven. “Binnen in mij is er een gevecht aan de gang:, zei hij tegen de jongen, “het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De ene wolf is slecht – deze wordt gevoed door woede, jaloezie, zorgen, arrogantie, zelfmedelijden, leugens & egoisme.”

“De andere wolf is goed – deze wordt gevoed door vreugde, liefde, hoop, rust & stilte, luisteren, behulpzaamheid, vrijgevigheid, waarheid, medeleven & vertrouwen.”

“Dit zelfde gevecht is ook aan de gang binnen in jou en in ieder ander mens.”

De kleinzoon dacht er een minuut over na en vroeg toen aan zijn grootvader: “welke wolf zal er winnen?”

De oude cherokee-indiaan zei alleen maar:

“De wolf die jij te eten geeft.”

De jongeman en het kerkhof

Er was eens een jongeman die op een dag een klein dorpje bezocht in een hem onbekende streek. In dat dorpje lag een kerk die zijn aandacht trok. Nadat hij de kerk bezocht had liep hij over het kerkhofje ernaast. Opeens viel zijn oog op het opschrift van een graf en hij las: ‘twee jaar’. Toen keek hij naar het graf ernaast. Daarop stond geschreven: ‘vijf jaar’. ‘Weer zo jong gestorven, dacht de jongeman. Geïnteresseerd las hij weer een ander graf. ‘Vier jaar’. En nog een. ‘Eén jaar’. Het is wel vreemd, dacht hij, dat zoveel inwoners in dit dorp zo vroeg zijn gestorven. Op het hele kerkhof lagen slechts enkele graven met een hoger getal.

Toen hij het kerkhof wilde verlaten, kwam de priester van het dorp net aangewandeld. De jongeman vroeg hem onmiddelijk wat hier gebeurd was, waardoor zo veel inwoners zo jong gestorven waren. De priester antwoordde: ‘In dit dorp schrijven wij op het graf alleen maar het aantal jaren dat de mensen werkelijk geleefd hebben…’

Please share the inspiration!

Hopelijk heb je genoten van deze hapklare brokjes wijsheid.

Heb je ook een leuke? Deel hem hieronder!

Ken je anderen die dit ook waarderen? Please share!

Dag van de Coach gemist? Ik praat je bij!

Onlangs was ik op de Dag van de Coach…  Heerlijk weer een dagje opladen met nieuwe energie en inspiratie op coachgebied!

Er waren een paar honderd mensen, dus de kans dat je er niet bij was is groot.

Daarom praat ik je graag even bij over de 4 lezingen die de meeste indruk op mij maakten.

Hieronder lees je de essentie (volgens mij) van het verhaal van: Professor Lidewey van de Sluis, Enthousiasme-goeroe Rijn Vogelaar, Prof. dr. ir. Mathieu Weggeman en de onschuldig in Marokko veroordeelde Joseph Oubelkas. Joseph kreeg een staande ovatie van minuten en daarna stond men rijen dik bij zijn boekenstand…

Lidewey van der Sluis: We hebben elkaar nodig om te floreren!

Wist je dat Vincent van Gogh tijdens zijn leven slechts één werk heeft verkocht?

Het is nu bijna niet voor te stellen, maar tijdens zijn leven heeft hij nauwelijks erkenning ontvangen. Zou het mogelijk zijn dat ook op de hedendaagse werkvloer veel mensen niet gezien worden in hun inzet, kwaliteiten en goede intenties? Ben jij daar eigenlijk zelf wel altijd in gezien? Prof. Lidewey van de Sluis denkt van niet.

Volgens van de Sluis hebben we elkaar nodig om te kunnen floreren. Het is de kunst om in organisaties elkaars kwaliteiten te zien en in het juiste licht te plaatsen zodat anderen het ook kunnen zien.

Zoals een plant zonlicht nodig heeft om te kunnen bloeien, zo hebben mensen menslicht nodig om te kunnen floreren.

En coaches kunnen hieraan een grote bijdrage leveren. Helaas werkt het ook de andere kant op: als we mensen in een negatief licht plaatsen zullen zij niet floreren, maar juist wegkwijnen.

Coach driehoek van de toekomstNu zijn er volgens Lidewey drie zaken nodig om de vonk in mensen te laten ontvlammen en als verhelderende metafoor gebruikt zij de ‘fire-triangle’. Om een vuur te ontsteken heb je immers zuurstof, hitte en brandstof nodig. Veel coaches richten zich al op de brandstof van mensen: hun kwaliteiten, kennis en kunde. Voor de hitte is volgens Lidewey vaak minder aandacht: de attitude, het enthousiasme, de passie. Nog minder aandacht krijgt de zuurstof: de omgeving, ademruimte, een klimaat waarbinnen mensen tot hun recht komen.

Volgens Lidewey zou dit model zou weleens de  ‘coach-driehoek van de toekomst’ kunnen worden.

Persoonlijk denk ik bij haar visie meteen aan oplossingsgerichte gespreksvoering, met name  als het gaat om mensen in een positief menslicht zetten. Ik ken geen methode die zo sterk focust op: wat is er al, wat kun je al, wat werkt er al en… hoe lukt je dat?

Alsof het zo gepland was had de spreker na haar, Rijn Vogelaar, een sterk verhaal over de hitte van menselijk enthousiasme binnen organisaties. En organisatie-adviseur Mathieu Weggeman hield een gloedvol betoog over de zuurstof, oftewel een omgeving waarbinnen mensen kunnen floreren. Je leest hun boeiende visies hieronder.

Rijn Vogelaar: De kracht van enthousiasme

Toen Rijn Vogelaar op de Middelbare school zat was hij geboeid door poëzie en experimenteerde hij graag met verschillende dichtvormen. Helaas was hij ook dyslectisch, dus veel van zijn dichten rammelden aan alle kanten. Zijn docent Nederlands had alle reden om zijn gedichten af te branden, zo zegt Rijn zelf. Alleen deed hij dit niet. Hij zag een talent in Rijn en bleef hem aanmoedigen, zelfs tot ver na de middelbare school tijd. Later won hij verschillende prijzen en stond als podiumdichter op vele festivals.

Op de dag van de coach opende hij zijn verhaal dan ook met een prachtig gedicht genaamd: ‘Als jij het water was…’

Je zou zeggen dat in de positieve psychologie al veel onderzoek is gedaan naar enthousiasme. Gek genoeg is dit (nog) niet zo. Daarom besloot Rijn er zelf een boek over te schrijven waarbij hij zich liet inspireren door een eigen passie: muziek. Als je naar succesvolle bands kijkt dan zie je dat er altijd drie elementen zijn waardoor zij floreren: Flame, Flow en Flood. De flame staat voor passie en bezieling, de flow voor het presteren van een band als één organisme waarbij iedereen zijn rol speelt en eigen talenten benut en de flood is de overvloedige energie en erkenning door het publiek.

Ter illustratie van deze drie principes laat hij ons deze clip zien:

 

Punt gemaakt, Rijn!

Organisaties kunnen volgens Rijn veel leren van succesvolle bands door vragen te beantwoorden zoals:

Flame: Hoe ontsteek je het vuur van enthousiasme in je medewerkers? Hoe zorg je dat ze gaan voor hun product of dienst?

Flow: Hoe zet je je medewerkers in? Laat je een geboren drummer gitaar spelen? Laat je de bassist zingen? Kortom: Hoe zorg je dat je medewerkers in een flow komen?

Flood: Hoe zorg je voor overvloed? Aan wie vraag je bijvoorbeeld feedback? Aan je fans of je ontevreden klanten? Wat je aandacht geeft groeit!

Als laatste tip noemt hij: als mensen niet meer zo enthousiast in het leven staan, vraag dan waar ze vroeger enthousiast over waren en je ziet ter plekke een gedaante-verandering: gezichten lichten op, ruggen worden recht en ogen gaan weer stralen…

En dit is ook een aanrader voor op feestjes, aldus (de ietwat verlegen) Rijn Vogelaar

Mathieu Weggeman: Vakmensen die niet vertrouwd worden floreren niet!

Er liep eens een man in Stockholm bijna onder een auto omdat hij druk was met het checken van zijn Instagram-feed. ‘Ik was echt bijna aangereden, omdat ik naar kattenplaatjes, foodporn en selfies van vrienden keek’, aldus de 29-jarige Zweed. Hij vertelde het aan zijn collega en beste vriend en samen bedachten ze een oplossing voor dit probleem: ze besloten zelf een paar verkeersborden te laten maken en die op te hangen. Op het driehoekige bord zie je een man en een vrouw die lopend naar hun telefoonscherm staren.

Het nieuwe en originele bord werd gespot door een blogger en vervolgens begonnen Zweedse media erover te schrijven. Toen tweette de Zweedse metrodienst dat ze ook wel van die borden in de metrostations zouden willen. Mensen kijken tijdens het instappen naar hun telefoon, schreef de dienst, metrobestuurders zijn bang dat ze net een verkeerde stap zetten. Later tweette zelfs de politie dat ze het een cool plan vonden!

En toen liet de gemeente van zich horen. Een goed idee, maar ze moesten de borden wel verwijderen. Anders zou iedereen – zomaar – overal borden kunnen ophangen, aldus de gemeente, en dat kan natuurlijk niet…

Met dit verhaal illustreerde Prof. Weggeman zijn punt en volgens hem doet dit zelfde fenomeen zich voor in heel veel organisaties.

Een van de vragen die hij ons stelde, was: Wat is een professional?

Volgens hem is dat iemand die liefde heeft voor zijn vak. Iemand die de inhoud van zijn werk belangrijker vindt dan geld of aanzien. En vooral: iemand die een betekenisvolle bijdrage wil leveren. Dat kan dus net zo goed een serveerster zijn als een hartchirurg. Volgens Mathieu geldt deze definitie doorgaans voor verreweg het grootste deel van het personeel: 80% wil en kan zonder meer de bijdrage leveren die gevraagd wordt. Helaas is er vaak zo’n 15% die het niet (meer) kan. En slechts 5% wil het niet – om welke reden dan ook.

Waar gaat het nu vaak mis in organisaties?

Als je 100 % van je personeel onderwerpt aan alle regels en procedures van ‘Planning en Control’ dan doe je feitelijk 95% van je personeel te kort, want ‘vakmensen die niet vertrouwd worden floreren niet’. Mathieu’s advies aan managers en leidinggevenden anno 2017 luidt dan ook:

Durf te differentiëren!

Richt je ‘planning en control’ op die 5% die niet wil of lijkt te willen.

Zorg dat de 15% wordt bijgeschoold of op een beter passende plek komt.

En geef de overige 80% …. [tromgeroffel] ……. Vertrouwen (met een hoofdletter).

Een ander, maar gerelateerd advies: Creëer betekenis door op zoek te gaan naar de ‘shared values’ tussen je mensen en je organisatie en durf te vertrouwen op de inzet, wijsheid en goede intenties van deze groep en je krijgt van hen de inzet van je dromen.

Is dit makkelijk voor managers en leidinggevenden? Net zo makkelijk als het uitzwaaien van je dochter van 16 die voor het eerst gaat stappen…  Loslaten is een kunst en daar ligt dus een schone taak voor ons coaches, aldus Mathieu Weggeman.

Dat ben ik van harte met hem eens en als er één methode is die mensen leert om los te laten dan is dat wel ACT (acceptance en commitment training). Overigens gaat het vaak meer om toelaten van ongemakkelijke gevoelens, maar dat terzijde.

Joseph Oubelkas: 1637 dagen onschuldig in een Marokkaanse gevangenis…

De uitswinger van de dag was Joseph Oubelkas, een sympathieke, Marokkaans-Nederlandse man met een even bizar als inspirerend levensverhaal.

Stel je even voor: je bent 23, ziet er goed uit, informatica-diploma op zak en je start je eigen IT-bedrijf in een gunstige tijd. De zaken gaan goed en je wordt door een groot Marokkaans bedrijf gevraagd om daar een project te doen. Aangezien je goed Frans spreekt en van avontuur houdt neem je de opdracht aan en zowaar: een jaar lang werk je met veel plezier één week in de maand in Marokko.

Dan gebeurt er iets onverwachts: op het bedrijfsterrein wordt een busje met 800 kg marihuana gevonden en omdat jij er gelikt uitziet en uit Nederland komt ben je verdacht. Je beland in een cel, waar je verzekerd wordt dat alles goed komt. Maar niet heus. Enkele weken later valt het oordeel: 10 jaar celstraf in een van de ergste gevangenissen van de wereld: zelf het ‘toilet’ (niet meer dan een gat in de grond) doet ’s nachts dienst als slaapkamer voor de overvolle cel.

Uiteindelijk zit Joseph 4,5 jaar vast en de grote vraag is natuurlijk: hoe overleef je zoiets? Dankzij de 400 brieven van zijn lieve en wijze moeder ziet Joseph in dat hij er zelf iets van moet zien te maken. Nadat hij van de aardschok bekomen is begint hij zijn gebit te verzorgen, hij deelt lieve kaartjes van zijn moeder uit aan andere gedetineerden, hij begint een bloementuin en een sport-clubje en stap voor stap wordt hij steeds meer een licht in al die donkerte. en passant leert hij vloeiend Spaans en Marokkaans spreken.

In boeken over de methode ACT wordt vaak Victor Frankl aangehaald die Auschwitz overleefde. En ook dat is een enorm inspirerend verhaal. Vanaf nu kan het verhaal van Josepf Oubelkas daaraan worden toegevoegd met als overeenkomende levensles: Je kunt je omstandigheden niet altijd controleren, maar de houding die je kiest, daarin ben je vrij.

Hier hoor en zie je het hem zelf vertellen:

 

Vond je het nuttig om op deze manier te worden bijgepraat?

Zo ja, zou je deze blog willen delen op social media?

Provocatief coachen voor dummies – een minicursus!

Wil je ook ‘advokaat van de duivel’ leren spelen terwijl je aan de kant van de engelen staat?

Al spelend en liefdevol plagend de innerlijke wijsheid van je coachees aanspreken?

Een mega-effectieve coach-methode leren waar je oud mee kunt worden?

Zo ja, lees dan vooral verder, want hieronder krijg je een minicursus provocatief coachen.

Onlangs sprak ik een jonge man bij wie de testosteron zowat uit zijn oren kwam… een uitgelezen kans voor een provocatief gesprekje!

Casus: ‘de voetbalfan met de boze vrouw’

Coach: Je weet dat ik provocatief werk?

Coachee: Ja, dat heb ik gelezen, ja. Iemand heeft me dat aangeraden… Maar ik heb eigenlijk geen idee wat het inhoudt…

Coach: Ok, ik zal het kort uitleggen. Ik ga je uitdagen en plagen met als doel om je eigen kracht en wijsheid aan te spreken… Het kan best zijn dat je boos wordt of in de war raakt… en dat is wat mij betreft prima… En wat er ook gebeurt, onthoud alsjeblieft dat ik aan jouw kant sta… Ga je hiermee akkoord?

Coachee: Is goed, verras me maar!

Coach: Vertel eens wat kan ik voor je doen?

Coachee: Eh… ja, mijn partner vindt dus dat ik niet goed luister.

Coach: Je partner vind dat je niet goed luistert…. Nou en? Wat is daar mis mee? Dat is wat partners doen! Die kletsen de oren van je hoofd, terwijl jij naar de wedstrijd probeert te kijken en dan vinden ze het raar als je niet luistert…

Coachee: Ja, zo gaat het wel ongeveer, ja!

Coach: Precies, dus wat is nou eigenlijk het probleem?

Coachee: Nou, ze dreigt met een echtscheiding en ik wil haar niet kwijt! Dus ik zal toch beter moeten leren luisteren…

Coach: Weet je, wij mannen zijn helemaal niet gemaakt om te luisteren… daar heb je ‘vriendinnen’ voor! Wij zijn gemaakt om te jagen en om te focussen, bijvoorbeeld op een voetbalwedstrijd! Jij kunt gewoon heel goed focussen! Daar zou je meer mee moeten doen…

Coachee: Yeah right! Nou, op haar geklets kan ik anders helemaal niet zo goed focussen! Ze blaat maar door over de meest onbenullige dingen en ik vind het gewoon moeilijk om mijn aandacht er bij te houden…

Coach: Waarschijnlijk heb jij gewoon geen goede luister-genen. Je oren doen het wel, maar jij reageert alleen op sportcommentaar en op geritsel in het struikgewas…

Coachee: Wat een onzin! Nee, ik wil gewoon leren om actief te luisteren!

Coach: Actief luisteren? Nou, dan weet ik wel wat! (De coach springt op en doet voor) Je loopt gewoon héél actief, sluipend door het huis. Klaar voor de jacht of de aanval. Dan denkt je brein: ‘dit gaat goed!’ en ondertussen probeer je een heel klein beetje naar haar te luisteren…’

Coachee lacht en zegt: Tsjonge jonge, je hebt wel fantasie, jij! Nee, misschien moet ik wel op cursus of zo… Een vriend van me had het laatst over geweldloze communicatie… Heb jij daar ervaring mee?

Ok, tot zover de mini demo…

Wat is hier nou eigenlijk gebeurd?

Je zou het misschien niet zeggen, maar ik heb gewoon netjes de 7 stappen van de Provocatieve Starterkit doorlopen, zoals ik die jaren geleden geleerd heb van Jaap Hollander, Jeffrey Wijnberg en de in 2013 overleden grootmeester zelf: Frank Farrelly (may he laugh and rest in peace).

Hier komen ze:

Allereerst: Zorg voor de juiste basishouding
1. Bied een positief, veilig kader aan.
2. Maak gebruik van de 1e indruk
3. Check: hoe presenteert iemand zijn probleem?
4. Indien nodig: maak het probleem intern
5. Denk het probleem om naar een gave!
6. Geef absurde verklaringen
7. Geef absurde oplossingen

Zullen we het gesprekje eens ontleden? Dan leg ik meteen de stappen uit!

Stap 0. De basishouding

Ontwikkel in je zelf eerst die bijzondere basishouding bestaande uit warm contact, humor en uitdaging. Als één van de drie ontbreekt, dan is het geen provocatieve coaching. Ga dus eens na welke je al makkelijk afgaat en welke je eventueel nog verder kunt ontwikkelen of oproepen bij jezelf. Het helpt trouwens ook enorm als je vertrouwen hebt in de (veer)kracht en innerlijke wijsheid van je coachee!

Stap 1: Bied een positief, veilig kader aan

Als de cliënt nog niet weet wat provocatief coachen inhoudt, dan helpt het jullie beiden enorm als je een positief en veilig kader aanbrengt. Dat geeft jou meer vrijheid en je coachee kan beter duiden wat er gebeurt en dat helpt!

Je doet dit simpelweg door in je eigen woorden uit te leggen wat het inhoudt, wat de coachee kan verwachten en vervolgens vraag je om instemming.

Stap 2: Maak bewust gebruik van de 1e indruk

De eerste indruk geeft je al een enorme hoeveelheid informatie. Vaak slaan we die onbewust op en doen we er te weinig mee. Een provocatieve coach probeert hier bewust gebruik van te maken door te testen of zijn hypothese klopt.

In dit geval valt op: Coachee gaf een stevige handdruk, is opvallend gespierd, zwaar behaard, laat onrust in de benen zien en kijkt wat schichtig om zich heen. Ook hing er aan de spiegel van zijn auto een Feijenoord sjaaltje…

Associaties van de coach: deze man zou het in de prehistorie waarschijnlijk niet slecht doen! En hij is vast een voetbalfan!

Stap 3: Check – hoe presenteert iemand zijn probleem?

Elk probleem kan op diverse manieren gepresenteerd worden: bijvoorbeeld intern (verantwoordelijkheid nemend), of extern (verantwoordelijkheid afschuivend). In dit geval zegt coachee dit:

‘Eh… ja, mijn partner vindt dus eh… dat ik niet goed luister’

Conclusie: probleem wordt extern geformuleerd. Hij had immers ook kunnen zeggen: ‘ik wil graag beter leren luisteren naar mijn partner.

Stap 4: (Indien nodig) maak het probleem intern

Door het externe probleem niet zomaar te accepteren kun je zorgen dat het intern wordt, dus dat iemand verantwoordelijkheid gaat nemen voor zijn eigen aandeel. Hier zie je nogmaals hoe de coach dat doet:

Coach: Je partner vind dat je niet goed luistert… ‘Nou en? Wat is daar mis mee? Dat is wat partners doen! Die kletsen de oren van je hoofd, terwijl jij naar de wedstrijd probeert te kijken!

Coachee: Ja, zo gaat het wel ongeveer, ja!

Coach: Precies, dus wat is nou eigenlijk het probleem?

Coachee: Ze dreigt met een echtscheiding en ik wil haar niet kwijt! Dus ik zal toch beter moeten leren luisteren…

NB: Nu is het probleem intern en kan het uitdagen beginnen!

Stap 5. Denk het probleem om naar een gave!

Provocatief & creatiefHerkader het probleem in iets positiefs: maak er een gave van! En stimuleer dat de cliënt het probleem accepteert of beter nog: het vaker, groter of meer gaat doen!

Coach: Weet je, wij mannen zijn helemaal niet gemaakt om te luisteren… daar heb je ‘vriendinnen’ voor! Wij zijn gemaakt om te jagen en om te focussen, bijvoorbeeld op een voetbalwedstrijd! Jij kunt gewoon heel goed focussen! Daar zou je meer mee moeten doen.

Stap 6. Absurde verklaringen

Soms vragen cliënten om een verklaring. De provocatieve coach weet dat verklaringen geen enkele garantie geven dat de coachee gaat veranderen. Sterker nog; heel vaak betekent het zoeken naar verklaringen uitstel van executie. Daarom gelooft de provocatieve coach: verklaringen kun je krijgen, maar alléén absurde verklaringen!

Coach: Waarschijnlijk heb jij gewoon geen goede luister-genen. Je oren doen het wel, maar jij reageert alleen op geritsel in het struikgewas…

Coachee: Wat een onzin! Nee, ik wil gewoon leren om actief te luisteren!
Zie je hoe de motivatie van de coachee toeneemt?

Stap 7. Absurde oplossingen

En soms vragen cliënten om een oplossing. Net als de oplossingsgerichte coach weet de provocatieve coach dat oplossingen waar de coachee zelf mee komt véél meer waard zijn. Daarom geldt ook hier: oplossingen kun je krijgen, maar alleen absurde! NB: hierbij doet zich vaak het brainstorm-effect voor. Door jouw absurde interventies ontdekt de coachee soms zomaar een briljant en creatief idee.

Hier zie je hoe de coach dat deed:

Coach: Actief luisteren? Nou, dan weet ik wel wat! De coach springt op en doet voor: Je loopt gewoon heel actief, sluipend door het huis. Klaar voor de jacht of de aanval.

Dan denkt je brein: ‘dit gaat goed!’ en ondertussen probeer je een heel klein beetje naar haar te luisteren…’

Coachee: Tsjonge jonge, je hebt wel fantasie, jij! Nee, misschien moet ik wel op cursus of zo… Een vriend van me had het laatst over geweldloze communicatie… Heb jij daar ervaring mee?

Hoe ging dit verder?

Een cursus geweldloze communicatie… geen slecht idee van de coachee toch? Dit zou zo maar eens kunnen gaan werken! Omdat ik nog contact heb met deze coachee kan ik zeggen: het heeft ook gewerkt. Hij is de cursus daadwerkelijk gaan doen en vond het wel wat soft, maar zijn vrouw is er erg blij mee!

Vond je deze blog leuk en / of nuttig? Please share met de buttons hieronder of laat een comment achter. Ik lees graag je provocatieve ervaringen!

(Fotoverantwoording: 123RF)

Durf jij al te coachen met humor? 10 tips!

Huh? Coachen met humor? Moet ik dan moppen gaan vertellen aan mijn coachee?

Nou, nee, dat lijkt me niet. De meeste moppen zijn überhaupt niet echt grappig.

Waar gaat dit dan over?

Nou, je hebt vast weleens een goed gesprek met een vriend(in) gehad waarin deze jou met humor een spiegel voorhield? En waardoor je iets inzag dat heel bevrijdend was?

Ik heb ook zo’n vriend. En die vriend weet dat ik een beetje te veel boeken koop. Soms als ik met hem praat over dingen waarmee ik zit, zegt hij plagend: Goh, is daar niet een leuk boekje over?

Heel irritant natuurlijk, maar wat is zijn boodschap aan mij?

Een hele mooie: ‘jongen, stop nou eens met de wijsheid buiten jezelf te zoeken. Jij kunt dit heel goed zelf oplossen, de wijsheid zit al in je’. Alleen als hij dat letterlijk zou zeggen, dan werkt dat lang niet zo krachtig.

Ook de positieve psychologie leert ons dat humor en lachen mensen veerkrachtiger maakt en zelfs ons immuunsysteem versterkt. En de beroemde psychiater Victor Frankl die Auschwitz overleefde schreef dat hij en zijn medegevangenen de moed erin hielden door ‘caberet-avondjes’ te organiseren in het kamp.

Er valt dus veel te zeggen voor het gebruik van humor, óók of misschien wel juist onder moeilijke omstandigheden. Als coach kun je ook geweldig gebruik maken van ‘liefdevol plagende humor’. In de methode provocatief coachen is dit bijvoorbeeld tot een ware kunst verheven. Maar ook als je met andere methoden coacht kun je daar best wat humor aan toevoegen. Hier volgen 10 tips om dat effectief te doen:

  1. Neem jezelf niet al te serieus!

Sommige coaches nemen zichzelf of de methodes waarmee ze werken erg serieus. Helaas ben je dan ook erg kwetsbaar. Wat als de coachee jou of je methode niet leuk vindt? Hoe meer ik zelf leer, hoe meer ik inzie dat ik maar een heel klein radertje in het geheel ben en hoe vrijer ik wordt… heerlijk is dat!

  1. Ontwikkel een goede werkrelatie

Hoe beter je werkrelatie is, hoe meer je kunt maken. Een goede werkrelatie als basis helpt, omdat de coachee dan weet dat je aan zijn of haar kant staat. Het gekke is dat het ook andersom werkt: een goede werkrelatie ontstaat soms juist door te spelen of gek te doen, zoals in het volgende voorbeeld:

  1. Doe eens gek!

Iemand begeleidde eens (in een gedwongen kader) een jongeman die weigerde zijn petje af te zetten. Daarop ging de coach op de grond liggen en zei: ‘Zo, nu kan ik in ieder geval je ogen zien’. De jongeman schoot in de lach en zei: ‘Jij bent echt gestoord!’ Maar het ijs was gebroken en daarna ontwikkelde zich een prima werkrelatie!

  1. Wees soms gruwelijk oprecht

Is jou al eens opgevallen dat comedians soms simpelweg de waarheid vertellen? Een waarheid die nog niet is uitgesproken? Omdat het onderwerp een taboe is? Of omdat we er simpelweg niet bij stilstaan? Zo betoogde Theo Maassen eens: “Wist je dat het meest succesvolle restaurant ter Wereld psychologen inhuurt om te zorgen dat de ‘gasten’ zo snel mogelijk het restaurant weer verlaten om plaats te maken voor nieuwe? Als coach kun je soms ook heel oprecht zijn. Misschien zeg jij wel iets wat niemand anders zegt…

  1. Kom vanuit compassie

Natuurlijk stel je altijd het welzijn van de coachee voorop. Je gunt die ander een fijner, gezonder, rijker leven. Je wil het lijden wil verlichten en misschien wil je zelfs iemand uitdagen om te floreren. De ander zal dat voelen. Het is ook compassievol als je aankondigt wat je gaat doen: ‘ik houd ervan om mijn cliënten een beetje te plagen, met als doel om ze sterker te maken… Kun je dat hebben?’

  1. Durf voor jezelf op te komen!

Tsja en soms plagen cliënten jou! Zo was er eens een beginnende coach in Engeland die van haar moeder een leuk jasje had gekregen. Op zekere dag coachte zij een nogal uitdagende dame, die zei: ‘Wat is dat voor raar jasje! Het is te kort om je billen te bedekken en te dun om je warm te houden!’

Eerst reageerde de coach vriendelijk: ‘Oh, dit jasje… het was een geschenk van mijn moeder’. Toen de coachee echter maar door bleef zeuren over haar jasje werd ze het zat en riep uit: Oh, Fuck off!’ Ze schrok van zichzelf, maar de coachee schoot in de lach en zei: ‘Nu weet ik dat ik je kan vertrouwen en de dingen kan vertellen die ik heb meegemaakt…’

  1. Ridiculiseer niet de persoon, maar diens gedrag

Dit is een belangrijk onderscheid! Als je als coach humor inzet dan doe je dat vanuit onvoorwaardelijke acceptatie van je cliënt als mens. Zijn of haar wonderlijke gedrag daarentegen… daar mag je best grapjes over maken. Ooit coachte ik een homoseksuele man die graag een vriendje wilde, maar die eigenlijk niet bereid was om daar een beetje moeite voor te doen. Verder zag hij er goed uit, had een goede baan, was intelligent, kortom: best een leuke vent!

Al in het eerste gesprek zei ik tegen hem: ‘jij bent gewoon het best bewaarde geheim van de homo-scene! Ze moeten jou echt komen zoeken! En jij verstopt je niet in dark-rooms, maar gewoon in je design-appartement… Briljant! Daar komt niemand op… Dat is nog eens ‘playing hard to get’…  Daarop zei hij: ‘Ja, ja, stop maar… ik weet het: ik moet er op uit als ik iemand wil vinden’ Later zei hij dat dát moment hem het meest aan het denken had gezet…

  1. Geef een absurde oplossing of verklaring!

Soms zijn coachees héél erg op zoek naar een verklaring of oplossing voor hun probleem. Natuurlijk kun je ze die geven, maar elke ervaren coach weet dat dat niet werkt. Je kunt ook een nette variant geven van de vraag: ‘Wat denk je zelf?’ Maar dat is ook een beetje flauw. Als je het eens met humor wil proberen geef dan eens met een ondeugende twinkeling in je ogen een absurde verklaring: ‘Je doet zo emotioneel omdat je diep van binnen weet dat de robots eraan komen… Daarom wil je je menselijke kant benadrukken…’ Of een absurde oplossing: ‘Hoe je meer klanten krijgt in je coach-praktijk? Je zou kunnen overwegen om in je nakie te gaan coachen… Wacht, ik zie een nieuwe website voor me: www.naaktcoachen.nl!!! zullen we meteen even kijken of die nog vrij is?

  1. Help, ik heb geen gevoel voor humor!

Tsja, dan zit er niks anders op dan als humorloze uit de kast te komen en je gebrek volledig te omarmen… Ik heb al even voor je gecheckt en www.serieuscoachen.nl is nog vrij, dus als je snel bent… Nee, alle gekheid op een stokje: ik geloof dat iedereen een eigen gevoel voor humor heeft en dit verder kan ontwikkelen. Op Netflix zag ik zelfs een documentaire over 4 comedians met een autisme-spectrum stoornis… Hier zie je er één in actie:

  1. Kijk regelmatig naar comedy!

Ik ontdekte het bij toeval, maar steeds als ik de avond voor een training naar comedy kijk, dan wordt er tijdens de training meer gelachen. Alsof mijn humor-spier al is opgewarmd… Probeer het ook eens en kijk gedurende een bepaalde periode wat meer naar kleinkunst, comedy en dergelijke en verrase je over het effect!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please share!

Heb je andere leuke tips of ben je het er helemaal niet mee eens? Laat het weten in een comment hieronder!   … (als je durft)

Al lid van de Club van Liefde?

We leven in een bizarre tijd, vind je niet?

Een tijd met gigantische risico’s en fantastische kansen.

De risico’s kun je – denk ik – zelf wel bedenken

Je hoeft het journaal maar aan te zetten of een krant open te slaan en je ziet meer dan een mens kan verwerken. Precies om deze reden doe ik dat maar met mate.

En de kansen?

Daar moet je wat meer voor zoeken, maar die zijn er natuurlijk ook. Denk aan alle wijsheid en kennis die steeds meer beschikbaar komt voor iedereen ter wereld met een internet verbinding. Denk aan de wonderlijke uitvinding van Ben Feringa: zijn ‘Moleculaire Motoren’ die misschien wel een doorbraak betekenen in de strijd tegen Kanker. Of aan de held Vincent die met gevaar voor eigen leven twee kinderen uit een brandende auto redde. Of aan het waargebeurde verhaal achter de film ‘les Intouchables’. En om deze reden kijk ik graag naar TED.com en lees ik ‘The optimist’.

Dat is het gekke van deze tijd: het is er allebei. Reden tot pessimisme en reden tot optimisme. Cynisme en vertrouwen. ‘Angst, wanhoop en haat’ aan de ene kant en ‘Liefde, hoop en inspiratie’ aan de andere kant.

Hoe hier nu mee om te gaan?

Mij helpen deze 5 woorden:

Wat je aandacht geeft groeit

Als ik de ochtend begin met het lezen van het vele slechte nieuws in de krant dan zie ik vervolgens egoïsme in de mensen die voordringen bij de trein.

Als ik de dag begin met meditatie dan zie ik liefde in de Marokkaanse medewerker bij de fietsenstalling die iedereen allerhartelijkst een fijne dag wenst.

Zo optimistisch als ik me voelde bij de Verkiezing van Barack Obama, zo pessimistisch voelde ik me bij de verkiezing van Donald Trump.

Gelukkig duurde dat pessimisme maar even…

Want er fluistert iets dat al het slechte nieuws overstemt

Heel lang was het maar een vaag vermoeden. Maar afgelopen week kwamen er drie dingen op mijn pad die over precies hetzelfde lijken te gaan. Bijzonder, want het eerste was een oproep van een man die de liefde van zijn leven verloor; het tweede is een korte tekst uit 1148 en het derde is een ‘feel good’ – filmpje dat ik altijd graag vertoon tijdens trainingen. En ik ga ze alle drie met je delen als een lekkere sandwich: twee filmpjes met de tekst ertussenin… (o:

Hier komt het eerste filmfragment

Je ziet Mohamed El Bachiri, moslim en inwoner van de Belgische wijk Molenbeek die een inspirerend pleidooi houdt en oproept tot een ‘jihad van liefde’.

Nou, als dit je hart niet raakt…

Dan komt hier de tekst die ik tegen kwam in het boek ‘Non-duale coaching en therapie’ van Alexander Zöllner, oprichter van Art of Life.

De tekst stamt uit 1148 en wordt toegeschreven aan de Katharen. De oorspronkelijke titel luidt: ‘de kerk van de liefde’. Omdat het woord ‘kerk’ voor heel veel mensen al een bepaalde betekenis heeft (positief, neutraal of negatief) en ik graag wil dat zo veel mogelijk mensen zich in deze tekst herkennen, ben ik zo vrij geweest om het woord ‘kerk’ te vervangen door het woord ‘club’. Hier komt-ie:

De club van liefde

Ze bestaat niet als vaste vorm, maar slechts door onderlinge overeenstemming van de mensen.
Ze heeft geen leden, behalve hen die voelen dat ze erbij horen.
Ze heeft geen concurrentie, want ze wedijvert niet.
Ze heeft geen eerzucht, want ze wil alleen maar dienen.
Ze trekt geen landsgrenzen, want dat doet de liefde niet.
Ze kapselt zich niet in, want ze probeert alle groepen en religies te verrijken.
Ze respecteert alle grote leraren aller tijden die de waarheid van de liefde openbaarden.
Wie ertoe behoort, oefent de waarheid van de liefde met zijn hele zijn.
Wie ertoe behoort, weet het.
Ze doet geen pogingen anderen te beleren; ze probeert alleen maar te zijn en door haar zijn te geven.
Ze leeft in de wetenschap dat de hele aarde een levend wezen is en wij een deel ervan zijn.
Ze weet dat de tijd van de laatste ommekeer gekomen is; weg van de ik-gehechtheid, uit vrije wil terug naar de eenheid.
Ze maakt zich niet met luide stem bekend, maar werkt in het vrije domein van het zijn.
Ze maakt een buiging voor allen die de weg van de liefde deden oplichten en hiervoor hun leven gaven.
Ze laat in haar rijen geen volgorde toe en geen starre opbouw, want de een is niet groter dan de ander.
Ze zegt geen beloning toe, noch in dit noch in een ander leven, alleen vreugde van het zijn in liefde.
Haar leden herkennen elkaar aan de wijze van handelen, aan de wijze van zijn en aan de ogen en aan geen ander uiterlijk gebaar dan de broederlijke of zusterlijke omarming.
Ze kennen geen vrees noch schaamte, en hun getuigenis zal altijd geldig zijn in goede alsook in slechte tijden.
De club van de liefde heeft geen geheim, geen mysterie en geen inwijding, behalve een grote kennis van de macht van de liefde, omdat de wereld zal veranderen wanneer wij mensen dit willen, maar alleen doordat eerst wijzelf veranderen.
Allen die voelen dat ze erbij horen, horen erbij.
Ze behoren tot de club van de liefde.

Wordt jij hier ook stil van?

Ik werd niet vaak zó diep geraakt door de wijsheid van een tekst.

Tenslotte wil ik luchtig eindigen met een feel-good filmpje, maar nog steeds met diezelfde fluisterende boodschap.

Hier komt-ie:

‘Sometimes, security cameras catch something totally different’

Tsja, en hoe nu verder?

Ik weet het ook niet precies, maar ik hoop dat ik aan het einde van mijn leven kan zeggen: ik was meer deel van ‘de oplossing’ dan van ‘het probleem’…

En ik hoop dat jij en ik elkaar kunnen herkennen aan ‘onze wijze van handelen, onze wijze van zijn en aan onze ogen en aan geen ander uiterlijk gebaar dan de broederlijke of zusterlijke omarming.’

Ik wil hier graag afsluiten met de beroemde woorden van de Dalai Lama: ‘My religion is kindness’

PS: Vond je deze blog inspirerend of hoopgevend? Laat een reactie achter of deel hem met je netwerk!

Auteursrecht foto ‘helpende handen’:

<a href=’http://nl.123rf.com/profile_boarding1now’>boarding1now / 123RF Stockfoto</a>

 

10 handige herkaderingen

Laatst was ik een weekje in Zuid-Spanje en liep ik langs een 2e hands winkel met als naam ‘Nuevo para tí’, wat zoveel wil zeggen als : ‘Nieuw voor U’. Dat vind ik nou een mooi voorbeeld van een herkadering.

Voor coachende professionals kunnen herkaderingen ook een fantastische manier bieden om hun coachees een ander, nieuw perspectief aan te bieden. Coachees blinken er immers vaak in uit om zichzelf vast te zetten in een negatieve, niet-helpende interpretatie van de feiten.

Denk maar aan uitspraken als: “Ik zit helemaal klem”. “Ik wordt geofferd”. “Ik heb de boot gemist”

Omdat wij zelf niet vastzitten in het probleem en dergelijke situaties vaak al eerder hebben gezien of meegemaakt zijn we als geen ander in staat om een nieuw licht op de zaak te laten schijnen en herkaderingen zijn een mooie manier om dat te doen.

Een herkadering is eigenlijk niets meer dan ‘een nieuwe betekenis geven aan de feiten’.

Stap één is dan ook het achterhalen van die feiten door te vragen wat de coachee bedoelt als hij zegt ‘Ik zit helemaal klem’. Dan blijkt misschien dat hij een moeilijke keuze moet maken uit twee opties die hem beide onaantrekkelijk voorkomen, zoals: ‘Gaan scheiden of het uitmaken met mijn minnares’. Dit zou je dan kunnen herkaderen tot ‘een dilemma tussen hoofd en hart’, waarbij het natuurlijk raadzaam is om aan de coachee over te laten welke keuze staat voor ‘hoofd’ en welke voor ‘hart’.

Natuurlijk kun je een herkadering nooit ‘opleggen’ in de zin van ‘je moet het gewoon zo zien’. Maar wat in principe altijd kan is de herkadering vriendelijk aanbieden: hoe zou het zijn als je er zo naar kijkt? En wat zou je vervolgens anders kunnen gaan doen dat je nu nog niet doet? Mijn ervaring is ook dat je niet te snel moet willen gaan en soms eerst empathie moet bieden voor de beleving van de coachee.

Als coach kun je overigens veel voldoening scheppen uit het vinden van ‘de juiste herkadering op het juiste moment’. Dit is één van die gebieden waar je je creativiteit in kunt uitleven, mits het natuurlijk de cliënt ten goede komt anders kun je beter columns gaan schrijven.

Om je te inspireren heb ik een paar herkaderingen op een rijtje gezet die vaak van pas komen tijdens coach-gesprekken:

1. Een tegenslag of mislukking wordt een leerervaring.

De Dalai Lama heeft ooit gezegd: ‘If you loose, don’t loose the lesson’. Dit lijkt logisch maar heel veel mensen, zeker als ze wat meer een fixed mindest hebben, geven snel op na een tegenslag of mislukking en concluderen dat het er voor hen niet in zit.

2. Een verplichte huiswerkopdracht wordt ‘een interessant experiment’

Bij het oplossingsgericht coachen worden in feite nooit opdrachten gegeven, want wie heeft er sinds de middelbare school nou zin in ‘een opdracht’. Het doen van een experiment heeft een hele andere lading. Experimenten mogen immers mislukken of anders uitpakken dan verwacht en net als bij een scheikundige met reageerbuizen: je leert altijd iets!

3. Angst voor het onbekende wordt ‘het begin van een spannend avontuur’

Erken eerst: het lijkt me een lastig dilemma voor je, want je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt en natuurlijk is dat eng… Aan de andere kant zie je ook in dat je zo ook niet verder kunt. Hoe zou het zijn als je er naar kijkt als een spannend avontuur dat jou roept?

4. ‘Ik weet niet of ik het wel kan’ wordt ‘een kans om te groeien’

Er is een prachtig citaat dat toegeschreven wordt aan Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’ Is dat niet net zo waar als bij voorbaat denken dat je iets niet kan? Eigenlijk zegt zo iemand: ‘ik ben bang dat ik faal als ik het probeer…’ Precies om die reden moedigt de oplossingsgerichte aanpak vaak aan om te beginnen met hele kleine stapjes en experimenten, maar om in ieder geval te beginnen en niet te blijven hangen in faalangst.

5. Lijden wordt: ‘groeien in compassie’

Een van de mooiste boeddhistische uitdrukkingen vind ik: ‘No mud no lotus’. Hiermee wordt bedoeld dat als je geen lijden (modder) hebt meegemaakt, je ook geen compassie (lotusbloem) kunt ontwikkelen voor andere mensen die lijden. Overigens begint compassie vaak met zelf-compassie, mindfulness of zorgen voor jezelf als je het moeilijk hebt. Het alternatief is namelijk ‘vechten of vluchten’ en helaas is dat op lange termijn vaak geen houdbare strategie.

6. Lastig gedrag van een 3e wordt ‘een leraar op je pad’

Was het maar zo dat andere mensen zich altijd gedragen als liefdevolle supporters van ons en onze goede bedoelingen… Helaas zijn er altijd partners, collega’s buren en kinderen die ‘roet in het eten gooien’. Maar in plaats van hen te zien als hindernissen kun je er ook naar kijken als ‘leraren’. Ik geef toe: niet iedereen zal hier zo maar voor open staan. Maar als je zo iemand treft kan het enorm transformerend werken om bijvoorbeeld ‘The Work van Byron Katie’ te doen. Een van haar stellingen is: ‘Judge your neighbour and turn it around!’

7. Ongewenste emoties worden ’Helpende boodschappers’.

Veel mensen weten zich geen raad met de zogenaamde ‘negatieve’ emoties, terwijl die toch echt bij het leven horen en zelfs een belangrijke functie kunnen hebben! Zo betekent faalangst vaak dat je iets héél graag wilt… Angst is (iig oorspronkelijk) een signaal om alert te zijn voor mogelijk gevaar. Boosheid betekent vaak dat een belangrijke behoefte niet wordt vervuld of dat er een grens wordt overschreden. Verdriet betekent dat het tijd is om te rouwen en een bepaald verlies te verwerken.

8. Een problematische situatie als ‘de roep van de heldenreis’

Dit lijkt wat vergezocht, maar voor sommige coachees (jongeren, fantasy-fans) werkt het erg goed om een beroep te doen op de fantasie: ‘Stel je was een held zoals Frodo of Superman’en dit probleem was voor jou de oproep van een avontuurlijke reis… Wat zou je dan nu als eerste gaan doen? Wie zou je mentor kunnen zijn of worden? En waarin zou jij nu je moed kunnen tonen?

9. ‘Een verkeerde beslissing’ wordt ‘je beste optie op dat moment’

Mensen kunnen zichzelf jarenlang op de kop geven voor ‘een verkeerde beslissing’. Doodzonde want de realiteit is dat iemand die beslissing destijds heeft genomen en dat hij simpelweg niet kan weten hoe zijn leven was gelopen als je iets anders had besloten. We fantaseren vaak dat dan alles beter zou zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Misschien heeft die beslissing wel ons leven gered… Het is veel helpender om die ene beslissing te zien als: ‘je beste optie van dat moment’

10. ‘Ik lijd dus er is iets mis met me’ wordt: ‘Ik lijd dus ik ben normaal!’

Dit is misschien wel de ultieme herkadering! ACT en mindfulness beschouwen pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten als ‘normale menselijke ervaringen die horen bij een rijk en betekenisvol leven’. Iemand die dergelijke gedachten of gevoelens heeft en die veroordeelt of zich er tegen verzet heeft er eigenlijk een extra probleem erbij: de emoties plus de overtuiging dat er iets mis is met je. De pijn die dan ontstaat noemen we in ACT ook wel ‘vuile pijn’ en die is een stuk lastiger te verdragen dan de aanvankelijke ‘schone pijn’.

Persoonlijk ben ik heel blij met dit inzicht, want laten we eerlijk zijn: wie kent er géén pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten? Zodra we die gedachten en gevoelens normaliseren zetten we de coachee (of onszelf) terug in de eigen kracht. Hier lees je trouwens een blog over het omgaan met lastige emoties.

Tot zover de 10 handige herkaderingen!

Welke herkadering gebruik jij vaak voor jezelf of voor je coachees? Please comment!

Vond je deze blog nuttig? Please like or share!