Laatst was ik een weekje in Zuid-Spanje en liep ik langs een 2e hands winkel met als naam ‘Nuevo para tí’, wat zoveel wil zeggen als : ‘Nieuw voor U’. Dat vind ik nou een mooi voorbeeld van een herkadering.

Voor coachende professionals kunnen herkaderingen ook een fantastische manier bieden om hun coachees een ander, nieuw perspectief aan te bieden. Coachees blinken er immers vaak in uit om zichzelf vast te zetten in een negatieve, niet-helpende interpretatie van de feiten.

Denk maar aan uitspraken als: “Ik zit helemaal klem”. “Ik wordt geofferd”. “Ik heb de boot gemist”

Omdat wij zelf niet vastzitten in het probleem en dergelijke situaties vaak al eerder hebben gezien of meegemaakt zijn we als geen ander in staat om een nieuw licht op de zaak te laten schijnen en herkaderingen zijn een mooie manier om dat te doen.

Een herkadering is eigenlijk niets meer dan ‘een nieuwe betekenis geven aan de feiten’.

Stap één is dan ook het achterhalen van die feiten door te vragen wat de coachee bedoelt als hij zegt ‘Ik zit helemaal klem’. Dan blijkt misschien dat hij een moeilijke keuze moet maken uit twee opties die hem beide onaantrekkelijk voorkomen, zoals: ‘Gaan scheiden of het uitmaken met mijn minnares’. Dit zou je dan kunnen herkaderen tot ‘een dilemma tussen hoofd en hart’, waarbij het natuurlijk raadzaam is om aan de coachee over te laten welke keuze staat voor ‘hoofd’ en welke voor ‘hart’.

Natuurlijk kun je een herkadering nooit ‘opleggen’ in de zin van ‘je moet het gewoon zo zien’. Maar wat in principe altijd kan is de herkadering vriendelijk aanbieden: hoe zou het zijn als je er zo naar kijkt? En wat zou je vervolgens anders kunnen gaan doen dat je nu nog niet doet? Mijn ervaring is ook dat je niet te snel moet willen gaan en soms eerst empathie moet bieden voor de beleving van de coachee.

Als coach kun je overigens veel voldoening scheppen uit het vinden van ‘de juiste herkadering op het juiste moment’. Dit is één van die gebieden waar je je creativiteit in kunt uitleven, mits het natuurlijk de cliënt ten goede komt anders kun je beter columns gaan schrijven.

Om je te inspireren heb ik een paar herkaderingen op een rijtje gezet die vaak van pas komen tijdens coach-gesprekken:

1. Een tegenslag of mislukking wordt een leerervaring.

De Dalai Lama heeft ooit gezegd: ‘If you loose, don’t loose the lesson’. Dit lijkt logisch maar heel veel mensen, zeker als ze wat meer een fixed mindest hebben, geven snel op na een tegenslag of mislukking en concluderen dat het er voor hen niet in zit.

2. Een verplichte huiswerkopdracht wordt ‘een interessant experiment’

Bij het oplossingsgericht coachen worden in feite nooit opdrachten gegeven, want wie heeft er sinds de middelbare school nou zin in ‘een opdracht’. Het doen van een experiment heeft een hele andere lading. Experimenten mogen immers mislukken of anders uitpakken dan verwacht en net als bij een scheikundige met reageerbuizen: je leert altijd iets!

3. Angst voor het onbekende wordt ‘het begin van een spannend avontuur’

Erken eerst: het lijkt me een lastig dilemma voor je, want je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt en natuurlijk is dat eng… Aan de andere kant zie je ook in dat je zo ook niet verder kunt. Hoe zou het zijn als je er naar kijkt als een spannend avontuur dat jou roept?

4. ‘Ik weet niet of ik het wel kan’ wordt ‘een kans om te groeien’

Er is een prachtig citaat dat toegeschreven wordt aan Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’ Is dat niet net zo waar als bij voorbaat denken dat je iets niet kan? Eigenlijk zegt zo iemand: ‘ik ben bang dat ik faal als ik het probeer…’ Precies om die reden moedigt de oplossingsgerichte aanpak vaak aan om te beginnen met hele kleine stapjes en experimenten, maar om in ieder geval te beginnen en niet te blijven hangen in faalangst.

5. Lijden wordt: ‘groeien in compassie’

Een van de mooiste boeddhistische uitdrukkingen vind ik: ‘No mud no lotus’. Hiermee wordt bedoeld dat als je geen lijden (modder) hebt meegemaakt, je ook geen compassie (lotusbloem) kunt ontwikkelen voor andere mensen die lijden. Overigens begint compassie vaak met zelf-compassie, mindfulness of zorgen voor jezelf als je het moeilijk hebt. Het alternatief is namelijk ‘vechten of vluchten’ en helaas is dat op lange termijn vaak geen houdbare strategie.

6. Lastig gedrag van een 3e wordt ‘een leraar op je pad’

Was het maar zo dat andere mensen zich altijd gedragen als liefdevolle supporters van ons en onze goede bedoelingen… Helaas zijn er altijd partners, collega’s buren en kinderen die ‘roet in het eten gooien’. Maar in plaats van hen te zien als hindernissen kun je er ook naar kijken als ‘leraren’. Ik geef toe: niet iedereen zal hier zo maar voor open staan. Maar als je zo iemand treft kan het enorm transformerend werken om bijvoorbeeld ‘The Work van Byron Katie’ te doen. Een van haar stellingen is: ‘Judge your neighbour and turn it around!’

7. Ongewenste emoties worden ’Helpende boodschappers’.

Veel mensen weten zich geen raad met de zogenaamde ‘negatieve’ emoties, terwijl die toch echt bij het leven horen en zelfs een belangrijke functie kunnen hebben! Zo betekent faalangst vaak dat je iets héél graag wilt… Angst is (iig oorspronkelijk) een signaal om alert te zijn voor mogelijk gevaar. Boosheid betekent vaak dat een belangrijke behoefte niet wordt vervuld of dat er een grens wordt overschreden. Verdriet betekent dat het tijd is om te rouwen en een bepaald verlies te verwerken.

8. Een problematische situatie als ‘de roep van de heldenreis’

Dit lijkt wat vergezocht, maar voor sommige coachees (jongeren, fantasy-fans) werkt het erg goed om een beroep te doen op de fantasie: ‘Stel je was een held zoals Frodo of Superman’en dit probleem was voor jou de oproep van een avontuurlijke reis… Wat zou je dan nu als eerste gaan doen? Wie zou je mentor kunnen zijn of worden? En waarin zou jij nu je moed kunnen tonen?

9. ‘Een verkeerde beslissing’ wordt ‘je beste optie op dat moment’

Mensen kunnen zichzelf jarenlang op de kop geven voor ‘een verkeerde beslissing’. Doodzonde want de realiteit is dat iemand die beslissing destijds heeft genomen en dat hij simpelweg niet kan weten hoe zijn leven was gelopen als je iets anders had besloten. We fantaseren vaak dat dan alles beter zou zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Misschien heeft die beslissing wel ons leven gered… Het is veel helpender om die ene beslissing te zien als: ‘je beste optie van dat moment’

10. ‘Ik lijd dus er is iets mis met me’ wordt: ‘Ik lijd dus ik ben normaal!’

Dit is misschien wel de ultieme herkadering! ACT en mindfulness beschouwen pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten als ‘normale menselijke ervaringen die horen bij een rijk en betekenisvol leven’. Iemand die dergelijke gedachten of gevoelens heeft en die veroordeelt of zich er tegen verzet heeft er eigenlijk een extra probleem erbij: de emoties plus de overtuiging dat er iets mis is met je. De pijn die dan ontstaat noemen we in ACT ook wel ‘vuile pijn’ en die is een stuk lastiger te verdragen dan de aanvankelijke ‘schone pijn’.

Persoonlijk ben ik heel blij met dit inzicht, want laten we eerlijk zijn: wie kent er géén pijnlijke gevoelens en belemmerende gedachten? Zodra we die gedachten en gevoelens normaliseren zetten we de coachee (of onszelf) terug in de eigen kracht. Hier lees je trouwens een blog over het omgaan met lastige emoties.

Tot zover de 10 handige herkaderingen!

Welke herkadering gebruik jij vaak voor jezelf of voor je coachees? Please comment!

Vond je deze blog nuttig? Please like or share!

Wat is de mooiste, meest helpende vraag die jij ooit hebt ontvangen?

En: wat was daarop jouw antwoord?

Er is geen krachtiger gereedschap voor een coachende professional dan een goede vraag gevolgd door een aandachtige stilte…

Omdat ik zo gefascineerd ben door de kracht van vragen ben ik ze gaan verzamelen. Hieronder vind je 10 supervragen die gegarandeerd het gesprek een productieve wending geven, mits je ze op het juiste moment stelt. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze open zijn en tegelijkertijd de verantwoordelijkheid neerleggen waar-ie hoort: bij de coachee. Het mooie daarvan is dat ook de kracht, wijsheid en eventuele oplossingen komen te liggen waar ze horen: wederom bij de coachee.

De vragen zijn natuurlijk afkomstig uit de drie methodes waarin wij training geven: Motiverende gespreksvoering, Oplossingsgericht Coachen en ACT.

Omdat vragen niet op zich zelf staan geef ik per vraag een klein stukje context waarin die vraag het meest passend is. Hier komen ze:

1. Een vraag die metéén aan het begin van het gesprek de coachee aan het denken zet is de volgende:Hoe kunnen we zorgen dat dit voor jou een nuttig gesprek wordt?”

2. Als iemand klaagt over anderen of de verantwoordelijkheid afschuift en je de invloed van je coachee bespreekbaar wilt maken:Dat lijkt me lastig… En hoe vormt dit een probleem voor jou?”

3. Als de coachee zich gedwongen voelt om deel te nemen aan jouw begeleiding:
Het is vast heel naar om verplicht te worden tot een gesprek. Wat is de reden dat je toch bent gekomen?”

4. Als iemand last heeft van vooroordelen:Hoe kun je bereiken dat mensen je anders gaan zien?”

5. Als iemand last heeft van een ongezonde of zelfs destructieve gewoonte:Stel je zou niks veranderen en je gaat / leeft op dezelfde manier verder… Wat gebeurt er dan met je?

6. Als je iemand’s persoonlijke waarden wilt verhelderen:Stel je staat bij Petrus aan de hemelpoort en hij vraagt wat voor iemand je bent geweest. Wat wil je dan kunnen zeggen?

7. Als je iemand wilt uitdagen, maar niet te veel en niet te weinig:Met welke volgende stap zou jij jezelf kunnen uitdagen?”

8. Als iemand door (faal)angst niet uit de verf komt:Als jij de goedkeuring van de hele wereld had en het kon niet mislukken… wat zou je dan gaan doen?”

9. Als je iemand vaker ziet en niet weet hoe je moet beginnen:Welke vraag zou je vandaag willen beantwoorden?”

10. Als je aan het eind van het gesprek commitment wilt ontlokken:Wat wil je met jezelf afspreken hierover?”

Welke vraag vond jij het meest nuttig? Of: welke krachtgerichte vragen stel jij zelf graag? Laat het me weten in een comment hieronder!

Wist je al dat er twee soorten vragen zijn?

De ene soort gaat over iemands kracht, over wat er al is, over de volle kant van het glas…

De andere soort gaat over iemand’s zwakte, over wat er ontbreekt, over de lege kant van het glas…

Waarom dat belangrijk is?

Yvonne Dolan zei het mooi:

‘The questions you ask shape the answers you get’.

Als je dus andere antwoorden wilt ontvangen van je cliënten, dan moet je andere vragen stellen!
Om dit nader toe te lichten moet ik je even iets uitleggen over hoe ons brein werkt. Je kunt het brein zien als een soort zoekmachine, zoals bijvoorbeeld google. En wat je ook intypt, je vindt altijd antwoord, niet waar?

Op internet is heel veel troep te vinden… Dus als je zoekt op ‘troep’ dan vind je ook troep…

Op internet is ook heel veel ‘geloof, hoop & liefde’ te vinden. Als je daarop zoekt, dan is dat wat je zult vinden.

Bij ons brein werkt het net zo!

Stel je wilt iets moeilijks bereiken of veranderen in je leven. Als ik jou vraag: Waarom lukt het niet? Wat houd je tegen? Of: Wat heb je nodig? Dan vraag ik naar je zwakte of naar wat er ontbreekt. Dit noem ik ‘rode vragen’ omdat er in ons brein een soort alarm-bel afgaat: ‘Is er soms iets mis met mij?’ Soms komen daar zelfs negatieve emoties bij kijken zoals angst en het gevoel te falen. Er bestaat zelfs kans dat iemand in de ‘vecht-of vlucht modus’ komt en zich gaat verdedigen.

Ik kan ook vragen: Wat geeft je een beetje vertrouwen dat het je zou kunnen lukken? Hoe zou je het aan kunnen pakken? Wat kan een makkelijke 1e stap in de goede richting zijn?

Voel je het verschil? Dit noem ik ‘groene vragen’, want ter plekke neemt het vertrouwen toe!

Bovendien komen hier positieve emoties bij kijken, zoals: hoop, vertrouwen, plezier. Volgens Barbara Fredrickson’s broaden and build model gebeuren er twee mooie dingen als iemand positieve emoties ervaart: we bouwen als het ware nieuwe reserves of hulpbronnen op (build) maar er ontstaat ook een blikverruiming (broaden). We worden creatiever en gaan méér mogelijkheden zien! En natuurlijk geldt dat ook voor jouw cliënt!

Kortom: als jij graag andere antwoorden wilt ontvangen, ga dan andere (groene) vragen stellen.

Mag ik dan nooit meer ‘rode vragen’ stellen?

Wellicht vraag je je dit af en natuurlijk mag dat best. Op zijn tijd een prikkelende vraag die tot nadenken stemt kan m.i. geen kwaad. Maar als jij wilt dat je cliënt meer vertrouwen krijgt in zichzelf en in zijn verandervermogen, dan raad ik je aan om minstens 3 x zo veel groene als rode vragen te stellen.

Hoe je dat leert?

Zowel in de training Motiverende gespreksvoering als Oplossingsgericht Coachen gaan we daar grondig mee aan de slag, zowel in theorie als in de ervaringsgerichte praktijk. Misschien dat dit blog je al triggert, maar waarschijnlijk geloof je het pas echt als je het zelf ervaart. Je bent welkom.

Vond je dit blog nuttig en/of leuk? Laat het me ajb. weten in een comment of deel het met je netwerk door op één van de social media buttons te klikken!

Heb je het Congres voor Positieve Psychologie gemist? Niet getreurd, je kunt immers niet overal bij zijn…

Ik was er wel en praat je gewoon even snel bij!

De sprekers die er voor mij uit sprongen waren Fredrike Bannink en Ruud Velthoven. Fredrike vanwege haar praktische insteek en Kaandorp-achtige humor (‘zijn hier soms ook mensen die ergens iets van een relatie hebben?’) en Ruud vanwege zijn enorm optimistische blik op een nogal futuristische toekomst die opeens veel dichterbij leek dan ik dacht:

Prothesen besturen met je brein? Het is er al!

Om een beetje positiviteit door te geven aan jou en de wereld vind je hieronder 10 oefeningen die ik vandaag heb ervaren en die jij heel gemakkelijk zelf en met je cliënten kunt doen.

NB: sommige lijken verrassend simpel, maar oordeel niet voor je ze zelf gedaan hebt, oké?

De 1e 8 zijn van Fredrike en de laatste twee van Gerben Westerhof die zich onder andere bezighoudt met onderzoek naar de narratieve therapie.

Hier komen ze:

5 dingen die goed voor je zijn

Wat heb je vandaag al gedaan wat goed voor je is? Noem 5 dingen of schrijf ze op.

NB: dit is vaak meer dan je denkt en mag heel klein zijn, zoals: ontbijten, mediteren, wandelen, iemand een lief appje sturen, etc.

Varianten: je kunt de vraag ook wijzigen in: goed voor je geliefde, je kind, je team…

3 manieren waarop je bijdraagt aan een mooiere wereld

Hoe draag jij bij aan een mooiere wereld? Noem eens 3 dingen?

Ook hier geldt: maak het niet te groot!

Denk aan: vegetarisch eten, iemand een luisterend oor bieden,  je kind opvoeden, hondenpoep opruimen, etc.

Dankbaarheids-PingPong

De dankbaarheidslijst ken je vast al, maar deze is heel leuk samen met iemand anders: om de beurt noem je in een rap tempo dingen waar je dankbaar voor bent, zoals: lieve vrienden, frisse lucht, goed functionerende ogen, kunnen leren wat je wilt, leven in een democratie, te eten hebben, kinderen mogen opvoeden tot nieuwe wereldburgers, etc.

Ik keek om me heen en werkelijk iedereen in de zaal had een lach op zijn gezicht!

Tip: doe dit eens met een je partner of een vriend(in) voordat je naar bed gaat…  wedden dat je vrolijk in slaap valt?

Positief roddelen

We hebben hem niet gedaan, maar hij werd genoemd en is ook hier het vermelden waard. Roddel eens positief over de ander waar-ie zelf bij is (bijv. met kinderen, collega’s, vrienden, etc)

Random acts of kindnes!

De Dalai Lama zegt het ook: Do you want to be happy? Go make other people happy!

Doe gewoon eens aardige dingen voor een ander, liefst zonder dat ze weten dat jij het doet… Gewoon ‘for the joy of giving!’

Succes-Talent-Ambitie

Lange tijd waren het vieze woorden, maar sinds de positieve psychologie er is mag het weer! Wij deden hem tijdens de kennismaking in een workshop:

Wissel in een tweetal de volgende zaken uit: je naam / een recent succes(je) /een talent / een ambitie

(Tip voor als de ander niets kan noemen: wat zou je beste vriend(in) zeggen?)

Positieve 360 graden feedback

Laat een coachee eens aan enkele mensen om haar heen vragen hoe zij een positief verschil maakt in het leven van de ander. Laat daar vervolgens een samenvatting van maken.

Sprankelend moment

Stap 1: Vertel of schrijf eens over een sprankelend moment op je werk.

Stap 2: Wat zegt dat over positieve eigenschappen van jou?

Stap 3: Noem enkele kleine stappen die je kunt zetten om vaker zulke sprankelende momenten te hebben

En de laatste twee zijn van Gerben Westerhof:

Vertel eens over een specifieke positieve herinnering uit je jeugd

Wat gebeurde er?
Hoe ging dat precies?
Wie waren erbij?
Hoe voelde je je
Wat werd er gezegd / gedaan?
Welke zintuiglijke indrukken weet je nog?

Toen ik deze oefening deed kwam bij mij het volgende verhaal boven: “Ik zat op de kleuterschool en moet 5 of jonger zijn geweest. Mijn moeder bracht me naar school en om de een of andere reden had ik die dag geen zin. Dit vertelde ik aan mijn moeder en tot mijn verbazing nam ze mij weer mee naar huis. Daar aten we een heerlijke tompouce. Ik woonde in een Rotterdamse volkswijk en toevallig ‘lag de straat open’, dus het was een grote zandbak! Vraag me niet waarom maar er waren allemaal oudere kinderen die die dag ook niet naar school gingen en die van de houten loopplanken prachtige hutten hadden gebouwd. Ik was welkom in één van die hutten en zat daar heel gezellig met die kinderen grapjes te maken en chips te eten…” Nu denk je misschien dat is een mooi recept voor later spijbelgedrag…’ Dat viel gelukkig mee: ik ben netjes afgestudeerd en heb sindsdien nooit een dag gespijbeld…

Identiteitsherinnering

Vertel eens een herinnering die jou heeft gevormd als persoon. Vaak ervaar je zelf die herinnering als belangrijk / levendig / een sterke positieve of negatieve ervaring. Geef de herinnering een titel.

Hier volgt de mijne: Het Boemerang-boek.

Als kind kwam ik vaak in de bieb en op zekere dag ontdekte ik een boek dat uitlegde hoe je zelf boemerangs kon maken die echt terugkwamen! Dat leek me wel wat, dus ik ging meteen naar huis, vond een stuk multi-plex en ging vrolijk met een figuurzaag, een vijl en schuurpapier aan de slag. Daarna vol spanning uitproberen en tot mijn stomme verbazing kwam het stuk hout na enig oefenen echt terug. Al snel maakte ik twee vriendjes enthousiast en zo hadden wij een spannende nieuwe hobby. Al snel was gewoon gooien niet genoeg… Het ging erom wie het vaakst zijn eigen boemerang kon gooien én vangen! Het toppunt was toen we gedrieën – tegelijk – onze eigen boemerang zouden gooien én vangen. Dat lukte… maar pas nadat ik de boemerang van een vriendje had gevangen… met mijn jukbeen… Wat dit over mijn identiteit zegt, daar mag je naar gissen!

Heb jij ook een herinnering die je wilt delen?

Ik vind het leuk als je hem hieronder durft op te schrijven!

En natuurlijk mag je ook je ervaringen delen met de andere oefeningen…

En deze blog delen in je netwerk waardeer ik ook zeer!

(Foto-verantwoording: Auteursrecht: <a href=’http://nl.123rf.com/profile_bowie15′>bowie15 / 123RF Stockfoto</a>)

 

Je wilt een stip aan de horizon.

Op welke manier je ook coacht, de stip geeft richting zowel voor jou als voor je cliënt.

Jou geeft het belangrijke informatie. En voor je cliënt werkt het motiverend.

En dus helpt het om effectief samen te werken in de goede richting. Voor je cliënt is veranderen zo al moeilijk genoeg. Als hij dan ook nog de strijd moet aangaan met zijn coach, wordt het wel erg lastig.

Vorige keer behandelden we de wonder-vraag. Die is superkrachtig, alleen zijn er mensen die er moeite mee hebben. En dat is begrijpelijk, want het is best een lastige vraag. Vooral het omgaan met het antwoord is lastig.

Daarom lees je in dit blog 10 alternatieven voor de Wondervraag. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze out-of-the-box zijn, het probleem-denken tijdelijk loslaten en een appèl doen op de fantasie en creativiteit van mensen.

Zodat je toch die stip aan de horizon krijgt.

Heb je nog nooit van de Wondervraag gehoord? Lees dan dit blog eerst.

Vind je het uberhaupt moeilijk om ‘gekke vragen’ te stellen? Vraag je coachee dan eerst om toestemming:

‘Mag ik je eens een gekke vraag stellen?’

Geloof me, iedereen zegt ‘ja’.

Hier komen de 10 alternatieven:

1. De toekomst-projectievraag:

Stel deze coaching blijkt echt heel goed uit te pakken voor je en je komt erdoor in een positieve spiraal terecht… Over een jaar kom ik je toevallig tegen op de markt. Dan vraag ik natuurlijk hoe het met je gaat… Wat wil je me dan kunnen vertellen dat er anders is dan nu?

En wat nog meer?

En wat merken anderen dan aan jou?

En stel dat we hiervoor gaan… Wat moet er dan nu als eerste gebeuren?

2. De magische deur (Bij jongeren)

Stel je loopt door die deur daar en het blijkt zomaar een magische deur te zijn…
Het probleem waarmee je hier naar toe kwam is opeens opgelost…
Waaraan merk je straks dat er iets veranderd is?

En wat nog meer?

En wat merken anderen dan aan jou?

Hoe kan je stappen zetten in deze richting?

3. De Bloempot-vraag (vooral bruikbaar bij cynici):

Stel je loopt nietsvermoedend over straat en opeens valt er een bloempot op je hoofd… Het is gelukkig maar een kleine bloempot en er is geen blijvende schade, maar er lijkt wel iets geks gebeurt te zijn in je hoofd waardoor het probleem opeens weg is… Waaraan merk je straks… Etc.

4. Wat schrijven de kranten? (bij projecten):

Stel het project wordt een groot succes. Als team halen jullie het beste in elkaar naar boven… Jullie zij innovatief… Voor elk probleem wordt een creatieve oplossing gevonden… Wat schrijven de kranten straks over het project? Wat is er dan wat er nu nog niet is?

5. Dream team question (teams):

Stel jullie zouden alle verschillen optimaal waarderen en benutten… Er is wederzijds respect… Er is vertrouwen in elkaars integriteit en deskundigheid… Jullie werken optimaal samen… Eventuele conflicten worden constructief besproken… Jullie leren van elkaar, van de omgeving en van het proces dat jullie doormaken… Waar staan jullie dan over een half jaar? Wat is er dan allemaal anders? Hoe kunnen jullie vandaag al kleine of grote stappen zetten in deze richting?

6. Het land zonder dit probleem:

Stel dat er een land is, hier ver vandaan, waar men dit probleem niet kent… Er is niet eens een woord voor… Het komt daar gewoon niet voor … Of men ziet het daar niet als probleem… Misschien is het daar wel de bedoeling…

7. Stel dat alles zou lukken…

Stel je eens voor dat van nu af aan alles zou lukken… En je hebt de goedkeuring van de hele wereld… Wat zou je dan ondernemen? Waarom juist dat? En wat zou de ideale uitkomst zijn?

En stel nu dat je bereid zou zijn om ‘fouten’ te maken en daarvan te leren…

En stel dat je niet ieder’s goedkeuring hebt, maar het zou je simpelweg niet uitmaken…

Waar zou je dan nu voor willen gaan?

8. Het toverstokje:

Stel deze stift was een toverstokje… En ik zou hem aan je meegeven… Welke zaken zou je als eerste gaan veranderen?

9. Teken het (voor kinderen en creatievelingen):

Voor sommige mensen (en bijna alle kinderen) werkt het goed om de ideale uitkomst te laten tekenen. Vervolgens kun je de tekening laten toelichten en in gesprek gaan over een misschien minder ideale, maar toch haalbare toekomst. Zelfs de stappen daar naartoe kun je laten tekenen…

Tip: voordat je dit in coaching gaat inzetten, probeer het eens voor jezelf!

10. Schrijf een brief aan jezelf vanuit de gewenste toekomst (voor schrijf-liefhebbers):

Neem even de tijd om na te denken over je ideale toekomst over een jaar…

Probeer je zo goed mogelijk voor te stellen dat je daar nu bent…

Tevreden en wijs geworden schrijf je nu een brief aan je jongere zelf van een jaar geleden. Je vertelt hoe het nu met je gaat en je hebt een aantal interessante tips voor je jongere zelf… Tips die je kunnen helpen om te komen waar je wilt zijn…

NB: Welk antwoord je ook krijgt, het is altijd bruikbaar en oké. Ga in ieder geval nooit de discussie aan over het antwoord of het realiteitsgehalte ervan. Dat zou een beetje flauw zijn, want je hebt iemand zojuist gevraagd om even te fantaseren. En dat werkt net zo min als blokkeren bij theatersport. Stel je maar voor dat Ruben Nicolai bij de lama’s opeens zegt: nee, ik ben geen beer!
Vraag gewoon nieuwsgierig door en laat je verrassen waar je uitkomt. En pas als er niets meer komt kun je vragen: Wanneer in je leven zie je al kleine signalen in de goede richting? Of: Wat zou een volgende stap kunnen zijn?

Vond je dit blog nuttig? Deel het dan svp met je netwerk!

Weet je zelf ook nog leuke alternatieven voor de wondervraag? Laat ze weten in een comment hieronder!

Komt een man bij de coach.
Zegt de man: ‘Ik heb heel veel problemen’.
Zegt de coach: ‘Oh… eh… Oké… Nou, stel er gebeurt een wonder… wat is er dan allemaal anders?’
Zegt de man: ‘Ja, dan voel ik me superfit en energiek, weeg ik 10 kilo minder en zie ik er 10 jaar jonger uit… en heb ik leuk, goedbetaald werk! Oh ja, en dan heb ik ook nog een lieve vrouw en 2 gehoorzame kinderen en dan woon ik aan het water met een boot voor de deur.’
Zegt de coach: ‘euh…’

Elke oplossingsgerichte coach kent hem: de wondervraag.

En terecht, want hij is enorm krachtig.
Maar stel je hem wel op de goede manier? En belangrijker nog: hoe ga je om met het antwoord?
De vraag stellen is namelijk niet zo moeilijk. Die kun je gewoon uit je hoofd leren.
Maar omgaan met het antwoord, dat is wel moeilijk! En ik zie het vaak misgaan, zoals in bovenstaand ‘mopje’.

Laten we de wondervraag eens stap-voor-stap bekijken

Stap 1: vraag eerst toestemming en wacht op een antwoord:

‘Mag ik je een gekke vraag stellen?’

Stap 2: breng de klant in een ja-stemming (elke verkoper weet dit)

Straks ga je hier weg… [hmm, ja] en vervolg je je dag… [ja] daarna ga je eten en doe je de dingen die je ’s avonds doet… [Ok, ja] en dan komt er een moment dat je je klaar maakt om te gaan slapen… [ja]-

Stap 3: Stel de wondervraag:

Je gaat naar bed… op de voor jou gebruikelijke manier… en dan terwijl jij in diepe slaap bent gebeurt er opeens een wonder… en het wonder houdt in dat de lastige situatie die je net beschreef geen probleem meer voor je vormt…  je weet dit niet want je sliep… dan wordt je morgen wakker…. Het wonder heeft plaatsgevonden… en wat zal dan het eerste kleine signaal zijn waaraan je merkt dat er iets veranderd is?

[gun de ander nu even de tijd, zoek de leuning van je stoel op en ontspan: ‘het wonder voltrekt zich’]

Vraag goed door: En wat nog meer? En wat nog meer? En wat merken [relevante] anderen aan je? En welk verschil zou dat maken voor jou / jullie? Als ik je na het wonder zou filmen… wat zie ik je dan doen?

Stap 4: vraag door tot er iets is wat de ander kan gaan doen

Er zijn natuurlijk vele antwoorden mogelijk op de wondervraag: van het winnen van de loterij tot en met plotseling weer kunnen lopen. Het uitgangspunt is dat werkelijk ieder antwoord bruikbaar is, hoe groot en onhaalbaar het wonder ook is (of lijkt). Want in dat wonder zitten per definitie nuttige dingen verstopt, zoals: waarden, inspiratie, motivatie, richting-aanwijzers, etc.

Je hoeft dus nooit te confronteren m.b.t. de haalbaarheid. Je kunt gewoon geïnteresseerd doorvragen en dit vaak langer dan je denkt!

Natuurlijk wil je uiteindelijk naar een gedragsbeschrijving toe: wat kan de cliënt anders gaan doen dan ze nu doet?

De onderstaande tips helpen je hierbij.

Optie 1: Cliënt weet het niet. Tip: glimlach, wees even stil, gun de ander tijd om te bezinnen.

Optie 2: ‘Dan heb ik niet meer zo’n last van X’. Tip: Vraag ‘Wat is er in de plaats van X?’

Optie 3: ‘Dan voel ik me beter’. Tip: Vraag ‘ En als je je beter voelt, wat doe je dan anders?

Optie 4: ‘Dan denk ik positiever’. Tip: Vraag ‘En als je positiever denkt, wat doe je dan anders?

Optie 5: ‘Dan win ik de loterij’ [o.i.d.]. Tip: Beaam dat dat een echt wonder zou zijn, glimlach en wees stil… Tip 2 voor als er niets komt: ‘En wat zou je dan gaan doen?’

Optie 6: ‘Dan verandert de ander (mijn partner / baas / kind / buurvrouw)’. Tip: ‘En als die ander verandert, wat zou jij dan anders doen?’, ‘En welk effect zou dat mogelijk hebben op die ander?’ , ‘En als de ander niet verandert, wat zou jij dan toch anders kunnen doen?’

Optie 7 : Er gebeurt iets waar je als coach van schrikt, zoals: ‘Dan valt mijn partner dood neer’. Tip: vraag ‘Ik hoop niet dat dat gebeurt, maar stel dat je partner niet meer in jouw leven is, wat zou je dan gaan doen?’ (NB: Dit antwoord kwam ooit echt op bij iemand die in een abusieve relatie zat…)

Optie 8: Cliënt zegt: ‘Ik geloof niet in wonderen’. Tip: ‘dat snap ik en dat hoeft gelukkig ook niet. Waaraan zou je merken dat het een beetje beter met je gaat?’

Ook de oplossingsgerichte benadering (beter) leren beheersen?

Ben je ook een beetje klaar met de Probleemgerichte benadering? Wil je ook ontdekken hoe je snel en bewezen effectief je coachées nieuwe hoop en zelfvertrouwen kunt geven? Ze met kleine stapjes in beweging kunt zetten richting een betekenisvol doen? En ze te laten leren van wat ze onderweg tegenkomen?

Wij bieden de volgende trainingen aan over de Oplossingsgerichte benadering:

Vond je deze blog leuk, leerzaam of nuttig? Laat het me weten in een comment of deel deze blog in je netwerk!

Zou jij ook willen dat je cliënten wat meer zelfvertrouwen hebben?

Dat ze eerder in beweging komen?

Gaan doen wat nodig is?

​En onderweg leren wat wel en niet werkt?

In dit blog lees je hoe je dat voor elkaar krijgt en zie je een superleuk filmpje.

En het is simpeler dan je denkt.

De grote vergissing

Als mensen nadenken over verandering dan zien ze daar vaak als een berg tegenop. En dat komt omdat ze de verandering te groot maken. Ze denken in termen van perfectie. Ze staren zich blind op het einddoel. En de moed zakt ze in de schoenen.

30 kilo afvallen.

Van vechtscheiding naar harmonieuze relatie.

Van disfunctionerend naar florerend team. En liefst een beetje snel.

Wel een klein beetje ontmoedigend…

Als we naar de natuur kijken, dan zien we dat veranderingen zich meestal heel geleidelijk voltrekken. In zulke kleine stapjes dat het nauwelijks opvalt… tot het resultaat gigantisch is.

Van zaadje tot boom.

Van briesje tot storm.

Zelfs een Tsunami begint als een golfje.

In de natuurkunde zie je het ook terug. Kleine dingen kunnen hele grote gevolgen hebben, kijk maar eens naar dit filmpje:

 

Zou het bij mensen ook zo kunnen werken?

Ik denk van wel. en velen met mij.

Denk maar eens terug aan een grote prestatie die je hebt geleverd, zoals: een lange afstand lopen, een studie afronden, een kind opvoeden.

En sta nu eens stil bij de 1e stap die je hebt gezet (ja, ik weet het bij het opvoeden van een kind was de 1e stap vast heel plezierig – dat gezellige etentje bedoel ik dan, hè)

Iedereen die iets weet van oplossingsgericht coachen weet: kleine stappen kunnen leiden tot hele grote veranderingen.

Zo was er eens een vrouw met fors overgewicht die van haar fysiotherapeut moest gaan bewegen.

“Maar daar heb ik de energie niet voor”, zei ze.

“Hoe ben je hier naar toe gekomen?”, vroeg de therapeut.

“Met de tram”

“En hoe ben je bij de tramhalte gekomen?”

“Lopend, maar dat is maar 1 minuut. “

“Dan vraag ik je om vanaf nu elke dag 1 minuut te lopen. Zou dat lukken denk je?”

“Ja, dat moet wel lukken”, zei de vrouw.

Een week later vroeg hij belangstellend hoe het gegaan was. Prima, zij de vrouw trots: ik heb elke dag gelopen en gisteren wel 6 minuten!

Geloof het of niet; uiteindelijk viel deze vrouw ruim 30 kilo af.

Waarom werken kleine stappen zo goed?

Ze zorgen dat iemand gaat bewegen, letterlijk en figuurlijk. Bij kleine stappen is de kans op succes groot en het risico op mislukking heel klein. En elk stapje dat succesvol verloopt geeft een beetje meer vertrouwen. Zodat het volgende stapje weer iets groter kan zijn. Net als bij de domino-stenen.

Natuurlijk hebben mensen wel een beetje richting nodig.

Een stip op de horizon.

Een verlangen.

En daarna moeten ze een 1e stapje zetten. En nog een. En een wat grotere. En voor ze het weten zijn ze aan het lopen.

Zet deze benadering nu eens af tegen een meer probleemgerichte benadering. Alleen al de analyse van het probleem kost vaak heel veel tijd. En het vertrouwen bij de cliënt neemt eerder af dan toe. Bovendien kan de zoektocht naar inzicht een uitstekend excuus zijn om niet in actie te hoeven komen.

“Eerst wil ik mezelf volledig snappen en dan ga ik mijn droom volgen”

Ik wens je veel succes.

Een persoonlijk voorbeeld

Bureau Bewezen Effect bestaat nu ruim 5 jaar en groeit gestaag. Ik had altijd al de droom om een eigen bedrijf te starten en om de een of andere reden vond ik dat dat voor mijn 40e toch wel gerealiseerd moest zijn. Ik weet nog goed dat ik bijna 40 werd en dacht “jaha… nu moet het gebeuren, jochie, er zit niets anders op: naar de Kamer van Koophandel, jij!

En eigenlijk was die stap nog te groot, want ik had geen flauw idee wat er allemaal bij kwam kijken.

Stap 1 werd dus: “Googelen op Kamer van Koophandel”.

Zo gezegd zo gedaan en ik heb er nog geen moment spijt van gehad.

Zelf ervaren?

Sommige mensen geloven iets pas als ze het ervaren hebben. Daarom een kleine denk-oefening:

Denk eens aan een probleem, liefst eentje waar je een klein beetje invloed op hebt en waar ook andere mensen bij betrokken zijn…

Denk nu eens wat je in de plaats wilt van dit probleem en maak daar een beeld van in je hoofd.

En bedenk nu de kleinste & makkelijkste stap die je zou kunnen zetten om dichter bij de gewenste situatie te komen.

Hoe is dat?

Wat zou er kunnen gebeuren als je dat stapje echt zou zetten?

Wat heb je te verliezen? En vooral … wat heb je te winnen?

Hopelijk ervaar jij hetzelfde als veel mensen tijdens onze trainingen. Die zeggen na deze oefening dingen als: Hoe is het mogelijk: zó simpel en toch zo effectief! Dit geeft me hoop! Ik ga dit echt doen!

En nu met je cliënten!

Dus de volgende keer dat je met een cliënt, leerling of medewerker praat over verandering, stel dan eens de simpele vraag: ‘wat zou een 1e , gemakkelijke stap kunnen zijn?’

En sta open voor antwoorden als:

  • Iets opzoeken
  • Ergens over nadenken
  • Iets op een briefje schrijven
  • Naar een open avond gaan
  • Een klein experimentje doen, zoals ‘Goeie morgen!’ zeggen tegen die collega waar het stroef mee loopt.

Ik ben heel benieuwd (en ik hoop jij ook)

Dus laat het me weten als je dit blog nuttig vond, of als je voornemens of (kleine) succesjes wilt delen!

En deel deze blog alsjeblieft met iedereen die je dat gunt. (Voor jou een kleine stap, voor mij een groot effect)

Wat is jouw Marshmallow?

Dit is de centrale vraag in het nieuwe boek IK2 van Margriet Sitskoorn. Voor wie haar nog niet kent: zij is hoogleraar klinische neuropsychologie, veelgevraagd spreker en auteur van o.a. ‘Het maakbare brein’.

Met haar vraag doelt zij op het beroemde experiment uit de jaren 60 waarbij kinderen een marshmallow kregen aangeboden. Vervolgens werden zij alleen gelaten met de mededeling: ‘Ik ga heel even weg en als het je lukt om de marshmallow niet op te eten, dan krijg je er zo meteen 2!’ Hier zie je hoe dat er aan toe ging:

 

Omdat het experiment al zo lang geleden plaatsvond weten we nu wat de voorspellende waarde hiervan was. Het bleek dat kinderen die langer dan 15 minuten konden wachten later aanzienlijk meer succes hadden in hun leven.

Het laten staan van de marshmallow was een bewijs van het bezit van sterke  executieve vaardigheden, zoals vooruitdenken, aandacht richten, emotieregulatie, impulscontrole en wilskracht. De voorspellende waarde van de marshmallowtest bleek zelfs nog groter te zijn dan IQ-scores.

Wij hebben allen een eigen ‘marshmallow’!

Margriet Sitskoorn stelt nu dat wij allemaal een of meerdere ‘marshmallows’ hebben: dingen die we moeilijk kunnen weerstaan en die onze lange termijn doelen ondermijnen. Daarbij kun je denken aan verleidingen zoals: snoep, chocola, koopjes, casual seks, alcohol, drugs, gokken, etc.

Deze verleidingen triggeren vooral ons – evolutionair gezien – oudere brein. En dat is ook heel logisch, want ga maar na: miljoenen jaren lang had het grote overlevingswaarde om zonder lang nadenken te kiezen voor bepaald voedsel, handige voorwerpen of een gewillige partner.

Breinkennis toegepastGelukkig hebben wij ook een nieuwer en wijzer breindeel: de prefrontale hersenschors. Margriet noemt dit ook wel het CEO-brein omdat dit het meest wijze, bewuste en sturende deel van ons brein is.
Het goede nieuws is nu: ook dit deel van ons brein kunnen wij ontwikkelen! Ons brein is namelijk plastisch. Dit betekent dat de ervaringen die we (herhaaldelijk) opdoen grote invloed hebben op de vorm en functie van ons brein. Vele experimenten hebben dit inmiddels aangetoond op cognitief, emotioneel én motorisch vlak.

Als je nog niet overtuigd was van het nut van deze vaardigheden, dan helpt het misschien om te beseffen dat deze in de wereld van vandaag en morgen alleen maar belangrijker worden.

We leven in een VUCA-wereld

Wij leven namelijk in een VUCA-wereld (Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguous) – die wordt gedomineerd door snelle veranderingen, grote onzekerheden, complexiteit en dubbelzinnigheid. Om succesvol te zijn in deze wereld moet je beschikken over een vooruitziende blik en een flinke dosis wilskracht.

KoopverslavingDaarbij komt dat we in een consumptie-maatschappij leven waarin de commercie welhaast genadeloos probeert in te spelen op de verlangens van ons primitieve, oude brein. Ga maar na: veel reclames spelen in op onze behoefte om erbij te horen, niets te missen, aantrekkelijk te zijn en voor korte-termijn-plezier te gaan. Margriet noemt dit het dilemma van KorteTermijnFijn versus LangeTermijnPijn. Immers voor een koopje bezwijken is nu even fijn, maar de schulden op de lange termijn zijn vooral heel pijnlijk. Kijk maar eens naar het tv-programma ‘koopverslaafd’.

Om in de wereld van vandaag te overleven en een aangenaam, zinvol bestaan op te bouwen, zijn goed getrainde executieve vaardigheden nodig. Zonder deze vaardigheden zijn we een speelbal van de commercie en verliezen we onze eigen doelen en waarden uit het oog.

Deel 2 van het boek is dan ook geheel gewijd aan het EFFECT-programma: dit zijn 6 goede gewoontes waarvan onderzoek heeft aangetoond dat ze helpen om je CEO-brein te ontwikkelen. Ik behandel ze kort hieronder:

Enriched Environment – verrijk je omgeving!

Deze tip noemt Margriet de makkelijkste en leukste om uit te voeren. De mens is namelijk gemaakt om nieuwe dingen te ontdekken. De tip is dan ook: daag jezelf uit door regelmatig nieuwe dingen te leren, nieuwe plekken te bezoeken en nieuwe mensen te leren kennen. Zie het maar als mentale fitness. Wie te weinig beweegt gaat fysiek achteruit. Wie te weinig mentaal beweegt gaat mentaal achteruit. Dus wil je al jaren een nieuwe taal leren of een muziek-instrument leren bespelen? Doe het voor je brein!

Flow Focus – Geef richting aan de plasticiteit van je brein

16683515_sNeuroplasticiteit blijkt twee kanten op te werken volgens het principe ‘wat je aandacht geeft groeit’. Wie veel tijd besteedt aan mopperen en zeuren wordt steeds beter in mopperen en zeuren. Wie aan de andere kant regelmatig een dankbaarheidsdagboek bijhoudt krijgt langzaam maar zeker een ‘dankbaar brein’ (en is waarschijnlijk gelukkiger dan iemand met een mopper-brein). En dit geldt ook voor piano spelen, mediteren, schrijven, schilderen of wat je maar belangrijk vindt.

Overigens is het daarbij wel de kunst om één ding tegelijk te doen. En voor velen betekent dat ‘je telefoon uitzetten’. We kunnen namelijk niet echt multi-tasken, ook al denken we van wel. Wat er feitelijk gebeurt in het brein is dat we steeds heel snel schakelen tussen activiteiten. En hier betalen we een prijs voor. Het schakelen zelf kost namelijk óók breincapaciteit. Bovendien wordt door elke Ping, BZZ of zelfs maar het zien van je telefoon je stress-systeem geactiveerd. Kortom: de oude zen-meesters waren hun tijd ver vooruit toen ze zeiden: ‘als we eten dan eten we, als we lopen, dan lopen we en als we slapen dan slapen we’.

Fixed sleep pattern – Ontdek de kracht van slapen

Slapen goed voor breinDat je beter functioneert na een goede nachtrust weet iedereen. En dat is niet alleen omdat je dan fitter bent, maar ook simpelweg omdat je CEO-brein beter functioneert. Hier gaat de computer-metafoor prima op: je oude, overbodige bestanden zijn opgeruimd en je werkgeheugen werkt weer lekker snel.

Maar waarom geven we dan toch te weinig prioriteit aan een goede nachtrust? ’s Avonds laat is er altijd wel een of andere ‘screen’ die ons verleidt. Is het niet RTL-late night of Netflix, dan wel facebook of what’s app. Helaas verlaat dat niet alleen het tijdstip dat we naar bed gaan, maar zorgt het blauwe licht er tevens voor dat we minder makkelijk in slaap vallen.

En laten we nou net een fit CEO-brein nodig hebben om op tijd ‘nee’ te zeggen tegen deze verleidingen. Zie je de vicieuze cirkel?

Voor wie het wil proberen, volgen hier enkele – bewezen effectieve – slaap-tips:
– Houd je aan een vast slaapschema
– Onderzoek hoeveel slaaptijd je werkelijk nodig hebt; volwassenen rond de 8, maar minimaal 6 uur.
– Ontwikkel een bedritueel, zoals altijd even douchen, een korte meditatie of een blokje om voor het slapen.
– Doe als Einstein en Churchill en doe een kort middagdutje (10 – 20 min. is ideaal)
– Sport regelmatig, maar liefst niet te laat op de avond
– Zorg voor een rustige, koele en donkere slaapkamer
– Voorkom late koffie en zware maaltijden
– Gebruik je slaapkamer als slaapkamer, dus voor slapen, intimiteit en ontspanning, maar niet als huiskamer of kantoor.

Exercise – Vorm en versterk je hersenen

Beweeg voor je breinDat regelmatig sporten en bewegen belangrijk is voor je gezondheid weet iedereen. Maar wist je dat het ook goed is voor je brein? Met name duurtraining blijkt te leiden tot een betere doorbloeding van de pre-frontale hersenschors en de hippocampus en daarnaast BDNF vrij te maken. Dit is een eiwit dat sterk bijdraagt aan je neuroplasticiteit, een soort pokon voor je brein dus… Onderzoek laat zien dat je minimaal 3 x per week zo’n 30 tot 60 minuten gematigd intensief moet trainen, dat wil zeggen op zo’n 60 – 70% van je maximale hartslag. Maar kleine tussendoortjes helpen ook, dus pak wat vaker de trap, de fiets of doe eens een lunch-wandeling. En doe je het niet voor je lijn, doe het dan voor je brein!

Adele Diamond van de Universiteit van British Columbia stelt obv vele onderzoeken, dat het tevens raadzaam is om sporten te doen waarbij ook sociale aspecten, een spelelement en enig denkwerk komen kijken, zoals: dans, teamsporten en oosterse bewegingskunsten.

Connect today and Tomorrow – Maak de toekomst vandaag

Als je je doelen wilt bereiken kun je niet zonder een goed werkgeheugen. Ga maar na: je zult gedurende langere tijd je doel(en) voor ogen moeten houden en tegelijkertijd heel wat ballen hoog moeten houden. David Henschen Ingvar noemde dit het geheugen van de toekomst.

Natuurlijk zijn er allerlei formele mogelijkheden om je werkgeheugen te trainen, zoals apps en programma’s. Maar je kunt het ook prima doen ‘on the fly’. Zo doe ik bijvoorbeeld wekelijks de boodschappen voor een gezin van 4 uit m’n hoofd. En dat is best een uitdaging met 7 dagen x 3 maaltijden x 4 smaken. En ja, ik vergeet wel eens wat. Maar het voordeel is dat het me weinig tijd kost en dat ik m’n werkgeheugen flink aan het werk zet. Bovendien sta ik dan maar 1 x per week aan alle supermarkt-verleidingen bloot…

Time- Gun jezelf tijd (en houd vol)

Inmiddels zul je inzien dat het EFFECT-programma van je vraagt om nieuwe en heilzame gewoontes te ontwikkelen (op een manier die bij je past). Als dat eenmaal het geval is komt het aan op volhouden en ‘de tijd haar werk laten doen’. Dit zal niet altijd meevallen omdat je ongetwijfeld te maken krijgt met tegenslagen, tegenzin en negatieve emoties.

Om hier effectief mee om te gaan geeft Margriet vier belangrijke tips:

1. Ontwikkel een groei-mindset zodat je weet dat fouten en tegenslagen er gewoon bij horen en je zelfs sterker kunnen maken.

2. Maak gebruik van embodied cognition. Hiermee wordt bedoeld dat je lichaam effect heeft op je voelen en denken. Als je bijvoorbeeld dreigt op te geven of te bezwijken voor een guilty pleasure, doe dan het volgende. Ga rustig zitten met je armen over elkaar en je zult merken dat je na enige tijd kunt ‘doen of laten wat nodig is’. Onderzoek laat zien dat mensen met deze lichaamshouding beter kunnen volharden.

3. Maak gebruik van je negatieve emoties! Zie ze als een alarm-bel die je waarschuwt dat je meer ‘executieve kracht’ in moet zetten.

4. Gebruik ‘Implementation-intention’. Dit houdt in dat je anticipeert op situaties waarin het mis zou kunnen gaan. Je schrijft bijvoorbeeld op: Als X gebeurt dan doe ik Y. X is dan de situatie, bijvoorbeeld ’ik wil afvallen, maar iemand trakteert zoet gebak’ en Y is jouw reactie, bijvoorbeeld ‘dan bedank ik vriendelijk’.

Tot zover mijn samenvatting; ik hoop dat het nuttig was voor je!

Zo ja, please like or share!

Onlangs heb je de 1e 4 vooronderstellingen kunnen lezen van waaruit een oplossingsgerichte coach kijkt, denkt en werkt. Uit de reacties op LinkedIn begrijp ik dat ze als helder en kloppend worden gezien.

Hieronder lees je nog 4 vooronderstellingen:

De toekomst kun je creëren en van het verleden kun je leren

Oplossingsgerichte tijdsbelevingWij zijn geneigd het verleden te zien als iets dat iemand tegen houdt. Zo van: door mijn moeilijke jeugd lukt het mij nu niet om… (vul maar in). Als coach kun je daarin meegaan. Of niet.

Hoe zou het nu zijn om iemands verleden te zien als een rijke bron van leerervaringen? Immers het feit dat iemand levend en wel tegenover je zit betekent dat er – ondanks alle ellende – veel meer goed is gegaan dan verkeerd.

En dat iemand meer gezond is dan verwond. En dus heel wat verstandige keuzes heeft gemaakt, elke dag weer. En het kan niet anders of iemand kan daarbij terugkijken op allerlei leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven.

Door de focus te verleggen en het verleden als het ware te re-framen kan de cliënt meer in haar kracht komen en de slachtofferrol langzaam maar zeker loslaten.

Natuurlijk wil je daarbij niet zomaar voorbij gaan aan trauma’s of leed dat iemand is aangedaan. Soms is empathie en ‘stilstaan bij’ meer gepast dan doelen stellen of oplossingen zoeken. Maar zelfs dan kun je vroeger of later vragen stellen als:

• Hoe heb je dit volgehouden?
• Hoe is het je gelukt dit te doorstaan?
• Wat heb je hiervan geleerd?
• Hoe wil je er – vanaf nu – mee omgaan?

Als iets werkt, doe er meer van. Als iets niet werkt, doe iets anders

Oplossingsgericht veranderenDeze uitspraak lijkt wellicht een ‘open deur’. Maar open deuren kunnen heel handig zijn!

Want was de mens maar zo simpel en verstandig dat hij alleen deed wat werkte en vermeed wat niet werkte. Helaas is de praktijk anders. Veel mensen weten bijvoorbeeld heel goed dat zij de volgende dag beter zouden functioneren als zij vroeger naar bed zouden gaan. En na 22.00 uur de TV of laptop zouden uitzetten. Maar wie doet dat ook daadwerkelijk? Of wie drinkt er echt 2 liter water per dag? En beweegt dagelijks minimaal een half uur?

Ook komt het voor dat mensen nogal gehecht zijn aan ineffectieve ‘oplossingen’, zoals: gokken om je inkomen te vergroten, alcohol drinken om socialer te worden, snoepen om je beter te voelen en drugs gebruiken om gelukkig te worden…

Overigens is het niet ons doel om dergelijke gedragingen te veroordelen, maar om er pragmatisch naar te kijken. Hierbij helpen vragen als: ‘In hoeverre werkt dit om je doel te bereiken? Wat zou misschien beter werken? Welke keuzes wil je hierin maken?

Uiteindelijk willen we mensen helpen bij het maken van bewuste keuzes in hun leven en het vinden van werkbare strategieën bij het behalen van persoonlijke doelen. En als coach kun je daarbij van grote waarde zijn omdat mensen – in gesprek met jou – hun ineffectieve gedrag tegen het licht kunnen houden.

If it ain’t broke, don’t fix it’!

If it ain't brokeOoit begeleidde ik een jonge man in een trainingscentrum voor ex-gedetineerden. Wij maakten ons zorgen om hem, want hij was erg stil in de groep en liet nauwelijks initiatief zien. Hij leek weinig zelfvertrouwen te hebben en bovendien liet hij zich gemakkelijk beïnvloeden. Dat was waarschijnlijk ook de reden dat hij in aanraking was gekomen met justitie. Wij dachten: ‘hoe zal die jongen ooit in zijn eigen inkomen kunnen voorzien? En zonder inkomen zit hij zo weer in detentie…’

Gek genoeg had hij wel altijd geld en de mooiste nieuwe gadgets….

Op zekere dag was hij onverwacht afwezig, dus belde ik naar zijn huis. Ik kreeg zijn zus aan de lijn. Ze had geen idee waar hij was, dus vroeg ik hoe het de laatste tijd met hem ging. Zij wist mij te vertellen dat het prima ging en dat hij zoveel plezier had in zijn nieuwe baantje. Ik vroeg: wat voor baantje? ‘Oh, weet je dat niet?’, zei de zus. Hij doet met zijn scooter boodschappen voor ‘de dames op de boten’.

Het kwartje viel. Hij woonde namelijk in een wijk met veel prostituees op woonboten en je zou kunnen zeggen dat hij uitstekend zijn weg had gevonden in de lokale economie…

Natuurlijk kun je van alles vinden van deze ‘beroepskeuze’, maar mijn punt is dat onze cliënten vaak zo veel vindingrijker zijn dan wij hulpverleners denken. Bovendien kijken we vaak naar hun situatie door een bril die gekleurd wordt door onze eigen normen en waarden. Daarbij komt dat als je gaat sleutelen aan iets wat in principe voldoende goed functioneert, je misschien meer stuk maakt dan je lief is.

Ga uit van een groei-mindset

Groei-mindsetKen je van die mensen die zeggen: ‘zo ben ik nu eenmaal!’ en ‘dit lukt me toch niet, dus dat ga ik ook niet proberen!’ Grote kans dat deze mensen een fixed mindset hebben ten aanzien van hun eigen ontwikkelbaarheid: zij geloven dat je talenten min of meer vast liggen en dat je het daarmee zult moeten doen in het leven.

Aan de andere kant van het spectrum zijn er mensen die uitspraken doen als: ‘Van fouten kun je leren’ en ‘als ik echt iets wil leren dan ga ik ervoor’. Deze uitspraken getuigen van een groei-mindset: de overtuiging dat je als mens jezelf kunt ontwikkelen als je maar inzet toont.

Deze twee mindsets hebben ver strekkende gevolgen; zij werken namelijk als een self-fulfilling prophecy. Mensen met een fixed mindset zullen veel minder ondernemen en geven ook sneller op als zij iets nieuws willen of moeten leren. Mensen met een groei-mindset daarentegen zoeken eerder uitdagingen, leveren meer inspanning, leren van fouten, zetten door bij tegenslag en staan open voor feedback.

Het goede nieuws is nu dat deze mindsets veranderbaar zijn, onder andere door wat meer te weten over hoe ons brein werkt en door kennis te nemen van hoe mensen (inclusief jijzelf) succesvol veranderen. Een workshop van anderhalf uur blijkt al effect te hebben. Dit blog lezen helpt trouwens ook.

En uiteraard werkt jouw eigen mindset door in hoe je je cliënten coacht. Jouw overtuigingen over het leervermogen van je cliënt bepalen deels de uitkomsten van je training of coaching. Hoe meer geloof en vertrouwen in het leervermogen van je cliënten, hoe beter de uitkomsten.

Het mooie van oplossingsgericht coachen is nu dat dit een sterk appèl doet op de groei-mindset van je cliënten, onder andere door de manier van bevragen:

  • Hoe zou je kunnen leren om [iets moeilijks] te bereiken?
  • Het was lastig zeg je. Wat heb je er van geleerd?

Zo, dit waren ze… Hopelijk was het nuttig voor je om dit te lezen!

Natuurlijk bestaan er nog veel meer oplossingsgerichte vooronderstellingen. Weet jij er één? Deel hem vooral hieronder.

Leerzame blog? Delen is fijn!

Kijk jij weleens door een roze microscoop?

Dit is een mooie metafoor van Cora Hagen die in één klap uitlegt waar oplossingsgericht werken over gaat. Het is geen roze bril, want we vinden niet alles positief. Maar we gaan wel als een ware veldbioloog op zoek naar alle kleine signalen van hoop en vooruitgang in het leven van de cliënt.

Zoals je misschien hebt gemerkt, staat het oplossingsgericht (ook wel: progressiegericht) coachen sterkt in de belangstelling. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er een positieve trend gaande is, gevormd door methoden als krachtgericht werken, appreciative inquiry en natuurlijk de positieve psychologie die eigenlijk dat alles omvat.

Ik juich deze ontwikkeling sterk toe, want ik ken geen methode die sneller en vriendelijker mensen in een positieve spiraal van denken, voelen en doen krijgt, dan oplossingsgericht werken. Onderzoek wijst uit dat slechts 3 tot 6 gesprekken voldoende zijn om mensen ‘weer op de rit te krijgen’ en dat is ook mijn eigen ervaring. Soms is zelfs één gesprek voldoende. Bovendien is de methode heel breed inzetbaar.

Kenners van de methode zijn het erover eens dat het eigenlijk méér is dan een methode. Het is een paradigma, een manier van denken over verandering die haaks staat op onze gebruikelijke probleemgerichte denkwijze, zoals: we moeten eerst de oorzaak van het probleem kennen voor we het kunnen oplossen.

Deze denkwijze klopt zeker voor medische en technische problemen. Maar of ze ook altijd opgaat voor zoiets complex als een mens (met al haar gedachten en gevoelens) in interactie met andere, al even complexe wezens is zeer de vraag. Oplossingsgerichte coaches gaan er vanuit dat ‘zoeken naar de oorzaak’ onnodig en tijdrovend is en vaak zelfs averechts werkt, bijvoorbeeld doordat de schuldvraag altijd op de loer ligt. In deze korte animatie zie je hoe dat werkt.

In dit blog wil ik je kennis laten maken met de 1e 4 van in totaal 8 vooronderstellingen. De andere 4 lees je in het vervolg. Voel je vrij dit blog te delen met mensen die je deze inzichten ook gunt…

1. Wat je aandacht geeft groeit…

Oplossingsgericht breinSteve de Shazer, één van de grondleggers zei het mooi: Problem-talk creates problems. Solution-talk creates solutions. Hoe dit werkt is simpel uit te leggen. Je kunt het brein zien als een zoekmachine, zoals google. Wat je ook voor zoekterm invoert, er komt altijd wel een antwoord, niet waar? Bij het menselijk brein werkt het niet anders. Als je iemand vraagt: ‘waarom lukt het niet?’ of ‘Wat houd je tegen?’ Dan zal hij antwoord geven op je vraag. De kans is groot dat deze antwoorden eerdere faalervaringen en onmogelijkheden oproepen, wellicht zelfs een gevoel van machteloosheid.

En we weten dat de bijbehorende negatieve gevoelens een tunnelvisie creëren. Stel nu dat de coach vraagt: ‘Hoe zou het kunnen lukken?’ of: ‘Wat kan een 1e, makkelijke stap zijn?’. Deze vragen doen een heel ander appèl op het brein van onze cliënt. Waarschijnlijk ontstaan hier ook andere, positievere emoties bij. Emoties die de blik verruimen in plaats van vernauwen. Nieuwe mogelijkheden komen in beeld. En daarmee ook nieuwe doelen, mogelijkheden en oplossingen…

Yvonnen Dolan zei het ook mooi: ‘The questions we ask, shape the answers we get.’

2. Kleine stappen kunnen leiden tot grote veranderingen

Oplossingsgericht Coachen - 1Ik sprak eens een man die zichzelf een slechte vader vond. Dat vond hij omdat hij ’s ochtends als hij zijn 3 kinderen naar school moest brengen nog wel eens in de stress kon raken door hun getreuzel. Hij werd dan bang dat ze te laat zouden komen en kreeg dan de neiging om vloekend en tierend zijn kinderen tot spoed te manen. Op zich werkte dit wel, want zijn kinderen zagen dat het nu echt menens was, alleen baalde hij er zelf van. Het kostte hem veel energie en bovendien vond hij dat een goede vader niet zou mogen vloeken.

Tijdens ons eenmalige gesprek vroeg ik hem: wat zou nu de kleinste, gemakkelijkste stap zijn om dit probleem op te lossen? Na enig nadenken zei hij: ’Hmm, interessante vraag… Ik zou misschien 5 minuten eerder op kunnen staan, zodat we allemaal wat meer tijd hebben ’s ochtends.’
Een week later mailde hij mij dat het al weer stukken beter ging en dat hij eigenlijk lang niet zo’n slechte vader was…
Dit verhaal illustreert mooi de kracht van kleine stappen. Immers: ‘kleine stappen zijn te behappen’. Het risico op mislukking is klein en bij een succeservaring is een volgende stap zo gezet. In no time komt iemand zo in een positieve spiraal en zal wonderbaarlijk genoeg óók anders over zichzelf gaan denken. Denken, voelen en doen zijn immers sterk met elkaar verbonden.

3. De uitzonderingen op het probleem zijn sleutels richting oplossing ervan

Oplossingsgericht Coachen 2Kijk eens naar dit diagram. Het staat voor een cliënt die binnenkomt met een probleem. De verticale as geeft de ernst van het probleem aan, de horizontale as de tijd. Zoals je ziet maakt de lijn een golfbeweging. Dat is niet zo vreemd, want ieder mens heeft goede en slechte dagen. Bovendien zijn er waarschijnlijk allerlei factoren die invloed hebben op het probleem. Sommige van die factoren zijn niet beïnvloedbaar. Andere factoren zijn dat wel en juist daar zijn we natuurlijk naar op zoek.

Als je nu probleemgericht zou werken, dan vraag je misschien aan de cliënt: ‘Wanneer had je voor het laatst last van dit probleem? Hoe kwam dit? Wat denk jij op zo’n moment?’ En voor je het weet heb je een gesprek over de rode pijltjes.

Een oplossingsgericht coach schuwt de rode pijltjes niet, maar is extra geïnteresseerd in de groene pijltjes. Hij zal dus vragen stellen als: ‘Wanneer had je iets minder last van dit probleem? Wat was er toen allemaal anders? Wat heb jij zelf gedaan waardoor je zo’n goede dag had? Hoe zou je dat vaker kunnen doen?’ Hierdoor ontstaat waarschijnlijk een compleet ander gesprek. Een groen gesprek, zou je kunnen zeggen. De kans is groot dat de cliënt zich een stuk optimistischer en krachtiger voelt bij dit gesprek. En we weten dat positieve gevoelens leiden tot meer oplossingsvermogen door een bredere blik. En dit terwijl negatieve gevoelens eerder leiden tot een tunnelvisie.

Hoe zou het zijn als je volgende keer een gesprek voerde over de groene pijltjes?

4. De oplossingen van de cliënt gaan voor

Oplossingsgericht coachen 3Ken je dat? Jij bent hard aan het werk en draagt prachtige oplossingen aan en de cliënt wuift alles weg met woorden als: dat past niet bij me, dat lukt me toch niet, dat heb ik al geprobeerd…
Hoe goed bedoeld ook, dit is niet zo’n vruchtbare interactie. En zelfs al zou je cliënt je advies opvolgen dan nog is het niet zo effectief.
Er zijn dan namelijk 2 mogelijkheden: 1. De oplossing werkt niet en de cliënt zegt: zie je wel? 2. De oplossing werkt wel en dan krijg jij de credits.

Dat is fijn voor jou, maar nu is de cliënt een beetje afhankelijk van je geworden. Je hebt hem een vis gegeven, maar je hebt hem nog niet leren vissen…
Als jij echter de goede vragen stelt, komt de cliënt misschien wel zelf op een creatieve oplossing. Een oplossing die aansluit bij de belevingswereld van de cliënt. Met grote slagingskans. En nu krijgt de cliënt de credits en groeit zijn vertrouwen en geloof in eigen kunnen. Zo wordt jij langzaam maar zeker overbodig. En dat is precies de bedoeling.

Nu komen cliënten natuurlijk ook weleens met onwerkbare oplossingen. En dan mag je ze best een beetje bijsturen. Stel een cliënt zegt: ‘ik ben zo gespannen voor die sollicitatie, ik denk dat ik van te voren maar een flinke borrel neem!’ Natuurlijk mag je dan best zeggen: ‘Ok, maar neem dan wodka, dat ruiken ze niet…’ (grapje)

Je kunt dan vragen stellen als: Wat zou er mis kunnen gaan? Wat kun je nog meer doen om anders om te gaan met je spanning? Wat heeft eerder voor je gewerkt? Wat zou iemand in jouw situatie doen die geen alcohol mag drinken van zijn geloof?

Volgende week lees je meer over deze vooronderstellingen:

  • Van het verleden kun je leren, de toekomst kun je creëren
  • If it ain’t broke, don’t fix it!
  • Als iets werkt, doe er meer van. Als iets niet werkt, doe iets anders.
  • Ga uit van een groei-mindset.

Stel nu eens dat je in je coaching of begeleiding echt van deze vooronderstellingen zou uitgaan, wat zou dat dan betekenen voor de interactie met je cliënt?

Een reactie op dit blog is altijd welkom en delen is ook fijn!