Tag Archief van: Oplossingsgerichte gespreksvoering

Tijdens trainingen in motiverende of oplossingsgerichte gespreksvoering krijg ik vaak deze vraag:

‘OK, mooie methode hoor, maar werkt het ook bij gestuurde cliënten?’

Ik hoor dit o.a. op scholen, bij sociale diensten en bij de reclassering. Vaak wordt de vraag zo uitgesproken dat de persoon zelf het antwoord al lijkt te weten: ‘waarschijnlijk niet, hè!’

En ik snap dat heel goed, want ooit had ik die vraag zelf ook. Een antwoord dat ik ooit kreeg van Arnoud Huijbers en dat mij verraste was een tegenvraag: ‘Hoe zou het zijn als je die persoon behandelt alsof hij vrijwillig bij je is?’ En inderdaad maakte dat een groot verschil, zowel in mijn eigen beleving als in de (reclasserings)praktijk.

Onlangs nam ik een Podcast op met Patrice Meerbeek. Zij is ambulant behandelaar bij de Jellinek en werkt met mensen die kampen met verslaving en psychiatrische klachten. Je zult begrijpen dat ook haar cliënten niet altijd vrijwillig komen. Net als ik werkt ze graag met o.a. Motiverende gespreksvoering en ACT.

Op basis van mijn eigen ervaring bij de reclassering en het gesprek met Patrice heb ik 10 tips op een rij gezet die je kunnen helpen als je in een (semi-)gedwongen kader werkt en de opdracht hebt om mensen te motiveren.

Hier komen ze:

  1. Investeer in de relatie. Dit lijkt een open deur, maar zonder een relatie waarin een beetje vertrouwen is over en weer en de bereidheid om naar elkaar te luisteren kun je niks. En ja, hierin moeten wij  het goede voorbeeld geven en dus beginnen met luisteren en vertrouwen geven.

 

  1. Neem de tijd en heb echte aandacht. Niemand wil een gesprekspartner die steeds op het horloge kijkt. En als je echt heel weinig tijd hebt, wees daar dan eerlijk over en geef dan aandacht binnen de tijd die je hebt.

 

  1. Toon waardering. Er is ALTIJD iets te vinden dat je kunt waarderen, al is het maar dat de persoon ondanks tegenzin toch gekomen is. Of dat zij eerlijk zegt wat haar dwars zit. Of dat hij hele leuke schoenen heeft.

 

  1. Toon empathie en begrip. Soms moet je streng zijn of slecht nieuws brengen. Wees dan helder over het slechte nieuws en toon tegelijkertijd begrip voor de emoties die dit oproept. Geef de ander de ruimte om het hart te luchten en luister actief (of beter nog: luister reflectief). Denk mee indien mogelijk. Besef ook dat niemand het alleenrecht op ‘de waarheid’ heeft, dus respecteer zo goed als je kunt het wereldbeeld van de ander.

 

  1. Ga naast de ander staan. Dit kun je letterlijk opvatten in de zin dat je beter niet recht tegenover elkaar kunt gaan zitten. Maar ook figuurlijk: durf te zeggen ‘als ik in jouw schoenen stond zou ik waarschijnlijk ook […..] vinden / voelen / ervaren.’ Eigenlijk zeg je: je mag hier mens zijn.

 

  1. Wees eerlijk en duidelijk over de grenzen van het speelveld. Als er wettelijke kaders of spelregels zijn waar jij en of de cliënt aan gebonden zijn, wees daar dan eerlijk en duidelijk over. En ga binnen die kaders het gesprek aan. Kijk of er common ground te vinden is. Zo niet, bied dan op een zorgzame manier aan om stil te staan bij de gevolgen van ‘uit het kader stappen’.

 

  1. Wees een bemiddelaar. Soms helpt het om de bepalende of sturende instantie buiten je zelf te plaatsen. Je kunt letterlijk wijzen naar een stoel of plek in de ruimte en zeggen: ‘de gemeente verwacht van jou dat…. En ik (als neutrale bemiddelaar) denk graag met je mee om een weg te vinden die voor jou werkt.’

 

  1. Wees bereid een uitstapje te maken. Soms willen mensen wel graag iets bespreken, maar niet iets wat binnen jouw opdracht valt. Door daar (binnen grenzen) toch wat aandacht aan te geven bouw je credits op. Daarna wordt het een stuk makkelijker om het gesprek te gidsen richting dat wat jij als het kernprobleem ziet.

 

  1. Gun de autonomie die er is, al is-ie nog zo klein. Bied bijvoorbeeld enkele opties. Bied ruimte in de manier Gun iemand een beetje bedenktijd. Ga niet voor perfectie, maar voor goed-genoeg.

 

  1. Als iemand klaagt over anderen: maak het intern. Soms willen cliënten wel van alles veranderen, maar niet zichzelf. Dat kan jullie beiden een machteloos gevoel geven omdat die lastige ander niet aanwezig is en waarschijnlijk ook niet zo makkelijk te veranderen. Dan helpt het als je het probleem ‘intern’ maakt. Dit doe je door eerst tip 4 hierboven toe te passen en daarna vragen te stellen zoals: Op welke manier heb jij hier precies last van? Wat gebeurt er dan bij jou (van binnen)? Hoe reageer jij daar dan op? Hoe hindert dit jou in je welzijn of functioneren? Zodra één van deze vragen écht beantwoord is, is het probleem intern en kun je iemand veel makkelijker coachen…

Tot zover de tips!

Iemand die ongeveer hetzelfde zegt als hierboven, maar met veel minder woorden is Helen Mentha in haar mooie gedicht:

Be someone good to talk to

If you offer appointments,

be someone worth going to see.

If you do home visits,

be someone you would want to let in the house.

If you see mandated clients, be a relief.

 

Kortom: wees een opluchting!

Wil je meer weten over motiverende gespreksvoering of oplossingsgericht coachen? Klik op de link!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please like or share!

Heb jij aanvullende tips m.b.t. motiveren in een gedwongen kader? Laat het weten in een comment hieronder!

 

 

Vannacht – ik lag toch wakker – las ik het nieuwe boek van Rutger Bregman uit: ‘De meeste mensen deugen’. Laat ik beginnen met de loftrompet te blazen voor het vijfde boek van deze jonge historicus (hij is 31). Het is lang geleden dat ik weer eens zo gegrepen was door een non-fictie boek. Omdat Bregman je meeneemt bij zijn eigen ontdekkingstocht leest het als een avonturenroman. Bovendien weet hij moeiteloos inzichten te verbinden uit de psychologie, biologie, antropologie, archeologie en economie. En het mooiste is: daar komt een mensbeeld uit naar voren dat wat mij betreft realistisch is en tegelijk zeer hoopgevend. En een beetje hoop kunnen we best gebruiken!

Natuurlijk is er ook kritiek op zijn boek

Dat is ook te verwachten als iemand de moed heeft om een aanname ter discussie te stellen die onder zo’n beetje alles ligt wat we doen. Die aanname kun je samenvatten als: ‘de meeste mensen deugen niet’. En daarom moeten we blijkbaar alles voorkauwen, bureaucratiseren en controleren. Helaas leidt dit er ook toe dat de creativiteit, de intrinsieke motivatie en de levenslust soms ver te zoeken zijn. Bregman citeert een OESO onderzoek dat stelt dat Nederlandse leerlingen het minst gemotiveerd zijn van alle onderzochte landen. Best zorgelijk en waarschijnlijk ook herkenbaar voor veel docenten. Over de kritiek: ik heb er drie tot mij genomen en weet je wat me opviel? Alle drie de auteurs hadden duidelijk zijn boek niet gelezen, hooguit de proloog. Tsja, dat is wel een beetje makkelijk.

En wat is dan die ontdekkingstocht van Bregman?

Je hebt vast weleens gehoord van bekende psychologische onderzoeken, zoals het Stanford Prison experiment, de elektrische schokken van Stanley Milgram en het Bystander effect n.a.v. de moord op Catherine Genovese. Welnu, al die onderzoeken zijn door kritische wetenschappers opnieuw onder de loep genomen en Bregman neemt je mee naar wat daar werkelijk gebeurde. Het Prison Experiment blijkt meer weg te hebben van een geënsceneerd toneelstuk. Bij de schokken-machine geloofde meer dan de helft van de proefpersonen niet dat de schokken echt waren. Catherine Genovese kreeg wel degelijk moedige hulp van een buurvrouw, zij het te laat. En onderzoek van de Deense sociaal psychologe Lindegaard n.a.v. beveiligingscamera’s in grote wereldsteden laat zien dat in 90% van de gevallen mensen elkaar juist wel helpen! Misschien zag dat er ongeveer zo uit:

The lord of the flies, maar dan in het echt…

Helemaal smullen wordt het als Bregman beschrijft hoe hij een echte ‘Lord of the Flies’ op het spoor komt. In dit beroemde, fictieve boek spoelen een aantal jongens aan op een onbewoond eiland… En veranderen uiteindelijk in wilde dieren… aldus de korte versie. Bregman vraagt zicht echter af of zo iets misschien ooit in het echt gebeurd is en neemt je mee op zijn zoektocht. Uiteindelijk ontmoet hij in Brisbane de heren op leeftijd Mano Totau en Peter Warner. Mano Totau was één van de zes jongens die in 1965 met een gestolen vissersboot aanspoelden op het eiland ‘Ata in de Stille Oceaan en Peter Warner was de man die hen 14 maanden later aantrof in goede gezondheid en samenlevend in volmaakte harmonie. Het verhaal leest als een sprookje en Bregman zegt hierover: het werkelijke verhaal zou te zoet zijn voor Hollywood.

Klopt ons mensbeeld nog wel?

Het zijn onder andere dit soort onderzoeken en verhalen die ons mensbeeld hebben gevormd. Oh ja en het nieuws natuurlijk, dat we dagelijks krijgen voorgeschoteld en dat alles behalve representatief is voor het dagelijkse leven van de mensheid als geheel. En dan heb ik het nog niet eens over het ‘Filter-bubbel-effect’ waarbij we door de algoritme’s van sociale media voortdurend worden bevestigd in ons eigen gelijk. Zo vind jij het vast óók moeilijk om te geloven dat de wereld nog nooit zo veilig is geweest als nu. Toch laten cijfers zien dat dit het geval is. Uit Bregman’s boek komt dan ook een heel ander mensbeeld naar voren dan waar velen van ons in geloven, namelijk dat van een door en door sociaal en intrinsiek gemotiveerd dier dat waarschijnlijk het resultaat is van de ‘Survival of the friendliest’.

Voor de helderheid: dit is niet een verzinsel van Bregman. Zowel de psychologie, de biologie als de archeologie ontwikkelden de laatste decennia steeds meer consensus in de richting van dit hoopgevende mensbeeld en weten dit ook nog te onderbouwen. Bregman schuwt trouwens ook de moeilijke onderwerpen niet, zoals oorlog, corruptie, racisme en terrorisme. En ook daar blijkt de realiteit vaak anders dan je zou verwachten. Zo blijkt de gemiddelde soldaat het erg moeilijk te vinden om een tegenstander neer te schieten. Kortom: het lijkt erop dat ons mensbeeld aan een update toe is: waarschijnlijk deugen de meeste mensen. Helaas haalt dat zelden de media, want goed nieuws verkoopt niet. En ja, soms doen mensen ook dingen die niet deugen en die krijgen helaas heel veel podium. Best gevaarlijk, trouwens, want het brengt mensen die daar vatbaar voor zijn nogal eens op slechte ideeën.

Vraag niet of het waar is, maar vraag wat het gevolg is van je aanname

Hoe overtuigend het boek van Bregman ook is, uiteindelijk is heel moeilijk te bewijzen of de mens nu deugt of niet. Voor beide stellingen zul je bewijs vinden en het is dus ook heel lastig om iemand die er anders over denkt dan jij, van het tegendeel te overtuigen. Er bestaat echter ook zo iets als het Placebo-effect en – het omgekeerde hiervan – het Nocebo effect. De dingen worden vaak waar, juist omdat we ze geloven. Verwant hieraan is de Self-fulfilling prophecy: als iedereen gelooft dat een bank zal omvallen en daarom zijn geld opneemt… Ook deze effecten onderbouwt Bregman met fascinerende verhalen. Dus wat staat ons te doen als we willen dat mensen deugen? Het antwoord is simpel en heeft desondanks nogal grote implicaties als we het echt serieus zouden nemen. Het antwoord luidt: mensen behandelen alsof ze deugen.

Wat gebeurt er als je mensen behandelt alsof ze deugen?

Ach, dit heeft alleen maar implicaties voor hoe je de maatschappij, hoe je bedrijven en hoe je scholen effectief en menswaardig inricht…

Maar weet je, ik ben geen politicus noch organisatie- of onderwijsadviseur. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ blijft een mooi gezegde. Ik weet echter wel iets over coachende gespreksvoering. En ook daar speelt ons mensbeeld een belangrijke rol. Ook hier is het de vraag hoe we naar de intenties én de competenties van de coachee kijken. In literatuur en trainingen over Motiverende gespreksvoering wordt vaak Goethe geciteerd:

Als je iemand behandelt zoals hij is, zal hij blijven zoals hij is, maar als je hem behandelt alsof hij is wat hij zou moeten en kunnen zijn, zal hij worden wat hij zal moeten en kunnen zijn’.

En in Oplossingsgerichte gespreksvoering wordt vaak geadviseerd om de perceptie (de eigen waarheid) van de ander te respecteren en om bij negatief gedrag een gesprek te beginnen met: ‘Je hebt vast goede redenen om…’ Het is dan ook mooi om te zien dat onder deze methoden duidelijk de aanname te vinden is die de titel is van Bregman’s boek: De meest mensen deugen. Om dit abstracte gegeven iets concreter te maken heb ik drie adviezen voor elke coachende professional. Ze zijn niet nieuw, maar krijgen in het kader van Bregman’s boek wel een geheel nieuwe lading. Ze zijn ook niet per se waar, maar ik durf te stellen dat ze wel een groot verschil maken voor hoe mensen zich bejegend voelen en hoe zij zich vervolgens gaan gedragen. En pas als echt het tegendeel blijkt is het raadzaam om je aanname te herzien. Maar in elk geval weet je dan zeker dat jij dit gedrag niet zelf hebt opgeroepen…

Hier komen ze:

1. Ga ervan uit dat die ander de waarheid spreekt, al is het zijn of haar eigen waarheid.

2. Ga ervan uit dat de ander positieve intenties heeft

3. Ga ervan uit dat de ander competent is

Conclusie

Wat is nu mijn conclusie over het boek van Bregman? Is het een must read? Nou, als je dagelijks met mensen werkt (kinderen of volwassenen) en dus ook – bewust of onbewust – je beslissingen baseert op de intenties die je die mensen toedicht, dan zeg ik: wees ondeugend, leg onmiddelijk je werk neer en loop nu naar de boekwinkel of bestel hem hier.

PS: Vond je deze blog lezenswaardig? Wil je ook hoop en optimisme verspreiden? Deel dan ajb deze blog in je netwerk of plaats een comment!