Aandacht voor de kracht in plaats van de klacht

De oplossingsgerichte benadering werd ontwikkeld rond 1980 aan het Brief Family Therapy Center (BFTC) in Milwaukee, Verenigde Staten. Steve de Shazer (1940-2005) en Insoo Kim Berg (1934-2007) ontwikkelden de Solution Focused Brief Therapy. Tijdens het werken met gezinnen en individuele cliënten ontdekten zij dat het vaak niet nodig is om de oorzaak van klachten te onderzoeken of een diagnose te stellen.

Wat je aandacht geeft groeit

Zij richtten zich veel meer op de gewenste veranderingen dan op het probleemverleden van de cliënt. Er ontstaat een respectvolle, doelgerichte benadering gebaseerd op samenwerking met de cliënt. Een belangrijk uitgangspunt is dat de cliënt over de benodigde kennis, vaardigheden en hulpbronnen beschikt om de gewenste veranderingen in gang te zetten.

Wereldwijde belangstelling

Kort na het ontwikkelen van de oplossingsgerichte methodiek ontstaat een wereldwijde belangstelling. Naast het therapieveld raken ook maatschappelijk werk, ziekenhuiswezen, onderwijs, bedrijfsleven, sport, management en vele andere werkvelden geinspireerd. Men spreekt niet meer alleen over “oplossingsgerichte therapie” maar over de “oplossingsgerichte benadering”. Over de gehele wereld wordt de oplossingsgerichte benadering toepast door vele beroepsgroepen en jaarlijks worden er meer dan 1900 boeken en artikelen geschreven in vele talen (Bron: website VOPN: https://vopn.nl/oplossingsgerichte-benadering )

Het gebeurde vlak na de moord op Theo van Gogh.

Ik woonde destijds in de Pijp in Amsterdam, waar de sfeer grimmig was.
Vlak voor sluitingstijd sjeesde ik nog even naar de supermarkt om boodschappen te doen. Hijgend aangekomen kwam ik erachter dat ik in mijn haast mijn fietsslot was vergeten.

Ik keek om me heen en zag een groepje hangjongeren… ‘Potentiële dieven van mijn fiets’ dacht ik direct.

‘Ho, wacht eens even, dacht ik er meteen achteraan’, ik wil niet wantrouwig zijn en anderen op die manier benaderen.
Ik besloot ter plekke om het anders te doen. Ik liep naar het groepje toe en vroeg: ‘Jongens, heel dom van me, ik ben mijn fietsslot vergeten en moet even de supermarkt in. Zouden jullie op mijn fiets willen letten?’ Dat was geen probleem. Ik deed boodschappen en liep toch met enige zenuwen weer naar buiten. Als ze mijn fiets gestolen hadden, dan had ik in ieder geval mijn vertrouwen gegeven. Maar daar stonden ze, nog steeds vlak bij mijn fiets.

‘Bedankt jongens, zei ik enthousiast, heel fijn dat jullie op mijn fiets gelet hebben.’ ‘Bedankt voor het vertrouwen, mevrouw’, reageerden ze.

De tijd erna fietste ik steeds met een glimlach langs de supermarkt en als de jongens er stonden zwaaiden we naar elkaar…

Dit verhaal is van een Jaan Thiadens – één van onze trainers  – en het illustreert mooi ons motto: ‘Je krijgt vaak wat je geeft’. Het verhaal staat in het boek over Coachen met ACT dat ik samen met Jaan schreef. Sinds dat boek uit is, is onze Basistraining coachen met ACT meestal ver van te voren volgeboekt. Mocht je interesse hebben: info en inschrijven voor de basiscursus Coachen met ACT kan hier.

Coachen 3.0, de Podcast

Mocht je nader met Jaan willen kennismaken, dan zou je naar de episode van Coachen 3.0, De Podcast kunnen luisteren. Ik interview Jaan en we hebben het o.a. over het realiseren van dromen en de rol die ACT daarbij kan spelen (maar ook over mindful bevallen, good-enough parenting, muziek en ze vertelt twee prachtige verhalen uit haar best wel bijzondere leven…)

Basistraining Coachen met ACT

Interesse in een training Coachen met ACT? Volg dan een Basistraining Coachen met ACT. En de hele Jaartraining Coachen 3.0 volgen kan natuurlijk ook.

Als je zin hebt om de week met extra bewustzijn te starten, let dan eens op de rol van vertrouwen zowel in het geven als het ontvangen…

Maandagse maak de wereld mooier mails

Deze blog is een van mijn ‘Maandagse maak de wereld mooier mails‘. Wil je deze mails wekelijks in jouw mailbox ontvangen? Schrijf je dan in en ontvang iedere maandag een kraak-verse ‘Maandagse maak de wereld mooier mail’ in je inbox. Deze unieke nieuwsbrief wordt door > 5000 mensen gelezen. Zo krijg je elke maandag een dosis nieuwe inspiratie met soms bemoedigende woorden, soms iets prikkelends en vaak iets vermakelijks. En telkens weer is het doel om jou nog veerkrachtiger en effectiever te maken als coachende professional (M/V/NB).

Heb je het item van Arjen Lubach over coaches al gezien?

Hij begint met de constatering dat sinds 2013 het aantal coaches in Nederland ruim is verdubbeld (tot bijna 100.000) en het aantal leefstijlcoaches zelfs vertienvoudigd (tot ruim 5000).

Ook snijdt hij een aantal zaken aan die mij al langer zorgen baren en waar ik me soms zelfs boos over maak. Ik noem er enkele:

  • BN’ers die opeens gaan coachen terwijl hun eigen gedrag varieert van discutabel tot gewoonweg strafbaar. Ooit nam ik een kijkje in zo’n community en het werd al snel duidelijk dat de dominante boodschap was: ‘Doe wat ik doe en jij wordt óók zo succesvol!’ Als je iets van coaching weet, dan snap je dat dit helaas te simpel is.
  • Quasi-spirituele coaches die dingen claimen die niet alleen niet kloppen, maar zelfs schadelijk kunnen zijn. Zoals dat je ‘alles kunt aantrekken als je maar je gedachten afstemt op de juiste frequentie’. (Waarom dit schadelijk kan zijn lees je in een volgende maandag-mail)
  • Briljante comedian als Lubach is, steekt hij de draak met ‘Coaches die coaches opleiden die zelf óók weer coaches opleiden…’ Ook laat hij een driedaagse ‘opleiding’ tot coach zien die de schijn wekt dat je daarna een volleerd coach zult zijn.

Misschien vraag jij je ook wel af hoe je in coachland het kaf van het koren kunt scheiden?

Als je het mij vraagt, dan zeg ik ‘check even de volgende drie vragen’:

  1. Zijn de coachmethoden die je overweegt grondig wetenschappelijk onderbouwd? Of is het meer populaire pseudo-psychologie vermengd met quantum-fysica-quotes?
  2. Is of zijn de personen achter deze coachpraktijk / dit opleidingscentrum gewone mensen met passie voor het coaching vak of een soort glamoureuze supersterren die je gouden bergen beloven?
  3. Als je met deze persoon / dit centrum in zee gaat, groei je dan in onafhankelijkheid en zelfvertrouwen? Of groeit vooral de bankrekening van de oprichter en wordt jij steeds afhankelijker en onzekerder?

Ad 1: Zowel bij Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen als bij ACT zie je heel duidelijk die wetenschappelijke onderbouwing. En dat blijkt niet uit één of twee dubieus opgezette onderzoeken, maar uit minimaal dertig jaar serieus wetenschappelijk onderzoek.

Onthoud alsjeblieft dat marketing en coaching twee héél verschillende disciplines zijn

Ik ken waanzinnig goede coaches & therapeuten die slecht zijn in marketing én andersom…

Begrijp me goed: ik heb zelf ook niet alle wijsheid in pacht en ben verre van perfect als mens of als coach. Maar ik ondervind wel steeds meer bevestiging dat de evidence-based weg die ik ben ingeslagen voor mij en onze deelnemers klopt en dat ik daar de komende jaren nóg meer op wil gaan focussen.

Onlangs werd ik geïnterviewd door Ruben Klerkx, de oprichter van de Creator Company. Met keigoede vragen laat hij me in een uur vertellen over misstanden in de coaching wereld en wat ACT en andere evidence-based benaderingen daar tegenover kunnen stellen. Dat interview vind je hier:

Hoe denk jij hierover?

Ik vind het bijna altijd verfrissend als iemand een andere visie heeft dan ik, dus ik lees graag hoe jij hierover denkt.

En mocht je in een groep gelijkgestemden je (verder) willen bekwamen in een van de mooiste vakken die er zijn – dat van coach – overweeg dan eens deelname aan onze Jaartraining Coachen 3.0

Vond je dit een interessante blog? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Openheid geven over jezelf als coach: is dat nu wel of niet OK?

Zowel bij motiverende als oplossingsgerichte gespreksvoering wordt meestal niet aan ‘zelfonthulling’ gedaan, vanuit de gedachte: het draait niet om ons, maar om de coachee. Daar ben ik het volledig mee eens, maar in sommige contexten en bij sommige coachees kan het goed werken om daar – gepast en met mate – vanaf te wijken. Ik heb gemerkt dat sommige coachees het prettig vinden om een beetje te weten met wie ze te maken hebben en te voelen dat ook jij gewoon een mens bent. Bovendien wordt de balans iets gelijkwaardiger als niet alleen de coachee voortdurend wordt bevraagd.

Therapie als geschenk

Overigens weet ik mijzelf hierbij in goed gezelschap. In een artikel in Psychologie Magazine (1997) las ik eens dat Carl Rogers aan het eind van zijn leven zou hebben gezegd: ‘Als ik het over kon doen, zou ik meer van mezelf laten zien als therapeut.’ En de psychotherapeut Irvin D. Yalom schrijft in Therapie als geschenk dat hij er regelmatig voor kiest om zichzelf bloot te geven. Hij stelt dat er drie soorten zelfonthulling bestaan:

  1. Over de gehanteerde therapeutische techniek;
  2. Over gevoelens van de therapeut in het hier-en-nu;
  3. Over het privé-leven van de therapeut.

Hij adviseert om ten aanzien van de eerste soort volkomen open te zijn en ten aanzien van de tweede en derde om dit alleen te doen als het het belang van de cliënt dient.

De coach als medemens

Natuurlijk kun je altijd checken hoe jouw coachee hierin staat, met de volgende vraag:

‘Ik wil graag benadrukken dat het in deze coaching om jou draait. Maar mocht je iets over mij willen weten, dan kun je dat natuurlijk vragen. Is er op dit moment iets wat je over mij zou willen weten?’

Bij gepaste zelfonthulling hoort voor mij ook de bereidheid om jezelf kwetsbaar op te stellen. Sommige coachende professionals vinden dit lastig. Zij hebben de overtuiging dat ze ten overstaan van de coachee altijd sterk en wijs moeten zijn, maar het tegendeel is volgens mij waar. Coachees hebben doorgaans geen behoefte aan een perfecte superman of -vrouw tegenover zich. Dat geeft ze onnodig en onterecht het gevoel klein te zijn en nooit te worden zoals de coach. Wat mijns inziens beter werkt, is dat je als coach laat zien ook een mens met gebreken te zijn. Hierdoor kunnen jullie allebei ontspannen. Door jezelf te zijn, geef je de coachee de impliciete boodschap dat zij ook zichzelf mag zijn. Misschien is dit wel de belangrijkste les die je coachee meekrijgt!

Wat een lelijk jasje!

Je kunt deze kwetsbaarheid op een authentieke manier in de praktijk brengen door:

  • sorry te zeggen als daar aanleiding toe is;
  • het eerlijk te zeggen als je het even niet weet;
  • dankbaar te zijn als de coachee je in vertrouwen neemt;
  • indien gepast een eigen worsteling te delen.

Er zijn ook situaties waarin je als coach op de proef wordt gesteld en een grens dient aan te geven. Zo was er eens een beginnende coach in Engeland die van haar moeder een leuk jasje had gekregen. Op zekere dag coachte zij een nogal uitdagende dame, die zei: ‘Wat is dát voor raar jasje. Het is te kort om je billen te bedekken en te dun om je warm te houden.’ Eerst reageerde de coach vriendelijk: ‘O, dit jasje … Ja, dat was een geschenk van mijn moeder.’ Toen de coachee echter maar door bleef zeuren over dat rare jasje, werd de coach het op een gegeven moment zat en riep uit: ‘O, fuck off!’ Ze schrok van zichzelf, maar de coachee schoot in de lach en zei: ‘Kijk, nu weet ik dat ik je kan vertrouwen en de vreselijke dingen kan vertellen die ik heb meegemaakt.’ (Nelson, 2010.)

Jij en ik beklimmen dezelfde berg…

Bij ACT wordt gepaste zelfonthulling zelfs toegejuicht (zolang het de coachee dient). Een bekende ACT-metafoor luidt dan ook: de coach en de coachee beklimmen als het ware dezelfde berg. Het is dus zeker niet zo dat de coach vanaf de top aanwijzingen naar beneden roept. Eerder zij zijn beiden aan het klimmen en is de coach misschien iets eerder begonnen met beklimmen van de ACT berg en kan hij/zij/nb van de iets hogere positie net wat beter overzien waar de coachee aan het klimmen is. Bij ACT hoop je o.a. dat de zelfcompassie bij je coachee toeneemt door het ervaren van gedeelde menselijkheid. Ook wil je graag dat je coachee meer inzicht krijgt in de werking van de menselijke geest en daarom kan het soms helpend zijn om openheid te geven in het feit dat jij als coach óók wel eens onzeker bent en niet-helpende gedachten & lastige emoties ervaart. Zelfonthulling kan bijdragen aan beide, dus zowel de ervaring van ‘gedeelde menselijkheid’ als ‘meer inzicht in de werking van de geest’.

Hoe denk jij hierover?

Is zelfonthulling voor coaches en therapeuten nu wel of niet ok? Ik vind het bijna altijd verfrissend als iemand een andere visie heeft dan ik, dus ik lees graag hoe jij hierover denkt.

En mocht je in een groep gelijkgestemden je (verder) willen bekwamen in een van de mooiste vakken die er zijn – dat van coach – overweeg dan eens deelname aan onze Jaartraining Coachen 3.0

Vond je dit een interessante blog? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Bron foto: Wijnand Geuze, Link Fotografie

Zaterdag 22 januari 2022 las ik dat de Vietnamese zenleraar, dichter en vredesactivist Thich Nhat Hanh op 95-jarige leeftijd was overleden. Ik moest er spontaan van huilen en weet zeker dat miljoenen mensen dat met mij deden. Ik weet niet of je hem al kent, maar ik vertel je graag hoe het kan dat hij zo’n dierbare en belangrijke persoon voor mij en vele anderen is geworden. Ook deel ik 5 inzichten die ik bij hem opdeed en waar ik nog dagelijks de vruchten van pluk.

In 2004 werd ik vader van mijn dochter en heel eerlijk: ik vond het maar wát ingewikkeld dat vaderschap. Mijn eigen (stief)vader was in veel opzichten meer een waarschuwing dan een voorbeeld voor me. Iets met 12 ambachten, 13 ongelukken, gedrenkt in alcohol… Inmiddels kan ik ook zijn mooie kanten zien en zelfs dankbaar zijn, maar 18 jaar geleden was dat knap lastig.

Vrij zijn waar je ook bent

In mijn zoektocht naar ‘hoe het dan wel moest’ vond ik het boekje ‘vrij zijn waar je ook bent’ door Thich Nhat Hanh (of Thay, zoals zijn leerlingen hem noemen. Thay is Vietnamees voor leraar).  Ik werkte toen nog dagelijks met (ex)gedetineerden en dat boekje bleek zowaar een uitgeschreven lezing die hij had gegeven in een Amerikaans gevangenis. Ik was op slag geboeid door de kracht en eenvoud van zijn boodschap en werd al snel fan van hem. Drie keer volgde ik een retraite die hij leidde en tijdens de tweede merkte ik tot mijn verbazing opeens een gevoel van liefde voor deze man. Wat me vooral raakte was zijn enorme integriteit. Hij bracht zijn boodschap voortdurend zelf in praktijk wat hem voor mij enorm geloofwaardig en betrouwbaar maakte.

His life was his message

Wat die boodschap is? Daar kun je boeken mee vullen en gelukkig zijn die boeken er ook. De kortste omschrijving die ik zelf kan bedenken is: Wees aanwezig voor jezelf en anderen, heb compassie en respect voor alles wat leeft en geniet van al het goede en mooie dat onze aarde te bieden heeft. In de loop der jaren leerde ik ongelofelijk veel van hem (en trouwens ook ‘zijn’ monniken en nonnen en vele mede-beoefenaars) en zou je hem een soort spirituele vader kunnen noemen. Dat was hij niet alleen voor mij, maar voor miljoenen mensen over de hele wereld. Wat dat betreft deden de 2 minuten die het NOS journaal aan zijn leven wijdde hem ernstig te kort. Iemand die hem wel op waarde wist te schatten was Oprah Winfrey. Als bovenstaande je nieuwsgierig maakt, kijk dan eens hier naar dit korte en krachtige interview van Oprah met hem.

En hieronder vind je – in mijn eigen woorden – de 5 inzichten die ik bij hem opdeed en waar ik enorm dankbaar voor ben:

Inzicht 1: We are inter-beings

In het boeddhisme wordt benadrukt dat niets in totale afzondering kan bestaan. Alles en iedereen bestaat in samenhang met al het andere. Thay noemde dat ‘Inter-being’ en lichtte dit begrip vaak als volgt toe: zou jij kunnen bestaan zonder de eindeloze rij van je voorouders? Zonder de zuurstof die de bomen produceren? Zou je dagelijkse voedsel kunnen bestaan zonder aarde, zonlicht, regen en het werk van vele boeren? Een bekende uitspraak van Thay is: ‘Als je de regen en het zonlicht uit een roos haalt. Wat blijft er dan over van de roos?

Inzicht 2: Happiness is the way

Thay vertelde vaak dat in en om je heen altijd méér dan genoeg voorwaarden te vinden zijn om gelukkig te zijn. En ik kan je verzekeren: als hij dit zei, dan geloofde je hem. Hoe dat kwam? Hij demonstreerde het simpelweg door het stralend en vol overtuiging te vertellen en dat werkte ongelofelijk aanstekelijk. Net als bij de oplossingsgerichte benadering gelooft men in zijn traditie dat wat je aandacht geeft groeit. Zo wordt er vaak gezegde: geef vooral de positieve zaadjes water. Door telkens weer dankbaar te zijn voor dat wat er al is, ging ik het zelf ook steeds meer ervaren. Thay: ‘er is geen weg naar geluk. Geluk is de weg.’

Inzicht 3: Input is output

Iedereen weet dat je moet opletten wat je in je mond stopt. Maar van Thay leerde ik dat je ook moet opletten wat je in je hoofd stopt. In mijn woorden: input is output. Dat je gezondheid achteruit gaat als je alleen maar ongezond eet is logisch. Maar waarom zou dat anders zijn voor je geestelijke voeding? Ook daar kun je kiezen tussen snacks en real nutrition. En ik geef toe: een snackje op zijn tijd is heerlijk, zowel voor je mond als je hoofd. Zelf probeer ik te leven volgens de 80-20 regel, zowel qua fysieke als geestelijke voeding en daar gedij ik goed op.

Inzicht 4: The way out is the way in

Als we het zwaar hebben of ongelukkig zijn, dan neigen velen van ons ertoe om het geluk buiten onszelf te zoeken. We gaan dan shoppen, drinken, roken, snoepen, etc. We hebben allemaal zo onze ‘ontsnappingsroutes’. Het lastige is alleen dat deze routes slechts tijdelijke opluchting bieden. Nadat ze zijn uitgewerkt begint het hele circus vaak weer overnieuw. Thay raadde zijn leerlingen altijd een andere route aan en zei ga maar naar binnen, haal bewust adem en zorg liefdevol voor je pijn. Omarm dat kleine meisje of jongetje in jou en wees er lief voor. In het begin dacht ik ‘het klinkt logisch, maar hoe doe je dat?’ Door ACT en Mindfulness ging het steeds beter snappen en ervaren. Inmiddels is dit steeds vaker mijn eerste keuze als ik het even zwaar heb.

Inzicht 5: Your presence is a gift

‘Je aanwezigheid is je mooiste geschenk’ zei Thay vaak. Hoe meer ik hier over nadenk hoe meer ik denk dat hij gelijk heeft. Ga maar na: hoe ervaar je een ouder, partner, docent, coach die niet volledig aanwezig is? Maar in gedachten ergens anders? Nu is het heel menselijk om soms even afgeleid te zijn, maar als het je intentie is om er helemaal te zijn, dan maakt dat al een groot verschil. Thay had hiervoor zelfs een magische mantra… Misschien verwacht je nu enkele onbegrijpelijke woorden in Sanskriet? Zijn mantra luidt: ‘ik ben er voor je’.

Alle mooie methoden ten spijt, misschien is dat wel het belangrijkste wat we als coach kunnen doen: er helemaal zijn voor die ander en een veilige holding space bieden waarin de coachee hardop mag onderzoeken wat er onderzocht wil worden.

Dank je, Thay voor je diepe wijsheid en enorme compassie voor alles wat leeft. Moge jij voortleven in het aandachtige handelen van miljoenen mensen.

NB: Wil je meer weten over deze bijzondere leraar en zijn traditie, kijk dan eens hier.

Bron foto: Pixiduc from Paris, France op Wikimedia.

 

Tijdens trainingen in motiverende of oplossingsgerichte gespreksvoering krijg ik vaak deze vraag:

‘OK, mooie methode hoor, maar werkt het ook bij gestuurde cliënten?’

Ik hoor dit o.a. op scholen, bij sociale diensten en bij de reclassering. Vaak wordt de vraag zo uitgesproken dat de persoon zelf het antwoord al lijkt te weten: ‘waarschijnlijk niet, hè!’

En ik snap dat heel goed, want ooit had ik die vraag zelf ook. Een antwoord dat ik ooit kreeg van Arnoud Huijbers en dat mij verraste was een tegenvraag: ‘Hoe zou het zijn als je die persoon behandelt alsof hij vrijwillig bij je is?’ En inderdaad maakte dat een groot verschil, zowel in mijn eigen beleving als in de (reclasserings)praktijk.

Onlangs nam ik een Podcast op met Patrice Meerbeek. Zij is ambulant behandelaar bij de Jellinek en werkt met mensen die kampen met verslaving en psychiatrische klachten. Je zult begrijpen dat ook haar cliënten niet altijd vrijwillig komen. Net als ik werkt ze graag met o.a. Motiverende gespreksvoering en ACT.

Op basis van mijn eigen ervaring bij de reclassering en het gesprek met Patrice heb ik 10 tips op een rij gezet die je kunnen helpen als je in een (semi-)gedwongen kader werkt en de opdracht hebt om mensen te motiveren.

Hier komen ze:

  1. Investeer in de relatie. Dit lijkt een open deur, maar zonder een relatie waarin een beetje vertrouwen is over en weer en de bereidheid om naar elkaar te luisteren kun je niks. En ja, hierin moeten wij  het goede voorbeeld geven en dus beginnen met luisteren en vertrouwen geven.

 

  1. Neem de tijd en heb echte aandacht. Niemand wil een gesprekspartner die steeds op het horloge kijkt. En als je echt heel weinig tijd hebt, wees daar dan eerlijk over en geef dan aandacht binnen de tijd die je hebt.

 

  1. Toon waardering. Er is ALTIJD iets te vinden dat je kunt waarderen, al is het maar dat de persoon ondanks tegenzin toch gekomen is. Of dat zij eerlijk zegt wat haar dwars zit. Of dat hij hele leuke schoenen heeft.

 

  1. Toon empathie en begrip. Soms moet je streng zijn of slecht nieuws brengen. Wees dan helder over het slechte nieuws en toon tegelijkertijd begrip voor de emoties die dit oproept. Geef de ander de ruimte om het hart te luchten en luister actief (of beter nog: luister reflectief). Denk mee indien mogelijk. Besef ook dat niemand het alleenrecht op ‘de waarheid’ heeft, dus respecteer zo goed als je kunt het wereldbeeld van de ander.

 

  1. Ga naast de ander staan. Dit kun je letterlijk opvatten in de zin dat je beter niet recht tegenover elkaar kunt gaan zitten. Maar ook figuurlijk: durf te zeggen ‘als ik in jouw schoenen stond zou ik waarschijnlijk ook […..] vinden / voelen / ervaren.’ Eigenlijk zeg je: je mag hier mens zijn.

 

  1. Wees eerlijk en duidelijk over de grenzen van het speelveld. Als er wettelijke kaders of spelregels zijn waar jij en of de cliënt aan gebonden zijn, wees daar dan eerlijk en duidelijk over. En ga binnen die kaders het gesprek aan. Kijk of er common ground te vinden is. Zo niet, bied dan op een zorgzame manier aan om stil te staan bij de gevolgen van ‘uit het kader stappen’.

 

  1. Wees een bemiddelaar. Soms helpt het om de bepalende of sturende instantie buiten je zelf te plaatsen. Je kunt letterlijk wijzen naar een stoel of plek in de ruimte en zeggen: ‘de gemeente verwacht van jou dat…. En ik (als neutrale bemiddelaar) denk graag met je mee om een weg te vinden die voor jou werkt.’

 

  1. Wees bereid een uitstapje te maken. Soms willen mensen wel graag iets bespreken, maar niet iets wat binnen jouw opdracht valt. Door daar (binnen grenzen) toch wat aandacht aan te geven bouw je credits op. Daarna wordt het een stuk makkelijker om het gesprek te gidsen richting dat wat jij als het kernprobleem ziet.

 

  1. Gun de autonomie die er is, al is-ie nog zo klein. Bied bijvoorbeeld enkele opties. Bied ruimte in de manier Gun iemand een beetje bedenktijd. Ga niet voor perfectie, maar voor goed-genoeg.

 

  1. Als iemand klaagt over anderen: maak het intern. Soms willen cliënten wel van alles veranderen, maar niet zichzelf. Dat kan jullie beiden een machteloos gevoel geven omdat die lastige ander niet aanwezig is en waarschijnlijk ook niet zo makkelijk te veranderen. Dan helpt het als je het probleem ‘intern’ maakt. Dit doe je door eerst tip 4 hierboven toe te passen en daarna vragen te stellen zoals: Op welke manier heb jij hier precies last van? Wat gebeurt er dan bij jou (van binnen)? Hoe reageer jij daar dan op? Hoe hindert dit jou in je welzijn of functioneren? Zodra één van deze vragen écht beantwoord is, is het probleem intern en kun je iemand veel makkelijker coachen…

Tot zover de tips!

Iemand die ongeveer hetzelfde zegt als hierboven, maar met veel minder woorden is Helen Mentha in haar mooie gedicht:

Be someone good to talk to

If you offer appointments,

be someone worth going to see.

If you do home visits,

be someone you would want to let in the house.

If you see mandated clients, be a relief.

 

Kortom: wees een opluchting!

Wil je meer weten over motiverende gespreksvoering of oplossingsgericht coachen? Klik op de link!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please like or share!

Heb jij aanvullende tips m.b.t. motiveren in een gedwongen kader? Laat het weten in een comment hieronder!

 

 

Ok, ik geef toe dat het een beetje gemeen is om er een of-of keuze van te maken.

Want ja, ik geloof best dat intuïtief en effectief heel goed samen kunnen gaan.

Maar ik wil je graag even aan het denken zetten.

Met regelmaat hoor ik mensen zeggen: ‘ik coach eigenlijk meer intuïtief…’

Als jij dit ook weleens zegt, wat bedoel je dan eigenlijk?

Bedoel je dat je heel sensitief bent?
Bedoel je dat je door ervaring goed bent geworden in patroonherkenning?
Bedoel je dat je een beetje helderziend bent?

Dit kan allemaal waar zijn, maar het kan ook iets anders betekenen.

Bijvoorbeeld:
– Ik heb geen zin om me te verdiepen in evidence-based coachmethoden
– Want ik weet niet of ik dat wel kan
– Zo lang ik zeg dat ik intuïtief coach kan niemand daar wat van vinden
– En zo blijf ik lekker onaantastbaar

Heel intuïtief de verkeerde dingen doen

Helaas weet ik ook uit ervaring dat veel mensen intuïtief precies de verkeerde dingen doen. En eerlijk gezegd heb ik al die dingen óók ooit gedaan, omdat ik toen niet beter wist.

Denk aan:
1. Je coachee proberen te overtuigen als je hem wilt motiveren. Met vaak weerstand of ‘ja-zeggen-nee-doen’ tot gevolg.
2. Gaan ‘graven in het verleden’ als je je coachee in het hier en nu wilt bekrachtigen. Met het risico dat het geloof-in-eigen kunnen eerder afneemt dan toe.
3. Tegen je coachee zeggen dat zij positiever moet denken als je wilt dat ze minder door haar negatieve gedachten wordt belemmerd. Met als gevolg dat je iemand een extra faalervaring geeft. Want ons brein is helemaal niet gemaakt om ‘positief te denken’.

Deze dingen zijn niet slechts ineffectief, ze werken vaak zelfs contra-productief. Je helpt je coachee dus verder van huis.

Als jij dit herkent, wees dan gerust: ik zeg dit niet om je te plagen of je te veroordelen. Ik wil je eigenlijk alleen maar bemoedigen.

Evidence-based leren coachen is niet zo moeilijk als het klinkt

Ik geloof namelijk dat iedereen met een HBO of WO opleiding en een beetje empathisch vermogen evidence-based kan leren coachen.

In de drie bovengenoemde voorbeelden zijn er eenvoudige doch krachtige alternatieven te vinden in onze evidence-based methoden:

Ad 1: Motiverende gespreksvoering een uitstekend alternatief voor ‘overtuigen’, namelijk verandertaal ontlokken en versterken.
Ad 2: hier heeft Oplossingsgericht coachen een heel mooie visie op. Ontwikkel liever een co-creatierelatie, ontlok een stip aan de horizon en kijk samen door een roze microscoop.
Ad 3: als je graag het Positieve denken propageert, verdiep je dan eens in Coachen met ACT. In plaats van de inhoud van je denken te veranderen, kun je namelijk veel beter je relatie ermee veranderen.

Deze methoden zijn niet zomaar tot stand gekomen. Het is in alle drie de gevallen een combinatie geweest van grootschalig wetenschappelijk onderzoek, ontelbare uren praktijkervaring en voortdurende uitwisseling van hele communities van beoefenaars, gedurende minimaal dertig jaar.

Een nieuwe wereld die voor je opengaat

Ik beloof je dat er een nieuwe wereld voor je open gaat als je je in één of meer van deze methoden gaat verdiepen. Je gaat nuttige kennis en nieuwe inzichten opdoen over effectieve gespreksvoering, over verandering in het algemeen en over de werking van de menselijke geest.

Inzichten waarmee je met minder energie méér zult bereiken met méér plezier. Inzichten die zowel je professionele als je persoonlijke ontwikkeling een boost geven.
En als je dáár vervolgens je intuïtie aan gaat toevoegen… Ja, dan kun je werkelijk van grote betekenis zijn voor mensen die het zwaar hebben en op de een of andere manier lijden aan het leven…
Vergelijk het met improviseren in de muziek: pas als je lang genoeg je toonladders, je klassiekers en je solfège hebt geoefend kun je werkelijk gaan improviseren.

Nieuwsgierig geworden?

Overweeg dan eens onze Jaartraining Coachen 3.0 of een driedaagse training Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen of Coachen met ACT

Heb jij een andere visie dan ik? Ik sta altijd open voor verruiming van mijn blik, dus laat het me weten in een comment!

Vond je deze blog nuttig of leuk? Please share!

Vannacht – ik lag toch wakker – las ik het nieuwe boek van Rutger Bregman uit: ‘De meeste mensen deugen’. Laat ik beginnen met de loftrompet te blazen voor het vijfde boek van deze jonge historicus (hij is 31). Het is lang geleden dat ik weer eens zo gegrepen was door een non-fictie boek. Omdat Bregman je meeneemt bij zijn eigen ontdekkingstocht leest het als een avonturenroman. Bovendien weet hij moeiteloos inzichten te verbinden uit de psychologie, biologie, antropologie, archeologie en economie. En het mooiste is: daar komt een mensbeeld uit naar voren dat wat mij betreft realistisch is en tegelijk zeer hoopgevend. En een beetje hoop kunnen we best gebruiken!

Natuurlijk is er ook kritiek op zijn boek

Dat is ook te verwachten als iemand de moed heeft om een aanname ter discussie te stellen die onder zo’n beetje alles ligt wat we doen. Die aanname kun je samenvatten als: ‘de meeste mensen deugen niet’. En daarom moeten we blijkbaar alles voorkauwen, bureaucratiseren en controleren. Helaas leidt dit er ook toe dat de creativiteit, de intrinsieke motivatie en de levenslust soms ver te zoeken zijn. Bregman citeert een OESO onderzoek dat stelt dat Nederlandse leerlingen het minst gemotiveerd zijn van alle onderzochte landen. Best zorgelijk en waarschijnlijk ook herkenbaar voor veel docenten. Over de kritiek: ik heb er drie tot mij genomen en weet je wat me opviel? Alle drie de auteurs hadden duidelijk zijn boek niet gelezen, hooguit de proloog. Tsja, dat is wel een beetje makkelijk.

En wat is dan die ontdekkingstocht van Bregman?

Je hebt vast weleens gehoord van bekende psychologische onderzoeken, zoals het Stanford Prison experiment, de elektrische schokken van Stanley Milgram en het Bystander effect n.a.v. de moord op Catherine Genovese. Welnu, al die onderzoeken zijn door kritische wetenschappers opnieuw onder de loep genomen en Bregman neemt je mee naar wat daar werkelijk gebeurde. Het Prison Experiment blijkt meer weg te hebben van een geënsceneerd toneelstuk. Bij de schokken-machine geloofde meer dan de helft van de proefpersonen niet dat de schokken echt waren. Catherine Genovese kreeg wel degelijk moedige hulp van een buurvrouw, zij het te laat. En onderzoek van de Deense sociaal psychologe Lindegaard n.a.v. beveiligingscamera’s in grote wereldsteden laat zien dat in 90% van de gevallen mensen elkaar juist wel helpen! Misschien zag dat er ongeveer zo uit:

The lord of the flies, maar dan in het echt…

Helemaal smullen wordt het als Bregman beschrijft hoe hij een echte ‘Lord of the Flies’ op het spoor komt. In dit beroemde, fictieve boek spoelen een aantal jongens aan op een onbewoond eiland… En veranderen uiteindelijk in wilde dieren… aldus de korte versie. Bregman vraagt zicht echter af of zo iets misschien ooit in het echt gebeurd is en neemt je mee op zijn zoektocht. Uiteindelijk ontmoet hij in Brisbane de heren op leeftijd Mano Totau en Peter Warner. Mano Totau was één van de zes jongens die in 1965 met een gestolen vissersboot aanspoelden op het eiland ‘Ata in de Stille Oceaan en Peter Warner was de man die hen 14 maanden later aantrof in goede gezondheid en samenlevend in volmaakte harmonie. Het verhaal leest als een sprookje en Bregman zegt hierover: het werkelijke verhaal zou te zoet zijn voor Hollywood.

Klopt ons mensbeeld nog wel?

Het zijn onder andere dit soort onderzoeken en verhalen die ons mensbeeld hebben gevormd. Oh ja en het nieuws natuurlijk, dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld en dat alles behalve representatief is voor het dagelijkse leven van de mensheid als geheel. En dan heb ik het nog niet eens over het ‘Filter-bubbel-effect’ waarbij we door de algoritme’s van sociale media voortdurend worden bevestigd in ons eigen gelijk. Zo vind jij het vast óók moeilijk om te geloven dat de wereld nog nooit zo veilig is geweest als nu. Toch laten cijfers zien dat dit het geval is. Uit Bregman’s boek komt dan ook een heel ander mensbeeld naar voren dan waar velen van ons in geloven, namelijk dat van een door en door sociaal en intrinsiek gemotiveerd dier dat waarschijnlijk het resultaat is van de ‘Survival of the friendliest’.

Voor de helderheid: dit is niet een verzinsel van Bregman. Zowel de psychologie, de biologie als de archeologie ontwikkelden de laatste decennia steeds meer consensus in de richting van dit hoopgevende mensbeeld en weten dit ook nog te onderbouwen. Bregman schuwt trouwens ook de moeilijke onderwerpen niet, zoals oorlog, corruptie, racisme en terrorisme. En ook daar blijkt de realiteit vaak anders dan je zou verwachten. Zo blijkt de gemiddelde soldaat het erg moeilijk te vinden om een tegenstander neer te schieten. Kortom: het lijkt erop dat ons mensbeeld aan een update toe is: waarschijnlijk deugen de meeste mensen. Helaas haalt dat zelden de media, want goed nieuws verkoopt niet. En ja, soms doen mensen ook dingen die niet deugen en die krijgen helaas heel veel podium. Best gevaarlijk, trouwens, want het brengt mensen die daar vatbaar voor zijn nogal eens op slechte ideeën.

Vraag niet of het waar is, maar vraag wat het gevolg is van je aanname

Hoe overtuigend het boek van Bregman ook is, uiteindelijk is heel moeilijk te bewijzen of de mens nu deugt of niet. Voor beide stellingen zul je bewijs vinden en het is dus ook heel lastig om iemand die er anders over denkt dan jij, van het tegendeel te overtuigen. Er bestaat echter ook zo iets als het Placebo-effect en – het omgekeerde hiervan – het Nocebo effect. De dingen worden vaak waar, juist omdat we ze geloven. Verwant hieraan is de Self-fulfilling prophecy: als iedereen gelooft dat een bank zal omvallen en daarom zijn geld opneemt… Ook deze effecten onderbouwt Bregman met fascinerende verhalen. Dus wat staat ons te doen als we willen dat mensen deugen? Het antwoord is simpel en heeft desondanks nogal grote implicaties als we het echt serieus zouden nemen. Het antwoord luidt: mensen behandelen alsof ze deugen.

Wat gebeurt er als je mensen behandelt alsof ze deugen?

Ach, dit heeft alleen maar implicaties voor hoe je de maatschappij, hoe je bedrijven en hoe je scholen effectief en menswaardig inricht…

Maar weet je, ik ben geen politicus noch organisatie- of onderwijsadviseur. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ blijft een mooi gezegde. Ik weet echter wel iets over coachende gespreksvoering. En ook daar speelt ons mensbeeld een belangrijke rol. Ook hier is het de vraag hoe we naar de intenties én de competenties van de coachee kijken. In literatuur en trainingen over Motiverende gespreksvoering wordt vaak Goethe geciteerd:

Als je iemand behandelt zoals hij is, zal hij blijven zoals hij is, maar als je hem behandelt alsof hij is wat hij zou moeten en kunnen zijn, zal hij worden wat hij zal moeten en kunnen zijn’.

En in Oplossingsgerichte gespreksvoering wordt vaak geadviseerd om de perceptie (de eigen waarheid) van de ander te respecteren en om bij negatief gedrag een gesprek te beginnen met: ‘Je hebt vast goede redenen om…’ Het is dan ook mooi om te zien dat onder deze methoden duidelijk de aanname te vinden is die de titel is van Bregman’s boek: De meest mensen deugen. Om dit abstracte gegeven iets concreter te maken heb ik drie adviezen voor elke coachende professional. Ze zijn niet nieuw, maar krijgen in het kader van Bregman’s boek wel een geheel nieuwe lading. Ze zijn ook niet per se waar, maar ik durf te stellen dat ze wel een groot verschil maken voor hoe mensen zich bejegend voelen en hoe zij zich vervolgens gaan gedragen. En pas als echt het tegendeel blijkt is het raadzaam om je aanname te herzien. Maar in elk geval weet je dan zeker dat jij dit gedrag niet zelf hebt opgeroepen…

Hier komen ze:

1. Ga ervan uit dat die ander de waarheid spreekt, al is het zijn of haar eigen waarheid.

2. Ga ervan uit dat de ander positieve intenties heeft

3. Ga ervan uit dat de ander competent is

Conclusie

Wat is nu mijn conclusie over het boek van Bregman? Is het een must read? Nou, als je dagelijks met mensen werkt (kinderen of volwassenen) en dus ook – bewust of onbewust – je beslissingen baseert op de intenties die je die mensen toedicht, dan zeg ik: wees ondeugend, leg onmiddelijk je werk neer en loop nu naar de boekwinkel of bestel hem hier.

PS: Vond je deze blog lezenswaardig? Wil je ook hoop en optimisme verspreiden? Deel dan ajb deze blog in je netwerk of plaats een comment!

Onlangs volgde ik een tweedaagse workshop bij Sue Young.

Zij reist de hele wereld over om docenten te leren hoe zij op een oplossingsgerichte manier een klimaat kunnen scheppen waarin pesten niet langer een probleem is. In een vorig leven was zij docente in de havenstad Hull, een ruige stad met veel problemen en de laagste inkomens van de UK.

Nog vóór zij van de Oplossingsgerichte aanpak hoorde, bedacht ze: ‘Wacht even: als we willen dat pesten stopt, dan moeten we misschien eerst bedenken wat we in de plaats willen van pesten…’ Zij zag namelijk te vaak gebeuren dat er een pest-probleem werd gesignaleerd, dat iedereen in rep en roer was, dat er groots werd uitgepakt om het pesten z.s.m. te laten stoppen, met als resultaat… dat het pesten toenam.

Wat je aandacht geeft groeit

Zo had ze nog een aantal overtuigende en tegelijk schrijnende voorbeelden:

Tienerzwangerschappen stoppen met grootschalige voorlichting? Ze namen toe.

Criminaliteitspreventie door schoolkinderen een kijkje te laten nemen in de gevangenis? De jeugddetentie nam toe.

Schorsingen en spijbelen? Wacht laten we eerst grondig de oorzaak onderzoeken, zodat… Beiden namen toe.

Had ik al gezegd dat wat je aandacht geeft, groeit?

Ok, maar hoe moet het dan?

Wel, het goede nieuws is dat aandacht ook de goede dingen laat groeien, alleen moeten we heel helder hebben wat ‘de goede dingen’ precies zijn. Wat wil je in de plaats van het pesten?

Haar ervaring is dat docenten – als ze daar in een ontspannen sfeer de tijd voor nemen – het snel eens worden over het antwoord op deze vraag: een vriendelijke atmosfeer, waarin leerlingen elkaar steunen, accepteren en in hun waarde laten, zodat iedereen zich veilig voelt en zichzelf durft te zijn.

Vervolgens kun je met elkaar brainstormen over vragen als:

  • Wanneer zien we nu al kleine signalen van deze gewenste situatie?
  • Hoe kunnen we die versterken?
  • Wat heeft eerder al goed gewerkt?
  • Hoe kan elke betrokkene (docent, leerling, ouder, staf) hieraan een steentje bijdragen?
  • Waarbij kunnen we hulp vragen aan ouders en leerlingen?
  • Wat zullen de eerste signalen zijn waaraan we straks zullen merken dat het de goede kant uitgaat?
  • Hoe kunnen we die vooruitgang vieren?

Sue Young is ook de ontwikkelaar van de Support-group aanpak. Hierbij organiseert zij rondom een kind dat wordt gepest een support-groep bestaande uit: enkele vriendjes, enkele omstanders en ja wel: enkele voormalige pesters. Alleen worden die laatsten nooit als zodanig benaderd. Er wordt ze simpelweg verteld dat het kind in kwestie momenteel niet zo gelukkig is en vervolgens vraagt Sue of ze haar willen helpen om het kind zich weer gelukkig te laten voelen. Het antwoord is vrijwel altijd ‘ja’…

Hoe dit komt? Ik vermoed doordat er niemand beschuldigd wordt van ‘pesten’ en doordat – in plaats daarvan – het kind dat voorheen pestgedrag vertoonde wordt gevraagd om iets heel moois te doen, namelijk een ongelukkig iemand weer gelukkig maken. De eerste die met een idee komt (‘Ik kan Anny bij de poort opwachten en haar een goeie dag wensen!’) wordt door Sue trouwens steevast met erkenning en complimenten ontvangen. Hierna volgen snel meer ideeën: ‘Ik kan bij haar gaan zitten tijdens de lunch!’, ‘Ik kan haar uitkiezen bij gym!’

Ik kreeg letterlijk tranen in mijn ogen bij al haar verhalen.

Wat je aandacht geeft groeit.

Als je nu denkt: ‘dit klinkt te mooi om waar te zijn’, weet dan dat Sue die reactie heel vaak heeft gekregen. In een wereld waarin lineaire causaliteit de norm is, kunnen we maar moeilijk bevatten dat de realiteit vaak een circulair systeem is waarbij alles invloed heeft op alles. Zelfs Sue kon haar succes in het begin nauwelijks geloven. Totdat een opdrachtgever haar vroeg: ‘show me your numbers’. Ze begon te meten en ontdekte: bij de eerste 50 supportgroepen die ze deed nam bij 80 % stopte het pesten vrijwel meteen volgens de ouders, school en de leerling zelf. Bij 14 % waren er tussen 1 en 5 sessies nodig voordat verbetering optrad en bij 6 % was er sprake van een lichte verbetering, maar ook van terugval. Vermoedelijk voldoet dit onderzoek niet aan de hoogste wetenschappelijke standaard, maar het mag m.i. op zijn minst veelbelovend worden genoemd.

Het meest overtuigend voor haar zelf waren de kinderen die zij sprak en de ouders van wie het kind na de interventie weer blij en zonder buikpijn naar school ging.

Pas na het overlijden van grondlegster Insoo Kim Berg ontdekte Sue Young dat Insoo haar aanpak altijd openlijk had gesteund, iets wat zichtbaar veel voor haar betekende.

Sue’s levenswerk illustreert maar weer eens mooi het oplossingsgerichte adagium dat de oplossing vaak niets te maken heeft met het probleem.

Wil je meer weten over haar aanpak? Voor 12,50 koop je haar boek. En hier zie je haar op Youtube.

Wil je meer weten over Oplossingsgericht Coachen? Klik dan hier.

Vond je deze blog nuttig? Please share!

Vind je er iets van? Laat een reactie achter, ik ga graag het gesprek aan!

Laatst coachte ik een vrouw die graag dagelijks thuis mindfulness wilde beoefenen. De keren dat ze het deed hadden haar echt goed gedaan. En toch kon ze zich er heel vaak niet toe zetten. Meestal wonnen Netflix of het comfort van haar bed het van haar meditatiekussen. Bovendien had ze een héél druk leven.

Al pratende werd snel duidelijk wat haar dwars zat. Je zou het perfectionisme kunnen noemen. Ze zei dingen als: ‘ik moet minimaal 25 minuten zitten, anders zet het geen zoden aan de dijk’.

‘In welk wetboek staat dat geschreven?’, zo vroeg ik haar.

Dat kon ze me niet vertellen, dus blijkbaar was het haar eigen ‘wetboek’.

En nu ‘zat’ ze zo zelden dat het zeker geen zoden aan de dijk zette!

‘Vergeet even je wetboek, zei ik, welk aantal minuten kun je met gemak dagelijks vrijmaken om te mediteren?’

‘Vijf minuten zou wel moeten lukken, zo zei ze, maar heeft dat zin dan?’

Ik weer: ‘Meer zin dan één keer per week vijfentwintig minuten, zoals je nu doet.’

Het gesprek ging nog even door en aan het eind committeerde ze zich aan vijf minuten per dag. En een week later kreeg ik een trots appje waarin stond dat ze elke dag had gemediteerd met een gemiddelde van een kwartier.

Wat zij in haar hoofd deed, doen volgens mij heel veel mensen: we maken de verandering te groot of te perfect. Dingen moeten in één keer lukken anders hoeft het niet. Het is alles of niks.

En de realiteit is dan meestal: niks…

Dit is echt jammer, want het is eigenlijk heel simpel: als je een nieuwe gewoonte wilt ontwikkelen, begin dan gewoon belachelijk klein, zó klein dat je denkt dat het zinloos is. Het gaat namelijk om het feit dat je begint.

Want dat levert sowieso iets moois op:

  • Misschien bevalt het en ga je nog even door
  • Misschien krijg je een andere, positievere reactie van je omgeving
  • Misschien groeit je zelfvertrouwen
  • Misschien leer je iets nuttigs
  • Misschien is dit het begin van een nieuwe, heilzame gewoonte

Je kunt dit oplossingsgerichte principe op zó veel gebieden toepassen:

Wil je ‘s ochtends koud afdouchen? Begin met alleen je handen of draai de kraan een tikje frisser.

Wil je beginnen met hardlopen? Trek ’s ochtends al je sportschoenen aan en jog gewoon een stukje als je toch de hond uitlaat / boodschappen gaat doen / naar je auto loopt. Ziet er nog hip uit ook!

Wil je je schulden afbetalen? Begin met de allerkleinste schuld.

Wil je gezonder eten? Begin met één maaltijd per week.

Wil je je relatie met een dierbare verbeteren? Begin met kleine attenties, zoals een aardig appje / briefje / kaartje.

Wil je naar de sportschool, maar lukt dat niet? Doe thuis 5 squats, 5 push-ups en 5 sit-ups en geef je zelf 5 schouderklopjes!

Wil je de sfeer in een team verbeteren? Begin elk overleg met 5′ kleine succesjes delen vanuit de vraag: wat zijn ook al weer de kleine, alledaagse dingen waar we het voor doen?

En voor je het weet is dit het resultaat:

https://www.youtube.com/watch?v=5JCm5FY-dEY&t=11s

Rita baily, de voormalige HR-directeur van South West Airlines zei het mooi:

Start wherever you are and start small!

Ben jij een coachende professional en wil je leren hoe je mensen kleine stappen kunt laten zetten richting grote doelen? Volg een driedaagse basistraining Oplossingsgericht Coachen. De basis al gedaan? Doe dan onze driedaagse verdiepingstraining!

Vraag een gemiddelde coachee wat hij wil bereiken en hij zal je vertellen wat hij niet meer wil: Geen ruzies meer, niet meer zo moe zijn, geen stress meer, nooit meer die pijn ervaren…

Blijkbaar weten mensen vaak beter waar ze vanaf willen dan waar ze naar toe willen. Op zich is dit heel begrijpelijk. Ze hebben iets meegemaakt dat onprettig, pijnlijk of zelfs bedreigend was en ze weten één ding zeker: ‘dat nooit meer!’

Helaas is het niet erg helpend om alleen te weten waar je vanaf wilt. Dat is immers net zo iets als aan een ober vertellen wat je niet lust of aan een taxi-chauffeur vertellen dat je weg wilt van het vliegveld… Een van de taken van een coach is dus coachees helpen formuleren waar ze naar toe willen. Dit lijkt een open deur, maar toch is het dat niet. Ook coachende professionals vinden het m.i. soms lastig om te horen waar een coachee naar toe wil.

Die droombaan kan ik niet bieden, dus vraag ik er niet naar…

Ik merk dit bijvoorbeeld vaak bij uitkeringsconsulenten, want wat als iemand over zijn droombaan vertelt… Die kan ik hem waarschijnlijk niet bieden, zo denkt de consulent. Dat is wachten op een teleurstelling en dan heb ik het gedaan… Beter vraag ik hier niet naar! Ook deze denkwijze is heel begrijpelijk, maar wel jammer.

Want stel nu dat je de droombaan niet ziet als eindstation, maar als globale richting waarin de coachee zich blijkbaar graag wil ontwikkelen? Of het haalbaar is kunnen we op voorhand niet zeggen, maar waar je wel op kunt rekenen is dat hier de motivatie van de coachee verstopt zit.

Zelf begeleidde ik ooit een jongeman met een lichte verstandelijke beperking en een justitieel verleden die heel graag een eigen boerderij wilde, liefst in Duitsland. Ik wist ook dat hij schulden had, dus voorlopig zat een eigen boerderij er niet in. Toch vroeg ik door op zijn wens. Toen ik bijvoorbeeld vroeg wat hem daar zo mooi aan leek, begon hij te vertellen. Enkele jaren daarvoor had hij al werkend een zomervakantie doorgebracht op een boerderij in Duitsland en hij had het daar fantastisch naar zijn zin gehad. Hij had er hard gewerkt, kreeg veel waardering, werd zelfs verliefd en vond het heerlijk om buiten te zijn en met planten bezig te zijn. Oké er waren nog wat gesprekken nodig, maar uiteindelijk werd deze jongeman heel gelukkig met een baan bij de plantsoenendienst.

We hoeven niet bij de poolster uit te komen…

Het is dus belangrijk om te beseffen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor het al of niet waarmaken van de droom van de coachee. Waar we de coachee wel bij kunnen helpen is om opnieuw richting te vinden in zijn of haar leven en een stip aan de horizon is daarbij heel behulpzaam. De wijze zen-meester Thich Nhat Hanh gebruikt hiervoor vaak een mooie metafoor: Als iemand ’s nachts verdwaald is in een donker bos, dan kan de Poolster hem helpen zich te oriënteren en de weg te vinden. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om uit te komen bij de poolster zelf…

Dit brengt ons ook op het thema ‘perfectionisme’. Als mensen nadenken over hoe ze hun leven willen vormgeven, dan komt daar – ongemerkt – nog wel eens een bepaalde mate van perfectionisme bij kijken. Stel een single vrouw van 30 heeft als stip aan de horizon: ‘dan woon ik in een schattig, klein boerderijtje in de buurt van Amsterdam met een leuke man, twee kinderen en een hond’.

Het is haar goed recht om hier van te dromen, maar we weten ook dat dit plaatje niet voor iedereen is weggelegd. Een vraag die je hier zou kunnen stellen is: ‘Wow, dat is een mooi doel… En ik hoop van harte dat dat jou gegund is… En waar ik nieuwsgierig naar ben: Wanneer zou het voor jou misschien nog niet het perfecte plaatje, maar wel al goed genoeg zijn? Nu blijkt misschien dat een relatie met een leuke man al een flinke stap in de goede richting zou zijn… Of wat meer buiten wonen… Of zwanger worden… Of een hond… Kortom: vier subdoelen die ieder een nogal verschillende strategie vragen.

Als je doet wat je altijd deed…

In eerdere blogs behandelde ik al de beroemde wondervraag en 10 varianten hierop, dus dat ga ik hier niet overdoen. Wat hier wel meerwaarde heeft is hoe je doorvraagt op het antwoord van je coachee. Anders gezegd: hoe kom je samen tot een werkbaar doel, waarvan de kans groot is dat de coachee er daadwerkelijk naar zal gaan handelen. Zodat-ie niet krijgt, wat-ie altijd kreeg door te doen wat-ie altijd al deed… Integendeel: we willen dat de coachee – desnoods met hele kleine stappen – nieuw gedrag gaat vertonen en dus ook nieuwe resultaten zal gaan krijgen.

Nadat je de Wondervraag of een andere ‘gewenste toekomst-vraag’ hebt gesteld, vraag je net zo lang door tot je een antwoord krijgt in positieve gedragstermen die binnen de eigen controle van de coachee liggen. We kennen allemaal de doel-criteria van SMART, maar persoonlijk vind ik 5 criteria te veel om tijdens een gesprek in mijn achterhoofd te houden.

PoBinToe!

Zelf gebruik ik liever: PoBinToe, ontleend aan NLP en vereenvoudigd tot wat voor mij de essentie is. PoBinToe staat voor: Positief geformuleerd, Binnen de eigen controle en Toetsbaar. Hieronder zie je enkele voorbeelden waarbij de coach helpt om betere doelen te stellen:

1. Positief geformuleerd:
Coachee: dan heb ik geen stress meer.
Coach: Geen stress, ok en wat is daar dan voor id plaats?
Coachee: Dan ervaar ik rust.

2. Binnen eigen controle:
Coachee: dan is mijn partner zorgzaam.
Coach: dat klinkt fijn en wat kan jij dan anders doen?
Coachee: dan durf ik beter te vragen ik wat ik nodig heb.

3. Toetsbaar:
Coachee: dan voel ik me fitter.
Coach: dat is mooi… en wat zie ik jou dan anders doen?
Coachee: Ja, dan fiets ik weer met plezier naar mijn werk.

Wat ook helpt: de wonderschaal

Met de zogenaamde ‘wonderschaal’ kun je heel gemakkelijk de route naar het wonder in kaart brengen. Nadat je de wondervraag hebt gesteld kun je het zojuist omschreven wonder een ‘10’ geven. Het probleem op zijn ergst krijgt een 0… Nu heb je een schaal en kun je de volgende vragen stellen:

• Stel het wordt geen 10… Welk cijfer zou voor jou ‘goed genoeg’ zijn? Hoe ziet dat er uit?
• Waar sta je nu op deze schaal?
• Oké, een 4… Wat zit er allemaal in die 0 tot 4? (M.a.w.: wat lukt er al?)
• Wanneer zat je al eens hoger dan een 4? Hoe deed je dat?
• Hoe ziet een 5 eruit?
• Op welke ideeën brengt dit je?
• Welke kleine stap zal jou dichter bij je doel brengen?
• Waaraan zul je als eerste merken dat je vooruitgaat?

En tenslotte

Onderweg naar het doel speelt optimisme en een gezonde dosis zelfvertrouwen natuurlijk ook een doel. Een van de taken van de coach is m.i. het aanwakkeren van zelfvertrouwen en het behouden van hoop en optimisme. Gelukkig is oplossingsgerichte gespreksvoering daar heel geschikt voor. Een simpele manier om te zorgen dat coachees een eerste stap zetten is het verkleinen hiervan. Kleine stappen vragen weinig vertrouwen, grote stappen vragen veel vertrouwen.

En soms… soms kan de stap niet kleiner dan die nu eenmaal is. Niemand kan immers een klein beetje ontslag nemen, emigreren, of zwanger worden. In dat soort gevallen geldt soms het adagium:

‘Jump and grow your wings on the way down!’

Ik wens je veel succes met het zetten van stippen aan horizonnen!

Vond je deze blog nuttig? Please share!
Heb je aanvullingen of een andere visie? Please comment!