Tag Archief van: Motiverende gespreksvoering

Laatst stond ik op een vol perron op het punt om in te stappen in een al even volle trein. Normaal vind ik het prima om even te staan, maar dit keer niet. Ik ging namelijk een training geven en wist dat ik nodig nog even moest sleutelen aan een PowerPoint. Maar ja, daarvoor had ik toch echt een zitplaats nodig…

Ik ben er niet trots op, maar bij het instappen was ik door mijn haast net iets ruwer dan ik eigenlijk zou willen zijn. En wat kreeg ik terug van mijn medepassagiers? Ruwheid in het kwadraat… en géén zitplaats.

Nadat mijn forensische ochtend-chagrijn weer was gezakt bedacht ik – staand in de trein – dat ik natuurlijk ook gewoon die hele PowerPoint kon skippen en lekker met de flip-over werken. Eigenlijk veel leuker: een beetje tekenen en geen gedoe met de techniek… Een prima Plan B!

Plan B pakte uit zoals gehoopt en op de terugweg voelde ik me vrolijk en voldaan. Het perron was even druk als in de ochtend, maar ík was anders. Dus in plaats van ruw was ik dit keer beleefd en galant: ‘Nee, gaat u maar voor…’ En je raad al wat ik terugkreeg: beleefdheid in het kwadraat. ‘Ik zie dat u heel lang bent meneer en hier niet rechtop kunt staan… Wilt u hier zitten? Ik moet er toch zo uit…’

Karma

Noem het karma, zaaien en oogsten, of een natuurwet, maar daar was-ie weer: het principe dat je vaak krijgt wat je geeft.

De training van die dag ging over motiverende gespreksvoering. De deelnemers – werkzaam bij een sociale dienst – klaagden over de weerstand en het vele  ‘ge-ja,maar…’ dat ze dagelijks moesten verdragen. Toen ik vroeg hoe ze daar doorgaans op reageerden zeiden ze: ‘Dat we het wel begrijpen, maar dat de regels nu eenmaal zo zijn, dat…’ Dit lijkt misschien begripvol, maar feitelijk is ook dit een ‘ja, maar reactie’… Dat noem ik geen begrip!

Dus wil je écht begrip van de ander? Toon dan eerst zelf écht begrip…

Wil je een lerende houding? Neem zelf een lerende houding aan…

Wil je vertrouwen? Geef dan vertrouwen…

Lijkt je dit lastig? Het is echt niet zo heel moeilijk. Eerder een kwestie van jezelf toestaan. Een paar keer ervaren dat het echt werkt. En niet alleen voor dát moment, maar duurzaam. Want wat voor (werk)relatie zal er ontstaan als je deze dingen dagelijks doet? Juist.

Basistraining Motiverende Gespreksvoering

Zin om dit soort dingen te oefenen in een groep gelijkgestemden? Volg dan een Basistraining Motiverende gespreksvoering waarin we precies dit, maar ook vele andere dingen gaan oefenen. En de hele Jaartraining Coachen 3.0 volgen kan natuurlijk ook.

Mocht er iets zijn dat je graag wilt krijgen, kijk eens wat er gebeurt als je dit zelf eerst geeft…

Maandagse maak de wereld mooier mails

Wil je soortgelijke content als hierboven wekelijks in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in en ontvang iedere maandag een kraak-verse ‘Maandagse maak de wereld mooier mail’ in je inbox. Deze unieke nieuwsbrief wordt door > 5000 mensen gelezen. Zo krijg je elke maandag een dosis nieuwe inspiratie met soms bemoedigende woorden, soms iets prikkelends en vaak iets vermakelijks. En telkens weer is het doel om jou nog veerkrachtiger en effectiever te maken als coachende professional (M/V/NB).

Openheid geven over jezelf als coach: is dat nu wel of niet OK?

Zowel bij motiverende als oplossingsgerichte gespreksvoering wordt meestal niet aan ‘zelfonthulling’ gedaan, vanuit de gedachte: het draait niet om ons, maar om de coachee. Daar ben ik het volledig mee eens, maar in sommige contexten en bij sommige coachees kan het goed werken om daar – gepast en met mate – vanaf te wijken. Ik heb gemerkt dat sommige coachees het prettig vinden om een beetje te weten met wie ze te maken hebben en te voelen dat ook jij gewoon een mens bent. Bovendien wordt de balans iets gelijkwaardiger als niet alleen de coachee voortdurend wordt bevraagd.

Therapie als geschenk

Overigens weet ik mijzelf hierbij in goed gezelschap. In een artikel in Psychologie Magazine (1997) las ik eens dat Carl Rogers aan het eind van zijn leven zou hebben gezegd: ‘Als ik het over kon doen, zou ik meer van mezelf laten zien als therapeut.’ En de psychotherapeut Irvin D. Yalom schrijft in Therapie als geschenk dat hij er regelmatig voor kiest om zichzelf bloot te geven. Hij stelt dat er drie soorten zelfonthulling bestaan:

  1. Over de gehanteerde therapeutische techniek;
  2. Over gevoelens van de therapeut in het hier-en-nu;
  3. Over het privé-leven van de therapeut.

Hij adviseert om ten aanzien van de eerste soort volkomen open te zijn en ten aanzien van de tweede en derde om dit alleen te doen als het het belang van de cliënt dient.

De coach als medemens

Natuurlijk kun je altijd checken hoe jouw coachee hierin staat, met de volgende vraag:

‘Ik wil graag benadrukken dat het in deze coaching om jou draait. Maar mocht je iets over mij willen weten, dan kun je dat natuurlijk vragen. Is er op dit moment iets wat je over mij zou willen weten?’

Bij gepaste zelfonthulling hoort voor mij ook de bereidheid om jezelf kwetsbaar op te stellen. Sommige coachende professionals vinden dit lastig. Zij hebben de overtuiging dat ze ten overstaan van de coachee altijd sterk en wijs moeten zijn, maar het tegendeel is volgens mij waar. Coachees hebben doorgaans geen behoefte aan een perfecte superman of -vrouw tegenover zich. Dat geeft ze onnodig en onterecht het gevoel klein te zijn en nooit te worden zoals de coach. Wat mijns inziens beter werkt, is dat je als coach laat zien ook een mens met gebreken te zijn. Hierdoor kunnen jullie allebei ontspannen. Door jezelf te zijn, geef je de coachee de impliciete boodschap dat zij ook zichzelf mag zijn. Misschien is dit wel de belangrijkste les die je coachee meekrijgt!

Wat een lelijk jasje!

Je kunt deze kwetsbaarheid op een authentieke manier in de praktijk brengen door:

  • sorry te zeggen als daar aanleiding toe is;
  • het eerlijk te zeggen als je het even niet weet;
  • dankbaar te zijn als de coachee je in vertrouwen neemt;
  • indien gepast een eigen worsteling te delen.

Er zijn ook situaties waarin je als coach op de proef wordt gesteld en een grens dient aan te geven. Zo was er eens een beginnende coach in Engeland die van haar moeder een leuk jasje had gekregen. Op zekere dag coachte zij een nogal uitdagende dame, die zei: ‘Wat is dát voor raar jasje. Het is te kort om je billen te bedekken en te dun om je warm te houden.’ Eerst reageerde de coach vriendelijk: ‘O, dit jasje … Ja, dat was een geschenk van mijn moeder.’ Toen de coachee echter maar door bleef zeuren over dat rare jasje, werd de coach het op een gegeven moment zat en riep uit: ‘O, fuck off!’ Ze schrok van zichzelf, maar de coachee schoot in de lach en zei: ‘Kijk, nu weet ik dat ik je kan vertrouwen en de vreselijke dingen kan vertellen die ik heb meegemaakt.’ (Nelson, 2010.)

Jij en ik beklimmen dezelfde berg…

Bij ACT wordt gepaste zelfonthulling zelfs toegejuicht (zolang het de coachee dient). Een bekende ACT-metafoor luidt dan ook: de coach en de coachee beklimmen als het ware dezelfde berg. Het is dus zeker niet zo dat de coach vanaf de top aanwijzingen naar beneden roept. Eerder zij zijn beiden aan het klimmen en is de coach misschien iets eerder begonnen met beklimmen van de ACT berg en kan hij/zij/nb van de iets hogere positie net wat beter overzien waar de coachee aan het klimmen is. Bij ACT hoop je o.a. dat de zelfcompassie bij je coachee toeneemt door het ervaren van gedeelde menselijkheid. Ook wil je graag dat je coachee meer inzicht krijgt in de werking van de menselijke geest en daarom kan het soms helpend zijn om openheid te geven in het feit dat jij als coach óók wel eens onzeker bent en niet-helpende gedachten & lastige emoties ervaart. Zelfonthulling kan bijdragen aan beide, dus zowel de ervaring van ‘gedeelde menselijkheid’ als ‘meer inzicht in de werking van de geest’.

Hoe denk jij hierover?

Is zelfonthulling voor coaches en therapeuten nu wel of niet ok? Ik vind het bijna altijd verfrissend als iemand een andere visie heeft dan ik, dus ik lees graag hoe jij hierover denkt.

En mocht je in een groep gelijkgestemden je (verder) willen bekwamen in een van de mooiste vakken die er zijn – dat van coach – overweeg dan eens deelname aan onze Jaartraining Coachen 3.0

Vond je dit een interessante blog? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Bron foto: Wijnand Geuze, Link Fotografie

Tijdens trainingen in motiverende of oplossingsgerichte gespreksvoering krijg ik vaak deze vraag:

‘OK, mooie methode hoor, maar werkt het ook bij gestuurde cliënten?’

Ik hoor dit o.a. op scholen, bij sociale diensten en bij de reclassering. Vaak wordt de vraag zo uitgesproken dat de persoon zelf het antwoord al lijkt te weten: ‘waarschijnlijk niet, hè!’

En ik snap dat heel goed, want ooit had ik die vraag zelf ook. Een antwoord dat ik ooit kreeg van Arnoud Huijbers en dat mij verraste was een tegenvraag: ‘Hoe zou het zijn als je die persoon behandelt alsof hij vrijwillig bij je is?’ En inderdaad maakte dat een groot verschil, zowel in mijn eigen beleving als in de (reclasserings)praktijk.

Onlangs nam ik een Podcast op met Patrice Meerbeek. Zij is ambulant behandelaar bij de Jellinek en werkt met mensen die kampen met verslaving en psychiatrische klachten. Je zult begrijpen dat ook haar cliënten niet altijd vrijwillig komen. Net als ik werkt ze graag met o.a. Motiverende gespreksvoering en ACT.

Op basis van mijn eigen ervaring bij de reclassering en het gesprek met Patrice heb ik 10 tips op een rij gezet die je kunnen helpen als je in een (semi-)gedwongen kader werkt en de opdracht hebt om mensen te motiveren.

Hier komen ze:

  1. Investeer in de relatie. Dit lijkt een open deur, maar zonder een relatie waarin een beetje vertrouwen is over en weer en de bereidheid om naar elkaar te luisteren kun je niks. En ja, hierin moeten wij  het goede voorbeeld geven en dus beginnen met luisteren en vertrouwen geven.

 

  1. Neem de tijd en heb echte aandacht. Niemand wil een gesprekspartner die steeds op het horloge kijkt. En als je echt heel weinig tijd hebt, wees daar dan eerlijk over en geef dan aandacht binnen de tijd die je hebt.

 

  1. Toon waardering. Er is ALTIJD iets te vinden dat je kunt waarderen, al is het maar dat de persoon ondanks tegenzin toch gekomen is. Of dat zij eerlijk zegt wat haar dwars zit. Of dat hij hele leuke schoenen heeft.

 

  1. Toon empathie en begrip. Soms moet je streng zijn of slecht nieuws brengen. Wees dan helder over het slechte nieuws en toon tegelijkertijd begrip voor de emoties die dit oproept. Geef de ander de ruimte om het hart te luchten en luister actief (of beter nog: luister reflectief). Denk mee indien mogelijk. Besef ook dat niemand het alleenrecht op ‘de waarheid’ heeft, dus respecteer zo goed als je kunt het wereldbeeld van de ander.

 

  1. Ga naast de ander staan. Dit kun je letterlijk opvatten in de zin dat je beter niet recht tegenover elkaar kunt gaan zitten. Maar ook figuurlijk: durf te zeggen ‘als ik in jouw schoenen stond zou ik waarschijnlijk ook […..] vinden / voelen / ervaren.’ Eigenlijk zeg je: je mag hier mens zijn.

 

  1. Wees eerlijk en duidelijk over de grenzen van het speelveld. Als er wettelijke kaders of spelregels zijn waar jij en of de cliënt aan gebonden zijn, wees daar dan eerlijk en duidelijk over. En ga binnen die kaders het gesprek aan. Kijk of er common ground te vinden is. Zo niet, bied dan op een zorgzame manier aan om stil te staan bij de gevolgen van ‘uit het kader stappen’.

 

  1. Wees een bemiddelaar. Soms helpt het om de bepalende of sturende instantie buiten je zelf te plaatsen. Je kunt letterlijk wijzen naar een stoel of plek in de ruimte en zeggen: ‘de gemeente verwacht van jou dat…. En ik (als neutrale bemiddelaar) denk graag met je mee om een weg te vinden die voor jou werkt.’

 

  1. Wees bereid een uitstapje te maken. Soms willen mensen wel graag iets bespreken, maar niet iets wat binnen jouw opdracht valt. Door daar (binnen grenzen) toch wat aandacht aan te geven bouw je credits op. Daarna wordt het een stuk makkelijker om het gesprek te gidsen richting dat wat jij als het kernprobleem ziet.

 

  1. Gun de autonomie die er is, al is-ie nog zo klein. Bied bijvoorbeeld enkele opties. Bied ruimte in de manier Gun iemand een beetje bedenktijd. Ga niet voor perfectie, maar voor goed-genoeg.

 

  1. Als iemand klaagt over anderen: maak het intern. Soms willen cliënten wel van alles veranderen, maar niet zichzelf. Dat kan jullie beiden een machteloos gevoel geven omdat die lastige ander niet aanwezig is en waarschijnlijk ook niet zo makkelijk te veranderen. Dan helpt het als je het probleem ‘intern’ maakt. Dit doe je door eerst tip 4 hierboven toe te passen en daarna vragen te stellen zoals: Op welke manier heb jij hier precies last van? Wat gebeurt er dan bij jou (van binnen)? Hoe reageer jij daar dan op? Hoe hindert dit jou in je welzijn of functioneren? Zodra één van deze vragen écht beantwoord is, is het probleem intern en kun je iemand veel makkelijker coachen…

Tot zover de tips!

Iemand die ongeveer hetzelfde zegt als hierboven, maar met veel minder woorden is Helen Mentha in haar mooie gedicht:

Be someone good to talk to

If you offer appointments,

be someone worth going to see.

If you do home visits,

be someone you would want to let in the house.

If you see mandated clients, be a relief.

 

Kortom: wees een opluchting!

Wil je meer weten over motiverende gespreksvoering of oplossingsgericht coachen? Klik op de link!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please like or share!

Heb jij aanvullende tips m.b.t. motiveren in een gedwongen kader? Laat het weten in een comment hieronder!

 

 

Ok, ik geef toe dat het een beetje gemeen is om er een of-of keuze van te maken.

Want ja, ik geloof best dat intuïtief en effectief heel goed samen kunnen gaan.

Maar ik wil je graag even aan het denken zetten.

Met regelmaat hoor ik mensen zeggen: ‘ik coach eigenlijk meer intuïtief…’

Als jij dit ook weleens zegt, wat bedoel je dan eigenlijk?

Bedoel je dat je heel sensitief bent?
Bedoel je dat je door ervaring goed bent geworden in patroonherkenning?
Bedoel je dat je een beetje helderziend bent?

Dit kan allemaal waar zijn, maar het kan ook iets anders betekenen.

Bijvoorbeeld:
– Ik heb geen zin om me te verdiepen in evidence-based coachmethoden
– Want ik weet niet of ik dat wel kan
– Zo lang ik zeg dat ik intuïtief coach kan niemand daar wat van vinden
– En zo blijf ik lekker onaantastbaar

Heel intuïtief de verkeerde dingen doen

Helaas weet ik ook uit ervaring dat veel mensen intuïtief precies de verkeerde dingen doen. En eerlijk gezegd heb ik al die dingen óók ooit gedaan, omdat ik toen niet beter wist.

Denk aan:
1. Je coachee proberen te overtuigen als je hem wilt motiveren. Met vaak weerstand of ‘ja-zeggen-nee-doen’ tot gevolg.
2. Gaan ‘graven in het verleden’ als je je coachee in het hier en nu wilt bekrachtigen. Met het risico dat het geloof-in-eigen kunnen eerder afneemt dan toe.
3. Tegen je coachee zeggen dat zij positiever moet denken als je wilt dat ze minder door haar negatieve gedachten wordt belemmerd. Met als gevolg dat je iemand een extra faalervaring geeft. Want ons brein is helemaal niet gemaakt om ‘positief te denken’.

Deze dingen zijn niet slechts ineffectief, ze werken vaak zelfs contra-productief. Je helpt je coachee dus verder van huis.

Als jij dit herkent, wees dan gerust: ik zeg dit niet om je te plagen of je te veroordelen. Ik wil je eigenlijk alleen maar bemoedigen.

Evidence-based leren coachen is niet zo moeilijk als het klinkt

Ik geloof namelijk dat iedereen met een HBO of WO opleiding en een beetje empathisch vermogen evidence-based kan leren coachen.

In de drie bovengenoemde voorbeelden zijn er eenvoudige doch krachtige alternatieven te vinden in onze evidence-based methoden:

Ad 1: Motiverende gespreksvoering een uitstekend alternatief voor ‘overtuigen’, namelijk verandertaal ontlokken en versterken.
Ad 2: hier heeft Oplossingsgericht coachen een heel mooie visie op. Ontwikkel liever een co-creatierelatie, ontlok een stip aan de horizon en kijk samen door een roze microscoop.
Ad 3: als je graag het Positieve denken propageert, verdiep je dan eens in Coachen met ACT. In plaats van de inhoud van je denken te veranderen, kun je namelijk veel beter je relatie ermee veranderen.

Deze methoden zijn niet zomaar tot stand gekomen. Het is in alle drie de gevallen een combinatie geweest van grootschalig wetenschappelijk onderzoek, ontelbare uren praktijkervaring en voortdurende uitwisseling van hele communities van beoefenaars, gedurende minimaal dertig jaar.

Een nieuwe wereld die voor je opengaat

Ik beloof je dat er een nieuwe wereld voor je open gaat als je je in één of meer van deze methoden gaat verdiepen. Je gaat nuttige kennis en nieuwe inzichten opdoen over effectieve gespreksvoering, over verandering in het algemeen en over de werking van de menselijke geest.

Inzichten waarmee je met minder energie méér zult bereiken met méér plezier. Inzichten die zowel je professionele als je persoonlijke ontwikkeling een boost geven.
En als je dáár vervolgens je intuïtie aan gaat toevoegen… Ja, dan kun je werkelijk van grote betekenis zijn voor mensen die het zwaar hebben en op de een of andere manier lijden aan het leven…
Vergelijk het met improviseren in de muziek: pas als je lang genoeg je toonladders, je klassiekers en je solfège hebt geoefend kun je werkelijk gaan improviseren.

Nieuwsgierig geworden?

Overweeg dan eens onze Jaartraining Coachen 3.0 of een driedaagse training Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen of Coachen met ACT

Heb jij een andere visie dan ik? Ik sta altijd open voor verruiming van mijn blik, dus laat het me weten in een comment!

Vond je deze blog nuttig of leuk? Please share!

In 2009 vroeg ik aan William Miller, één van de grondleggers van motiverende gespreksvoering, of je bij bij deze methode ook humor mocht inzetten. Ik had namelijk zelf provocatief coachen geleerd voordat ik in aanraking kwam met motiverende gespreksvoering en ik vermoedde dat bij beide methoden – hoewel heel verschillend – soortgelijke processen speelden. Zijn antwoord was een tegenvraag: ‘Komt er verandertaal op gang als je dat doet? Zo ja, dan is het prima.’ Omdat dat in mijn ervaring inderdaad vaak gebeurt wil ik dat eens onderzoeken om zo een steentje bij te dragen aan het nog beter onderbouwen van de kracht van provocatief coachen.

Voor mensen die motiverende gespreksvoering nog niet kennen, eerst een korte toelichting. Motiverende gespreksvoering is een bewezen effectieve gespreksmethode, afkomstig uit de verslavingszorg. Als je motiverende gespreksvoering (MGV) toepast, dan ben je je terdege bewust van een aantal dingen.

1. Ambivalentie: je weet dat mensen vaak ambivalentie ervaren ten aanzien van de verandering; zij hebben tegelijkertijd redenen om wel én om niet te veranderen. Denk maar aan iemand met een verslaving; het brengt hem wat, vooral op de korte termijn en het kost hem heel veel, maar ach, dat merk je pas op de lange termijn.

2. De reparatiereflex werkt averechts: je weet dat als je mensen probeert te overtuigen van het belang van verandering, (dit noemen we ‘de reparatiereflex’) dat zij bijna automatisch jou gaan overtuigen van het tegendeel. De taal die je dan hoort heet ‘behoudtaal’ en maakt de kans op verandering juist kleiner, want de coachee overtuigt op dat moment zichzelf van het belang om niet te veranderen: ’Maar ik heb alcohol nodig om me te ontspannen!’

3. Verandertaal: je wilt dus andere taal ontlokken, namelijk verandertaal; dit betreft alles wat de coachee zegt dat pleit vóór verandering of tegen de huidige gang van zaken: ‘Ik maak me wel zorgen over mijn alcohol-gebruik, want…’ Op de een of andere manier overtuigt de coachee nu zichzelf van het belang van verandering.

4. Basishouding: om verandertaal te kunnen ontlokken heb je een bijzondere basishouding nodig. Je streeft er dan ook altijd naar om zo goed mogelijk oordeelsvrij, compassievol en geïnteresseerd te zijn en waar mogelijk de samenwerking te zoeken. Daarnaast dien je de juiste vragen te stellen, de coachee te bevestigen en heel actief te luisteren – op zoek naar verandertaal.

Tot zover deze ultra-korte samenvatting. Als MGV nog nieuw voor je is, dan kun je hier een gratis Ebook downloaden en meer lezen.

Ambivalentie werkt als een wip-wap!

Laten we het begrip ‘ambivalentie’ eens nader onderzoeken. Een treffend beeld voor ambivalentie ken je al sinds je de Donald Duck las: een persoon met een engeltje en een duiveltje boven beide schouders. Als we even bij het voorbeeld blijven van iemand met een alcoholprobleem, dan kun je je voorstellen dat het engeltje dingen zegt als: ‘Stop nu toch met die alcohol, het maakt je nog kapot! Je verwoest je gezondheid, je relaties, je dromen, kortom: je leven!’

Het duiveltje zegt juist dingen als: ‘Lang leve de lol! Zonder alcohol is het leven maar saai. Je moet toch ook kunnen ontspannen en genieten van het leven!’

Het bijzondere is nu, dat ambivalentie werkt als een wip-wap. Als jij als hulpverlener/coach in de reparatiereflex schiet en dus engeltjes-achtige dingen gaat zeggen, dan kun je er vergif op innemen dat de coachee het duiveltje gaat verwoorden. Dan krijg je dus behoudtaal en overtuigt de coachee zichzelf van de noodzaak om niet te veranderen, weet je nog?

Goed nieuws voor provocatieve coaches

Het goede nieuws voor provocatieve coaches is nu dat dit óók de andere kant op werkt! Je kunt als coach – liefdevol plagend en met een twinkeling in je ogen – het duiveltje gaan verwoorden. Wat er dan gebeurt is heel wonderlijk: omdat dit vaak dingen zijn die de coachee zelf ook denkt, voelt hij zich op een bijzondere manier begrepen. Tegelijk is het ook een beetje verwarrend, omdat een hulpverlener of coach normaal gesproken niet dit soort dingen zegt. Uit de hypnotherapie weten we dat verwarring gunstig is; het is een beetje alsof je de grond omploegt, zodat er weer nieuwe zaadjes in kunnen. Maar het mooiste is: de kans is heel groot dat de coachee nu verandertaal gaat spreken; hij gaat dus zelf vóór verandering pleiten (‘Ik wil stoppen/minderen met alcohol, omdat…’) en tegen het huidige, ongezonde gedrag (‘Het maakt mijn leven stuk’).

Een provocatief gesprekje dat ik ooit voerde ging ongeveer als volgt:

Coachee: Mensen zeggen dat ik te veel alcohol drink…

Coach: Ja, weet je, mensen zeggen zoveel…

Coachee: Nou, misschien hebben ze wel een punt…

Coach: Ik weet niet welke azijnpissers dat zeggen, maar ik weet wel dat een beetje alcohol op zijn tijd de feestvreugde verhoogt, niet waar?

Coachee: Ja, okee, een beetje alcohol op zijn tijd… Maar ik drink elke dag!

Coach: Nou en? Dan heb jij gewoon elke dag plezier, toch?

Coachee: Ja, wacht even, zit je me nu in de maling te nemen?

Coach: Hoe zo? Wil je soms beweren dat jij dit niet zelf ook denkt?

Coachee: Ja wel, maar op deze manier word ik niet oud.

Coach: Ja, niet oud… je weet sowieso niet hoe oud je wordt als mens… Straks stop je met drinken en dan kom je onder een tram!

Coachee: Wat een onzin! Volgens mij kom ik eerder onder een tram als ik blijf drinken… Nee, ik wil het echt anders gaan doen vanaf nu.

Coach: Hoe dan? Alleen op feestjes drinken? Dat lukt je toch niet!

Coachee: Nou, misschien wel helemaal stoppen. In elk geval voor een tijdje.

Coach: Ja ja, een tijdje… voor twee dagen zeker… drinken na elke werkdag en dan tijdens het weekend even rustig aan doen…

Coachee: Haha, heel grappig… Nee, twee dagen zet geen zoden aan de dijk. Ik denk minstens aan 6 maanden.

Coach: Een half jaar, toe maar!

Tot zover het gesprekje… Heb je de verandertaal opgemerkt?

Verschillende soorten verandertaal

Nu bestaan er wel zeven verschillende soorten verandertaal, maar als ik het even heel simpel houd kom ik op deze drie:

1. Willen: alles wat de coachee zegt te willen ‘in de gezonde richting’

2. Kunnen: alles wat de coachee zegt, dat getuigt van zelfvertrouwen

3. Er klaar voor zijn: alles wat de coachee zegt, dat getuigt van ‘readiness’ (gereedheid).

Als je MGV inzet probeer je die talen te ontlokken, o.a. door bepaalde vragen te stellen en reflectief te luisteren.

Als je provocatief werkt doe je dit door de coachee – vanuit goed contact, liefdevol plagend en met een twinkeling in je ogen – te ‘overtuigen’ van het omgekeerde van deze drie zaken.

 

Provocatief coachend zeg je dingen als:

1. Waarom zou je dat in vredesnaam willen? Ik kan zo tien redenen bedenken waarom dat een slecht idee is. Heb je er bijvoorbeeld aan gedacht hoe chagrijnig jij dan wordt voor je huisgenoten? Etc. etc.

En met frisse tegenzin laat je je overtuigen door de verandertaal van de coachee. Vervolgens zeg je dingen zoals:

2. Okéé, je wilt het… vooruit… maar even heel eerlijk: je gelooft toch zeker niet echt dat je dat voor elkaar kunt krijgen?

En opnieuw laat je je met gezonde tegenzin overtuigen door de coachee. En tenslotte zeg je dingen als:

3. Oké, oké, je wilt het en je zegt dat je het kunt… Maar eh… toch niet nu, zeker? Loop nu niet te hard van stapel! Het lijkt me echt verstandig als je jezelf eerst grondig voorbereidt hierop zodat je straks – over een jaar of drie – goed beslagen ten ijs komt!

En dan rond je af met een vriendelijk: ‘Nou… het zal mij benieuwen…’

Tot zover deze verkenning van een raakvlak tussen PC en MGV. In de toekomst volgen nog blogs die het raakvlak verkennen met oplossingsgericht coachen en met ACT.

Nieuwsgierig geworden?

Voel je de kracht van de verbindende humor en speelse uitdaging die hierin zit? Smaakt het naar meer? Neem dan eens een kijkje bij de vijfdaagse training Provocatief coachen die twee keer per jaar start!

In deze unieke training krijg je een grondige basis in het Provocatieve coachen aangereikt op een manier die heel dicht blijft bij ‘evidence-based coaching practice’. We zullen namelijk verbanden leggen met Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht coachen en Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Voor zover ik weet zijn wij de enige in Nederland, misschien wel ter wereld, die dit aanbieden. Iets voor jou? Weet dat je welkom bent, precies zoals je bent!

Vannacht – ik lag toch wakker – las ik het nieuwe boek van Rutger Bregman uit: ‘De meeste mensen deugen’. Laat ik beginnen met de loftrompet te blazen voor het vijfde boek van deze jonge historicus (hij is 31). Het is lang geleden dat ik weer eens zo gegrepen was door een non-fictie boek. Omdat Bregman je meeneemt bij zijn eigen ontdekkingstocht leest het als een avonturenroman. Bovendien weet hij moeiteloos inzichten te verbinden uit de psychologie, biologie, antropologie, archeologie en economie. En het mooiste is: daar komt een mensbeeld uit naar voren dat wat mij betreft realistisch is en tegelijk zeer hoopgevend. En een beetje hoop kunnen we best gebruiken!

Natuurlijk is er ook kritiek op zijn boek

Dat is ook te verwachten als iemand de moed heeft om een aanname ter discussie te stellen die onder zo’n beetje alles ligt wat we doen. Die aanname kun je samenvatten als: ‘de meeste mensen deugen niet’. En daarom moeten we blijkbaar alles voorkauwen, bureaucratiseren en controleren. Helaas leidt dit er ook toe dat de creativiteit, de intrinsieke motivatie en de levenslust soms ver te zoeken zijn. Bregman citeert een OESO onderzoek dat stelt dat Nederlandse leerlingen het minst gemotiveerd zijn van alle onderzochte landen. Best zorgelijk en waarschijnlijk ook herkenbaar voor veel docenten. Over de kritiek: ik heb er drie tot mij genomen en weet je wat me opviel? Alle drie de auteurs hadden duidelijk zijn boek niet gelezen, hooguit de proloog. Tsja, dat is wel een beetje makkelijk.

En wat is dan die ontdekkingstocht van Bregman?

Je hebt vast weleens gehoord van bekende psychologische onderzoeken, zoals het Stanford Prison experiment, de elektrische schokken van Stanley Milgram en het Bystander effect n.a.v. de moord op Catherine Genovese. Welnu, al die onderzoeken zijn door kritische wetenschappers opnieuw onder de loep genomen en Bregman neemt je mee naar wat daar werkelijk gebeurde. Het Prison Experiment blijkt meer weg te hebben van een geënsceneerd toneelstuk. Bij de schokken-machine geloofde meer dan de helft van de proefpersonen niet dat de schokken echt waren. Catherine Genovese kreeg wel degelijk moedige hulp van een buurvrouw, zij het te laat. En onderzoek van de Deense sociaal psychologe Lindegaard n.a.v. beveiligingscamera’s in grote wereldsteden laat zien dat in 90% van de gevallen mensen elkaar juist wel helpen! Misschien zag dat er ongeveer zo uit:

The lord of the flies, maar dan in het echt…

Helemaal smullen wordt het als Bregman beschrijft hoe hij een echte ‘Lord of the Flies’ op het spoor komt. In dit beroemde, fictieve boek spoelen een aantal jongens aan op een onbewoond eiland… En veranderen uiteindelijk in wilde dieren… aldus de korte versie. Bregman vraagt zicht echter af of zo iets misschien ooit in het echt gebeurd is en neemt je mee op zijn zoektocht. Uiteindelijk ontmoet hij in Brisbane de heren op leeftijd Mano Totau en Peter Warner. Mano Totau was één van de zes jongens die in 1965 met een gestolen vissersboot aanspoelden op het eiland ‘Ata in de Stille Oceaan en Peter Warner was de man die hen 14 maanden later aantrof in goede gezondheid en samenlevend in volmaakte harmonie. Het verhaal leest als een sprookje en Bregman zegt hierover: het werkelijke verhaal zou te zoet zijn voor Hollywood.

Klopt ons mensbeeld nog wel?

Het zijn onder andere dit soort onderzoeken en verhalen die ons mensbeeld hebben gevormd. Oh ja en het nieuws natuurlijk, dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld en dat alles behalve representatief is voor het dagelijkse leven van de mensheid als geheel. En dan heb ik het nog niet eens over het ‘Filter-bubbel-effect’ waarbij we door de algoritme’s van sociale media voortdurend worden bevestigd in ons eigen gelijk. Zo vind jij het vast óók moeilijk om te geloven dat de wereld nog nooit zo veilig is geweest als nu. Toch laten cijfers zien dat dit het geval is. Uit Bregman’s boek komt dan ook een heel ander mensbeeld naar voren dan waar velen van ons in geloven, namelijk dat van een door en door sociaal en intrinsiek gemotiveerd dier dat waarschijnlijk het resultaat is van de ‘Survival of the friendliest’.

Voor de helderheid: dit is niet een verzinsel van Bregman. Zowel de psychologie, de biologie als de archeologie ontwikkelden de laatste decennia steeds meer consensus in de richting van dit hoopgevende mensbeeld en weten dit ook nog te onderbouwen. Bregman schuwt trouwens ook de moeilijke onderwerpen niet, zoals oorlog, corruptie, racisme en terrorisme. En ook daar blijkt de realiteit vaak anders dan je zou verwachten. Zo blijkt de gemiddelde soldaat het erg moeilijk te vinden om een tegenstander neer te schieten. Kortom: het lijkt erop dat ons mensbeeld aan een update toe is: waarschijnlijk deugen de meeste mensen. Helaas haalt dat zelden de media, want goed nieuws verkoopt niet. En ja, soms doen mensen ook dingen die niet deugen en die krijgen helaas heel veel podium. Best gevaarlijk, trouwens, want het brengt mensen die daar vatbaar voor zijn nogal eens op slechte ideeën.

Vraag niet of het waar is, maar vraag wat het gevolg is van je aanname

Hoe overtuigend het boek van Bregman ook is, uiteindelijk is heel moeilijk te bewijzen of de mens nu deugt of niet. Voor beide stellingen zul je bewijs vinden en het is dus ook heel lastig om iemand die er anders over denkt dan jij, van het tegendeel te overtuigen. Er bestaat echter ook zo iets als het Placebo-effect en – het omgekeerde hiervan – het Nocebo effect. De dingen worden vaak waar, juist omdat we ze geloven. Verwant hieraan is de Self-fulfilling prophecy: als iedereen gelooft dat een bank zal omvallen en daarom zijn geld opneemt… Ook deze effecten onderbouwt Bregman met fascinerende verhalen. Dus wat staat ons te doen als we willen dat mensen deugen? Het antwoord is simpel en heeft desondanks nogal grote implicaties als we het echt serieus zouden nemen. Het antwoord luidt: mensen behandelen alsof ze deugen.

Wat gebeurt er als je mensen behandelt alsof ze deugen?

Ach, dit heeft alleen maar implicaties voor hoe je de maatschappij, hoe je bedrijven en hoe je scholen effectief en menswaardig inricht…

Maar weet je, ik ben geen politicus noch organisatie- of onderwijsadviseur. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ blijft een mooi gezegde. Ik weet echter wel iets over coachende gespreksvoering. En ook daar speelt ons mensbeeld een belangrijke rol. Ook hier is het de vraag hoe we naar de intenties én de competenties van de coachee kijken. In literatuur en trainingen over Motiverende gespreksvoering wordt vaak Goethe geciteerd:

Als je iemand behandelt zoals hij is, zal hij blijven zoals hij is, maar als je hem behandelt alsof hij is wat hij zou moeten en kunnen zijn, zal hij worden wat hij zal moeten en kunnen zijn’.

En in Oplossingsgerichte gespreksvoering wordt vaak geadviseerd om de perceptie (de eigen waarheid) van de ander te respecteren en om bij negatief gedrag een gesprek te beginnen met: ‘Je hebt vast goede redenen om…’ Het is dan ook mooi om te zien dat onder deze methoden duidelijk de aanname te vinden is die de titel is van Bregman’s boek: De meest mensen deugen. Om dit abstracte gegeven iets concreter te maken heb ik drie adviezen voor elke coachende professional. Ze zijn niet nieuw, maar krijgen in het kader van Bregman’s boek wel een geheel nieuwe lading. Ze zijn ook niet per se waar, maar ik durf te stellen dat ze wel een groot verschil maken voor hoe mensen zich bejegend voelen en hoe zij zich vervolgens gaan gedragen. En pas als echt het tegendeel blijkt is het raadzaam om je aanname te herzien. Maar in elk geval weet je dan zeker dat jij dit gedrag niet zelf hebt opgeroepen…

Hier komen ze:

1. Ga ervan uit dat die ander de waarheid spreekt, al is het zijn of haar eigen waarheid.

2. Ga ervan uit dat de ander positieve intenties heeft

3. Ga ervan uit dat de ander competent is

Conclusie

Wat is nu mijn conclusie over het boek van Bregman? Is het een must read? Nou, als je dagelijks met mensen werkt (kinderen of volwassenen) en dus ook – bewust of onbewust – je beslissingen baseert op de intenties die je die mensen toedicht, dan zeg ik: wees ondeugend, leg onmiddelijk je werk neer en loop nu naar de boekwinkel of bestel hem hier.

PS: Vond je deze blog lezenswaardig? Wil je ook hoop en optimisme verspreiden? Deel dan ajb deze blog in je netwerk of plaats een comment!

In 2001 begon ik als trainer van ex-gedetineerden bij de Reclassering van het Leger des Heils. Vanuit een groot idealisme ging ik het gesprek aan met vele ex-gedetineerde jongeren en volwassenen met als doel hen te bewegen richting ‘een leven op het rechte pad’. Aanvankelijk vielen de resultaten tegen, maar toen ontdekte ik motiverende gespreksvoering en dat bleek een complete game-changer te zijn.

Van overtuigen naar ontlokken

Voorheen pleitte ik met veel energie voor een delict-vrij leven met argumenten als: ‘niemand wordt gelukkig van een leven vol justitie-contacten’. De standaard reactie hierop was: ‘Jij hebt makkelijk praten’ en: ‘de politie moet altijd mij hebben!’ Toen ik motiverende gespreksvoering ging inzetten begon ik beter te luisteren en andere vragen te stellen. ‘Hoe heb je je detentietijd ervaren?’ en ‘Stel dat het je lukt om op een eerlijke manier aan geld te komen, wat zou dat je opleveren?’ Opeens kwam er een ander gesprek op gang: ‘detentie was een hel… dat nooit weer!’ ‘En ja, tuurlijk kom ik liever eerlijk aan mijn geld. Dan heb ik een rustig leven zoals iedereen. Maar ja, hoe doe ik dat?’ Dat opende vervolgens de weg naar een eerlijk gesprek over mogelijkheden en stappen in de gewenste richting.

Onlangs publiceerde ik een boek over Motiverende gespreksvoering, een evidence-based methode ontwikkeld in de verslavingszorg. En hieronder geef ik je één belangrijke ‘don’t’ en vier praktische ‘do’s voor als jij effectiever wilt leren motiveren.

1.     Stop met repareren

Het gebeurt nog veel te vaak, vooral bij professionals die het coachen ‘erbij doen’: de reparatiereflex. Dit werkt als volgt: zodra er een coachee (medewerker, leerling of cliënt) voor je staat, waar in jouw ogen iets ‘mis’ mee is, dan willen we hem of haar ‘repareren’, liefst zo snel mogelijk. Net zo als een automonteur met een kapotte auto. En dus gaan we overtuigen, adviseren en oplossen. Aan je goede intentie ligt het niet, maar helaas werkt dit averechts op de motivatie. Een mens is nu eenmaal geen kapotte auto.

Als we de rollen even omdraaien, dan snap je meteen waarom dit niet werkt. Stel je zit met een lastige gewoonte. Iets ongezonds of zo. Of iets dat je veel geld kost. Drinken, roken, overwerken of gokken…

(Ik zeg: stel…  Jij hebt natuurlijk geen lastige gewoontes… )

En stel het is iets waar je maar niet van af komt. Het is niet gisteren ontstaan, dus je hebt er al veel over nagedacht en met mensen over gesproken. Je kent alle pro’s en con’s. Je weet nog niet eens of je er wel mee wilt stoppen. En of je dat überhaupt wel zou kunnen. Best wel een eng idee. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt er wel last van en je maakt je zorgen.

En op de een of andere manier beland je bij een hulpverlener die jou gaat proberen te helpen. Die kijkt wat geschrokken en zegt dat je vandaag nog moet stoppen, anders gaat het van kwaad tot erger. Hij of zij weet ook al hoe. En begint meteen allerlei ongevraagde adviezen en oplossingen aan te dragen. Dingen die helemaal niet bij jou passen. Je kunt vanavond nog naar een gespreksgroep. Eigenlijk is het ook wel wat onverantwoordelijk. Hoe heb je het toch zo ver kunnen laten komen? Deden je ouders het soms ook?

Tot zover deze ‘hulpverlener’. Wat voel en denk jij in zo’n situatie? En: wat zeg je? Waarschijnlijk iets dat begint met: ‘Ja, maar…’

Maar waarom werkt dit niet? De adviezen zijn toch goed bedoeld? Ongetwijfeld, maar voel je je als coachee ook gehoord, gezien en begrepen? Krijg je tijd om deze nieuwe info even op je in te laten werken? Wordt je autonomie gerespecteerd en ondersteund? Wordt er effectief met je samengewerkt?

Naast ons gezonde verstand laat ook onderzoek duidelijk zien dat ‘repareren’ niet werkt. Maar hoe moet het dan wel? De korte versie lees je hieronder.

2. Stel open vragen over verandering

Onderzoek samen de doelen, waarden en beweegredenen van je medewerker of coachee. Vraag wat hij of zij al weet over de risico’s van het gedrag of de gewoonte in kwestie. Vraag over welke veranderingen hij of zij al heeft nagedacht. Wat je wilt is dat de coachee zelf voor verandering gaat pleiten. En niet ‘sociaal wenselijk’ maar omdat-ie het meent. De taal die dan op gang komt heet ‘verandertaal’. En ja, het kan zijn dat dat niet de verandering is die jij in gedachten had. Maar misschien is deze verandering wel beter. Of op zijn minst acceptabel. En als je ook maar iets hoort dat vóór verandering pleit, dan ga je Luisteren met een hoofdletter.

3. Luister met een hoofdletter

Wie mensen wil motiveren heeft zijn oren harder nodig dan zijn mond. Laat dus merken dat je werkelijk luistert. Wees met je aandacht volledig bij de ander. En geef regelmatig reflecties (korte mini-samenvattingen) in reactie op wat de coachee zegt. Hiermee toon je ofwel begrip: ‘op tijd komen is dus lastig voor je omdat je slecht slaapt’. Ofwel prikkel je de coachee: ‘je collega’s mogen van jou wachten tot jij verschijnt’.

4. Benadruk de autonomie

Autonomie is een basisbehoefte van de mens, kijk maar naar peuters van twee. Benadruk dus expliciet de keuzevrijheid van de coachee, óók als dit bepaalde consequenties heeft. En toon begrip voor wat deze consequenties zouden betekenen. Als je heel graag een advies wilt geven, vraag dan eerst even toestemming: mag ik je een advies geven? En indien mogelijk: bied meerdere opties aan en laat de ander vrij om te kiezen.

5. Stel het belang van de ander voorop

De meeste mensen voelen haarfijn aan dat ze gemanipuleerd worden. Als je dus iemand coacht terwijl je ook hun leidinggevende bent, parkeer dan – indien mogelijk – je eigen belangen, al is het maar tijdelijk. Als dit niet kan:  wees dan volkomen helder over je eigen belangen en vertel de coachee wat je van hem / haar verwacht. Vertel ook waarom dit belangrijk is en vraag de coachee vervolgens hoe dit doel het beste bereikt zou kunnen worden.

Kortom, zoals Stephen Covey al zei: probeer eerst de ander te begrijpen voordat je zelf begrepen wilt worden!

Vond je deze blog leerzaam? Please like, comment or share!

 

Omdat ik zowel training geef in motiverende gespreksvoering, als in oplossingsgericht coachen krijg ik vaak de vraag wat nu precies de verschillen zijn tussen beide methoden. Beoefenaars van de ene ‘school’ weten vaak weinig van de andere. Ook kom ik veel vooroordelen tegen die de andere school geen recht doen. Laatst vroeg ik een Amerikaanse ‘goeroe’ op het gebied van Motiverende gespreksvoering tijdens een workshop wat hij vond van de Oplossingsgerichte benadering. Helaas bleek uit zijn antwoord dat hij de andere methode niet volledig op waarde wist te schatten. En ook andersom heb ik dat weleens meegemaakt.

Hoogste tijd dus voor een blog over deze twee fantastische methodes. Eerst zal ik stilstaan bij enkele overeenkomsten die ik denk te zien, vervolgens bij enkele verschillen en tenslotte zal ik hardop dromen over de wenselijkheid van integratie tussen beide methoden.

Voor het geval je je afvraagt of ik zelf een voorkeur heb: het is voor mij net als bij mijn twee kinderen. Ze zijn deels hetzelfde en deels verschillend. Ieder heeft zijn eigen charmes. Maar vraag me niet om te kiezen voor één van beide!

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer).

Overeenkomsten tussen MI en SF

Beide methoden zijn ruim 30 jaar oud en dus inmiddels echt volwassen. Dat blijkt ook uit onderzoek: voor beide methoden bestaat het nodige bewijs dat ze effectief zijn bij het praten met mensen over verandering. En bij beide is vervolgonderzoek wenselijk en dat gebeurt ook.

Beide methoden zijn springlevend en ontwikkelen zich voortdurend verder op basis van onderzoek, praktijkervaringen, kennis-deling op het werk, in literatuur en op congressen. Bij beide methoden zie je vaak dat beoefenaars er een beetje verliefd op worden, onder andere omdat er zo’n mooi mensbeeld onder ligt. Dat mensbeeld komt grotendeels overeen met dat van de humanistische en tegenwoordig positieve psychologie: ieder mens beschikt over kracht en wijsheid en is – onder de juiste omstandigheden – geneigd om zichzelf te ontwikkelen in de richting van een gezond, liefdevol en betekenisvol leven.

Beide methoden zijn in een specifieke, Amerikaanse context ontstaan (hierover meer bij de verschillen) en hebben zich sindsdien als een olievlek over de wereld én over diverse contexten verspreid. Beide zijn sterk in opkomst in het onderwijs – waar steeds meer op een coachende manier wordt lesgegeven.

Beide methoden staan erom bekend dat ze ‘prettig zijn in het gebruik’. Dat wil zeggen dat het toepassen ervan de coach of hulpverlener veel voldoening geeft. Ook de cliënten die het ‘ondergaan’ zijn vaak aangenaam verrast in de zin dat zij als mens voor vol worden aangezien en in zichzelf hernieuwde levenslust, energie, inspiratie, kracht, creativiteit en wijsheid vinden. Tsja, wie wil dat niet?

Beide methoden zijn toekomstgericht en kennen een heldere focus: waar werken we naar toe? Wat is de gewenste verandering? Er wordt in principe niet ‘gegraven in het verleden’ vanuit de vraag: waar is het misgegaan? Het verleden wordt vooral gezien als een rijke bron van leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven van je cliënt. De vraag is niet: wat ontbreekt er? Er wordt gekeken naar: wat is er al? Hierdoor duren de trajecten relatief kort, doorgaans variërend van 1 tot 8 gesprekken, zelden langer. Beide hebben zelfs hun waarde bewezen in hele korte gesprekjes (5 – 10 minuten).

Door de actieve luisterhouding, de waarderende, niet-oordelende blik, het serieus nemen van de ander, het zoeken van samenwerking en het ondersteunen van de autonomie ontstaat er een bijzondere, warme sfeer in gesprekken. Ook kiezen beide methodes voor een houding van niet-weten in plaats van die van een expert. Hierdoor zie je vaak dat eventuele ‘weerstand’ van de cliënt al snel afneemt en omslaat in een bereidheid tot samenwerking en zelfonderzoek.

Beide methoden zijn ‘simple but not easy’. Dit komt onder andere doordat veel mensen oude en ineffectieve reflexen bij zichzelf moeten gaan herkennen en stap voor stap vervangen door andere, effectievere reflexen. Ja, tijdens een driedaagse training kun je prima de basis aanleren en daarna zullen je gesprekken waarschijnlijk een andere kwaliteit en dynamiek krijgen. Uitgeleerd zul je echter niet snel zijn. Ik houd me met beide methoden langer dan 10 jaar bezig en leer nog dagelijks bij.

Tenslotte kenmerken beide ‘conversatiestijlen’ zich door de nadruk op het ontlokken van specifieke taal. En dat is meteen een mooie brug naar de verschillen.

Verschillen tussen MI en SF

In het geval van MI ben je als beoefenaar op zoek naar ‘change-talk’ oftewel verandertaal. Hiermee wordt bedoeld: alles wat de cliënt zegt dat vóór verandering pleit of tegen de huidige status quo. Een belangrijk deel van de verandertaal gaat over ‘het waarom’ van verandering. In het geval van SF ben je op zoek naar ‘solution-talk’ oftewel oplossingstaal. Dit zijn uitingen van de cliënt die gaan over: mogelijkheden, oplossingen, successen uit het verleden, kleine stapjes in de goede richting. Een belangrijk deel van de oplossingstaal gaat over ‘het hoe’ van verandering.

Zoals gezegd zijn beide methoden ontstaan in een heel verschillende context. Dit is interessant omdat dat volgens mij iets zegt over ‘het ideale toepassingsgebied’. Ik geloof namelijk in ‘de juiste tool voor de juiste klus’. Een hamer is bedoeld om een spijker in hout te slaan. Kun je ook een schroef in hout slaan? Natuurlijk kan dat, maar met een schroevendraaier gaat het een stuk makkelijker en effectiever.

SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. Je kunt je vast voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot het beschuldigen van elkander: ‘Waarom wij zo veel problemen hebben? Dat komt doordat papa drinkt, omdat mama zeurt, omdat de kinderen lastig zijn, omdat papa te weinig geld verdient…’ Niet erg effectief dus. De grondleggers van SF, Insoo Kim Berg en Steve de Shazer, ontdekten dat een gezin het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over positieve doelen, wat er al werkt, creatieve oplossingen en kleine stapjes in de goede richting. Als je mij nu vraagt waar SF het best op haar plaats is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties.

MI is ontstaan in de behandeling van alcoholverslaafden en ontwikkeld door Bill Miller en Steve Rollnick. Omdat dat effectief bleek, verspreidde het zich naar andere vormen van verslaving, zoals soft- en harddrugs, gokverslaving, etc. Vandaar was het een kleine stap naar het bevorderen van een gezonde leefstijl en naar zaken als behandeltrouw (medicijn-inname, meewerken aan een therapie, etc.). En inmiddels wordt MGV met succes ingezet op zo’n beetje alle gebieden waar motivatie en gedragsverandering een rol speelt, met name wanneer dat gedrag ongezond, risicovol, ineffectief, onproductief of ronduit gevaarlijk is.

Als je me dus vraagt waar MI op haar best is, dan denk ik aan: ‘gewoontegedrag waar men ambivalent over is’. Want of het nu gaat over het gebruiken van drugs, ongezond eten of het niet opzetten van je helm op een bouwplaats: al deze gedragingen leveren op korte termijn een zeker plezier of gemak op, terwijl je er op de lange termijn een prijs voor betaalt. Zie daar het grote dilemma van de mens: kies ik voor ‘snel geluk’ of voor ‘duurzaam geluk’. MI is als geen andere methode toegerust om mensen te helpen een bewuste keuze te maken in dit ‘duivelse dilemma’.

Een interessant verschil tenslotte is hoe beide modellen omgaan met ‘confrontatie’. Je kunt je vast voorstellen dat bij verslaving (en ander gewoontegedrag) er iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Dit is in feite een vorm van zelfconfrontatie en werkt al volgt. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen doelen en waarden wordt hij zich bewust van het pijnlijke contrast tussen ‘wat ik zou willen doen’ en ‘wat ik feitelijk doe’. Hierdoor ontstaat vaak een diep verlangen naar verandering. Als vervolgens het vertrouwen toeneemt en de gewenste verandering steeds meer als haalbaar wordt gezien, dan zie je dat mensen langzaam maar zeker stappen gaan zetten richting verandering.

Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak en vaak meer kwaad doet dan goed. Een SF-beoefenaar werkt allereerst aan een co-creatie relatie, gaat vervolgens op zoek naar een ‘stip aan de horizon’ en kijkt vervolgens met ‘een roze microscoop’ heel gedetailleerd naar alle hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst: wat werkt er al en wat zou er kunnen werken. De oplossingen komen daarbij niet van de coachende professional, maar van de cliënt zelf. Tegenwoordig wordt oplossingsgerichte gespreksvoering (met als aanvoerder Coert Visser) ook wel ‘progressiegericht’ genoemd en inderdaad dekt dat beter de lading.

Als ik nu het verschil tussen MI en SF tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst: willen of kunnen? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kunt, voordat je het durft te willen. Mijn overtuiging is dat beide aspecten noodzakelijk zijn en dat je nooit te lang in één van beide gebieden moet blijven hangen. Ook kun je per cliënt bekijken waar het meest behoefte aan is: aan motivatie of aan vertrouwen in eigen kunnen (zelf-effectiviteit). In het eerste geval zou ik zeggen: werk aan willen; in het tweede geval: werk aan kunnen.

Wat kunnen beide methoden van elkaar leren?

Ik ken geen methode waarbij de gespreksvaardigheden zo tot op micro-niveau zijn uitgewerkt én onderzocht als MI. Met name de vaardigheid van het ‘reflectief luisteren’ is bijzonder waardevol en voor veel mensen bepaald niet gemakkelijk om te leren. De ontvanger van deze manier van luisteren voelt zich vaak op diep niveau begrepen. In dit blog lees je meer over deze actieve, empathische en aandachtige manier van luisteren. Oplossingsgericht werkenden stellen vaak prachtige, out-of-the-box vragen die de cliënt in contact brengen met diens eigen kracht, creativiteit en wijsheid. Echter in het zoeken naar de ultieme vraag zou zo iemand wel eens door kunnen schieten en vergeten om echt met aandacht en empathie te luisteren.

Andersom zijn MI-beoefenaars er een kei in om het verlangen naar verandering aan te wakkeren. Als dit echter niet gepaard gaat met toegenomen vertrouwen dan is wat je aan het doen bent in feite ‘wreed’, zo zeggen ook grondleggers Miller en Rollnick zelf. Nu besteed ook MI wel aandacht aan het vergroten van vertrouwen in eigen kunnen, maar hierin zijn SF-beoefenaars werkelijk virtuoos, onder andere omdat zij zo heel gedetailleerd doorvragen naar alle kleine, hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst en hierbij niet snel zullen opgeven. Hier lees je meer over oplossingsgericht werken en denken.

Kortom: neem eens een kijkje in de keuken van de ander, zodat je nog beter wordt in datgene waar het uiteindelijk om gaat: effectieve gesprekken voeren over verandering met mensen die lijden. In mijn eigen trainingen en coachgesprekken merk ik dat beide methoden steeds meer door elkaar gaan lopen. Soms ook krijg ik opdrachten zoals in het onderwijs of de arbeidsre-integratie waarbij ik een goed doordachte combinatie van beide methoden aanbied. Ook spreek ik steeds vaker andere trainers die eenzelfde keuze maken.

Toekomst-muziek: motiverende oplossingsgerichte gespreksvoering!

Eerlijk gezegd hoop ik dat de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, in gezinnen, op scholen, in organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – misschien wel op mondiaal niveau.

Hoe kunnen we dat doen?

Door te onderzoeken wat onze diepste doelen en waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden, oplossingen en kleine stappen in de goede richting. En laten we daarbij niet vergeten stil te staan bij wat er al is en wat er al werkt, want er is niets motiverender dan het besef van ‘reeds bereikte progressie’.

Laten we wijzen naar mogelijkheden en oplossingen in plaats van naar elkaar…

Je bent van harte welkom om hierover van gedachten te wisselen, in een comment hieronder of face to face tijdens een van onze trainingen.

Vind je dit blog waardevol? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Laatst was ik een weekje in Zuid-Spanje en liep ik langs een 2e hands winkel met als naam ‘Nuevo para tí’, wat zoveel wil zeggen als : ‘Nieuw voor U’. Dat vind ik nou een mooi voorbeeld van een herkadering.

Voor coachende professionals kunnen herkaderingen ook een fantastische manier bieden om hun coachees een ander, nieuw perspectief aan te bieden. Coachees blinken er immers vaak in uit om zichzelf vast te zetten in een negatieve, niet-helpende interpretatie van de feiten.

Denk maar aan uitspraken als: “Ik zit helemaal klem”. “Ik wordt geofferd”. “Ik heb de boot gemist”

Omdat wij zelf niet vastzitten in het probleem en dergelijke situaties vaak al eerder hebben gezien of meegemaakt zijn we als geen ander in staat om een nieuw licht op de zaak te laten schijnen en herkaderingen zijn een mooie manier om dat te doen.

Een herkadering is eigenlijk niets meer dan ‘een nieuwe betekenis geven aan de feiten’.

Stap één is dan ook het achterhalen van die feiten door te vragen wat de coachee bedoelt als hij zegt ‘Ik zit helemaal klem’. Dan blijkt misschien dat hij een moeilijke keuze moet maken uit twee opties die hem beide onaantrekkelijk voorkomen, zoals: ‘Gaan scheiden of het uitmaken met mijn minnares’. Dit zou je dan kunnen herkaderen tot ‘een dilemma tussen hoofd en hart’, waarbij het natuurlijk raadzaam is om aan de coachee over te laten welke keuze staat voor ‘hoofd’ en welke voor ‘hart’.

Natuurlijk kun je een herkadering nooit ‘opleggen’ in de zin van ‘je moet het gewoon zo zien’. Maar wat in principe altijd kan is de herkadering vriendelijk aanbieden: hoe zou het zijn als je er zo naar kijkt? En wat zou je vervolgens anders kunnen gaan doen dat je nu nog niet doet? Mijn ervaring is ook dat je niet te snel moet willen gaan en soms eerst empathie moet bieden voor de beleving van de coachee.

Als coach kun je overigens veel voldoening scheppen uit het vinden van ‘de juiste herkadering op het juiste moment’. Dit is één van die gebieden waar je je creativiteit in kunt uitleven, mits het natuurlijk de cliënt ten goede komt anders kun je beter columns gaan schrijven.

Om je te inspireren heb ik een paar herkaderingen op een rijtje gezet die vaak van pas komen tijdens coach-gesprekken:

1. Een tegenslag of mislukking wordt een leerervaring.

De Dalai Lama heeft ooit gezegd: ‘If you loose, don’t loose the lesson’. Dit lijkt logisch maar heel veel mensen, zeker als ze wat meer een fixed mindest hebben, geven snel op na een tegenslag of mislukking en concluderen dat het er voor hen niet in zit.

2. Een verplichte huiswerkopdracht wordt ‘een interessant experiment’

Bij het oplossingsgericht coachen worden in feite nooit opdrachten gegeven, want wie heeft er sinds de middelbare school nou zin in ‘een opdracht’. Het doen van een experiment heeft een hele andere lading. Experimenten mogen immers mislukken of anders uitpakken dan verwacht en net als bij een scheikundige met reageerbuizen: je leert altijd iets!

3. Angst voor het onbekende wordt ‘het begin van een spannend avontuur’

Erken eerst: het lijkt me een lastig dilemma voor je, want je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt en natuurlijk is dat eng… Aan de andere kant zie je ook in dat je zo ook niet verder kunt. Hoe zou het zijn als je er naar kijkt als een spannend avontuur dat jou roept?

4. ‘Ik weet niet of ik het wel kan’ wordt ‘een kans om te groeien’

Er is een prachtig citaat dat toegeschreven wordt aan Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’ Is dat niet net zo waar als bij voorbaat denken dat je iets niet kan? Eigenlijk zegt zo iemand: ‘ik ben bang dat ik faal als ik het probeer…’ Precies om die reden moedigt de oplossingsgerichte aanpak vaak aan om te beginnen met hele kleine stapjes en experimenten, maar om in ieder geval te beginnen en niet te blijven hangen in faalangst.

5. Lijden wordt: ‘groeien in compassie’

Een van de mooiste boeddhistische uitdrukkingen vind ik: ‘No mud no lotus’. Hiermee wordt bedoeld dat als je geen lijden (modder) hebt meegemaakt, je ook geen compassie (lotusbloem) kunt ontwikkelen voor andere mensen die lijden. Overigens begint compassie vaak met zelf-compassie, mindfulness of zorgen voor jezelf als je het moeilijk hebt. Het alternatief is namelijk ‘vechten of vluchten’ en helaas is dat op lange termijn vaak geen houdbare strategie.

6. Lastig gedrag van een 3e wordt ‘een leraar op je pad’

Was het maar zo dat andere mensen zich altijd gedragen als liefdevolle supporters van ons en onze goede bedoelingen… Helaas zijn er altijd partners, collega’s buren en kinderen die ‘roet in het eten gooien’. Maar in plaats van hen te zien als hindernissen kun je er ook naar kijken als ‘leraren’. Ik geef toe: niet iedereen zal hier zo maar voor open staan. Maar als je zo iemand treft kan het enorm transformerend werken om bijvoorbeeld ‘The Work van Byron Katie’ te doen. Een van haar stellingen is: ‘Judge your neighbour and turn it around!’

7. Ongewenste emoties worden ’Helpende boodschappers’.

Veel mensen weten zich geen raad met de zogenaamde ‘negatieve’ emoties, terwijl die toch echt bij het leven horen en zelfs een belangrijke functie kunnen hebben! Zo betekent faalangst vaak dat je iets héél graag wilt… Angst is (iig oorspronkelijk) een signaal om alert te zijn voor mogelijk gevaar. Boosheid betekent vaak dat een belangrijke behoefte niet wordt vervuld of dat er een grens wordt overschreden. Verdriet betekent dat het tijd is om te rouwen en een bepaald verlies te verwerken.

8. Een problematische situatie als ‘de roep van de heldenreis’

Dit lijkt wat vergezocht, maar voor sommige coachees (jongeren, fantasy-fans) werkt het erg goed om een beroep te doen op de fantasie: ‘Stel je was een held zoals Frodo of Superman’en dit probleem was voor jou de oproep van een avontuurlijke reis… Wat zou je dan nu als eerste gaan doen? Wie zou je mentor kunnen zijn of worden? En waarin zou jij nu je moed kunnen tonen?

9. ‘Een verkeerde beslissing’ wordt ‘je beste optie op dat moment’

Mensen kunnen zichzelf jarenlang op de kop geven voor ‘een verkeerde beslissing’. Doodzonde want de realiteit is dat iemand die beslissing destijds heeft genomen en dat hij simpelweg niet kan weten hoe zijn leven was gelopen als je iets anders had besloten. We fantaseren vaak dat dan alles beter zou zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Misschien heeft die beslissing wel ons leven gered… Het is veel helpender om die ene beslissing te zien als: ‘je beste optie van dat moment’

10. ‘Ik lijd dus er is iets mis met me’ wordt: ‘Ik lijd dus ik ben normaal!’

Dit is misschien wel de ultieme herkadering! ACT en mindfulness beschouwen pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten als ‘normale menselijke ervaringen die horen bij een rijk en betekenisvol leven’. Iemand die dergelijke gedachten of gevoelens heeft en die veroordeelt of zich er tegen verzet heeft er eigenlijk een extra probleem erbij: de emoties plus de overtuiging dat er iets mis is met je. De pijn die dan ontstaat noemen we in ACT ook wel ‘vuile pijn’ en die is een stuk lastiger te verdragen dan de aanvankelijke ‘schone pijn’.

Persoonlijk ben ik heel blij met dit inzicht, want laten we eerlijk zijn: wie kent er géén pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten? Zodra we die gedachten en gevoelens normaliseren zetten we de coachee (of onszelf) terug in de eigen kracht. Hier lees je trouwens een blog over het omgaan met lastige emoties.

Tot zover de 10 handige herkaderingen!

Welke herkadering gebruik jij vaak voor jezelf of voor je coachees? Please comment!

Vond je deze blog nuttig? Please like or share!

Wat is de mooiste, meest helpende vraag die jij ooit hebt ontvangen?

En: wat was daarop jouw antwoord?

Er is geen krachtiger gereedschap voor een coachende professional dan een goede vraag gevolgd door een aandachtige stilte…

Omdat ik zo gefascineerd ben door de kracht van vragen ben ik ze gaan verzamelen. Hieronder vind je 10 supervragen die gegarandeerd het gesprek een productieve wending geven, mits je ze op het juiste moment stelt. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze open zijn en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid neerleggen waar-ie hoort: bij de coachee. Het mooie daarvan is dat ook de kracht, wijsheid en eventuele oplossingen komen te liggen waar ze horen: wederom bij de coachee.

De vragen zijn natuurlijk afkomstig uit de drie methodes waarin wij training geven: Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht Coachen en ACT.

Omdat vragen niet op zich zelf staan geef ik per vraag een klein stukje context waarin die vraag het meest passend is. Hier komen ze:

1. Een vraag die metéén aan het begin van het gesprek de coachee aan het denken zet is de volgende:Hoe kunnen we zorgen dat dit voor jou een nuttig gesprek wordt?”

2. Als iemand klaagt over anderen of de verantwoordelijkheid afschuift en je de invloed van je coachee bespreekbaar wilt maken:Dat lijkt me lastig… En hoe vormt dit een probleem voor jou?”

3. Als de coachee zich gedwongen voelt om deel te nemen aan jouw begeleiding:
Het is vast heel naar om verplicht te worden tot een gesprek. Wat is de reden dat je toch bent gekomen?”

4. Als iemand last heeft van vooroordelen:Hoe kun je bereiken dat mensen je anders gaan zien?”

5. Als iemand last heeft van een ongezonde of zelfs destructieve gewoonte:Stel je zou niks veranderen en je gaat / leeft op dezelfde manier verder… Wat gebeurt er dan met je?

6. Als je iemand’s persoonlijke waarden wilt verhelderen:Stel je staat bij Petrus aan de hemelpoort en hij vraagt wat voor iemand je bent geweest. Wat wil je dan kunnen zeggen?

7. Als je iemand wilt uitdagen, maar niet te veel en niet te weinig:Met welke volgende stap zou jij jezelf kunnen uitdagen?”

8. Als iemand door (faal)angst niet uit de verf komt:Als jij de goedkeuring van de hele wereld had en het kon niet mislukken… wat zou je dan gaan doen?”

9. Als je iemand vaker ziet en niet weet hoe je moet beginnen:Welke vraag zou je vandaag willen beantwoorden?”

10. Als je aan het eind van het gesprek commitment wilt ontlokken:Wat wil je met jezelf afspreken hierover?”

Welke vraag vond jij het meest nuttig? Of: welke krachtgerichte vragen stel jij zelf graag? Laat het me weten in een comment hieronder!