Een vraag stellen, wat kan daar nou moeilijk aan zijn? Je zegt iets met een vraagteken erachter en vervolgens kijk je de ander verwachtingsvol aan… Appeltje eitje, toch?

Niet dus

Omdat ik vaak professionals mag observeren tijdens trainingen Motiverende gespreksvoering en on-the-job coaching kan ik vertellen dat er bij het stellen van vragen van alles misgaat, alle goede bedoelingen ten spijt. En dat is jammer want het stellen van goede vragen is een van de krachtigste verandertools die we hebben als hulpverlener of coach. (Overigens gaat er óók van alles mis bij de manier waarop men luistert naar het antwoord. Daarover meer in een volgend blog, dit wordt namelijk een serie).

Ik zal je, behalve wat er vaak misgaat, natuurlijk ook vertellen wat je hiervoor in de plaats kunt doen. Tenminste, als je op een bewezen effectieve én plezierige manier mensen wilt helpen om hun (gewoonte) gedrag te veranderen.

Hierbij ga ik trouwens uit van twee vooronderstellingen

A. Mensen veranderen eerder door wat ze zichzelf horen zeggen, dan door wat ze anderen horen zeggen.

B. Het menselijke brein is een zoekmachine: zoekt en gij zult vinden (alleen duurt het soms even). Dit geldt net zo goed voor redenen om te veranderen als voor redenen om niet te veranderen. Ook geldt het even sterk voor zaken die het geloof in eigen kunnen (self-efficacy) versterken als verzwakken.

Het is dus nogal belangrijk welk soort vragen je stelt en hoe je ze stelt

Oké, wat gaat er dan allemaal mis? Hier komen ze en om wat context te bieden nemen we als voorbeeld-cliënt iemand die rookt en die overweegt om daarmee te stoppen.

1. Je stelt te veel gesloten vragen.

‘Rook je veel? Ben je al eerder gestopt? Heb je al geprobeerd om nicotinepleiters te plakken? Of zo’n e-cigaret?’

Als een vraag met een werkwoord begint weet je zeker dat het een gesloten vraag wordt. De enige twee mogelijke antwoorden zijn dan ‘ja’ of ‘nee’. Dit zijn nu niet bepaald de vragen waar mensen nog dagen over nadenken als ware het een Koan. Bovendien suggereren gesloten vragen dat jij de expert bent en de ander dus niet. Ook niet over zijn eigen leven. En dat maakt afhankelijk. ‘Kom maar door met dat advies dat ik toch niet op ga volgen…’

Tip: stel 2 x zo veel open als gesloten vragen en zet de ander echt aan het denken.

Enkele effectieve vragen aan onze roker: ‘Welke redenen heb je om te stoppen? Waarom is dat belangrijk voor je? Wat zou je kunnen helpen om te stoppen? Hoe zou de kans van slagen het grootst worden?’

Met deze vragen is de kans op verandertaal vele malen groter!

2. Je stelt een ‘verknoeide’ open vraag

‘Wat betekent roken voor jou? Helpt het je om te ontspannen?’

Jammer.

De eerste vraag is prima. De tweede verknoeit ‘m. Mensen zullen altijd de makkelijkste vraag beantwoorden en de tweede is nu eenmaal veel makkelijker te beantwoorden dan de eerste.

Tip: als je een goede vraag stelt en je krijgt niet meteen antwoord, wacht dan even. De ander is aan het nadenken.. precies wat je wilt, toch?

3. Je wacht te kort op het antwoord

Hoe beter je vraag is, hoe méér er gebeurt bij de ander en hoe langer deze na moet denken… Vaak hoor ik een prachtige vraag en als er dan niet meteen een antwoord komt, gaat de vragensteller ‘helpen’. Is het soms dit of dat? Dan wordt het opeens een multiple-choice vraag…  Jammer.

Tip: Als je een goede vraag hebt gesteld en je wordt ongeduldig, haal dan even wat dieper adem en zoek de leuning van je stoel op. De meeste mensen gaan binnen 7 seconden praten!

(Een geweldige mentor die ik had toen ik net reclasseringswerker werd zei vaak: eigenlijk zou elke hulpverlener pijp moeten roken. Dan kun je prachtige vragen stellen en je vervolgens rustig met je pijp bemoeien in afwachting van het antwoord… Ik rook geen pijp, maar ben dit nooit vergeten.)

4. Je geeft zelf het antwoord

Het kan nog erger. Mensen met weinig geduld vinden het vaak lastig om een flinke stilte te laten vallen. Een manier om die stilte op te vullen is: zelf het antwoord geven. Een cliënt die zich er makkelijk van af wil maken hoeft dan alleen nog maar te zeggen: ‘ja, zo zit het’.

‘Vind je het vervelend dat je als roker tegenwoordig nergens meer welkom bent? Ja, zeker hè!’

Tip: laat de ander het denkwerk doen, anders verandert er niets!

5. Je stelt een ‘stapel-vraag’

Hiermee bedoel ik dat je meerdere vragen achter elkaar stelt. Het kan zomaar zijn dat daar hele goede vragen tussen zitten. En welke denk je dat de cliënt beantwoord? De makkelijkste natuurlijk. Of de laatste. Maar meestal is dat niet de beste….

Tip: kijk naar dit filmpje en je stelt nooit meer een stapelvraag:

6. Je stelt wollige vragen

Soms stellen mensen vragen die zo ongelooflijk lang zijn dat alleen de vragensteller snapt wat-ie bedoelt. Op vage vragen krijg je een vaag antwoord.

Tip: stel een korte en bondige vraag, leg ‘m denkbeeldig op het bordje van de ander en wacht…

7. Je stelt überhaupt geen vragen

Sommige mensen stappen onmiddellijk in de ‘verbeter-reflex’ zodra ze oog in oog staan met iemand met een probleem. Ze gaan overtuigen, adviseren, ongevraagde oplossingen aandragen, beleren, waarschuwen, etc.. Helaas vertel je dan zelden iets wat de ander nog niet gehoord of zelf bedacht heeft. Bovendien is de kans groot dat de ander zich gaat verdedigen en zichzelf van verandering weg praat…

Tip: wees oprecht nieuwsgierig naar de visie en beleving van de ander en vraag hier naar.

8. Je stelt een vraag ‘de verkeerde kant op’

Je cliënt laat weten dat veranderen nog niet zo makkelijk is. En jij vraagt ‘Waarom lukt het je dan niet?’ Dit lijkt een logische vraag, maar hij is niet empowerend. Iemand gaat je namelijk vertellen waarom het niet lukt… En ter plekke zakt de moed jullie beiden in de schoenen… Vraag liever: ‘Hoe zou het kunnen lukken als je zou besluiten om te stoppen?’

Hetzelfde geldt voor redenen om te veranderen. Op de vraag ‘Waarom stop je niet gewoon?’ zal iemand je haarfijn uitleggen waarom stoppen nog niet zo eenvoudig is. Vraag liever: ‘Wat maakt dat je overweegt om te stoppen?’

9. Je stelt vragen met een verborgen agenda

‘Weet je hoeveel groter de kans op longkanker wordt als je dagelijks rookt?’ Eigenlijk wil je de ander waarschuwen. Tip: Vraag liever wat de ander al weet en nog wil weten over de risico’s van dagelijks roken.

‘Denk je niet dat je hier later spijt van krijgt?’ Je wilt dat de ander nadenkt over gezondheid op de lange termijn. Tip: vraag hier gewoon naar: ‘Hoe belangrijk is je gezondheid op de lange termijn voor je?’

10. Je stelt alléén maar vragen

Mooi, je toont interesse, maar er zijn nog méér gesprekstechnieken! Wat dacht je van reflectief luisteren? Dit zou je het ‘Zwitserse zakmes onder de gesprekstechnieken’ kunnen noemen omdat je er heel veel kanten mee uit kunt. Kort gezegd komt het neer op wat Stephen Covey al zei; ‘Probeer eerst de ander te begrijpen, voordat je zelf begrepen wilt worden’.

En wil je meer weten over motiverende gespreksvoering? Overweeg dan eens deelname aan één van onze trainingen live of online!

Foto-verantwoording: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Fefifa_with_red_glasses.jpg

6 antwoorden
  1. Nel van rhijn
    Nel van rhijn zegt:

    Het is weer geweldig, geen geduld voor het antwoord. Het geeft maar weer eens aan, “ik ben de hulpverlener en dat wil ik graag zou houden”.

    Beantwoorden
    • Sergio van der Pluijm
      Sergio van der Pluijm zegt:

      Dank voor jullie comments! Ik ben blij dat mijn blogs van waarde zijn voor jullie, want dat is precies de bedoeling. Succes met vragen stellen!
      HG, Sergio

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *