Berichten

Huh? Trainen als een tijger(in)?

Moet ik dan elke morgen voor de spiegel tegen mezelf zeggen: ‘Hello Tiger, I love you!’…?

Nee, dat is wel héél erg jaren tachtig… Wees gerust, ik bedoel iets heel anders!

Stel je eens een paar jonge welpjes voor die – met hun vader of moeder veilig en oplettend in de buurt – aan het stoeien zijn met elkaar. Ze buitelen over elkaar, zitten elkaar achterna en laten elkaar schrikken. Af en toe worden zij door hun vader of moeder gecorrigeerd als ze het al te bont maken. Wat zijn zij eigenlijk aan het doen? Het antwoord ligt voor de hand: zij zijn aan het leren om een tijger of tijgerin te worden. Spelenderwijs leren ze alles wat daarbij hoort: jagen, grenzen aangeven, aanvallen en verdedigen, vallen en opstaan.

Misschien zie je niet dagelijks stoeiende welpjes, maar denk dan eens aan puppy’s, kittens of om het even welk jong zoogdier. Ik vind dit altijd heerlijk om naar te kijken en ik geloof dat zo’n schouwspel veel zegt over hoe mensen snel, effectief en plezierig kunnen leren. Vergeet niet dat wij – biologisch gezien – ook zoogdieren zijn en dat een deel van ons brein nog steeds sterk op dat van zoogdieren lijkt. Het mooie van spelenderwijs leren is niet alleen dat het plezierig en uitdagend is, maar ook dat er vaak onmiddellijke feedback plaatsvindt: je ontdekt meteen of iets wel of niet voor je werkt.

Als we nu de tijger(in)-met-spelende-welpjes vertalen naar een groep mensen in een trainingsruimte, dan zie ik de volgende overeenkomsten: er is een trainer die zorgt voor een veilig leerklimaat, waarin mensen kennis en ideeën kunnen uitwisselen en met elkaar kunnen sparren. Af en toe zet de trainer iemand weer ‘op het juiste spoor’. Er is veel interactie met peergroep-genoten waarbij deelnemers al experimenterend ontdekken wat wel en niet voor ze werkt. Natuurlijk laat je als trainer je deelnemers niet aan hun lot over, maar je wilt ze ook niet te veel op de huid zitten. Mijns inziens is het de kunst om hier voor elke groep de juiste balans in te vinden en in elk geval beschikbaar te zijn.

Natuurlijk zijn wij niet alleen maar een zoogdier. Zo hebben wij naast een reptielen- en zoogdierenbrein ook een mensen-brein, oftewel een neo-cortex. Hiermee kunnen we verfijnd communiceren, abstracte dingen begrijpen, logisch nadenken, creatieve oplossingen bedenken, evalueren, vooruitkijken, plannen, feedback geven en ontvangen, betekenis geven aan dingen. Hoewel je deze dingen in principe allemaal in je eentje zou kunnen doen, zijn ze zo veel leuker en effectiever met een groep mensen die min of meer hetzelfde willen leren als jij. Ons brein is een enorm sociaal orgaan, dat pas echt ‘wakker’ wordt in verbinding en interactie met anderen. Denk maar eens terug aan je eigen ervaringen met het volgen van trainingen. Waarschijnlijk vind jij het ook prettig om te kunnen sparren met de trainer en je mede-deelnemers? Ook het sociaal constructivisme onderschrijft het belang van sociaal leren. Er is een mooie Loesje- uitspraak die deze leer-filosofie in één pakkende zin uitlegt:

‘Kennis maak je met elkáár’.

Hopelijk heb ik je voldoende overtuigd om in je trainingen – indien nodig – nog meer interactie te stimuleren. Hier volgen een aantal tips die je daarbij kunnen helpen:

1. Vertel niets wat je ook kunt ontlokken aan de groep.

2. Stel regelmatig vragen aan de groep. Vraag naar relevante kennis, ervaringen, successen en mislukkingen. En ja, bij die laatste helpt het als je zelf eerst gaat.

3. Als een deelnemer een vraag stelt: geef niet altijd meteen antwoord maar stel soms een tegenvraag of benadruk dat het een interessante vraag is en leg hem vervolgens in de groep.

4. Laat mensen regelmatig ‘buzzen’: in een tweetal kort uitwisselen wat voor hen tot nu toe nuttig was, wat ze hebben geleerd of ingezien, wat ze gaan toepassen, etc. Het mooie van deze simpele werkvorm is dat je hem net zo goed kunt inzetten bij een groep van 15 als bij 150 mensen. Tijdens die 5 minuten leren je deelnemers actief en jij hebt een momentje rust!

5. Laat mensen zelf conclusies trekken na een leerervaring, verhaal, of project. Vraag simpelweg plenair: ‘Wat hebben jullie hier van geleerd?’

6. Laat mensen in subgroepen brainstormen over een bepaalde vraag en laat per groep één iemand spion zijn en bij de andere groepen ‘spioneren’, laat iemand anders schrijven en laat weer twee anderen presenteren. Zie je alle interactie voor je?

7. Laat mensen het geleerde creatief verwerken: maak een gedicht, rap, lied, tekening, verhaal, metafoor, zoek een symbool, filmpje, bedenk de toepassing. Vervolgens laat je ze kort aan elkaar hun vondsten presenteren.

Kortom: ons brein is een bijzonder sociaal orgaan dat houdt van spelen, sparren, uitwisselen en creëren. De kunt is om als trainer een veilige setting te scheppen waarin dit kan plaatsvinden, net als een tijger(in) doet bij haar welpjes.

Brain-friendly trainer Kimberly Hare zegt het zo: ‘Don’t be a sage on the stage, but a guide on the side!’

Wil jij het trainersvak in één keer goed leren? Doe dan nu mee aan onze Basis Train-de-trainer!

Heb je al ervaring als trainer, maar behoefte aan nieuwe inspiratie? Volg dan hier gratis de cursus Breinvriendelijk Trainen!

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!

Een tijdje terug zat ik heel ongelukkig in een training.

Het was de bedoeling dat ik de Autoresponder die ik had aangeschaft leerde gebruiken, maar ik snapte er geen bal van. Om mij heen was iedereen lekker aan het werk, maar ik liep volledig vast. De trainer om hulp vragen is niet mijn eerste reflex, maar nu moest ik wel. Zijn uitleg duurde 1 minuut en vanaf dat moment was ik weer volledig aangehaakt en kon ik eindelijk ook aan de slag. Zijn uitleg luidde als volgt: ‘Het is met dit systeem alsof je iets gaat bouwen van lego-blokjes. Alleen… je moet eerst de blokjes zelf creëren, bijvoorbeeld door iets aan te maken of te schrijven. Dat is het meeste werk. Als je dat eenmaal hebt gedaan kun je met die blokjes iets moois gaan bouwen…’

Oké ik geef toe: als het aankomt op ICT-toepassingen dan ben ik niet de snelste leerling. Maar waar het hier om gaat is dat deze trainer met één simpele metafoor mij precies de informatie gaf die ik nodig had om het gebruik van dit systeem te snappen. Door deze en andere ervaringen én door een train-de-trainer in breindidactiek ben ik een groot voorstander geworden van ‘visueel trainen’.

Visueel trainen = praten met beelden

Visueel trainen betekent dat je – naast tekst – ook veel beeld gebruikt. De reden hiervoor is simpel: één beeld zegt meer dan duizend woorden. In ons brein zie je deze voorkeur voor beeld ook terug: ons visuele zintuig neemt net zo veel breincapaciteit in als alle andere zintuigen bij elkaar! En ook uit onderzoek blijkt dat juist de combi van woord en beeld heel krachtig is.

Eerder schreef ik al over het gevaar van te veel zenden als trainer. Toch ontkom je niet aan enige kennis-overdracht. De kunst is dan ook om dit kort en impactvol te doen. Daarom is min tip: als je zendt, haal er dan het maximale uit door het visuele zintuig van je trainees aan te spreken. Gelukkig kan dat op talloze manieren, bijvoorbeeld met:

  • Eenvoudige tekeningen
  • Een filmfragment
  • Een live demo
  • Theatrale expressie, zoals kort een situatie of typetje neerzetten
  • Beeldend taalgebruik

Hieronder neem ik er enkele met je door die ik zelf vaak inzet.

Uitleg met simpele tekeningen

Sinds een paar jaar heb ik de flip-over opnieuw ontdekt en ben ik super simpele tekeningen gaan gebruiken in mijn presentaties. Het leuke van tekenen is dat je alleen een flipover en een paar stiften nodig hebt. Als ik vroeger een training gaf en de beamer haperde, dan schoot ik meteen in de stress, maar sinds ik vaker teken weet ik dat ik alle concepten ook razendsnel op een flip-over kan zetten. Ik krijg vaak terug dat mensen het waarderen, omdat het de dingen simpel en aansprekend maakt. Maar waarschijnlijk ook vanwege de extra moeite die ik voor ze doe. Ik noem dit het ‘verse-broodjes-effect’. Een vers gebakken broodje bij een bakker smaakt nu eenmaal lekkerder dan een fabrieksbroodje.

Natuurlijk dacht ik in het begin – net als jij misschien – dat mijn tekeningen ‘mooi’ moesten zijn. Dit is echter helemaal niet nodig, beter van niet zelfs! Je tekent namelijk niet om je deelnemers te imponeren, maar om ideeën te communiceren en je inhoudelijke boodschap visueel te ondersteunen. Hierbij helpt het als je tekenen – naast een kunstvorm – ook als een leuke taal gaat zien. Misschien heb je zelfs al gemerkt dat die taal sterk in opkomst is? Op internet zie je steeds meer simpele tekeningen en symbolen, veel café’s en hippe ondernemers doen aan ‘hand-lettering’ en bij grote meetings zie je soms iemand die Sketch-notes maakt op een heel groot vel papier.

Gebruik van je lichaamstaal

Als je weer eens aan het surfen bent op het internet, check dan eens de TED-talk van Ernesto Sirolli. Hij gebruikt geen PowerPoint of Prezi, maar weet met zijn mimiek en lichaamstaal de kijker van begin tot eind te boeien. Hij vertelt vol schaamte hoe hij als ontwikkelingswerker in een afrikaans land middels een westers model een tomaten-plantage tot stand liet brengen. Hij had destijds een houding van: ‘dat die mensen daar zelf niet op zijn gekomen… de grond hier langs de rivier is uiterst vruchtbaar!’ Dan vervolgt hij: ‘En toen kwamen de nijlpaarden die in tien minuten de hele oogst verorberden…’. Ik heb deze lezing enkele jaren geleden gezien en die nijlpaarden zie ik nog steeds voor me!

Ook Nederlands best betaalde trainer Remco Claassen doet het graag zonder Powerpoint. Hij zegt daarover: ‘Deel nooit het podium met iets dat meer licht geeft dan jij zelf’ ’. Een mooie manier waarmee hij zijn verhaal ondersteunt is door gebruik te maken van zijn plaats in de ruimte. Remco is hierin een ware meester en hij raadt ons bijvoorbeeld aan om heel bewust gebruik te maken van een plaats op het podium voor ‘het verleden’ (voor de kijker links) en een plaats voor ‘de toekomst’ (rechts). Hierdoor ontstaat automatisch een beweging in de – voor ons logische – leesrichting, dus van links naar rechts. Dit vraagt dus wel dat je het als trainer zelf precies andersom doet. Dit voelt voor jou dan onlogisch, maar is voor je publiek juist heel helder en ondersteunend.

Beeldend taalgebruik: metaforen

Stel je eens voor dat je zittend op je handen een zaal vol mensen zou moeten boeien…

Is dat mogelijk?

Het antwoord is: ja. Je kunt namelijk door middel van je taalgebruik allerlei beelden oproepen. Kijk maar eens naar de openingszin van deze paragraaf. Zie je het voor je? Jij zittend op je handen voor een zaal vol mensen? Grappig hè! Hoe zorg je nu voor beeldend taalgebruik? Met name metaforen zoals die in de intro lenen zich hier uitstekend voor, want dat zijn vaak hele beeldende vergelijkingen.

Metaforen hebben als voordeel dat ze complexe zaken in één klap kunnen verhelderen. Zo legt Ed Hallowell (een Psychiater die zelf ADHD heeft) als volgt aan ouders en kinderen uit wat ADHD inhoudt en hoe zijn behandeling daarbij kan helpen: “ADHD is een brein als een Ferrari-motor, maar met de remmen van een fiets… Als je de remmen weet te verbeteren dan kun je een kampioen worden! En ik kan je leren remmen…”

Een mooie metafoor om als trainer te kennen is het krabbenmand-effect: het schijnt zo te zijn dat als een visser op een traditionele markt een mand vol krabben heeft, hij er echt geen deksel op hoeft te zetten, want zodra een krab probeert ‘te ontsnappen’, trekken de andere krabben hem weer terug in de mand. Komt dit fenomeen je bekend voor? Heb je weleens gemerkt dat als iemand oprecht probeert te veranderen dat de omgeving (collega’s, partner, vrienden) dit vaak een beetje tegen werken? ‘Oh, je bent zeker op cursus geweest!’, zeggen zij dan. Dit fenomeen is goed te verklaren, want als deze persoon verandert, dan heeft dat gevolgen voor de anderen. Misschien lopen zij nu achter, of moeten zij zelf óók aan de bak. Je kunt je deelnemers hiertegen ‘wapenen’ door hen te vertellen over het krabbenmand-effect, zodat zij hierop kunnen anticiperen.

Als je beeldend taalgebruik wilt inzetten, dan helpt het enorm als je – ter voorbereiding van je presentatie – al in beelden gaat denken. Dit kun je stimuleren door meteen te gaan schetsen als je aantekeningen of een mind map maakt ter voorbereiding. Als je graag een spiekbriefje of cue-cards gebruikt tijdens je verhaal (en daar hoef je je echt niet voor te schamen) overweeg dan eens om hier plaatjes in op te nemen i.p.v. alleen tekst. Ook dit helpt om de beelden voor je te zien. Daardoor wordt je presentatie automatisch meer beeldend!

Tot zover enkele simpele manieren om je training visueler te maken.

En PowerPoint dan?

Misschien vraag je je nu af: ‘Maar mag ik dan nooit meer een Powerpoint of Prezi gebruiken? Natuurlijk wel! Mijn persoonlijke ervaring is dat Powerpoint, Prezi of Keynote wel degelijk je verhaal kunnen ondersteunen mits je ze goed gebruikt. Het zijn gewoon handige tools en alleen jij kunt je presentatie maken of breken. Wat je in elk geval niet wilt is heel veel slides met heel veel tekst en eindeloze opsommingen met bullet-points. Hier is zelfs een term voor bedacht: ’Death by powerpoint’.

Wat in een Powerpoint, Keynote of Prezi over het algemeen goed werkt is de combi van beeld en zeer beknopte tekst. Sommige mensen houden meer van beeld en anderen meer van tekst, maar met deze combi zit je altijd goed. Zorg wel dat het beeld echt je boodschap ondersteunt en doe het niet omdat je zo trots bent op je vakantie-foto’s. In onze train-de-trainers laten we je nog veel meer manieren zien waarop je effectief gebruik kunt maken van deze tools om jouw boodschap te ondersteunen.

Wil jij het trainersvak in één keer goed leren? Doe dan nu mee aan onze Basis Train-de-trainer!

Heb je al ervaring als trainer, maar behoefte aan nieuwe inspiratie? Volg dan hier gratis de cursus Breinvriendelijk Trainen!

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!

Laatst coachte ik een hoogopgeleide professional die steeds black-outs kreeg als hij een presentatie moest geven op zijn werk. Dit maakte hem erg onzeker en hij begon te twijfelen of hij nog wel geschikt was voor zijn functie. Hij sliep slecht en oogde erg vermoeid.

Terwijl hij zijn probleem toelichtte werd me duidelijk dat hij erg met zich zelf bezig was. Hij liep rond met vragen als: Hoe kom ik over? Straal ik genoeg zelfvertrouwen uit? Vinden ze me wel slim genoeg? Hierdoor had hij weinig contact met de groep en werd hij onnodig nerveus. Het belangrijkste inzicht dat hij tijdens de coaching opdeed was de perspectiefwisseling van zichzelf naar de ander.

Nieuwe vragen

Hij ging zichzelf nieuwe vragen stellen zoals: Wat willen mijn collega’s eigenlijk weten? Wat zijn hun zorgen en problemen en hoe kan ik die verlichten? Hoe kan ik hen effectiever maken in hun werk en hun plezier vergroten? Met welke kennis kan ik hun leven verrijken en hoe kan ik dat boeiend brengen?

Doordat hij nu minder met zichzelf bezig was kon hij zich beter focussen op zijn boodschap en op de ontvangers ervan. Het effect was groot. Hij werd snel minder nerveus en de black-outs verdwenen. Zijn presentaties werden interactiever en zijn zelfvertrouwen herstelde. Doordat hij beter ging slapen nam ook zijn energie weer toe.

Een goede trainer stelt de groep voorop

Waarom neem ik je mee in zijn verhaal? Het vat de essentie samen van mijn visie op het trainerschap. Als jij je wilt ontwikkelen tot trainer onthoud dan alsjeblieft één ding: we zijn zelf niet zo belangrijk als we denken – een goede trainer stelt de groep voorop.

Ik denk dat dit gegeven een universele waarde heeft, of je nu trainer bent of lezingen of presentaties geeft. Voor groepen staan is nu eenmaal spannend. Zij zijn met veel meer dan jij en ons oerbrein weet heel goed dat de groep veel sterker is dan jij als individu. Het is volkomen logisch dat je – zeker als je nog onervaren bent – soms aan jezelf gaat twijfelen en daardoor meer met jezelf bezig bent dan met de groep. Natuurlijk is er niks mis mee om te zorgen dat je netjes verzorgd, in je favoriete outfit en goed voorbereid voor de groep staat. Wat je kunt doen om te zorgen dat je goed in je vel zit, moet je zeker doen.

Maar er komt ook een moment dat je jezelf moet vergeten en de groep centraal moet stellen. Zij investeren kostbare tijd en soms ook geld, dus het is logisch dat ze er zitten met de vraag: ‘What’s In It For Me?

Groot dromen en klein doen

Zorg dus dat je je verplaatst in hun leerbehoefte, hun pijn en hun verlangen en dat je met iets komt dat hun leven verreikt. Ideaal is dat deelnemers een nieuw perspectief krijgen én iets kleins wat ze meteen al kunnen gaan toepassen. De weg naar verandering waarin ik geloof luidt: Groot dromen en klein doen. Als je mensen hierbij helpt kun je voor hen van grote waarde zijn!

Overigens betekent ‘de groep centraal stellen’ niet dat je niet voor jezelf mag zorgen. Net als in het vliegtuig met de zuurstofmaskers help je eerst jezelf om daarna anderen te kunnen helpen. Alleen als jij lekker in je vel zit en kunt genieten van je werk, kun je de beste trainer zijn die je in je hebt en die je elke groep gunt.

Wil je nog veel meer trainersgeheimen leren? Download dan hier gratis ons Ebook Inspirerend Trainen

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!

Zie jij het anders of heb je aanvullingen? Plaats een comment!

Less = More.

Je kent deze uitdrukking vast wel.

Meer is niet altijd beter. Denk aan de inrichting van je huis. Het plannen van je agenda. Het geven van speelgoed aan je kind… Helaas houdt ons oer-brein niet van ‘tekort’. En dus willen we te veel.  Voor veel trainers geldt dit ook: we programmeren te veel, zenden te veel en verwachten te veel. Vaak met teleurstelling tot gevolg. Gelukkig kan het anders en in dit artikel lees je hoe.

Ik ken tientallen trainers en als er één ding is dat ze met elkaar gemeen hebben, dan is het wel hun enthousiasme. Ze willen allemaal graag hun boodschap overbrengen en zijn daarin ook heel vrijgevig. Alleen schieten ze soms wat door. Misschien herken je dit zelf ook wel. Je wilt je deelnemers veel geven en dus programmeer je veel te veel inhoud. En als je niet oppast sta je veel te lang te zenden met weerstand of afhakende deelnemers als resultaat. Aan je intentie ligt het niet, want die is heel positief, maar effectief is het helaas niet…

Ons brein is een overlevingsapparaat!

Wetenschappers van nu zijn het er over eens: ons brein is in de loop der tijd geëvolueerd tot een effectief overlevingsapparaat. Een van de gevaren waar onze prehistorische voorouders constant rekening mee moesten houden was: schaarste. Als de voedselvoorraden onverwacht op waren dan kwam het voortbestaan van de soort in gevaar. En dus hebben we allemaal nog steeds een soort verzamelaar in ons. De een verzamelt kleding en schoenen, de ander mooie gadgets, en weer een ander verzamelt kennis. En ook als trainer proberen we een gevoel van te kort ten allen tijde te vermijden: wat als ik te weinig nieuwe kennis bied? Of te weinig werkvormen heb? Of te weinig tips geef?

Het is goed om je te realiseren dat minder van het één vaak meer is van het ander. Minder spullen is meer rust en ruimte, dat weet elke minimalist. En ja, ook voor trainers geldt: less=more! Hieronder lees je vijf manieren waarop minder van het een, méér is van het ander. En laat dat andere nu vaak veel belangrijker zijn!

Minder inhoud = meer rust en diepgang

Als je te veel inhoud programmeert (in de vorm van kennisoverdracht, werkvormen en oefeningen), dan kom je vaak slecht uit met de tijd. Pauzes beginnen later en worden ingekort, de eindtijd verschuift. Dit is niet prettig voor je deelnemers, want zij willen weten waar ze aan toe zijn en hebben regelmatig behoefte aan rust en tijd om te socializen, bellen, plassen, de stof verwerken, etc. Als hier niet aan wordt voldaan zul je merken dat hun aandacht verslapt.

Het is ook niet prettig voor jou, want je staat daardoor te trainen met een gevoel van haast. Dit geeft niet alleen minder plezier en voldoening, je hebt ook minder aandacht voor je trainees en bent dus ook minder effectief.

Als je minder programmeert, dan houd je altijd wat tijd over voor verdieping. Juist het gesprek na een oefening of ervaring voegt vaak heel veel toe. Mensen zitten waarschijnlijk met vragen of willen graag hun ervaring delen. Bovendien kunnen zij leren van elkaars ervaringen. En jij kunt dat gesprek in goede banen leiden, ieders inbreng samenvatten en ze helpen om de transfer te maken naar hun praktijk.

En ja het is spannend om voor je gevoel net iets te weinig te programmeren. Ik los dat zelf op door wel altijd wat reserve-oefeningen achterin mijn draaiboek te zetten. Voor het geval dat… In de praktijk heb ik die echter zelden nodig!

Minder theorie = meer actie

Als mensen een gemiddelde lezing van een uur bijwonen en je zou ze een week later vragen wat ze er nog van weten, dan is dat vaak teleurstellend weinig. Pure kennisoverdracht is dus meestal niet zo effectief. Bovendien leven we in een tijd dat mensen bedolven worden onder de informatie. Logischerwijze zijn zij kritische kennisconsumenten geworden. Daarbij is het goed om na te denken waar jouw meerwaarde ligt als trainer. Die ligt niet zozeer in je kennisoverdracht, want kennis kunnen mensen ook gemakkelijk opdoen uit een boek of via het internet.

Jouw meerwaarde ligt onder andere in de unieke ervaringen die je mensen op laat doen. Die is immers alleen bij jou verkrijgbaar! Het is dan ook de kunst om tijdens de training de theorie- en kennisoverdracht tot een minimum te beperken. Een deel van de benodigde kennis kun je uit de training halen en aanbieden via literatuur, ebooks en filmfragmenten. Tijdens de training zelf bied je alleen de essentie aan of herhaal je kort de reeds bestudeerde theorie. Ook kun je op speelse wijze de stof opfrissen met een leuke quizz of de online tool Kahoot. De meeste tijd besteed je dus aan: ervaringsgerichte oefeningen, reflectie en feedback hierop en interactie met jou en de andere deelnemers.

Minder tekst = meer beeld

Denk eens terug aan een saaie presentatie of training zoals we die allemaal wel eens hebben meegemaakt. Grote kans dat daarbij gebruik werd gemaakt van een PowerPoint met veel bullets en lappen tekst. Als je pech had ging de presentator ook nog eens die teksten voorlezen. Ik heb zelf wel eens meegemaakt dat er zoveel tekst op een PowerPoint stond dat de letters niet eens leesbaar waren!

Je begrijpt: dit kan echt niet meer anno 2019. Gelukkig is het ook helemaal niet nodig. Het eerste wat je daarvoor moet beseffen is: de PowerPoint is niet jouw spiekbrief! Prima als je een spiekbrief nodig hebt, maar gebruik dan…. een spiekbrief! (Bijvoorbeeld in de vorm van cue cards waarop de belangrijkste reminders staan, in woord of beeld).

Overigens is er niks mis met PowerPoint of Keynote. Het zijn gewoon handige presentatietools. De kunst is om ze zo te gebruiken dat ze jouw boodschap optimaal ondersteunen en je publiek bij de les houden! Daarbij werken beelden vaak beter dan woorden. Niet voor niets luidt het gezegde: één beeld zegt meer dan 1000 woorden. Ook in ons brein zie je dit terug: het visuele zintuig neemt daar meer plek in dan alle andere zintuigen bij elkaar. De tip is dan ook: presenteer max 1 idee per slide, gebruik tekst met mate en voeg ondersteunende beeldmateriaal toe.

Minder zendtijd = meer interactie

Beginnende trainers / experts staan vaak veel te lang te zenden. Hun gedachtegang is simpel: ‘ik weet iets dat mijn deelnemers nog niet weten, dus ik moet het ze vertellen’. Dit wordt ook wel ‘de vloek van kennis’ genoemd: zij weten niet meer hoe het is om iets niet te weten en beseffen daardoor niet dat ze mensen overladen met informatie. Daarbij geeft ‘zenden’ een gevoel van controle. Zij denken wellicht onbewust: ‘zo lang ik aan het woord ben heb ik de regie’. De neiging om te veel te zenden is dus heel begrijpelijk. Maar helaas is dit niet zo effectief. Deelnemers worden er heel passief van, of gaan juist steeds de discussie aan of schieten in de weerstand.

Wat wij mensen nodig hebben om te leren is – naast actie – ook interactie. We willen de mogelijkheid hebben om onze vragen te stellen, ervaringen uit te wisselen en te sparren. De reden hiervoor is simpel: ons brein is een enorm sociaal orgaan. Vergeet niet dat de mens in wezen een zoogdier is en bedenk dan hoe jonge puppies of kittens hun vaardigheden leren. Juist, door voortdurend te spelen en stoeien met andere kittens of puppies. Als wij mensen een training in gespreksvaardigheden volgen willen we ook ‘stoeien’ met de trainer, met onze mededeelnemers en met de stof.

Minder stress = meer empowerment

Veel beginnende trainers geven onbedoeld stress aan hun deelnemers en dat is jammer, want een gestresseerd brein staat niet meer open om te leren. Deelnemers neigen dan tot ‘vechten of vluchten’ en dat is niet de modus waarin je ze wilt hebben. Hieronder noem ik enkele manieren waarop trainers hun deelnemers onbedoeld stress kunnen geven:

  • Ze vergeten dat ze er zelf jaren over hebben gedaan om zich de materie eigen te maken en verwachten daardoor te veel in te korte tijd.
  • Zij zijn sterk gehecht aan hun methode en zijn daardoor heel precies in ‘hoe het hoort’
  • Zij vergeten dat er vaak vele wegen zijn die naar Rome leiden: hun manier is zelden de enige manier.
  • Zij hebben onvoldoende oog voor faalangst bij hun deelnemers.
  • Zij stellen zichzelf onkwetsbaar en alwetend op, waardoor hun deelnemers zich heel klein gaan voelen.

Hoe voorkom je dit? De kunst is om een omgeving te scheppen die niet aanzet tot presteren (en dus stress geeft) maar tot experimenteren, onderzoeken en uitproberen. Op deze manier zal het geloof in eigen kunnen van je trainees het snelst groeien en dat is precies wat je wilt. Want alleen zo zullen je trainees ook echt na de training in de praktijk gaan doen wat de bedoeling is…

De Chinese wijze Confucius was zijn tijd ver vooruit toen hij – reeds in de vijfde eeuw voor Christus – de volgende woorden sprak:

Vertel het me en ik zal het vergeten.
Laat het me zien en ik zal het onthouden.
Laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken.

Wil je meer trainersgeheimen leren? Download dan hier gratis ons Ebook Inspirerend Trainen!

Vond je dit artikel interessant? Please like, comment or share!