Ik ben iemand die dingen al snel een beetje saai gaat vinden, maar het trainersvak zal me nooit gaan vervelen. Zelfs wanneer ik weer precies dezelfde training geef, dan maakt de wisselende doelgroep wel dat ik telkens weer een vertaalslag wil maken naar deze groep.

Zo had ik laatst een groep met een interessante mix van mensen. Het was bij een uitvoeringsinstantie in de arbeids reïntegratie in het Oosten van het land. De groep bestond voor 70 % uit vrouwelijke deelnemers met een HBO-opleiding in o.a. Social work. Zij hadden al flink wat training gehad in gesprekstechnieken en de inhoud (Oplossingsgericht coachen) landde bij hen in vruchtbare aarde.

De andere 30% bestond uit werkmeesters: vaklui van het type ‘ruwe bolster blanke pit’ en duidelijk met het hart op de goede plaats. Ze deden actief mee, maar ik zag ze ook een beetje worstelen met de stof, die soms best abstract en – in hun ogen – ‘soft’ kan zijn.
Wat er dan bij mij gebeurt is dat ik mijn stinkende best ga doen om ook hen te bereiken. En dan ga ik op zoek naar ‘taal’ die voor hen werkt. Dus als ze aan een nieuwe techniek moeten wennen dan toon ik begrip en zeg: ‘Ja, weet je, bier smaakte mij vroeger ook niet meteen lekker en nú lust ik er wel pap van… ‘

Vervolgens vroeg één van de werkmeesters al vóór de 1e pauze:  ‘Ja, leuk dit, maar hoe pas ik dit toe bij X?  (En X bleek hun aller moeilijkste client aller tijden te zijn). Hierop antwoordde ik: ‘Eigenlijk stel jij een Tour-de-France-vraag…’ Huh? ‘Ja, ik geef je als het ware een nieuwe racefiets en jij vraagt mij: ‘Leuke fiets dit, maar hoe win ik de tour de France?’ Laten we eerst even die racefiets beter leren kennen, akkoord?’ Dit leek te werken…

Later op de dag ontstond er een discussie van het type ‘Mooie methode, hoor, maar wij hebben targets en eigenlijk helemaal geen tijd voor dit soort mooie, begripvolle gesprekken…’

Dit soort bezwaren hoor ik vaker, maar omdat ik weinig invloed heb op de targets, gooide ik na enig luisteren de knuppel in het hoenderhok en zei: ‘Dus eigenlijk is dat wat ik hier kom brengen totaal nutteloos voor jullie? Misschien kunnen we dan gewoon beter stoppen?’
De groep verbaasd natuurlijk… En wie schoot mij te hulp? Die ene werkmeester. Hij zei: ‘Hij heeft gelijk, laten we doorgaan en kijken wat we wél kunnen gebruiken!’

En vervolgens stelde ik de groep gerust met: ‘Weet je, eigenlijk heb ik wel goed nieuws… Want juist als je weinig tijd hebt, kun je maar beter iets gebruiken dat echt werkt, toch? En ja, soms moet je even investeren in iemand om daarna heel veel tijd te winnen door een betere samenwerking!’ En we konden weer verder…

Als trainer ben je niet alleen in gesprek met elke deelnemer, maar óók met de groep als geheel. En de zoektocht naar ‘taal die werkt’, ja, dat vind ik één van de leukste facetten van het trainerschap! Als het lukt, dan hè… (o;

Wist je trouwens dat we tegenwoordig in elk van onze drie methoden een Train-de-Trainer aanbieden? Dus stel dat je gegrepen bent door MGV, OGC of ACT en je wilt die visie zelf gaan uitdragen en anderen erin gaan inwijden, overweeg dan eens één van onze Train-de-trainers. Dit is trouwens ook een aanrader als je als organisatie die methode wilt gaan borgen. Dus wellicht kun je je werkgever nog op goede ideeën brengen… (hint). Ik geef deze vierdaagsen samen met de beste trainers die ik ken. En zelf ben ik momenteel in de leer bij Karin de Galan (Didactisch Meesterschap), dus ook daar ga je van profiteren!

De Train-de-Trainer ACT
De Train-de-Trainer OGC
De Train-de-Trainer MGV

Maandagse maak de wereld mooier mails

Wil je soortgelijke content als hierboven wekelijks in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in en ontvang iedere maandag een kraak-verse ‘Maandagse maak de wereld mooier mail’ in je inbox. Deze unieke nieuwsbrief wordt door > 5000 mensen gelezen. Zo krijg je elke maandag een dosis nieuwe inspiratie met soms bemoedigende woorden, soms iets prikkelends en vaak iets vermakelijks. En telkens weer is het doel om jou nog veerkrachtiger en effectiever te maken als coachende professional (M/V/NB).

Less = More.

Je kent deze uitdrukking vast wel.

Meer is niet altijd beter. Denk aan de inrichting van je huis. Het plannen van je agenda. Het geven van speelgoed aan je kind… Helaas houdt ons oer-brein niet van ‘tekort’. En dus willen we te veel.  Voor veel trainers geldt dit ook: we programmeren te veel, zenden te veel en verwachten te veel. Vaak met teleurstelling tot gevolg. Gelukkig kan het anders en in dit artikel lees je hoe.

Ik ken tientallen trainers en als er één ding is dat ze met elkaar gemeen hebben, dan is het wel hun enthousiasme. Ze willen allemaal graag hun boodschap overbrengen en zijn daarin ook heel vrijgevig. Alleen schieten ze soms wat door. Misschien herken je dit zelf ook wel. Je wilt je deelnemers veel geven en dus programmeer je veel te veel inhoud. En als je niet oppast sta je veel te lang te zenden met weerstand of afhakende deelnemers als resultaat. Aan je intentie ligt het niet, want die is heel positief, maar effectief is het helaas niet…

Ons brein is een overlevingsapparaat!

Wetenschappers van nu zijn het er over eens: ons brein is in de loop der tijd geëvolueerd tot een effectief overlevingsapparaat. Een van de gevaren waar onze prehistorische voorouders constant rekening mee moesten houden was: schaarste. Als de voedselvoorraden onverwacht op waren dan kwam het voortbestaan van de soort in gevaar. En dus hebben we allemaal nog steeds een soort verzamelaar in ons. De een verzamelt kleding en schoenen, de ander mooie gadgets, en weer een ander verzamelt kennis. En ook als trainer proberen we een gevoel van te kort ten allen tijde te vermijden: wat als ik te weinig nieuwe kennis bied? Of te weinig werkvormen heb? Of te weinig tips geef?

Het is goed om je te realiseren dat minder van het één vaak meer is van het ander. Minder spullen is meer rust en ruimte, dat weet elke minimalist. En ja, ook voor trainers geldt: less=more! Hieronder lees je vijf manieren waarop minder van het een, méér is van het ander. En laat dat andere nu vaak veel belangrijker zijn!

Minder inhoud = meer rust en diepgang

Als je te veel inhoud programmeert (in de vorm van kennisoverdracht, werkvormen en oefeningen), dan kom je vaak slecht uit met de tijd. Pauzes beginnen later en worden ingekort, de eindtijd verschuift. Dit is niet prettig voor je deelnemers, want zij willen weten waar ze aan toe zijn en hebben regelmatig behoefte aan rust en tijd om te socializen, bellen, plassen, de stof verwerken, etc. Als hier niet aan wordt voldaan zul je merken dat hun aandacht verslapt.

Het is ook niet prettig voor jou, want je staat daardoor te trainen met een gevoel van haast. Dit geeft niet alleen minder plezier en voldoening, je hebt ook minder aandacht voor je trainees en bent dus ook minder effectief.

Als je minder programmeert, dan houd je altijd wat tijd over voor verdieping. Juist het gesprek na een oefening of ervaring voegt vaak heel veel toe. Mensen zitten waarschijnlijk met vragen of willen graag hun ervaring delen. Bovendien kunnen zij leren van elkaars ervaringen. En jij kunt dat gesprek in goede banen leiden, ieders inbreng samenvatten en ze helpen om de transfer te maken naar hun praktijk.

En ja het is spannend om voor je gevoel net iets te weinig te programmeren. Ik los dat zelf op door wel altijd wat reserve-oefeningen achterin mijn draaiboek te zetten. Voor het geval dat… In de praktijk heb ik die echter zelden nodig!

Minder theorie = meer actie

Als mensen een gemiddelde lezing van een uur bijwonen en je zou ze een week later vragen wat ze er nog van weten, dan is dat vaak teleurstellend weinig. Pure kennisoverdracht is dus meestal niet zo effectief. Bovendien leven we in een tijd dat mensen bedolven worden onder de informatie. Logischerwijze zijn zij kritische kennisconsumenten geworden. Daarbij is het goed om na te denken waar jouw meerwaarde ligt als trainer. Die ligt niet zozeer in je kennisoverdracht, want kennis kunnen mensen ook gemakkelijk opdoen uit een boek of via het internet.

Jouw meerwaarde ligt onder andere in de unieke ervaringen die je mensen op laat doen. Die is immers alleen bij jou verkrijgbaar! Het is dan ook de kunst om tijdens de training de theorie- en kennisoverdracht tot een minimum te beperken. Een deel van de benodigde kennis kun je uit de training halen en aanbieden via literatuur, ebooks en filmfragmenten. Tijdens de training zelf bied je alleen de essentie aan of herhaal je kort de reeds bestudeerde theorie. Ook kun je op speelse wijze de stof opfrissen met een leuke quizz of de online tool Kahoot. De meeste tijd besteed je dus aan: ervaringsgerichte oefeningen, reflectie en feedback hierop en interactie met jou en de andere deelnemers.

Minder tekst = meer beeld

Denk eens terug aan een saaie presentatie of training zoals we die allemaal wel eens hebben meegemaakt. Grote kans dat daarbij gebruik werd gemaakt van een PowerPoint met veel bullets en lappen tekst. Als je pech had ging de presentator ook nog eens die teksten voorlezen. Ik heb zelf wel eens meegemaakt dat er zoveel tekst op een PowerPoint stond dat de letters niet eens leesbaar waren!

Je begrijpt: dit kan echt niet meer anno 2019. Gelukkig is het ook helemaal niet nodig. Het eerste wat je daarvoor moet beseffen is: de PowerPoint is niet jouw spiekbrief! Prima als je een spiekbrief nodig hebt, maar gebruik dan…. een spiekbrief! (Bijvoorbeeld in de vorm van cue cards waarop de belangrijkste reminders staan, in woord of beeld).

Overigens is er niks mis met PowerPoint of Keynote. Het zijn gewoon handige presentatietools. De kunst is om ze zo te gebruiken dat ze jouw boodschap optimaal ondersteunen en je publiek bij de les houden! Daarbij werken beelden vaak beter dan woorden. Niet voor niets luidt het gezegde: één beeld zegt meer dan 1000 woorden. Ook in ons brein zie je dit terug: het visuele zintuig neemt daar meer plek in dan alle andere zintuigen bij elkaar. De tip is dan ook: presenteer max 1 idee per slide, gebruik tekst met mate en voeg ondersteunende beeldmateriaal toe.

Minder zendtijd = meer interactie

Beginnende trainers / experts staan vaak veel te lang te zenden. Hun gedachtegang is simpel: ‘ik weet iets dat mijn deelnemers nog niet weten, dus ik moet het ze vertellen’. Dit wordt ook wel ‘de vloek van kennis’ genoemd: zij weten niet meer hoe het is om iets niet te weten en beseffen daardoor niet dat ze mensen overladen met informatie. Daarbij geeft ‘zenden’ een gevoel van controle. Zij denken wellicht onbewust: ‘zo lang ik aan het woord ben heb ik de regie’. De neiging om te veel te zenden is dus heel begrijpelijk. Maar helaas is dit niet zo effectief. Deelnemers worden er heel passief van, of gaan juist steeds de discussie aan of schieten in de weerstand.

Wat wij mensen nodig hebben om te leren is – naast actie – ook interactie. We willen de mogelijkheid hebben om onze vragen te stellen, ervaringen uit te wisselen en te sparren. De reden hiervoor is simpel: ons brein is een enorm sociaal orgaan. Vergeet niet dat de mens in wezen een zoogdier is en bedenk dan hoe jonge puppies of kittens hun vaardigheden leren. Juist, door voortdurend te spelen en stoeien met andere kittens of puppies. Als wij mensen een training in gespreksvaardigheden volgen willen we ook ‘stoeien’ met de trainer, met onze mededeelnemers en met de stof.

Minder stress = meer empowerment

Veel beginnende trainers geven onbedoeld stress aan hun deelnemers en dat is jammer, want een gestresseerd brein staat niet meer open om te leren. Deelnemers neigen dan tot ‘vechten of vluchten’ en dat is niet de modus waarin je ze wilt hebben. Hieronder noem ik enkele manieren waarop trainers hun deelnemers onbedoeld stress kunnen geven:

  • Ze vergeten dat ze er zelf jaren over hebben gedaan om zich de materie eigen te maken en verwachten daardoor te veel in te korte tijd.
  • Zij zijn sterk gehecht aan hun methode en zijn daardoor heel precies in ‘hoe het hoort’
  • Zij vergeten dat er vaak vele wegen zijn die naar Rome leiden: hun manier is zelden de enige manier.
  • Zij hebben onvoldoende oog voor faalangst bij hun deelnemers.
  • Zij stellen zichzelf onkwetsbaar en alwetend op, waardoor hun deelnemers zich heel klein gaan voelen.

Hoe voorkom je dit? De kunst is om een omgeving te scheppen die niet aanzet tot presteren (en dus stress geeft) maar tot experimenteren, onderzoeken en uitproberen. Op deze manier zal het geloof in eigen kunnen van je trainees het snelst groeien en dat is precies wat je wilt. Want alleen zo zullen je trainees ook echt na de training in de praktijk gaan doen wat de bedoeling is…

De Chinese wijze Confucius was zijn tijd ver vooruit toen hij – reeds in de vijfde eeuw voor Christus – de volgende woorden sprak:

Vertel het me en ik zal het vergeten.
Laat het me zien en ik zal het onthouden.
Laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken.

Wil je meer trainersgeheimen leren? Download dan hier gratis ons Ebook Inspirerend Trainen!

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!