Tag Archief van: Motiveren

Ken je dat moment? Dat je ‘s avonds eindelijk even vrij hebt en je afvraagt: zal ik nu gaan voor entertainment of voor groei?
Kies ik voor Netflix of voor een boek? Wil ik vermaakt worden of iets nieuws leren?

Er zijn zo ongelofelijk veel mogelijkheden tegenwoordig… je zou er bijna keuzestress van krijgen!

Zelf heb ik dat regelmatig. Ik houd er van om nieuwe dingen te leren, maar een beetje entertainment na een intensieve werkdag? Heerlijk!
Natuurlijk valt voor beide keuzes iets te zeggen, maar waarom zou je kiezen als je beide kunt hebben?

Een tijdje terug tipte gewaardeerd collega Koos Wolcken mij via LinkedIn het boek Positive Psychology at the movies.(Affiliate link)

Ik kocht het boek meteen en wat ben ik er blij mee! In dat boek staan namelijk voor alle 24 VIA Character strengths (universele sterke kanten) meerdere films genoemd waarin die sterke kant heel duidelijk naar voren komt.

Humor? Kijk naar Patch Adams.
Rechtvaardigheid? Erin Brockovich.
Dankbaarheid? Groundhog Day.
Teamwork? As it is in heaven.
Moed? Les intouchables.

En als je dan zo’n film kijkt: Let eens op wat je raakt. Welke sterke kanten je herkent. Wat je verder zou willen ontwikkelen.

Het toffe is dat je op deze manier ZELF bepaalt wat je in je geest stopt i.p.v. het Netflix algoritme…

Geen tijd voor een hele speelfilm? Kijk dan eens naar een short movie zoals The butterfly circus. (Duur: 20 minuten, staat op Youtube)

In onze trainingen zoeken we trouwen ook vaak die combi: leren terwijl je lol hebt. Dat is waarom we onze trainingen altijd zo breinvriendelijk mogelijk proberen vorm te geven.

Online trainingen

Ben jij docent of trainer? Wil je mensen ook laten leren terwijl ze lol hebben? Misschien is de online training Breinvriendelijk trainen dan iets voor jou. Je ontdekt daarin alle geheimen waarmee ik tijdens de lockdowns zelfs online mensen hele dagen wist te boeien en bij de les wist te houden…

Maandagse maak de wereld mooier mails

Wil je soortgelijke content als hierboven wekelijks in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in en ontvang iedere maandag een kraak-verse ‘Maandagse maak de wereld mooier mail’ in je inbox. Deze unieke nieuwsbrief wordt door > 5000 mensen gelezen. Zo krijg je elke maandag een dosis nieuwe inspiratie met soms bemoedigende woorden, soms iets prikkelends en vaak iets vermakelijks. En telkens weer is het doel om jou nog veerkrachtiger en effectiever te maken als coachende professional (M/V/NB).

Tijdens trainingen in motiverende of oplossingsgerichte gespreksvoering krijg ik vaak deze vraag:

‘OK, mooie methode hoor, maar werkt het ook bij gestuurde cliënten?’

Ik hoor dit o.a. op scholen, bij sociale diensten en bij de reclassering. Vaak wordt de vraag zo uitgesproken dat de persoon zelf het antwoord al lijkt te weten: ‘waarschijnlijk niet, hè!’

En ik snap dat heel goed, want ooit had ik die vraag zelf ook. Een antwoord dat ik ooit kreeg van Arnoud Huijbers en dat mij verraste was een tegenvraag: ‘Hoe zou het zijn als je die persoon behandelt alsof hij vrijwillig bij je is?’ En inderdaad maakte dat een groot verschil, zowel in mijn eigen beleving als in de (reclasserings)praktijk.

Onlangs nam ik een Podcast op met Patrice Meerbeek. Zij is ambulant behandelaar bij de Jellinek en werkt met mensen die kampen met verslaving en psychiatrische klachten. Je zult begrijpen dat ook haar cliënten niet altijd vrijwillig komen. Net als ik werkt ze graag met o.a. Motiverende gespreksvoering en ACT.

Op basis van mijn eigen ervaring bij de reclassering en het gesprek met Patrice heb ik 10 tips op een rij gezet die je kunnen helpen als je in een (semi-)gedwongen kader werkt en de opdracht hebt om mensen te motiveren.

Hier komen ze:

  1. Investeer in de relatie. Dit lijkt een open deur, maar zonder een relatie waarin een beetje vertrouwen is over en weer en de bereidheid om naar elkaar te luisteren kun je niks. En ja, hierin moeten wij  het goede voorbeeld geven en dus beginnen met luisteren en vertrouwen geven.

 

  1. Neem de tijd en heb echte aandacht. Niemand wil een gesprekspartner die steeds op het horloge kijkt. En als je echt heel weinig tijd hebt, wees daar dan eerlijk over en geef dan aandacht binnen de tijd die je hebt.

 

  1. Toon waardering. Er is ALTIJD iets te vinden dat je kunt waarderen, al is het maar dat de persoon ondanks tegenzin toch gekomen is. Of dat zij eerlijk zegt wat haar dwars zit. Of dat hij hele leuke schoenen heeft.

 

  1. Toon empathie en begrip. Soms moet je streng zijn of slecht nieuws brengen. Wees dan helder over het slechte nieuws en toon tegelijkertijd begrip voor de emoties die dit oproept. Geef de ander de ruimte om het hart te luchten en luister actief (of beter nog: luister reflectief). Denk mee indien mogelijk. Besef ook dat niemand het alleenrecht op ‘de waarheid’ heeft, dus respecteer zo goed als je kunt het wereldbeeld van de ander.

 

  1. Ga naast de ander staan. Dit kun je letterlijk opvatten in de zin dat je beter niet recht tegenover elkaar kunt gaan zitten. Maar ook figuurlijk: durf te zeggen ‘als ik in jouw schoenen stond zou ik waarschijnlijk ook […..] vinden / voelen / ervaren.’ Eigenlijk zeg je: je mag hier mens zijn.

 

  1. Wees eerlijk en duidelijk over de grenzen van het speelveld. Als er wettelijke kaders of spelregels zijn waar jij en of de cliënt aan gebonden zijn, wees daar dan eerlijk en duidelijk over. En ga binnen die kaders het gesprek aan. Kijk of er common ground te vinden is. Zo niet, bied dan op een zorgzame manier aan om stil te staan bij de gevolgen van ‘uit het kader stappen’.

 

  1. Wees een bemiddelaar. Soms helpt het om de bepalende of sturende instantie buiten je zelf te plaatsen. Je kunt letterlijk wijzen naar een stoel of plek in de ruimte en zeggen: ‘de gemeente verwacht van jou dat…. En ik (als neutrale bemiddelaar) denk graag met je mee om een weg te vinden die voor jou werkt.’

 

  1. Wees bereid een uitstapje te maken. Soms willen mensen wel graag iets bespreken, maar niet iets wat binnen jouw opdracht valt. Door daar (binnen grenzen) toch wat aandacht aan te geven bouw je credits op. Daarna wordt het een stuk makkelijker om het gesprek te gidsen richting dat wat jij als het kernprobleem ziet.

 

  1. Gun de autonomie die er is, al is-ie nog zo klein. Bied bijvoorbeeld enkele opties. Bied ruimte in de manier Gun iemand een beetje bedenktijd. Ga niet voor perfectie, maar voor goed-genoeg.

 

  1. Als iemand klaagt over anderen: maak het intern. Soms willen cliënten wel van alles veranderen, maar niet zichzelf. Dat kan jullie beiden een machteloos gevoel geven omdat die lastige ander niet aanwezig is en waarschijnlijk ook niet zo makkelijk te veranderen. Dan helpt het als je het probleem ‘intern’ maakt. Dit doe je door eerst tip 4 hierboven toe te passen en daarna vragen te stellen zoals: Op welke manier heb jij hier precies last van? Wat gebeurt er dan bij jou (van binnen)? Hoe reageer jij daar dan op? Hoe hindert dit jou in je welzijn of functioneren? Zodra één van deze vragen écht beantwoord is, is het probleem intern en kun je iemand veel makkelijker coachen…

Tot zover de tips!

Iemand die ongeveer hetzelfde zegt als hierboven, maar met veel minder woorden is Helen Mentha in haar mooie gedicht:

Be someone good to talk to

If you offer appointments,

be someone worth going to see.

If you do home visits,

be someone you would want to let in the house.

If you see mandated clients, be a relief.

 

Kortom: wees een opluchting!

Wil je meer weten over motiverende gespreksvoering of oplossingsgericht coachen? Klik op de link!

Vond je deze blog leuk of nuttig? Please like or share!

Heb jij aanvullende tips m.b.t. motiveren in een gedwongen kader? Laat het weten in een comment hieronder!

 

 

Omdat ik zowel training geef in motiverende gespreksvoering, als in oplossingsgericht coachen krijg ik vaak de vraag wat nu precies de verschillen zijn tussen beide methoden. Beoefenaars van de ene ‘school’ weten vaak weinig van de andere. Ook kom ik veel vooroordelen tegen die de andere school geen recht doen. Laatst vroeg ik een Amerikaanse ‘goeroe’ op het gebied van Motiverende gespreksvoering tijdens een workshop wat hij vond van de Oplossingsgerichte benadering. Helaas bleek uit zijn antwoord dat hij de andere methode niet volledig op waarde wist te schatten. En ook andersom heb ik dat weleens meegemaakt.

Hoogste tijd dus voor een blog over deze twee fantastische methodes. Eerst zal ik stilstaan bij enkele overeenkomsten die ik denk te zien, vervolgens bij enkele verschillen en tenslotte zal ik hardop dromen over de wenselijkheid van integratie tussen beide methoden.

Voor het geval je je afvraagt of ik zelf een voorkeur heb: het is voor mij net als bij mijn twee kinderen. Ze zijn deels hetzelfde en deels verschillend. Ieder heeft zijn eigen charmes. Maar vraag me niet om te kiezen voor één van beide!

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer).

Overeenkomsten tussen MI en SF

Beide methoden zijn ruim 30 jaar oud en dus inmiddels echt volwassen. Dat blijkt ook uit onderzoek: voor beide methoden bestaat het nodige bewijs dat ze effectief zijn bij het praten met mensen over verandering. En bij beide is vervolgonderzoek wenselijk en dat gebeurt ook.

Beide methoden zijn springlevend en ontwikkelen zich voortdurend verder op basis van onderzoek, praktijkervaringen, kennis-deling op het werk, in literatuur en op congressen. Bij beide methoden zie je vaak dat beoefenaars er een beetje verliefd op worden, onder andere omdat er zo’n mooi mensbeeld onder ligt. Dat mensbeeld komt grotendeels overeen met dat van de humanistische en tegenwoordig positieve psychologie: ieder mens beschikt over kracht en wijsheid en is – onder de juiste omstandigheden – geneigd om zichzelf te ontwikkelen in de richting van een gezond, liefdevol en betekenisvol leven.

Beide methoden zijn in een specifieke, Amerikaanse context ontstaan (hierover meer bij de verschillen) en hebben zich sindsdien als een olievlek over de wereld én over diverse contexten verspreid. Beide zijn sterk in opkomst in het onderwijs – waar steeds meer op een coachende manier wordt lesgegeven.

Beide methoden staan erom bekend dat ze ‘prettig zijn in het gebruik’. Dat wil zeggen dat het toepassen ervan de coach of hulpverlener veel voldoening geeft. Ook de cliënten die het ‘ondergaan’ zijn vaak aangenaam verrast in de zin dat zij als mens voor vol worden aangezien en in zichzelf hernieuwde levenslust, energie, inspiratie, kracht, creativiteit en wijsheid vinden. Tsja, wie wil dat niet?

Beide methoden zijn toekomstgericht en kennen een heldere focus: waar werken we naar toe? Wat is de gewenste verandering? Er wordt in principe niet ‘gegraven in het verleden’ vanuit de vraag: waar is het misgegaan? Het verleden wordt vooral gezien als een rijke bron van leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven van je cliënt. De vraag is niet: wat ontbreekt er? Er wordt gekeken naar: wat is er al? Hierdoor duren de trajecten relatief kort, doorgaans variërend van 1 tot 8 gesprekken, zelden langer. Beide hebben zelfs hun waarde bewezen in hele korte gesprekjes (5 – 10 minuten).

Door de actieve luisterhouding, de waarderende, niet-oordelende blik, het serieus nemen van de ander, het zoeken van samenwerking en het ondersteunen van de autonomie ontstaat er een bijzondere, warme sfeer in gesprekken. Ook kiezen beide methodes voor een houding van niet-weten in plaats van die van een expert. Hierdoor zie je vaak dat eventuele ‘weerstand’ van de cliënt al snel afneemt en omslaat in een bereidheid tot samenwerking en zelfonderzoek.

Beide methoden zijn ‘simple but not easy’. Dit komt onder andere doordat veel mensen oude en ineffectieve reflexen bij zichzelf moeten gaan herkennen en stap voor stap vervangen door andere, effectievere reflexen. Ja, tijdens een driedaagse training kun je prima de basis aanleren en daarna zullen je gesprekken waarschijnlijk een andere kwaliteit en dynamiek krijgen. Uitgeleerd zul je echter niet snel zijn. Ik houd me met beide methoden langer dan 10 jaar bezig en leer nog dagelijks bij.

Tenslotte kenmerken beide ‘conversatiestijlen’ zich door de nadruk op het ontlokken van specifieke taal. En dat is meteen een mooie brug naar de verschillen.

Verschillen tussen MI en SF

In het geval van MI ben je als beoefenaar op zoek naar ‘change-talk’ oftewel verandertaal. Hiermee wordt bedoeld: alles wat de cliënt zegt dat vóór verandering pleit of tegen de huidige status quo. Een belangrijk deel van de verandertaal gaat over ‘het waarom’ van verandering. In het geval van SF ben je op zoek naar ‘solution-talk’ oftewel oplossingstaal. Dit zijn uitingen van de cliënt die gaan over: mogelijkheden, oplossingen, successen uit het verleden, kleine stapjes in de goede richting. Een belangrijk deel van de oplossingstaal gaat over ‘het hoe’ van verandering.

Zoals gezegd zijn beide methoden ontstaan in een heel verschillende context. Dit is interessant omdat dat volgens mij iets zegt over ‘het ideale toepassingsgebied’. Ik geloof namelijk in ‘de juiste tool voor de juiste klus’. Een hamer is bedoeld om een spijker in hout te slaan. Kun je ook een schroef in hout slaan? Natuurlijk kan dat, maar met een schroevendraaier gaat het een stuk makkelijker en effectiever.

SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. Je kunt je vast voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot het beschuldigen van elkander: ‘Waarom wij zo veel problemen hebben? Dat komt doordat papa drinkt, omdat mama zeurt, omdat de kinderen lastig zijn, omdat papa te weinig geld verdient…’ Niet erg effectief dus. De grondleggers van SF, Insoo Kim Berg en Steve de Shazer, ontdekten dat een gezin het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over positieve doelen, wat er al werkt, creatieve oplossingen en kleine stapjes in de goede richting. Als je mij nu vraagt waar SF het best op haar plaats is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties.

MI is ontstaan in de behandeling van alcoholverslaafden en ontwikkeld door Bill Miller en Steve Rollnick. Omdat dat effectief bleek, verspreidde het zich naar andere vormen van verslaving, zoals soft- en harddrugs, gokverslaving, etc. Vandaar was het een kleine stap naar het bevorderen van een gezonde leefstijl en naar zaken als behandeltrouw (medicijn-inname, meewerken aan een therapie, etc.). En inmiddels wordt MGV met succes ingezet op zo’n beetje alle gebieden waar motivatie en gedragsverandering een rol speelt, met name wanneer dat gedrag ongezond, risicovol, ineffectief, onproductief of ronduit gevaarlijk is.

Als je me dus vraagt waar MI op haar best is, dan denk ik aan: ‘gewoontegedrag waar men ambivalent over is’. Want of het nu gaat over het gebruiken van drugs, ongezond eten of het niet opzetten van je helm op een bouwplaats: al deze gedragingen leveren op korte termijn een zeker plezier of gemak op, terwijl je er op de lange termijn een prijs voor betaalt. Zie daar het grote dilemma van de mens: kies ik voor ‘snel geluk’ of voor ‘duurzaam geluk’. MI is als geen andere methode toegerust om mensen te helpen een bewuste keuze te maken in dit ‘duivelse dilemma’.

Een interessant verschil tenslotte is hoe beide modellen omgaan met ‘confrontatie’. Je kunt je vast voorstellen dat bij verslaving (en ander gewoontegedrag) er iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Dit is in feite een vorm van zelfconfrontatie en werkt al volgt. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen doelen en waarden wordt hij zich bewust van het pijnlijke contrast tussen ‘wat ik zou willen doen’ en ‘wat ik feitelijk doe’. Hierdoor ontstaat vaak een diep verlangen naar verandering. Als vervolgens het vertrouwen toeneemt en de gewenste verandering steeds meer als haalbaar wordt gezien, dan zie je dat mensen langzaam maar zeker stappen gaan zetten richting verandering.

Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak en vaak meer kwaad doet dan goed. Een SF-beoefenaar werkt allereerst aan een co-creatie relatie, gaat vervolgens op zoek naar een ‘stip aan de horizon’ en kijkt vervolgens met ‘een roze microscoop’ heel gedetailleerd naar alle hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst: wat werkt er al en wat zou er kunnen werken. De oplossingen komen daarbij niet van de coachende professional, maar van de cliënt zelf. Tegenwoordig wordt oplossingsgerichte gespreksvoering (met als aanvoerder Coert Visser) ook wel ‘progressiegericht’ genoemd en inderdaad dekt dat beter de lading.

Als ik nu het verschil tussen MI en SF tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst: willen of kunnen? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kunt, voordat je het durft te willen. Mijn overtuiging is dat beide aspecten noodzakelijk zijn en dat je nooit te lang in één van beide gebieden moet blijven hangen. Ook kun je per cliënt bekijken waar het meest behoefte aan is: aan motivatie of aan vertrouwen in eigen kunnen (zelf-effectiviteit). In het eerste geval zou ik zeggen: werk aan willen; in het tweede geval: werk aan kunnen.

Wat kunnen beide methoden van elkaar leren?

Ik ken geen methode waarbij de gespreksvaardigheden zo tot op micro-niveau zijn uitgewerkt én onderzocht als MI. Met name de vaardigheid van het ‘reflectief luisteren’ is bijzonder waardevol en voor veel mensen bepaald niet gemakkelijk om te leren. De ontvanger van deze manier van luisteren voelt zich vaak op diep niveau begrepen. In dit blog lees je meer over deze actieve, empathische en aandachtige manier van luisteren. Oplossingsgericht werkenden stellen vaak prachtige, out-of-the-box vragen die de cliënt in contact brengen met diens eigen kracht, creativiteit en wijsheid. Echter in het zoeken naar de ultieme vraag zou zo iemand wel eens door kunnen schieten en vergeten om echt met aandacht en empathie te luisteren.

Andersom zijn MI-beoefenaars er een kei in om het verlangen naar verandering aan te wakkeren. Als dit echter niet gepaard gaat met toegenomen vertrouwen dan is wat je aan het doen bent in feite ‘wreed’, zo zeggen ook grondleggers Miller en Rollnick zelf. Nu besteed ook MI wel aandacht aan het vergroten van vertrouwen in eigen kunnen, maar hierin zijn SF-beoefenaars werkelijk virtuoos, onder andere omdat zij zo heel gedetailleerd doorvragen naar alle kleine, hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst en hierbij niet snel zullen opgeven. Hier lees je meer over oplossingsgericht werken en denken.

Kortom: neem eens een kijkje in de keuken van de ander, zodat je nog beter wordt in datgene waar het uiteindelijk om gaat: effectieve gesprekken voeren over verandering met mensen die lijden. In mijn eigen trainingen en coachgesprekken merk ik dat beide methoden steeds meer door elkaar gaan lopen. Soms ook krijg ik opdrachten zoals in het onderwijs of de arbeidsre-integratie waarbij ik een goed doordachte combinatie van beide methoden aanbied. Ook spreek ik steeds vaker andere trainers die eenzelfde keuze maken.

Toekomst-muziek: motiverende oplossingsgerichte gespreksvoering!

Eerlijk gezegd hoop ik dat de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, in gezinnen, op scholen, in organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – misschien wel op mondiaal niveau.

Hoe kunnen we dat doen?

Door te onderzoeken wat onze diepste doelen en waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden, oplossingen en kleine stappen in de goede richting. En laten we daarbij niet vergeten stil te staan bij wat er al is en wat er al werkt, want er is niets motiverender dan het besef van ‘reeds bereikte progressie’.

Laten we wijzen naar mogelijkheden en oplossingen in plaats van naar elkaar…

Je bent van harte welkom om hierover van gedachten te wisselen, in een comment hieronder of face to face tijdens een van onze trainingen.

Vind je dit blog waardevol? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Je wilt graag mensen helpen. Daarvoor ben je immers de hulpverlening, (gezondheids)zorg, of het onderwijs ingegaan. En daar is natuurlijk helemaal niks mis mee. Het is zelfs een heel mooie ambitie.

Alleen werkt helpen soms averechts…

Vooral op de motivatie.

In MGV-termen heet dat ‘de verbeterreflex’ en het werkt heel simpel: zodra er een cliënt voor je staat waar iets ‘mis’ mee is, dan willen we die cliënt ‘repareren’, liefst zo snel mogelijk. Net zo als een automonteur met een kapotte auto.
Nogmaals: aan je goede intentie ligt het niet.

Maar een mens is nu eenmaal geen kapotte auto…

Als we de rollen even omdraaien, dan snap je het meteen. Stel je zit met een lastige gewoonte. Iets ongezonds of zo. Of iets dat je veel geld kost. Drinken, roken, overwerken of gokken, bijvoorbeeld (Ik zeg: ‘stel’! Jij hebt natuurlijk geen lastige gewoontes)

En stel het is iets waar je maar niet van af komt. Het is niet gisteren ontstaan, dus je hebt er al veel over nagedacht en met mensen over gesproken. Je kent alle pro’s en con’s. Je weet nog niet eens of je er wel mee wilt stoppen. En of je dat wel zou kunnen. Best wel een eng idee. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt er wel last van en je maakt je zorgen.

En op de een of andere manier beland je bij een hulpverlener die jou gaat proberen te helpen.

Die kijkt wat geschrokken en zegt dat je vandaag nog moet stoppen, anders gaat het van kwaad tot erger. Hij of zij weet ook al hoe. En begint meteen allerlei ongevraagde adviezen en oplossingen aan te dragen. Dingen die helemaal niet bij jou passen. Je kunt vanavond nog naar een gespreksgroep. Eigenlijk is het ook wel wat onverantwoordelijk. Hoe heb je het toch zo ver kunnen laten komen? Deden je ouders het soms ook?

Wat voel en denk je in zo’n situatie? En: wat zeg je? Waarschijnlijk iets dat begint met: ‘Ja, maar…’ Dit is natuurlijk reden voor de hulpverlener om met hernieuwde energie de strijd aan te binden met jouw ‘weerstand’.
Sta je al in de startblokken om je gewoonte aan te pakken? Persoonlijk zou ik om een andere hulpverlener vragen.

Waarom werkt dit niet? De hulpverlener bedoelt het toch goed?

Ongetwijfeld, maar voel je je ook gehoord, gezien en begrepen? Wordt je autonomie gerespecteerd en ondersteund? Wordt er effectief met je samengewerkt? Krijg je tijd om deze nieuwe info even op je in te laten werken? 4 x nee, vervelend, hè!
Wees gerust: het is menselijk. Ik deed het zelf vroeger ook. Toen ik net bij de reclassering werkte heb ik wat af ‘verbeterd’. Het resultaat: ik werd er heel erg moe van.
Misschien denk je nu: ‘moet ik de ander het dan maar zelf uit laten zoeken?’ Nee, natuurlijk niet.

Maar begin eens met Luisteren (ja, met een hoofdletter).

Vraag wat de ander al weet. Waar hij of zij al over heeft nagedacht. Onderzoek samen de doelen, waarden, beweegredenen én angsten van je cliënt. Vraag even toestemming voor je met advies komt. Bied opties aan.

En als je ook maar iets hoort dat vóór verandering pleit, dan spits je je oren. Je vraagt door, moedigt aan en reflecteert. Je ziet je cliënt groeien. Soms in één gesprek, soms in tien.
Het heet motiverende gespreksvoering en is fijner voor jou, fijner voor je cliënt en fijner voor de maatschappij. En wetenschappelijk onderbouwd. Dat noem ik nou een Win-Win-Win.

Leo Buscaglia schreef er een mooi gedicht over

Luisteren

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij adviezen te geven,
dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren
en jij begint mij te vertellen,
waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel,
dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren,
en jij denkt dat jij iets moet doen
om mijn problemen op te lossen,
dan laat je mij in de steek,
hoe vreemd dat ook mag lijken.

Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me
en probeer me te begrijpen.

En als je wilt praten,
wacht dan even en ik beloof je
dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.

Leo Buscaglia, psycholoog (1924-1998).

Meer weten over Motiverende gespreksvoering?

Ik zie je graag op een van mijn trainingen!

Oh en mocht je je visie of ervaring hieronder willen delen, graag!