Berichten

Vannacht – ik lag toch wakker – las ik het nieuwe boek van Rutger Bregman uit: ‘De meeste mensen deugen’. Laat ik beginnen met de loftrompet te blazen voor het vijfde boek van deze jonge historicus (hij is 31). Het is lang geleden dat ik weer eens zo gegrepen was door een non-fictie boek. Omdat Bregman je meeneemt bij zijn eigen ontdekkingstocht leest het als een avonturenroman. Bovendien weet hij moeiteloos inzichten te verbinden uit de psychologie, biologie, antropologie, archeologie en economie. En het mooiste is: daar komt een mensbeeld uit naar voren dat wat mij betreft realistisch is en tegelijk zeer hoopgevend. En een beetje hoop kunnen we best gebruiken!

Natuurlijk is er ook kritiek op zijn boek

Dat is ook te verwachten als iemand de moed heeft om een aanname ter discussie te stellen die onder zo’n beetje alles ligt wat we doen. Die aanname kun je samenvatten als: ‘de meeste mensen deugen niet’. En daarom moeten we blijkbaar alles voorkauwen, bureaucratiseren en controleren. Helaas leidt dit er ook toe dat de creativiteit, de intrinsieke motivatie en de levenslust soms ver te zoeken zijn. Bregman citeert een OESO onderzoek dat stelt dat Nederlandse leerlingen het minst gemotiveerd zijn van alle onderzochte landen. Best zorgelijk en waarschijnlijk ook herkenbaar voor veel docenten. Over de kritiek: ik heb er drie tot mij genomen en weet je wat me opviel? Alle drie de auteurs hadden duidelijk zijn boek niet gelezen, hooguit de proloog. Tsja, dat is wel een beetje makkelijk.

En wat is dan die ontdekkingstocht van Bregman?

Je hebt vast weleens gehoord van bekende psychologische onderzoeken, zoals het Stanford Prison experiment, de elektrische schokken van Stanley Milgram en het Bystander effect n.a.v. de moord op Catherine Genovese. Welnu, al die onderzoeken zijn door kritische wetenschappers opnieuw onder de loep genomen en Bregman neemt je mee naar wat daar werkelijk gebeurde. Het Prison Experiment blijkt meer weg te hebben van een geënsceneerd toneelstuk. Bij de schokken-machine geloofde meer dan de helft van de proefpersonen niet dat de schokken echt waren. Catherine Genovese kreeg wel degelijk moedige hulp van een buurvrouw, zij het te laat. En onderzoek van de Deense sociaal psychologe Lindegaard n.a.v. beveiligingscamera’s in grote wereldsteden laat zien dat in 90% van de gevallen mensen elkaar juist wel helpen! Misschien zag dat er ongeveer zo uit:

The lord of the flies, maar dan in het echt…

Helemaal smullen wordt het als Bregman beschrijft hoe hij een echte ‘Lord of the Flies’ op het spoor komt. In dit beroemde, fictieve boek spoelen een aantal jongens aan op een onbewoond eiland… En veranderen uiteindelijk in wilde dieren… aldus de korte versie. Bregman vraagt zicht echter af of zo iets misschien ooit in het echt gebeurd is en neemt je mee op zijn zoektocht. Uiteindelijk ontmoet hij in Brisbane de heren op leeftijd Mano Totau en Peter Warner. Mano Totau was één van de zes jongens die in 1965 met een gestolen vissersboot aanspoelden op het eiland ‘Ata in de Stille Oceaan en Peter Warner was de man die hen 14 maanden later aantrof in goede gezondheid en samenlevend in volmaakte harmonie. Het verhaal leest als een sprookje en Bregman zegt hierover: het werkelijke verhaal zou te zoet zijn voor Hollywood.

Klopt ons mensbeeld nog wel?

Het zijn onder andere dit soort onderzoeken en verhalen die ons mensbeeld hebben gevormd. Oh ja en het nieuws natuurlijk, dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld en dat alles behalve representatief is voor het dagelijkse leven van de mensheid als geheel. En dan heb ik het nog niet eens over het ‘Filter-bubbel-effect’ waarbij we door de algoritme’s van sociale media voortdurend worden bevestigd in ons eigen gelijk. Zo vind jij het vast óók moeilijk om te geloven dat de wereld nog nooit zo veilig is geweest als nu. Toch laten cijfers zien dat dit het geval is. Uit Bregman’s boek komt dan ook een heel ander mensbeeld naar voren dan waar velen van ons in geloven, namelijk dat van een door en door sociaal en intrinsiek gemotiveerd dier dat waarschijnlijk het resultaat is van de ‘Survival of the friendliest’.

Voor de helderheid: dit is niet een verzinsel van Bregman. Zowel de psychologie, de biologie als de archeologie ontwikkelden de laatste decennia steeds meer consensus in de richting van dit hoopgevende mensbeeld en weten dit ook nog te onderbouwen. Bregman schuwt trouwens ook de moeilijke onderwerpen niet, zoals oorlog, corruptie, racisme en terrorisme. En ook daar blijkt de realiteit vaak anders dan je zou verwachten. Zo blijkt de gemiddelde soldaat het erg moeilijk te vinden om een tegenstander neer te schieten. Kortom: het lijkt erop dat ons mensbeeld aan een update toe is: waarschijnlijk deugen de meeste mensen. Helaas haalt dat zelden de media, want goed nieuws verkoopt niet. En ja, soms doen mensen ook dingen die niet deugen en die krijgen helaas heel veel podium. Best gevaarlijk, trouwens, want het brengt mensen die daar vatbaar voor zijn nogal eens op slechte ideeën.

Vraag niet of het waar is, maar vraag wat het gevolg is van je aanname

Hoe overtuigend het boek van Bregman ook is, uiteindelijk is heel moeilijk te bewijzen of de mens nu deugt of niet. Voor beide stellingen zul je bewijs vinden en het is dus ook heel lastig om iemand die er anders over denkt dan jij, van het tegendeel te overtuigen. Er bestaat echter ook zo iets als het Placebo-effect en – het omgekeerde hiervan – het Nocebo effect. De dingen worden vaak waar, juist omdat we ze geloven. Verwant hieraan is de Self-fulfilling prophecy: als iedereen gelooft dat een bank zal omvallen en daarom zijn geld opneemt… Ook deze effecten onderbouwt Bregman met fascinerende verhalen. Dus wat staat ons te doen als we willen dat mensen deugen? Het antwoord is simpel en heeft desondanks nogal grote implicaties als we het echt serieus zouden nemen. Het antwoord luidt: mensen behandelen alsof ze deugen.

Wat gebeurt er als je mensen behandelt alsof ze deugen?

Ach, dit heeft alleen maar implicaties voor hoe je de maatschappij, hoe je bedrijven en hoe je scholen effectief en menswaardig inricht…

Maar weet je, ik ben geen politicus noch organisatie- of onderwijsadviseur. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ blijft een mooi gezegde. Ik weet echter wel iets over coachende gespreksvoering. En ook daar speelt ons mensbeeld een belangrijke rol. Ook hier is het de vraag hoe we naar de intenties én de competenties van de coachee kijken. In literatuur en trainingen over Motiverende gespreksvoering wordt vaak Goethe geciteerd:

Als je iemand behandelt zoals hij is, zal hij blijven zoals hij is, maar als je hem behandelt alsof hij is wat hij zou moeten en kunnen zijn, zal hij worden wat hij zal moeten en kunnen zijn’.

En in Oplossingsgerichte gespreksvoering wordt vaak geadviseerd om de perceptie (de eigen waarheid) van de ander te respecteren en om bij negatief gedrag een gesprek te beginnen met: ‘Je hebt vast goede redenen om…’ Het is dan ook mooi om te zien dat onder deze methoden duidelijk de aanname te vinden is die de titel is van Bregman’s boek: De meest mensen deugen. Om dit abstracte gegeven iets concreter te maken heb ik drie adviezen voor elke coachende professional. Ze zijn niet nieuw, maar krijgen in het kader van Bregman’s boek wel een geheel nieuwe lading. Ze zijn ook niet per se waar, maar ik durf te stellen dat ze wel een groot verschil maken voor hoe mensen zich bejegend voelen en hoe zij zich vervolgens gaan gedragen. En pas als echt het tegendeel blijkt is het raadzaam om je aanname te herzien. Maar in elk geval weet je dan zeker dat jij dit gedrag niet zelf hebt opgeroepen…

Hier komen ze:

1. Ga ervan uit dat die ander de waarheid spreekt, al is het zijn of haar eigen waarheid.

2. Ga ervan uit dat de ander positieve intenties heeft

3. Ga ervan uit dat de ander competent is

Conclusie

Wat is nu mijn conclusie over het boek van Bregman? Is het een must read? Nou, als je dagelijks met mensen werkt (kinderen of volwassenen) en dus ook – bewust of onbewust – je beslissingen baseert op de intenties die je die mensen toedicht, dan zeg ik: wees ondeugend, leg onmiddelijk je werk neer en loop nu naar de boekwinkel!

PS: Vond je deze blog lezenswaardig? Wil je ook hoop en optimisme verspreiden? Deel dan ajb deze blog in je netwerk of plaats een comment!

(waar jij ook van kunt profiteren)

Het leuke van trainer-coach zijn is dat je alles wat je leert op jezelf kunt toepassen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: ten eerste word je een beetje je eigen coach en ten tweede is alle kennis die je doorgeeft veel doorleefder. Je weet waar je het over hebt.

You’ve been there

Precies om die reden wisselen mensen tijdens onze jaartraining voortdurend af tussen de rol van coach en de rol van cliënt. En hoewel ik waarde hecht aan wetenschap, geloof ik pas echt dat iets werkt als ik het zelf heb ervaren.

Om dit te illustreren heb ik een aantal persoonlijke levenservaringen getoetst aan onze methodes. En ze voor jou in dit blog op een rij gezet. Hier komen ze:

#1. Je bent niet je beroep of je hobby

Tijdens mijn studie had ik een passie: percussie spelen. Ik speelde o.a. Conga’s, nam lessen, ging zelfs naar Cuba en zat in allerlei bandjes. Ik had er veel plezier in, kreeg positieve aandacht, deed veel nieuwe vrienden op en het muzikant zijn werd steeds meer mijn identiteit…

En op een dag kon ik opeens niet meer spelen door een chronische blessure. En daar zat ik dan met mijn muzikanten-identiteit zonder een noot te kunnen spelen. Voor mij was dit het begin van een spirituele ontdekkingsreis, waarin ik onder meer leerde dat wij zoveel méér zijn dan slechts één rol die ons goed bevalt. Het mooie is dat ACT precies hetzelfde zegt: er is een ruimer zelf dat ons zelfbeeld, en al onze rollen overstijgt. Dit ruimere zelf biedt aanzienlijk meer mogelijkheden om te zijn wie je wilt zijn dan ons ‘bedachte zelf’.

#2. Mensen veranderen door wat ze zichzelf horen zeggen, niet door wat ze anderen horen zeggen

Sinds mijn afstuderen in 1996 werkte ik met verschillende uitdagende doelgroepen: kansarme jongeren, langdurig werkzoekenden, inburgeraars, vluchtelingen, (ex)gedetineerden, hulpverleners :o). Van al deze doelgroepen werd gevraagd om te veranderen en natuurlijk stond niet iedereen daar meteen voor open (zacht uitgedrukt). Als ik daar één ding van geleerd heb, dan is het dat overtuigen niet werkt.

Wat wel werkt is aandachtig en open-minded luisteren naar mensen en nieuwsgierig zijn naar de eigen beweegredenen van mensen. In de methode motiverende gespreksvoering is dit ‘luisteren-naar-de-beweegredenen-van-de-ander’ tot een ware kunst verheven met een evidence-based status. Het mooie is dat als je dit eenmaal door hebt, je veel effectiever wordt en het je minder moeite kost. Bovendien geeft het heel veel voldoening om op deze manier veel te kunnen betekenen.

#3. Inzicht garandeert geen actie, maar actie garandeert wel inzicht

Het valt me op dat veel mensen die vast lopen in hun leven enorm gaan piekeren over wat er allemaal mis is gegaan en waardoor hen dit is overkomen. Vaak is dan de gedachte: ‘als ik mezelf eenmaal snap, dan kan ik veranderen’. Ik heb dit zelf ook lang gedacht. Tot ik op een dag tot het inzicht kwam dat het misschien wel precies andersom werkt. De zoektocht tot inzicht leidt namelijk vaak tot uitstellen van de daadwerkelijke verandering. En zo blijf je heerlijk in je comfortzone…

Als je echter moed verzamelt, actie neemt en stap-voor-stap gaat toewerken naar de verandering die je wenst, zou je weleens heel veel nieuwe en nuttige inzichten kunnen opdoen. En na een tijdje vraag je je af wat je problemen ook al weer waren… Ik spreek uit ervaring. ACT en oplossingsgericht werken zeggen precies hetzelfde: zorg dat je helder krijgt wat je doelen en waarden zijn en werk daar in kleine stapjes en zo effectief mogelijk naar toe en leer omgaan met het ongemak en de angsten die er bij horen.

#4. Dwangmatig streven naar geluk maakt ongelukkig

Ik lees graag en het boek dat verreweg de meeste impact heeft gehad op mijn leven was ‘de Valstrik van het geluk’. De strekking van dat boek is dat juist het dwangmatig streven naar geluk ons ongelukkig maakt. Natuurlijk is er niks mis met het streven naar geluk, maar zodra je het nodig hebt om je voortdurend goed te voelen, raakt geluk juist steeds verder weg. Dat kan iedere verslaafde je vertellen.

Volgens Russ Harris leven we in een feel-good maatschappij waarin er iets mis met je lijkt te zijn, als je even niet gelukkig bent. ‘Want kijk maar: op face-book is iedereen happy!’

De realiteit echter is dat ieder mens wel eens somber is en dat zelfs één op de 5 mensen wel eens depressief is. Het probleem is dat als je een keer somber bent en vervolgens ook nog gaat denken dat er daarom iets mis met je is, je daardoor nog dieper in de put zakt.

De kunst is dan ook om te aanvaarden dat ieder mensenleven lichte en donkere periodes kent en dat dit volkomen normaal is. En naarmate je meer bereid bent om ‘alle smaken des levens te proeven’ wordt je steeds vrijer om te zijn wie je wilt zijn en te leven naar je waarden. En hoe meer je dat lukt, hoe meer je een dieper soort geluk leert kennen dat veel bestendiger is dan het oppervlakkige feelgood-geluk dat Hollywood ons voorschotelt. Ik heb dit zelf ook echt zo ervaren en dat is een van de redenen dat ik erg enthousiast ben over ACT.

#5. Relaties zijn een plek om te geven

Er was een tijd dat ik een relatie – onbewust – zag als een plek om te ontvangen (en ik denk dat ik niet de enige man ben die dat had of heeft). Toen ik vervolgens niet altijd kreeg waar ik naar verlangde gaf ik natuurlijk eerst mijn partner de schuld. Je kunt je voorstellen dat dit geen goed recept is voor een liefdevolle, wederkerige relatie…

Op zoek naar antwoorden las ik op zekere dag het boek ‘ACT with love’ van Russ Harris. Dat boek stelde vragen als: wie wil je zijn in je relatie tot die ander? En: wat wil je geven? Waar heeft die ander eigenlijk behoefte aan?

Het opende mijn ogen. Ik ben veel meer gaan kijken: Wat kan en wil ik hier en nu geven? Wat heeft de ander / de situatie nodig? De grap is dat ik daardoor veel tevredener werd met de relatie die we hadden én als onverwachte bonus vaker kreeg waar ik zelf naar verlangde. Let wel: ik ben geen heilige, maar ik kan wel vertellen dat mijn vrouw en ik nauwelijks nog ruzie hebben en inmiddels bijna 12 jaar gelukkig getrouwd zijn. (Ik zal haar trouwens snel eens vragen hoe zij dit ziet… :o)

#6. Een goede coach ziet de potentie van zijn cliënt

Stel je kunt kiezen uit twee coaches:

De één legt feilloos de vinger op al je ‘zere plekken’ en vertelt je wat je allemaal niet handig doet en dus zult moeten veranderen.

De ander legt feilloos de vinger op al je kwaliteiten en vertelt je wat je allemaal al handig doet en vooral moet versterken en evt. anders inzetten om zo je doelen te behalen.

Voor welke coach zou je kiezen?

Ik weet het wel. Wat er allemaal mis met me is, kan ik zelf ook wel vertellen. Maar als ik de rest van mijn tijd op deze planeet aangenaam en zinvol wil besteden, dan kan ik maar beter mijn kwaliteiten gaan ontwikkelen en inzetten.

De manier van de eerste coach vind ik eigenlijk ‘te makkelijk’. We zien immers eerder de splinter in anderman’s oog dan de balk in ons eigen oog. De kwaliteiten van de ander zien en benoemen is echter veel lastiger. Het vraagt een waarderende, onderzoekende blik en de bereidheid om een dialoog aan te gaan vanuit gelijkwaardigheid en de vraag: ‘wat werkt er voor jou?’ Een methode die dit als handelsmerk heeft is ‘Oplossingsgericht coachen’ en dit is een van de redenen dat ik daar nog steeds heel enthousiast over ben.

# 7. Vertrouwen ontstaat door actie

Vaak denken mensen: Zodra ik genoeg vertrouwen heb, ga ik mijn dromen waarmaken!

Wat klopt hier niet? Simpel: vertrouwen krijg je niet in je luie stoel; het ontstaat door het te gaan doen. Natuurlijk hoef je niet meteen in het diepe te springen. Je kunt beginnen met kleine stapjes. Zo was ik nooit voor mezelf begonnen als ik gewacht had op voldoende vertrouwen, want ‘ik was geen ondernemer’. Maar door simpelweg op een dag te gaan googelen op ‘Kamer van Koophandel’ ben ik stap voor stap gaan leren om een ondernemer te worden en groeide langzaam maar zeker het vertrouwen…

Een mooi boek waarin dit wordt uitgewerkt is ‘the confidence-gap’ van wederom Russ Harris en natuurlijk gebaseerd op ACT.

#8. Droom groot, maar begin klein

Ik geloof dat veel mensen een sterke innerlijke censuur hebben en daardoor zijn afgeleerd om werkelijk te dromen. Zodra er immers een mooie droom of waardevol doel oppopt in het bewustzijn, dan is daar onmiddellijk die stem: ‘dat lukt je toch niet!’ en ‘Wat denk je wel!’ De droom is dan innerlijk ‘weg gecensureerd’ voordat je het weet. En dat is heel jammer, want als je niet droomt dan heb je ook geen passie of richting in je leven en blijf je maar aanmodderen.

Ook is het zo dat áls mensen al nadenken over verandering, zij die verandering dan vaak te groot en perfect maken in hun hoofd. ‘Op 1 januari ga ik alles anders doen!’ Is dat realistisch? Ik denk van niet.

Als je naar de natuur kijkt dan gaan verreweg de meeste veranderingen heel geleidelijk en volgens mij werkt het ook zo bij mensen. Kleine stappen hebben een grote slagingskans en smaken naar meer. En voordat je het weet zit je in een positieve spiraal…

Kortom: de truc is om de moed te hebben om groot te dromen en de realiteitszin om te beginnen met hele kleine stappen. Een methode die dit snapt en ook ondersteunt is Oplossingsgericht Coachen.

#9. Als je fouten maakt ben je goed bezig

Het is soms heel verleidelijk om binnen je comfort-zone te blijven en vooral bezig te zijn met bewijzen wat je al kunt. Voor de buitenwereld maak je dan misschien een goede indruk, maar je ziel hou je niet voor de gek. Die weet dat je zo niet groeit en dus ook niet je volle potentie waarmaakt. Binnen je comfort-zone maak je weinig fouten, daarom heet het je comfort zone. Het is logisch dat je buiten je comfort-zone meer fouten maakt: het is immers onbekend terrein. Het maken van fouten betekent dus dat je de moed hebt getoond om nieuwe gebieden te verkennen en jezelf uit te dagen. En volgens mij ben je dan heel goed bezig!

Overigens wordt deze filosofie van mij goed onderbouwd door het onderzoek van Carol Dweck naar de Groei-mindset en ook door modern brein-onderzoek.

Een prachtige TED-talk over dit thema is trouwens deze van Larry Smith.

En laatst hoorde ik enkele lyrics van Joss Stone die dit heel mooi verwoorden:

I’ve got the right to be wrong
gotta sing my own song
I might be singing out of key
But it sure feels good to me.

#10. Dankbaarheid brengt overvloed en maakt gelukkig

In moeilijke tijden staren we ons vaak blind op wat er allemaal ontbreekt in ons leven. (Of ben ik soms de enige die dat doet… :o)

Deze manier van kijken is een goede manier om depressief te worden. Als je echter je focus verlegt en met een waarderende blik kijkt naar wat er allemaal voor positiefs aanwezig is, dan zul je jezelf verbazen met hoeveel er is en al snel in een betere stemming komen. Deze betere stemming zorgt er dan weer voor dat je nieuwe mogelijkheden gaat zien en zie daar, een positieve spiraal.

Barbara Fredrickson noemt dit ‘the broaden and Build- theory’. Het is een van de redenen waarom in de positieve psychologie (maar trouwens ook in alle wereldreligies) het cultiveren van dankbaarheid wordt aangemoedigd. Het is trouwens ook les 1 van onze gratis cursus Positieve psychologie.

Welke levenslessen heb jij zelf eigenlijk geleerd en zou je – beknopt – met ons willen delen?

Leuke blog? Je helpt ons als je deze deelt in je netwerk!