Berichten

Over oplossingsgericht coachen wordt vaak gezegd: ‘It’s simple but not easy’.

Ook zelf heb ik het gevoel dat hoe meer ik erover leer, hoe minder ik weet. Maar misschien is dat wel precies de bedoeling?

Toch denk ik wel een paar dingen te weten.

Wat vind je van deze: ieder oplossingsgericht bevat tenminste drie ingrediënten (en als één van deze drie ontbreekt zou het je eerste prioriteit moeten zijn). Hier komen ze:

  1. Een co-creatie-relatie
  2. Een stip aan de horizon
  3. Een roze microscoop

Ik neem ze alle drie even met je door.

De co-creatie Relatie

Motiverende gespreksvoering - samenwerken richting veranderingMet een co-creatie-relatie bedoel ik: een werkrelatie waarbij de coach het welzijn van de coachee voorop stelt, uitgaat van gelijkwaardigheid, vertrouwen heeft in de krachtbronnen van de coachee en de intentie heeft om te onderzoeken hoe coachee diens doelen kan bereiken op een manier die bij hem past. De coachee op zijn beurt is bereid om actief bij te dragen aan het leer- en creatieproces, om open en eerlijk te zijn,  en om te onderzoeken wat wel en niet werkt bij het bereiken van de eigen doelen. En het mooiste komt nog: tussen die twee kan zich iets ontwikkelen wat uiterst productief is: een creatieve uitwisseling tussen twee welwillende experts. De coach is expert over het proces en de coachee is expert over het eigen leven. En samen vormen zij een TEAM in de betekenis van ‘Together Each Achieves More’.

De stip aan de horizon

Stip aan de horizonMet een stip aan de horizon bedoel ik: een voor de coachee aantrekkelijk doel, positief geformuleerd, liefst in gedragstermen. Idealiter beschrijft coachee dit doel zodanig dat de coach het voor zich kan zien. Hier zijn verschillende typen vragen voor, waaronder de wondervraag en enkele varianten hierop. Het idee is dat de coachee uitgenodigd wordt het probleem-denken even achter zich te laten, de fantasie te gebruiken en hardop te dromen over een andere, fijnere toekomst. De valkuil hier is dat de coach daar onmiddellijk een ander, realistischer perspectief tegenover stelt. Het is daarom goed om te beseffen dat we hier op zoek zijn naar een globale richting en niet per se naar een eindbestemming. Het is alsof twee reizigers overeenstemmen om samen richting het zuiden te gaan en dat beiden open staan voor verschillende mooie bestemmingen die zich onderweg zullen aandienen.

De roze microscoop

De roze microscoopDe roze microscoop is een metafoor die is bedacht door Cora Hagen voor het principe dat de oplossingsgerichte coach met een nieuwsgierige, waarderende blik heel minutieus op zoek gaat naar lichtpuntjes en krachtbronnen in het leven van de coachee. Bij krachtbronnen kun je denken aan sterke kanten van de coachee, hulpbronnen in diens netwerk en verder alles wat bijdraagt aan vooruitgang: inzet, bereidheid tot leren, creativiteit, lef, experimenteer-lust, etc. De lichtpuntjes kunnen bestaan uit diverse ervaringen uit verleden en toekomst: eerdere successen, uitzonderingen op het probleem, dingen die werken, getoonde veerkracht, stapjes in de goede richting, kleine signalen van vooruitgang, etc.

Nu vraag je je misschien af: ‘Allemaal leuk en aardig, maar hoe komt ik dan aan die drie ingrediënten?’

Het antwoord hierop lees je in de komende drie blogs!

Vond je dit blog nuttig? Please share!

Heb je er iets over te zeggen? Please comment!

 

Je wilt een stip aan de horizon.

Op welke manier je ook coacht, de stip geeft richting zowel voor jou als voor je cliënt.

Jou geeft het belangrijke informatie. En voor je cliënt werkt het motiverend.

En dus helpt het om effectief samen te werken in de goede richting. Voor je cliënt is veranderen zo al moeilijk genoeg. Als hij dan ook nog de strijd moet aangaan met zijn coach, wordt het wel erg lastig.

Vorige keer behandelden we de wonder-vraag. Die is superkrachtig, alleen zijn er mensen die er moeite mee hebben. En dat is begrijpelijk, want het is best een lastige vraag. Vooral het omgaan met het antwoord is lastig.

Daarom lees je in dit blog 10 alternatieven voor de Wondervraag. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze out-of-the-box zijn, het probleem-denken tijdelijk loslaten en een appèl doen op de fantasie en creativiteit van mensen.

Zodat je toch die stip aan de horizon krijgt.

Heb je nog nooit van de Wondervraag gehoord? Lees dan dit blog eerst.

Vind je het uberhaupt moeilijk om ‘gekke vragen’ te stellen? Vraag je coachee dan eerst om toestemming:

‘Mag ik je eens een gekke vraag stellen?’

Geloof me, iedereen zegt ‘ja’.

Hier komen de 10 alternatieven:

1. De toekomst-projectievraag:

Stel deze coaching blijkt echt heel goed uit te pakken voor je en je komt erdoor in een positieve spiraal terecht… Over een jaar kom ik je toevallig tegen op de markt. Dan vraag ik natuurlijk hoe het met je gaat… Wat wil je me dan kunnen vertellen dat er anders is dan nu?

En wat nog meer?

En wat merken anderen dan aan jou?

En stel dat we hiervoor gaan… Wat moet er dan nu als eerste gebeuren?

2. De magische deur (Bij jongeren)

Stel je loopt door die deur daar en het blijkt zomaar een magische deur te zijn…
Het probleem waarmee je hier naar toe kwam is opeens opgelost…
Waaraan merk je straks dat er iets veranderd is?

En wat nog meer?

En wat merken anderen dan aan jou?

Hoe kan je stappen zetten in deze richting?

3. De Bloempot-vraag (vooral bruikbaar bij cynici):

Stel je loopt nietsvermoedend over straat en opeens valt er een bloempot op je hoofd… Het is gelukkig maar een kleine bloempot en er is geen blijvende schade, maar er lijkt wel iets geks gebeurt te zijn in je hoofd waardoor het probleem opeens weg is… Waaraan merk je straks… Etc.

4. Wat schrijven de kranten? (bij projecten):

Stel het project wordt een groot succes. Als team halen jullie het beste in elkaar naar boven… Jullie zij innovatief… Voor elk probleem wordt een creatieve oplossing gevonden… Wat schrijven de kranten straks over het project? Wat is er dan wat er nu nog niet is?

5. Dream team question (teams):

Stel jullie zouden alle verschillen optimaal waarderen en benutten… Er is wederzijds respect… Er is vertrouwen in elkaars integriteit en deskundigheid… Jullie werken optimaal samen… Eventuele conflicten worden constructief besproken… Jullie leren van elkaar, van de omgeving en van het proces dat jullie doormaken… Waar staan jullie dan over een half jaar? Wat is er dan allemaal anders? Hoe kunnen jullie vandaag al kleine of grote stappen zetten in deze richting?

6. Het land zonder dit probleem:

Stel dat er een land is, hier ver vandaan, waar men dit probleem niet kent… Er is niet eens een woord voor… Het komt daar gewoon niet voor … Of men ziet het daar niet als probleem… Misschien is het daar wel de bedoeling…

7. Stel dat alles zou lukken…

Stel je eens voor dat van nu af aan alles zou lukken… En je hebt de goedkeuring van de hele wereld… Wat zou je dan ondernemen? Waarom juist dat? En wat zou de ideale uitkomst zijn?

En stel nu dat je bereid zou zijn om ‘fouten’ te maken en daarvan te leren…

En stel dat je niet ieder’s goedkeuring hebt, maar het zou je simpelweg niet uitmaken…

Waar zou je dan nu voor willen gaan?

8. Het toverstokje:

Stel deze stift was een toverstokje… En ik zou hem aan je meegeven… Welke zaken zou je als eerste gaan veranderen?

9. Teken het (voor kinderen en creatievelingen):

Voor sommige mensen (en bijna alle kinderen) werkt het goed om de ideale uitkomst te laten tekenen. Vervolgens kun je de tekening laten toelichten en in gesprek gaan over een misschien minder ideale, maar toch haalbare toekomst. Zelfs de stappen daar naartoe kun je laten tekenen…

Tip: voordat je dit in coaching gaat inzetten, probeer het eens voor jezelf!

10. Schrijf een brief aan jezelf vanuit de gewenste toekomst (voor schrijf-liefhebbers):

Neem even de tijd om na te denken over je ideale toekomst over een jaar…

Probeer je zo goed mogelijk voor te stellen dat je daar nu bent…

Tevreden en wijs geworden schrijf je nu een brief aan je jongere zelf van een jaar geleden. Je vertelt hoe het nu met je gaat en je hebt een aantal interessante tips voor je jongere zelf… Tips die je kunnen helpen om te komen waar je wilt zijn…

NB: Welk antwoord je ook krijgt, het is altijd bruikbaar en oké. Ga in ieder geval nooit de discussie aan over het antwoord of het realiteitsgehalte ervan. Dat zou een beetje flauw zijn, want je hebt iemand zojuist gevraagd om even te fantaseren. En dat werkt net zo min als blokkeren bij theatersport. Stel je maar voor dat Ruben Nicolai bij de lama’s opeens zegt: nee, ik ben geen beer!
Vraag gewoon nieuwsgierig door en laat je verrassen waar je uitkomt. En pas als er niets meer komt kun je vragen: Wanneer in je leven zie je al kleine signalen in de goede richting? Of: Wat zou een volgende stap kunnen zijn?

Vond je dit blog nuttig? Deel het dan svp met je netwerk!

Weet je zelf ook nog leuke alternatieven voor de wondervraag? Laat ze weten in een comment hieronder!

Een vraag stellen, wat kan daar nou moeilijk aan zijn? Je zegt iets met een vraagteken erachter en vervolgens kijk je de ander verwachtingsvol aan… Appeltje eitje, toch?

Niet dus

Omdat ik vaak professionals mag observeren tijdens trainingen Motiverende gespreksvoering en on-the-job coaching kan ik vertellen dat er bij het stellen van vragen van alles misgaat, alle goede bedoelingen ten spijt. En dat is jammer want het stellen van goede vragen is een van de krachtigste verandertools die we hebben als hulpverlener of coach. (Overigens gaat er óók van alles mis bij de manier waarop men luistert naar het antwoord. Daarover meer in een volgend blog, dit wordt namelijk een serie).

Ik zal je, behalve wat er vaak misgaat, natuurlijk ook vertellen wat je hiervoor in de plaats kunt doen. Tenminste, als je op een bewezen effectieve én plezierige manier mensen wilt helpen om hun (gewoonte) gedrag te veranderen.

Hierbij ga ik trouwens uit van twee vooronderstellingen

A. Mensen veranderen eerder door wat ze zichzelf horen zeggen, dan door wat ze anderen horen zeggen.

B. Het menselijke brein is een zoekmachine: zoekt en gij zult vinden (alleen duurt het soms even). Dit geldt net zo goed voor redenen om te veranderen als voor redenen om niet te veranderen. Ook geldt het even sterk voor zaken die het geloof in eigen kunnen (self-efficacy) versterken als verzwakken.

Het is dus nogal belangrijk welk soort vragen je stelt en hoe je ze stelt

Oké, wat gaat er dan allemaal mis? Hier komen ze en om wat context te bieden nemen we als voorbeeld-cliënt iemand die rookt en die overweegt om daarmee te stoppen.

1. Je stelt te veel gesloten vragen.

‘Rook je veel? Ben je al eerder gestopt? Heb je al geprobeerd om nicotinepleiters te plakken? Of zo’n e-cigaret?’

Als een vraag met een werkwoord begint weet je zeker dat het een gesloten vraag wordt. De enige twee mogelijke antwoorden zijn dan ‘ja’ of ‘nee’. Dit zijn nu niet bepaald de vragen waar mensen nog dagen over nadenken als ware het een Koan. Bovendien suggereren gesloten vragen dat jij de expert bent en de ander dus niet. Ook niet over zijn eigen leven. En dat maakt afhankelijk. ‘Kom maar door met dat advies dat ik toch niet op ga volgen…’

Tip: stel 2 x zo veel open als gesloten vragen en zet de ander echt aan het denken.

Enkele effectieve vragen aan onze roker: ‘Welke redenen heb je om te stoppen? Waarom is dat belangrijk voor je? Wat zou je kunnen helpen om te stoppen? Hoe zou de kans van slagen het grootst worden?’

Met deze vragen is de kans op verandertaal vele malen groter!

2. Je stelt een ‘verknoeide’ open vraag

‘Wat betekent roken voor jou? Helpt het je om te ontspannen?’

Jammer.

De eerste vraag is prima. De tweede verknoeit ‘m. Mensen zullen altijd de makkelijkste vraag beantwoorden en de tweede is nu eenmaal veel makkelijker te beantwoorden dan de eerste.

Tip: als je een goede vraag stelt en je krijgt niet meteen antwoord, wacht dan even. De ander is aan het nadenken.. precies wat je wilt, toch?

3. Je wacht te kort op het antwoord

Hoe beter je vraag is, hoe méér er gebeurt bij de ander en hoe langer deze na moet denken… Vaak hoor ik een prachtige vraag en als er dan niet meteen een antwoord komt, gaat de vragensteller ‘helpen’. Is het soms dit of dat? Dan wordt het opeens een multiple-choice vraag…  Jammer.

Tip: Als je een goede vraag hebt gesteld en je wordt ongeduldig, haal dan even wat dieper adem en zoek de leuning van je stoel op. De meeste mensen gaan binnen 7 seconden praten!

(Een geweldige mentor die ik had toen ik net reclasseringswerker werd zei vaak: eigenlijk zou elke hulpverlener pijp moeten roken. Dan kun je prachtige vragen stellen en je vervolgens rustig met je pijp bemoeien in afwachting van het antwoord… Ik rook geen pijp, maar ben dit nooit vergeten.)

4. Je geeft zelf het antwoord

Het kan nog erger. Mensen met weinig geduld vinden het vaak lastig om een flinke stilte te laten vallen. Een manier om die stilte op te vullen is: zelf het antwoord geven. Een cliënt die zich er makkelijk van af wil maken hoeft dan alleen nog maar te zeggen: ‘ja, zo zit het’.

‘Vind je het vervelend dat je als roker tegenwoordig nergens meer welkom bent? Ja, zeker hè!’

Tip: laat de ander het denkwerk doen, anders verandert er niets!

5. Je stelt een ‘stapel-vraag’

Hiermee bedoel ik dat je meerdere vragen achter elkaar stelt. Het kan zomaar zijn dat daar hele goede vragen tussen zitten. En welke denk je dat de cliënt beantwoord? De makkelijkste natuurlijk. Of de laatste. Maar meestal is dat niet de beste….

Tip: kijk naar dit filmpje en je stelt nooit meer een stapelvraag:

6. Je stelt wollige vragen

Soms stellen mensen vragen die zo ongelooflijk lang zijn dat alleen de vragensteller snapt wat-ie bedoelt. Op vage vragen krijg je een vaag antwoord.

Tip: stel een korte en bondige vraag, leg ‘m denkbeeldig op het bordje van de ander en wacht…

7. Je stelt überhaupt geen vragen

Sommige mensen stappen onmiddellijk in de ‘verbeter-reflex’ zodra ze oog in oog staan met iemand met een probleem. Ze gaan overtuigen, adviseren, ongevraagde oplossingen aandragen, beleren, waarschuwen, etc.. Helaas vertel je dan zelden iets wat de ander nog niet gehoord of zelf bedacht heeft. Bovendien is de kans groot dat de ander zich gaat verdedigen en zichzelf van verandering weg praat…

Tip: wees oprecht nieuwsgierig naar de visie en beleving van de ander en vraag hier naar.

8. Je stelt een vraag ‘de verkeerde kant op’

Je cliënt laat weten dat veranderen nog niet zo makkelijk is. En jij vraagt ‘Waarom lukt het je dan niet?’ Dit lijkt een logische vraag, maar hij is niet empowerend. Iemand gaat je namelijk vertellen waarom het niet lukt… En ter plekke zakt de moed jullie beiden in de schoenen… Vraag liever: ‘Hoe zou het kunnen lukken als je zou besluiten om te stoppen?’

Hetzelfde geldt voor redenen om te veranderen. Op de vraag ‘Waarom stop je niet gewoon?’ zal iemand je haarfijn uitleggen waarom stoppen nog niet zo eenvoudig is. Vraag liever: ‘Wat maakt dat je overweegt om te stoppen?’

9. Je stelt vragen met een verborgen agenda

‘Weet je hoeveel groter de kans op longkanker wordt als je dagelijks rookt?’ Eigenlijk wil je de ander waarschuwen. Tip: Vraag liever wat de ander al weet en nog wil weten over de risico’s van dagelijks roken.

‘Denk je niet dat je hier later spijt van krijgt?’ Je wilt dat de ander nadenkt over gezondheid op de lange termijn. Tip: vraag hier gewoon naar: ‘Hoe belangrijk is je gezondheid op de lange termijn voor je?’

10. Je stelt alléén maar vragen

Mooi, je toont interesse, maar er zijn nog méér gesprekstechnieken! Wat dacht je van reflectief luisteren? Dit zou je het ‘Zwitserse zakmes onder de gesprekstechnieken’ kunnen noemen omdat je er heel veel kanten mee uit kunt. Kort gezegd komt het neer op wat Stephen Covey al zei; ‘Probeer eerst de ander te begrijpen, voordat je zelf begrepen wilt worden’.

En wil je meer weten over motiverende gespreksvoering? Overweeg dan eens deelname aan één van onze trainingen live of online!

Foto-verantwoording: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Fefifa_with_red_glasses.jpg