Stip aan de horizon

Vraag een gemiddelde coachee wat hij wil bereiken en hij zal je vertellen wat hij niet meer wil: Geen ruzies meer, niet meer zo moe zijn, geen stress meer, nooit meer die pijn ervaren…

Blijkbaar weten mensen vaak beter waar ze vanaf willen dan waar ze naar toe willen. Op zich is dit heel begrijpelijk. Ze hebben iets meegemaakt dat onprettig, pijnlijk of zelfs bedreigend was en ze weten één ding zeker: ‘dat nooit meer!’

Helaas is het niet erg helpend om alleen te weten waar je vanaf wilt. Dat is immers net zo iets als aan een ober vertellen wat je niet lust of aan een taxi-chauffeur vertellen dat je weg wilt van het vliegveld… Een van de taken van een coach is dus coachees helpen formuleren waar ze naar toe willen. Dit lijkt een open deur, maar toch is het dat niet. Ook coachende professionals vinden het m.i. soms lastig om te horen waar een coachee naar toe wil.

Die droombaan kan ik niet bieden, dus vraag ik er niet naar…

Ik merk dit bijvoorbeeld vaak bij uitkeringsconsulenten, want wat als iemand over zijn droombaan vertelt… Die kan ik hem waarschijnlijk niet bieden, zo denkt de consulent. Dat is wachten op een teleurstelling en dan heb ik het gedaan… Beter vraag ik hier niet naar! Ook deze denkwijze is heel begrijpelijk, maar wel jammer.

Want stel nu dat je de droombaan niet ziet als eindstation, maar als globale richting waarin de coachee zich blijkbaar graag wil ontwikkelen? Of het haalbaar is kunnen we op voorhand niet zeggen, maar waar je wel op kunt rekenen is dat hier de motivatie van de coachee verstopt zit.

Zelf begeleidde ik ooit een jongeman met een lichte verstandelijke beperking en een justitieel verleden die heel graag een eigen boerderij wilde, liefst in Duitsland. Ik wist ook dat hij schulden had, dus voorlopig zat een eigen boerderij er niet in. Toch vroeg ik door op zijn wens. Toen ik bijvoorbeeld vroeg wat hem daar zo mooi aan leek, begon hij te vertellen. Enkele jaren daarvoor had hij al werkend een zomervakantie doorgebracht op een boerderij in Duitsland en hij had het daar fantastisch naar zijn zin gehad. Hij had er hard gewerkt, kreeg veel waardering, werd zelfs verliefd en vond het heerlijk om buiten te zijn en met planten bezig te zijn. Oké er waren nog wat gesprekken nodig, maar uiteindelijk werd deze jongeman heel gelukkig met een baan bij de plantsoenendienst.

We hoeven niet bij de poolster uit te komen…

Het is dus belangrijk om te beseffen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor het al of niet waarmaken van de droom van de coachee. Waar we de coachee wel bij kunnen helpen is om opnieuw richting te vinden in zijn of haar leven en een stip aan de horizon is daarbij heel behulpzaam. De wijze zen-meester Thich Nhat Hanh gebruikt hiervoor vaak een mooie metafoor: Als iemand ’s nachts verdwaald is in een donker bos, dan kan de Poolster hem helpen zich te oriënteren en de weg te vinden. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling om uit te komen bij de poolster zelf…

Dit brengt ons ook op het thema ‘perfectionisme’. Als mensen nadenken over hoe ze hun leven willen vormgeven, dan komt daar – ongemerkt – nog wel eens een bepaalde mate van perfectionisme bij kijken. Stel een single vrouw van 30 heeft als stip aan de horizon: ‘dan woon ik in een schattig, klein boerderijtje in de buurt van Amsterdam met een leuke man, twee kinderen en een hond’.

Het is haar goed recht om hier van te dromen, maar we weten ook dat dit plaatje niet voor iedereen is weggelegd. Een vraag die je hier zou kunnen stellen is: ‘Wow, dat is een mooi doel… En ik hoop van harte dat dat jou gegund is… En waar ik nieuwsgierig naar ben: Wanneer zou het voor jou misschien nog niet het perfecte plaatje, maar wel al goed genoeg zijn? Nu blijkt misschien dat een relatie met een leuke man al een flinke stap in de goede richting zou zijn… Of wat meer buiten wonen… Of zwanger worden… Of een hond… Kortom: vier subdoelen die ieder een nogal verschillende strategie vragen.

Als je doet wat je altijd deed…

In eerdere blogs behandelde ik al de beroemde wondervraag en 10 varianten hierop, dus dat ga ik hier niet overdoen. Wat hier wel meerwaarde heeft is hoe je doorvraagt op het antwoord van je coachee. Anders gezegd: hoe kom je samen tot een werkbaar doel, waarvan de kans groot is dat de coachee er daadwerkelijk naar zal gaan handelen. Zodat-ie niet krijgt, wat-ie altijd kreeg door te doen wat-ie altijd al deed… Integendeel: we willen dat de coachee – desnoods met hele kleine stappen – nieuw gedrag gaat vertonen en dus ook nieuwe resultaten zal gaan krijgen.

Nadat je de Wondervraag of een andere ‘gewenste toekomst-vraag’ hebt gesteld, vraag je net zo lang door tot je een antwoord krijgt in positieve gedragstermen die binnen de eigen controle van de coachee liggen. We kennen allemaal de doel-criteria van SMART, maar persoonlijk vind ik 5 criteria te veel om tijdens een gesprek in mijn achterhoofd te houden.

PoBinToe!

Zelf gebruik ik liever: PoBinToe, ontleend aan NLP en vereenvoudigd tot wat voor mij de essentie is. PoBinToe staat voor: Positief geformuleerd, Binnen de eigen controle en Toetsbaar. Hieronder zie je enkele voorbeelden waarbij de coach helpt om betere doelen te stellen:

1. Positief geformuleerd:
Coachee: dan heb ik geen stress meer.
Coach: Geen stress, ok en wat is daar dan voor id plaats?
Coachee: Dan ervaar ik rust.

2. Binnen eigen controle:
Coachee: dan is mijn partner zorgzaam.
Coach: dat klinkt fijn en wat kan jij dan anders doen?
Coachee: dan durf ik beter te vragen ik wat ik nodig heb.

3. Toetsbaar:
Coachee: dan voel ik me fitter.
Coach: dat is mooi… en wat zie ik jou dan anders doen?
Coachee: Ja, dan fiets ik weer met plezier naar mijn werk.

Wat ook helpt: de wonderschaal

Met de zogenaamde ‘wonderschaal’ kun je heel gemakkelijk de route naar het wonder in kaart brengen. Nadat je de wondervraag hebt gesteld kun je het zojuist omschreven wonder een ‘10’ geven. Het probleem op zijn ergst krijgt een 0… Nu heb je een schaal en kun je de volgende vragen stellen:

• Stel het wordt geen 10… Welk cijfer zou voor jou ‘goed genoeg’ zijn? Hoe ziet dat er uit?
• Waar sta je nu op deze schaal?
• Oké, een 4… Wat zit er allemaal in die 0 tot 4? (M.a.w.: wat lukt er al?)
• Wanneer zat je al eens hoger dan een 4? Hoe deed je dat?
• Hoe ziet een 5 eruit?
• Op welke ideeën brengt dit je?
• Welke kleine stap zal jou dichter bij je doel brengen?
• Waaraan zul je als eerste merken dat je vooruitgaat?

En tenslotte

Onderweg naar het doel speelt optimisme en een gezonde dosis zelfvertrouwen natuurlijk ook een doel. Een van de taken van de coach is m.i. het aanwakkeren van zelfvertrouwen en het behouden van hoop en optimisme. Gelukkig is oplossingsgerichte gespreksvoering daar heel geschikt voor. Een simpele manier om te zorgen dat coachees een eerste stap zetten is het verkleinen hiervan. Kleine stappen vragen weinig vertrouwen, grote stappen vragen veel vertrouwen.

En soms… soms kan de stap niet kleiner dan die nu eenmaal is. Niemand kan immers een klein beetje ontslag nemen, emigreren, of zwanger worden. In dat soort gevallen geldt soms het adagium:

‘Jump and grow your wings on the way down!’

Ik wens je veel succes met het zetten van stippen aan horizonnen!

Vond je deze blog nuttig? Please share!
Heb je aanvullingen of een andere visie? Please comment!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *