Berichten

Een vraag stellen, wat kan daar nou moeilijk aan zijn? Je zegt iets met een vraagteken erachter en vervolgens kijk je de ander verwachtingsvol aan… Appeltje eitje, toch?

Niet dus

Omdat ik vaak professionals mag observeren tijdens trainingen Motiverende gespreksvoering en on-the-job coaching kan ik vertellen dat er bij het stellen van vragen van alles misgaat, alle goede bedoelingen ten spijt. En dat is jammer want het stellen van goede vragen is een van de krachtigste verandertools die we hebben als hulpverlener of coach. (Overigens gaat er óók van alles mis bij de manier waarop men luistert naar het antwoord. Daarover meer in een volgend blog, dit wordt namelijk een serie).

Ik zal je, behalve wat er vaak misgaat, natuurlijk ook vertellen wat je hiervoor in de plaats kunt doen. Tenminste, als je op een bewezen effectieve én plezierige manier mensen wilt helpen om hun (gewoonte) gedrag te veranderen.

Hierbij ga ik trouwens uit van twee vooronderstellingen

A. Mensen veranderen eerder door wat ze zichzelf horen zeggen, dan door wat ze anderen horen zeggen.

B. Het menselijke brein is een zoekmachine: zoekt en gij zult vinden (alleen duurt het soms even). Dit geldt net zo goed voor redenen om te veranderen als voor redenen om niet te veranderen. Ook geldt het even sterk voor zaken die het geloof in eigen kunnen (self-efficacy) versterken als verzwakken.

Het is dus nogal belangrijk welk soort vragen je stelt en hoe je ze stelt

Oké, wat gaat er dan allemaal mis? Hier komen ze en om wat context te bieden nemen we als voorbeeld-cliënt iemand die rookt en die overweegt om daarmee te stoppen.

1. Je stelt te veel gesloten vragen.

‘Rook je veel? Ben je al eerder gestopt? Heb je al geprobeerd om nicotinepleiters te plakken? Of zo’n e-cigaret?’

Als een vraag met een werkwoord begint weet je zeker dat het een gesloten vraag wordt. De enige twee mogelijke antwoorden zijn dan ‘ja’ of ‘nee’. Dit zijn nu niet bepaald de vragen waar mensen nog dagen over nadenken als ware het een Koan. Bovendien suggereren gesloten vragen dat jij de expert bent en de ander dus niet. Ook niet over zijn eigen leven. En dat maakt afhankelijk. ‘Kom maar door met dat advies dat ik toch niet op ga volgen…’

Tip: stel 2 x zo veel open als gesloten vragen en zet de ander echt aan het denken.

Enkele effectieve vragen aan onze roker: ‘Welke redenen heb je om te stoppen? Waarom is dat belangrijk voor je? Wat zou je kunnen helpen om te stoppen? Hoe zou de kans van slagen het grootst worden?’

Met deze vragen is de kans op verandertaal vele malen groter!

2. Je stelt een ‘verknoeide’ open vraag

‘Wat betekent roken voor jou? Helpt het je om te ontspannen?’

Jammer.

De eerste vraag is prima. De tweede verknoeit ‘m. Mensen zullen altijd de makkelijkste vraag beantwoorden en de tweede is nu eenmaal veel makkelijker te beantwoorden dan de eerste.

Tip: als je een goede vraag stelt en je krijgt niet meteen antwoord, wacht dan even. De ander is aan het nadenken.. precies wat je wilt, toch?

3. Je wacht te kort op het antwoord

Hoe beter je vraag is, hoe méér er gebeurt bij de ander en hoe langer deze na moet denken… Vaak hoor ik een prachtige vraag en als er dan niet meteen een antwoord komt, gaat de vragensteller ‘helpen’. Is het soms dit of dat? Dan wordt het opeens een multiple-choice vraag…  Jammer.

Tip: Als je een goede vraag hebt gesteld en je wordt ongeduldig, haal dan even wat dieper adem en zoek de leuning van je stoel op. De meeste mensen gaan binnen 7 seconden praten!

(Een geweldige mentor die ik had toen ik net reclasseringswerker werd zei vaak: eigenlijk zou elke hulpverlener pijp moeten roken. Dan kun je prachtige vragen stellen en je vervolgens rustig met je pijp bemoeien in afwachting van het antwoord… Ik rook geen pijp, maar ben dit nooit vergeten.)

4. Je geeft zelf het antwoord

Het kan nog erger. Mensen met weinig geduld vinden het vaak lastig om een flinke stilte te laten vallen. Een manier om die stilte op te vullen is: zelf het antwoord geven. Een cliënt die zich er makkelijk van af wil maken hoeft dan alleen nog maar te zeggen: ‘ja, zo zit het’.

‘Vind je het vervelend dat je als roker tegenwoordig nergens meer welkom bent? Ja, zeker hè!’

Tip: laat de ander het denkwerk doen, anders verandert er niets!

5. Je stelt een ‘stapel-vraag’

Hiermee bedoel ik dat je meerdere vragen achter elkaar stelt. Het kan zomaar zijn dat daar hele goede vragen tussen zitten. En welke denk je dat de cliënt beantwoord? De makkelijkste natuurlijk. Of de laatste. Maar meestal is dat niet de beste….

Tip: kijk naar dit filmpje en je stelt nooit meer een stapelvraag:

6. Je stelt wollige vragen

Soms stellen mensen vragen die zo ongelooflijk lang zijn dat alleen de vragensteller snapt wat-ie bedoelt. Op vage vragen krijg je een vaag antwoord.

Tip: stel een korte en bondige vraag, leg ‘m denkbeeldig op het bordje van de ander en wacht…

7. Je stelt überhaupt geen vragen

Sommige mensen stappen onmiddellijk in de ‘verbeter-reflex’ zodra ze oog in oog staan met iemand met een probleem. Ze gaan overtuigen, adviseren, ongevraagde oplossingen aandragen, beleren, waarschuwen, etc.. Helaas vertel je dan zelden iets wat de ander nog niet gehoord of zelf bedacht heeft. Bovendien is de kans groot dat de ander zich gaat verdedigen en zichzelf van verandering weg praat…

Tip: wees oprecht nieuwsgierig naar de visie en beleving van de ander en vraag hier naar.

8. Je stelt een vraag ‘de verkeerde kant op’

Je cliënt laat weten dat veranderen nog niet zo makkelijk is. En jij vraagt ‘Waarom lukt het je dan niet?’ Dit lijkt een logische vraag, maar hij is niet empowerend. Iemand gaat je namelijk vertellen waarom het niet lukt… En ter plekke zakt de moed jullie beiden in de schoenen… Vraag liever: ‘Hoe zou het kunnen lukken als je zou besluiten om te stoppen?’

Hetzelfde geldt voor redenen om te veranderen. Op de vraag ‘Waarom stop je niet gewoon?’ zal iemand je haarfijn uitleggen waarom stoppen nog niet zo eenvoudig is. Vraag liever: ‘Wat maakt dat je overweegt om te stoppen?’

9. Je stelt vragen met een verborgen agenda

‘Weet je hoeveel groter de kans op longkanker wordt als je dagelijks rookt?’ Eigenlijk wil je de ander waarschuwen. Tip: Vraag liever wat de ander al weet en nog wil weten over de risico’s van dagelijks roken.

‘Denk je niet dat je hier later spijt van krijgt?’ Je wilt dat de ander nadenkt over gezondheid op de lange termijn. Tip: vraag hier gewoon naar: ‘Hoe belangrijk is je gezondheid op de lange termijn voor je?’

10. Je stelt alléén maar vragen

Mooi, je toont interesse, maar er zijn nog méér gesprekstechnieken! Wat dacht je van reflectief luisteren? Dit zou je het ‘Zwitserse zakmes onder de gesprekstechnieken’ kunnen noemen omdat je er heel veel kanten mee uit kunt. Kort gezegd komt het neer op wat Stephen Covey al zei; ‘Probeer eerst de ander te begrijpen, voordat je zelf begrepen wilt worden’.

En wil je meer weten over motiverende gespreksvoering? Overweeg dan eens deelname aan één van onze trainingen live of online!

Foto-verantwoording: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Fefifa_with_red_glasses.jpg

Soms ontdekt de wetenschap dingen die de Ouden en de Wijzen al lang wisten. Onderstaande citaten zijn van alle tijden en worden toch vaak gebruikt om moderne evidence-based methoden te onderbouwen. Voor jou en mijn gemak heb ik ze als volgt bij elkaar gezet: 5 methoden x 5 citaten. Ik heb ze alleen onvertaald gelaten als het Nederlands ontoereikend was om de nuance te vatten.

Motiverende gespreksvoering:

Maya Angelou

Ik heb geleerd dat mensen vergeten wat je hebt gezegd of gedaan, maar ze zullen nooit vergeten welk gevoel je ze gegeven hebt

Blaise Pascal

Mensen veranderen eerder door de redenen die ze zelf hebben ontdekt en opgesomd, dan door de redenen die door anderen zijn opgesomd

Wolfgang Goethe

Als je iemand behandelt zoals hij is, dan zal hij blijven zoals hij is.
Als je iemand behandelt alsof hij was wat hij zou kunnen zijn, dan wordt hij zoals hij zou kunnen zijn…

Rumi

Ergens voorbij goed en kwaad ligt een veld… daar wil ik je graag ontmoeten

Martin Buber

Ik heb het recht niet om iemand anders te willen veranderen als ik zelf niet bereid ben om te veranderen

 

Oplossingsgericht coachen:

Yvonne Dolan

‘The questions we ask shape the answers we get…’

Steve de Shazer

Praten over problemen creëert problemen. Praten over oplossingen creëert oplossingen

Insoo Kim Berg

Werk met het antwoord dat je krijgt

Steve de Shazer

Be patient. You never know when the change is going to happen

Rita Baely

Start wherever you are and start small

 

ACT:

Franciscus van Assisi

Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen; geef me de sereniteit om te accepteren wat ik niet kan veranderen en geef me de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

Buddha

Pijn is onvermijdelijk, lijden is een keuze

Oosters gezegde

Als je ertegen vecht, vecht het terug. Als je ervoor vlucht, komt het je achterna. En als je het laat zijn, kan het ook weer gaan.

ACT-gezegde

Geen beter kompas voor het leven dan je eigen hart

Thich Nhat Hahn:

Het mooiste geschenk dat we een ander kunnen geven is onze aanwezigheid. Als we onze geliefden met Mindfulness omarmen, bloeien ze op

 

Positieve psychologie:

Martin Seligman

Positieve psychologie vraagt vooral een verandering in focus van ‘het slechtste repareren’ naar ‘het beste creëren

Donald ‘o Clifton

Shine the light on what’s right

Friedrich Nietzsche

Dat wat me niet ombrengt, maakt me sterker.

Onbekend

Het is makkelijker om van een 7 een 9 te maken, dan van een 4 een 6.

Art Buchwald

The best things in life aren’t things

 

Mindfulness

Jon Kabat-Zinn

Loslaten van geluk-als-doel kan er voor zorgen dat het geluk vanzelf komt

Thich Nhat Hanh

Als je niet je aandacht oefent, oefen je je achteloosheid

David Dewulf

Het is aandacht die kleur geeft aan bloemen, geur aan het vers gemaaide gras, gezang van de vogels en smaak aan de wijn.

James Oppenheim

De dwaze mens zoekt geluk in de verte, de wijze mens laat het groeien onder zijn voeten.

Pema Chödrön

Als we leren ons hart te openen, kan zelfs degene die ons irriteert, onze leraar worden.

 

Ook zo wijs worden?

Overweeg dan eens om deel te nemen aan de unieke Jaartraining ‘Effectief Coachen anno Nu’.

 

 

Wil jij graag iets veranderen?

Je leven, bijvoorbeeld.

Of dat van anderen.

Als je dat een eitje vindt, dan heb je wel iets beters te doen dan deze blog lezen. Tegen jou zeg ik: doe vooral je ding en geniet ervan.

Maar als het niet altijd gaat zoals je wil, dan wil jij misschien wel beter worden in veranderen. Of anderen helpen dat te worden.

Voor jou volgen hier enkele inzichten over verandering. Ik hoop dat je er wat aan hebt.

Waarom ik hierover schrijf? Ik heb alle 5 de vergissingen vaak gemaakt. Maar sinds ik me bezighoud met ACT, Motiverende gespreksvoering en Oplossingsgericht werken snap ik steeds beter hoe mensen effectief kunnen veranderen.

Daar heb ik veel profijt van en dat gun ik jou ook.

Vergissing 1: Verandering is bijzonder

Verandering is helemaal niet bijzonder… Het is juist het normaalste wat er bestaat!

Heb je weleens goed naar een boom gekeken?

Ken jij een levende persoon die niet ouder wordt (en wijzer, al is het maar een beetje)?

En wat dacht je van de aarde? Laat ik maar niet beginnen over het klimaat.

De sterren dan? De grote beer blijft toch op zijn plek? Geloof het of niet: zelfs het universum dijt heel snel uit.

Kortom: relax… ook jij zult veranderen, of je wilt of niet.

Misschien gaat het je niet snel genoeg, of niet de kant op die je in gedachten had. En dat is soms heel pijnlijk.

Wat ik iedereen gun is: vertrouwen in het leven en de lessen die als vanzelf op je pad komen. Misschien is dat wel precies wat je nodig hebt? In elk geval heb je daar geen coach, cursus of zelfhulpboek voor nodig. Het leven regelt het voor je.

Het goede nieuws is: dat vertrouwen kun je ontwikkelen en als je met mensen werkt kun je hen helpen dat te ontwikkelen.

Persoonlijk vind ik de Positieve Psychologie en Mindfulness daarbij heel behulpzaam.

Vergissing 2: Verandering vindt drastisch plaats

Oké, ik geef toe: de bliksem kan inslaan… er kan plotseling een aardbeving plaatsvinden… en ook jij kunt plotseling… vul zelf maar in.

Maar de meeste veranderingen gaan geleidelijk. Net als de seizoenen. Niemand valt in één keer 20 kilo af. Of wordt in één keer super-assertief. Of is zomaar opeens totaal immuun voor stress…

En toch.. in onze fantasie denken we vaak dat het zo werkt. “op één januari ga ik alles anders doen”

Yeah right!

Dus als je actief wilt bijdragen aan de verandering die toch al plaatsvindt…

Begin gewoon klein.

Dan gebeurt er tenminste wat. Vanavond nog… gewoon één klein stapje in de goed richting. Dat geeft moed en smaakt naar meer.

En als het mis gaat? Ach, het was maar een heel klein stapje. De schade is te overzien.

Nummer 3: Inzicht garandeert actie…

Ik zie het vaak bij cliënten: “eerst wil ik me zelf helemaal snappen en dán zal ik de wereld eens laten zien wat ik allemaal in mijn mars heb!”

Heel begrijpelijk dat je zo denkt, maar wat is het resultaat?

Ik zeg niet dat inzicht nutteloos is. Het garandeert alleen geen actie.

Andersom is echter een heel ander verhaal…

Actie garandeert inzicht!

Weleens iets geleerd door het gewoon maar te gaan doen? Fietsen, je 1e baan, kinderen krijgen?

Wow, wat heb ik veel geleerd van ‘getrouwd zijn’ en ‘kinderen hebben’. Ik zeg niet dat alle lessen leuk waren… maar leerzaam was het wel. Nog steeds trouwens.

Ondernemer worden… ook zo iets… super leerzaam! … (en leuk).

Vergissing 4: De ander moet veranderen

Een van mijn persoonlijke favorieten. Vooral mijn vrouw en kinderen wil ik graag anders zien. En mijn ouders natuurlijk. Het liefst met terugwerkende kracht.

Want met mij is niks mis. Ik heb de beste intenties en bovendien heb ik gewoon gelijk.

Ook als ik er een potje van maak.

Kun je iets super-spiritueels hebben? Hou je vast:

Begin met geven wat je zelf graag zou willen ontvangen.

Liefde, aandacht, verzorging, ruimte, een luisterend oor.

Gandhi zei het mooi: ‘Be the change, you wish to see in this world’

Natuurlijk vergeet ik dit ook weer heel vaak. Maar elke keer dat ik een helder moment heb en dit doe merk ik weer dat het helpt om uit de klaagmodus te stappen en andere resultaten te krijgen.

Nummer 5: De wereld moet veranderen.

Deze heb je in twee versies.

Versie 1: de wereld is onrechtvaardig, verdorven en slecht. Waarom doet niemand iets? Het is een schandaal!

Lieverd, jou verwijs ik graag door naar vergissing Nummer 4

En dan de Idealistische versie: ík ga de wereld verbeteren, het liefst vanavond nog en desnoods in mijn eentje. Had ik zelf veel last van tijdens mijn studie. Tot ik er lichtelijk depri van werd.

Mocht je deze herkennen, zie dan vergissing nummer 2.

Tot slot heb ik nog een mooie metafoor voor je uit een oude wijsheidstraditie (welke dat ben ik vergeten). Hier komt-ie:

“Als je tere voeten hebt en je vind de wereld te ruw, dan kun je de hele wereld met leer bedekken.

Of je bedekt alleen je voetzolen. En het leer dat je over houdt, dat geef je weg”

Ik wens je veel plezier met veranderen. Geniet ervan.

En als jij nog meer Vergissingen of inzichten over Veranderen kent: deel ze alsjeblieft hieronder, dan worden we met zijn allen beter in veranderen!

Je wilt graag mensen helpen. Daarvoor ben je immers de hulpverlening, (gezondheids)zorg, of het onderwijs ingegaan. En daar is natuurlijk helemaal niks mis mee. Het is zelfs een heel mooie ambitie.

Alleen werkt helpen soms averechts…

Vooral op de motivatie.

In MGV-termen heet dat ‘de verbeterreflex’ en het werkt heel simpel: zodra er een cliënt voor je staat waar iets ‘mis’ mee is, dan willen we die cliënt ‘repareren’, liefst zo snel mogelijk. Net zo als een automonteur met een kapotte auto.
Nogmaals: aan je goede intentie ligt het niet.

Maar een mens is nu eenmaal geen kapotte auto…

Als we de rollen even omdraaien, dan snap je het meteen. Stel je zit met een lastige gewoonte. Iets ongezonds of zo. Of iets dat je veel geld kost. Drinken, roken, overwerken of gokken, bijvoorbeeld (Ik zeg: ‘stel’! Jij hebt natuurlijk geen lastige gewoontes)

En stel het is iets waar je maar niet van af komt. Het is niet gisteren ontstaan, dus je hebt er al veel over nagedacht en met mensen over gesproken. Je kent alle pro’s en con’s. Je weet nog niet eens of je er wel mee wilt stoppen. En of je dat wel zou kunnen. Best wel een eng idee. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt er wel last van en je maakt je zorgen.

En op de een of andere manier beland je bij een hulpverlener die jou gaat proberen te helpen.

Die kijkt wat geschrokken en zegt dat je vandaag nog moet stoppen, anders gaat het van kwaad tot erger. Hij of zij weet ook al hoe. En begint meteen allerlei ongevraagde adviezen en oplossingen aan te dragen. Dingen die helemaal niet bij jou passen. Je kunt vanavond nog naar een gespreksgroep. Eigenlijk is het ook wel wat onverantwoordelijk. Hoe heb je het toch zo ver kunnen laten komen? Deden je ouders het soms ook?

Wat voel en denk je in zo’n situatie? En: wat zeg je? Waarschijnlijk iets dat begint met: ‘Ja, maar…’ Dit is natuurlijk reden voor de hulpverlener om met hernieuwde energie de strijd aan te binden met jouw ‘weerstand’.
Sta je al in de startblokken om je gewoonte aan te pakken? Persoonlijk zou ik om een andere hulpverlener vragen.

Waarom werkt dit niet? De hulpverlener bedoelt het toch goed?

Ongetwijfeld, maar voel je je ook gehoord, gezien en begrepen? Wordt je autonomie gerespecteerd en ondersteund? Wordt er effectief met je samengewerkt? Krijg je tijd om deze nieuwe info even op je in te laten werken? 4 x nee, vervelend, hè!
Wees gerust: het is menselijk. Ik deed het zelf vroeger ook. Toen ik net bij de reclassering werkte heb ik wat af ‘verbeterd’. Het resultaat: ik werd er heel erg moe van.
Misschien denk je nu: ‘moet ik de ander het dan maar zelf uit laten zoeken?’ Nee, natuurlijk niet.

Maar begin eens met Luisteren (ja, met een hoofdletter).

Vraag wat de ander al weet. Waar hij of zij al over heeft nagedacht. Onderzoek samen de doelen, waarden, beweegredenen én angsten van je cliënt. Vraag even toestemming voor je met advies komt. Bied opties aan.

En als je ook maar iets hoort dat vóór verandering pleit, dan spits je je oren. Je vraagt door, moedigt aan en reflecteert. Je ziet je cliënt groeien. Soms in één gesprek, soms in tien.
Het heet motiverende gespreksvoering en is fijner voor jou, fijner voor je cliënt en fijner voor de maatschappij. En wetenschappelijk onderbouwd. Dat noem ik nou een Win-Win-Win.

Leo Buscaglia schreef er een mooi gedicht over

Luisteren

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel,
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren,
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag lijken.

Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.

En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.

Leo Buscaglia, psycholoog (1924-1998).

Meer weten over Motiverende gespreksvoering?

Ik zie je graag op een van mijn trainingen!

Oh en mocht je je visie of ervaring hieronder willen delen, graag!

Train je weleens in gedwongen kader? (Reclassering, Jeugdzorg, verslavingszorg) Wil je weten hoe je weerstand in groepen kunt voorkomen en ‘genezen’? En hoe je zorgt dat iedereen tot zijn of haar recht komt? Dan is dit artikel interessant voor je. Overigens ga ik dit keer voor het gemak uit van basis-kennis van MI (anders zou het een heel lang artikel worden). Als MI nog nieuw voor je is, verwijs ik je graag naar ons gratis e-book.

Het toetje van het ICMI

Onlangs was ik in Amsterdam op het ICMI, oftewel the International Conference on Motivational Interviewing. Allerlei gerenommeerde wetenschappers, waaronder MI-grondlegger Bill Miller (de man met de baard op de foto, op het punt om in te stappen in de rondvaartboot), Terry Moyers (bekend onderzoekster, de vrouw op de foto) presenteerden de nieuwste inzichten op het gebied van Motiverende gespreksvoering… hoewel soms taaie kost, was het ook zeer inspirerend om te zien dat men over de hele wereld met dezelfde bevlogenheid en MI-spirit werkt aan blijvende gedragsverandering bij allerlei doelgroepen.

Het congres was goed, maar het ‘toetje’ was nog beter! Na afloop werd er namelijk een workshop (georganiseerd door MINT-ned) verzorgd door Chris Wagner (linksonder op de foto) en Karen Ingersol, auteurs van het boek: MI in groups. Wat zij presenteerden is eigenlijk essentiële kennis voor elke trainer en zeker voor elke trainer die in gedwongen kader werkt, of anderszins weleens te maken krijgt met ‘weerstand’ (overigens een achterhaalde term, daarover meer in een volgend blog).

De workshop kort samengevat

MI bij groepen legt de nadruk op het betrekken van de gehele groep en het rechtvaardig verdelen van ieders spreektijd. Te lange 1op1tjes tussen trainer en deelnemer worden zoveel mogelijk voorkomen. Ook ligt de nadruk meer op positieve doelen, mogelijkheden, wederzijdse betrokkenheid, dan op ‘praten over problemen’. Problemen kun je het beste zien als ‘obstakels die je kunt overwinnen’ of als een context voor doelstellingen . Het verleden wordt vooral gezien als bron van kracht en ‘geleerde lessen’. Interessant is dat MI in groepen dicht aanligt tegen de oplossingsgerichte benadering. Chris Wagner zegt hierover: In groepswerk is het bouwen van hoop misschien wel belangrijker dan het oplossen van ambivalentie. Overigens zegt onderzoek dat verandertaal van één persoon in de groep de kans op verandering van álle groepsleden groter maakt.

Ook bij MI in groepen kun je vier processen herkennen:

1e Proces: Engageren

Uiteraard is er veel aandacht voor het creëren van een positief en veilig leerklimaat. Immers waarom zou je weerstandsgedrag vertonen als je je enerzijds veilig voelt en respectvol bejegend wordt en anderzijds het gevoel hebt dat de trainer weet waar-ie het over heeft en echt de leiding heeft. Dan rest hooguit de optie dat het onderwerp je niet interesseert / niet nuttig lijkt of dat je boos bent dat je verplicht moet deelnemen. In dat kader is het interessant om te weten dat MI het effectiefst blijkt bij mensen die aanvankelijk boos zijn dat zij aan een behandeling of training moeten deelnemen en vervolgens – tot hun verrassing – met empathie en ruimte voor de eigen autonomie bejegend worden. De MI-basishouding werkt onmiddellijk ontwapenend.

Als het om engageren (i.e. betrekken, de relatie bouwen) gaat, dan is een goed begin echt het halve werk. Zorg bijvoorbeeld vooraf voor “problem-free talk”, dat wil zeggen: laat deelnemers vertellen over positieve zaken die hen bezighouden. Iets wat veel trainers die in gedwongen kader werken (DJI; reclassering; jeugdzorg) al prima doen is het maken van groepsafspraken waarbij je de deelnemers zoveel mogelijk betrekt. Een groepsafspraak die echter vaak vergeten wordt is de volgende: “Hoe gaan we om met mensen in de groep die weinig praten en mensen die juist heel veel praten? Wat vinden jullie hierin rechtvaardig?”. Hierdoor maak je de gehele groep verantwoordelijk voor de verdeling van de spreektijd.

Spreektijd van de trainer: het advies is dat de trainer max 20% van de tijd aan het woord is en de deelnemers dus de rest van de tijd. Hoewel deze verhouding misschien niet bij elke training mogelijk is, geldt in elk geval het adagium: Better be a Guide on the Side, then a Sage on the Stage…

2e proces: focussen

Ook en juist bij groepen is het belang van focussen groot. Dit vraagt een effectieve inzet van de verschillende gespreksvaardigheden. Hier volgen wat tips over hoe je met name reflecties effectief kunt inzetten:

Bij groepswerk kun je reflecties op nieuwe manieren inzetten. Zo kun je bijvoorbeeld reflecteren wat je in de hele groep ziet gebeuren. Voorbeeld: “het lijkt erop dat jullie geraakt zijn door wat er zojuist is verteld… Wie wil hier iets over delen?
Bij veel praters: geef reflecties op de emotie en niet op de inhoud. Inhoudelijke reflecties zijn juist een uitnodiging om verder te praten, terwijl reflecties op de emotie de ‘veelprater’ iets geven om te voelen of over na te denken, waarbij de kans groot is dat deze even stil wordt. Ook kun je bij veel-praters juist gesloten vragen stellen, om vervolgens de aandacht te verleggen naar een stillere deelnemer. Trainer: ‘Klopt het dat jij vindt dat…’ Veelprater: ” ja, inderdaad’. Trainer: ‘Oké, eens kijken hoe anderen dit zien… John (stille deelnemer)… hoe kijk jij daar tegen aan?

3e proces: ontlokken

Probeer voortdurend thema’s te verbreden en de herkenbaarheid voor iedere deelnemer op te zoeken. Voorkom “coaching met getuigen”, waarbij je te lang stil staat bij de specifieke inbreng of vraag van slechts één deelnemer. Hoewel dit vanzelfsprekend lijkt, is dit voor trainers met een achtergrond in de hulpverlening of coaching een vaak voorkomende valkuil. Het wordt een ander verhaal als je de groep betrekt en laat brainstormen over oplossingen voor één specifiek probleem; dan stimuleer je het probleemoplossingsvermogen van de hele groep.

Wat te doen als een van de deelnemers in de reparatiereflex stapt? (i.e. ongevraagd allerlei oplossingen en adviezen aandragen) Tip: Bevestig de positieve intentie van deze deelnemer en vraag aan de inbrenger van het probleem, of deze inderdaad behoefte heeft aan adviezen. Zo ja, dan kun je meerdere deelnemers betrekken en mee laten denken over passende oplossingen. Zo nee, ga dan verder met de training zoals gepland. Als de deelnemer a.h.w. in de reparatie-reflex blijft hangen , dan kun je respectvol vragen wat hem of haar beweegt om steeds adviezen te geven.

Tijdsoriëntatie: Het verleden wordt vooral gezien als bron van ‘geleerde lessen’ over wat wel en niet werkt in een mensenleven. Hierbij horen vragen als: Welke oplossingen heb je eerder toegepast voor zo’n soort probleem? Hoe pakte dat uit? Hoe ben je sterker uit die (moeilijke) situatie gekomen? Wat heb je ervan geleerd?

De rol van positieve emoties: het actief cultiveren van positieve emoties zorgt voor een goed klimaat waarin meer ruimte is voor creativiteit, nieuwsgierigheid, optimisme en de bereidheid tot leren. Dit sluit mooi aan op de ‘broaden and build’ theorie van Barbara Fredrickson die stelt dat als iemand positieve emoties ervaart, hij een breder perspectief krijgt (broaden), hierdoor meer mogelijkheden ziet en de kans groter wordt op nieuwe positieve ervaringen (build).

Over eigen doelen: ook als deelnemers eigen, andere doelen hebben dan waar de training voor staat, dan moedig je die in eerste instantie aan. (Zolang de doelen niet pro-crimineel of anderszins ongepast zijn) Later kun je deze doelen koppelen aan de doelen van de training.

4e proces: plannen

Hierbij worden kleine stappen in de goede richting gestimuleerd. Kleine stappen zijn namelijk overzichtelijk, behapbaar en maken de kans groot op een succes ervaring. Door dergelijke kleine succeservaringen op te doen komt iemand eerder in beweging en groeit langzaam, maar zeker het vertrouwen, waardoor nieuwe uitdagender stappen mogelijk worden.

Voor grotere plannen helpt het om die in een ondersteunende groep te delen en met constructieve feedback eventueel bij te stellen. Hierbij zorgt de groep a.h.w. voor een zekere ‘reality-testing’.

Als je meer wilt lezen over MI bij groepen dan is het boek MI in groups van bovengenoemde auteurs zeker een aanrader. Van dé uitgever van MI boeken hoorde ik dat dit boek voorlopig nog niet vertaald zal worden in het Nederlands, dus de Engelse versie aanschaffen is de moeite waard.

NB: Als je dit artikel nuttig vond, of aanvullende inzichten of een heel andere visie hebt, laat het vooral weten met een commentaar hieronder!